Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2010:BN4734

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
18-08-2010
Datum publicatie
23-08-2010
Zaaknummer
04/804036-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

bewijsoverweging modus operandus in relatie tot gehanteerde wapen in combinatie met op verdachte aangetroffen munitie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector strafrecht

Parketnummer : 04/804036-10, 04/856044-10 (ter terechtzitting gevoegd), 04/857431-08 (ter terechtzitting gevoegd)

Parketnummer : 860344-06 (tul)

Datum uitspraak: 18 augustus 2010

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de (gevoegde) zaak tegen:

[verdachte 1],

geboren te [plaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in [adres]

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 4 augustus 2010.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat, na wijziging van de tenlastelegging, terecht ter zake dat:

parketnummer 04/804036-10

1.

hij op of omstreeks 20 januari 2010 te Baarlo, in elk geval in de gemeente Peel en Maas, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand, gelegen aan de [adres]. heeft weggenomen onder meer een bedrag aan geld, groot EURO 9589,--, in elk geval een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld heeft bestaan in het aan de jas meetrekken van genoemde [slachtoffer2] en/of welke bedreiging met geweld heeft bestaan in het drukken, althans houden van een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen de nek, althans de schouder, in elk geval tegen het lichaam van genoemde [slachtoffer2] en/of het tonen van een mes aan genoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer2] en/of (het daarbij) op dreigende toon, in elk geval voor genoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer2] dreigend, roepen/zeggen: "alarm af, alarm af" en/of "meekomen, meekomen" en/of "kluis open maken" en/of "de code van de kluis, kluis open maken" en/of "ga liggen op je buik" en/of "sta op en kom hier" en/of "kijk naar de grond" en/of "haal het alarm eraf" en/of "de kluis moet open" en/of "maak de kluis open" en/of "terug komen en op je buik liggen" en/of "als je niets doet gebeurt er niks", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

(art. 312 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 29 januari 2010 in de gemeente Cuijk ter voorbereiding van het met een ander of anderen, althans alleen, plegen van een diefstal (in een winkel [naam], voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld tegen (een) perso(o)n(en), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, in elk geval van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, op het terrein van de [winkel] gelegen aan de [adres], opzettelijk bivakmutsen en/of een traangasbusje en/of een veerdrukwapen en/of een mes en/of een rol tape bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

(art. 46 Wetboek van Strafrecht)

parketnummer 04/856044/10

1.

hij op of omstreeks 15 januari 2010 te Panningen, in elk geval in de gemeente Peel en Maas, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [naam], agent van politie , gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "mongooltje en/of kut mongool", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

(artikel 266 jo 267 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 15 januari 2010 te Panningen, in elk geval in de gemeente Peel en Maas, toen de aldaar dienstdoende [agent van politie] verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 266 jo 267 van het Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde hem (ter plaatse op het politiebureau te Panningen, gelegen aan de [adres]) ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening zijner/hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig te rukken en/of te trekken;

(artikel 180 Wetboek van Strafrecht)

parketnummer 857431-08

hij op of omstreeks 25 juli 2008 te Panningen, in elk geval in de gemeente Helden,

ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffers] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet als bestuurder van een personenauto over een grasveld is gereden en/althans met aanmerkelijke althans aanzienlijke althans te hoge snelheid is ingereden althans toegereden op de voor en/of naast en/of in de nabijheid van een bankje en/of tafel staande en/of op een bankje en/of tafel zittende [slachtoffers] en (vervolgens) tegen dat bankje en/of tafel is gebotst en/of tot stilstand is gekomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(art. 302 juncto 45 van het Wetboek van Strafrecht)

Althans indien terzake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 25 juli 2008 te Panningen, in elk geval in de gemeente Helden,

[slachtoffers] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers is hij, verdachte, opzettelijk dreigend als bestuurder van een personenauto over een grasveld gereden en/althans opzettelijk dreiegend met aanmerkelijke althans aanzienlijke althans te hoge snelheid ingereden althans

toegereden op de voor en/of naast en/of in de nabijheid van een bankje en/of tafel staande en/of op een bankje en/of tafel zittende [slachtoffers] en (vervolgens) tegen dat bankje en/of tafel gebotst en/of tot stilstand gekomen;

(art. 285 van het Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7. Bewijsoverwegingen

7.1. Standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie heeft blijkens het op schrift gestelde requisitoir ter terechtzitting van 4 augustus 2010 gevorderd dat alle tenlastegelegde feiten worden bewezen verklaard.

De verdediging heeft zich blijkens de ter terechtzitting van 4 augustus 2010 overgelegde pleitnota op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder parketnummer 04/804036-10 onder1 ten laste gelegde. Volgens de raadsman is er onvoldoende bewijs dat de verdachte koppelt aan de tenlastegelegde overval.

Ten aanzien van het onder parketnummer 04/875431-08 primair en subsidiair tenlastegelegde is de raadsman van mening dat verdachte dient te worden vrijgesproken omdat het volgens de raadsman, naar aanleiding van door verdachte afgelegde verklaringen, niet de bedoeling was om de personen bij de tafel aan te rijden of te bedreigen. Voorts blijkt uit de verklaringen van de getuigen nog door verdachte geremd alvorens hij het bankje aanreed zodat er ook geen sprake kan zijn van (voorwaardelijke) opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Verder voegt de raadsman eraan toe dat verdachte met een lage snelheid tegen het bankje aan reed.

Ten aanzien van de overige tenlastegelegde feiten refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

7.2. Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het onder 1 en 2, het onder 04/856044-10 1 en 2 en het onder 04/857431-08 primair tenlastegelegde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De hieronder vermelde bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Samenvatting van de bewijsmiddelen ten aanzien van het onder parketnummer 04/804036-10 onder 1 tenlastegelegde .

Op woensdag 27 januari 2010 omstreeks 08.00 uur werd door een van de personeelsleden van de [winkel], gelegen aan de [adres], bij het openen en naar binnen gaan van deze supermarkt, een geheel in het zwart geklede persoon waargenomen. De politie werd hiervan in kennis gesteld. Naar aanleiding van deze melding en de mogelijkheid dat het [winkel]-filiaal afgelegd zou zijn gold er een verhoogde waakzaamheid rond de aankomsttijden van personeel bij betreffend [winkel]-filiaal. Naar aanleiding hiervan werd door de politie op 29 januari 2010 positie ingenomen in afwachting van de komst van het personeel. Toen omstreeks 07.45 uur de poort van de parkeerplaats door een personeelslid van de [winkel] werd opengemaakt begaven de verbalisanten zich met een onopvallend dienstvoertuig op de parkeerplaats. In de nabijheid van de ingang van de [winkel] bevond zich een ijzeren trap. De verbalisanten zagen twee personen, waaronder verdachte, gehurkt onder die trap zitten. Verdachte en zijn medeverdachte werden daarop op heterdaad aangehouden. Bij die aanhouding droeg verdachte een baseballkap waarover hij de capuchon van zijn jas had getrokken. De medeverdachte droeg een bivakmuts en was geheel in het zwart gekleed. Beide waren vermomd en gewapend met een mes, een luchtdrukpistool, een busje traangas en droeg een van de verdachten de rol tape bij zich. In de kleding van verdachte [verdachte 1] werden nog een aantal pluimpjes aangetroffen welke met voornoemd luchtdrukpistool verschoten kunnen worden. Verdachte en zijn medeverdachte bekenden ter terechtzitting dat zij voornemens waren een overval op die [winkel] te plegen.

Vanaf medio november 2009 hebben er binnen de regio Limburg-Noord vele gewapende overvallen op supermarkten, woningen, horecabedrijven en personen plaats gevonden. Naar aanleiding van de aanhouding op heterdaad in relatie tot vorengenoemde overvallen werd er door de politie nader onderzoek ingesteld waaronder een doorzoeking van de woning van verdachte. In die woning van verdachte werden goederen aangetroffen die afkomstig waren van het onder 1 tenlastegelegde de overval gepleegd op het [winkel]-filiaal in Baarlo.

De aangifte van [slachtoffer 2]

Ik ben werkzaam als assistent bedrijfsleidster bij de [winkel] gelegen aan de [adres]. Vanmorgen woensdag 20 januari 2010 omstreeks 07.30 uur ben ik het terrein van de [winkel] via de elektrische rolpoort opgereden en heb halverwege de weg even gewacht op [slachtoffer1]. [slachtoffer 1] kwam aanrijden en parkeerde zijn auto links naast mijn auto met de neus naar de [adres]. We zijn toen samen uitgestapt en via het looppad gelopen langs de grote raam aan de zijkant van de [winkel]. Ik was bezig met het openen van de toegangsdeur toen ik [slachtoffer 1] iets hoorde roepen. Ik kon niet horen wat hij riep. Ik keek toen over mijn rechterschouder en zag een loop op mij gericht. Ik zag een vrij lange metalen buis. Deze was zwart van kleur. Deze loop was gericht op het rechtergedeelte van mijn nek dan wel op mijn schouder. Ik voelde wel dat deze loop tegen mij werd aangehouden. Ik durf niet met zekerheid te zeggen of dit een echt pistool is geweest. De toegangsdeur was open en ik werd toen naar binnen geduwd. Het enige wat ik hoorde was: “alarm af, alarm af”. Dit werd op een agressieve, angstige toon in de Nederlandse taal geroepen. Dit klonk als buitenlands accent. Ik moest het alarm afzetten. Ik kreeg het alarm niet uit. Ik denk dat het misschien door de spanning is geweest waardoor ik een verkeerd cijfer heb ingedrukt. Ik had geen andere keuze, op het moment dat iemand met een pistool achter je staat. Er ging door mijn hoofd: “als ze maar niets doen, of schieten, of steken”. Ik was heel erg bang en angstig. Ik heb geroepen: “ Doe me niets a.u.b. ik krijg het niet uitgezet.” Ik werd vastgepakt aan mijn rechterarm. Dader 1 hield mijn jas vast en trok mij mee. Ik hoorde dat hij riep: ”meekomen, meekomen”. Dit gebeurde niet met kracht maar hij bleef mij vasthouden aan mijn jas. Ik durfde geen verzet te plegen uit angst. Het kantoor van de [winkel] is hoger gelegen en bereikbaar middels twee trappen in het pand. Wanneer je het inloopje naar het kantoor doorloopt staat aan de rechterkant de kluis. Deze kluis is ingebouwd in een kast. Een onbekend tweede persoon stond bij deze kluis. Ik hoorde dat deze persoon riep: “Kluis openmaken” of woorden van dien aard. Hij zei dit op een botte dwingende toon. Ik hoorde dat iemand riep: “de code van de kluis, kluis open maken”. Ik weet niet wie dit heeft geroepen. Ik heb meteen gevolg gegeven aan de opdracht om de kluis te openen. De totale inhoud in de kluis op het moment van de overval was ongeveer 7 à 8000 euro. Ik heb alleen de hendel naar beneden gedraaid en niet de deur geopend van de kluis. Dit moet door een van de daders zijn gebeurd maar ik heb hier niets van gezien. Na het openen van de deur van de kluis ben ik weggevlucht naar de verhoging van de kluis welke bestaat uit hout. Ik ben toen helemaal door mijn knieën gezakt en op mijn hurken gaan zitten. Ik heb mij uit angst zo klein mogelijk gemaakt. Ik dacht toen: “als ze maar weggaan, en mij niets aandoen”. Ik ben ongeveer twee minuten stil op mijn hurken blijven zitten. Ik heb toen wel iets horen rinkelen. Ik hoorde het geluid van de kistjes van de kassabedieners. Even later hoorde ik de deur van het kantoor dichtvallen. Ik ben toen gaan staan en zag door het raam van het kantoor [slachtoffer 1] in de winkel, [slachtoffer 1] heeft toen de politie gebeld.

De aangifte van [slachtoffer 1]

Ik ben bedrijfsleider van de winkel genaamd [winkel] gelegen aan de [adres]. Op 20 januari 2010 te 07.45 uur reed ik aldaar de parkeerplaats op. Ik reed naar de achterzijde van de winkel. Dat is de plaats waar het personeel parkeert. Ik zag dat daar de auto van [slachtoffer 2] stond. Na uitgestapt te zijn liep ik met [slachtoffer 2] naar de uitgang van de winkel. Daar aangekomen zag ik dat [slachtoffer 2] de deur van de uitgang van het slot haalde. Op het moment dat ik bij het uiteinde van de winkelwagentjes stond draaide ik me om en keek in de richting van [slachtoffer 2]. Ik zag dat [slachtoffer 2] nog bij de uitgangsdeur stond. Ik zag dat achter [slachtoffer 2] een persoon stond, ik dacht een man. Ik zag dat de man bijna tegen [slachtoffer 2] aan stond en dacht gelijk dat dit mis was. Ik schreeuwde tegen de man: “Hey”. Ik zag dat de man zich naar mij toedraaide. Ik zag dat de man een Arafat-sjaal voor zijn gezicht droeg. Ik liep rustig naar [slachtoffer 2] en de man toe. Ik liep twee meter en zag dat de man een beweging met zijn arm maakte. Ik zag dat hij zijn arm strekte. Ik zag dat dit zijn rechter arm was. Ik zag dat hij in de handen van zijn rechter arm iets vastheid. Ik zag niet wat hij vasthield. Ik hoorde dat de man in het Nederlands tegen mij riep: “ Ga maar liggen op je buik.” Hij zei dat dwingend paniekerig, met luide duidelijke mannelijke stem. Ik man sprak Nederland met een accent, een Limburgs noch een allochtoons accent. Ik ging gelijk op mijn buik liggen. Ik voelde me super bedreigd. Gelijk hierop hoorde ik dat dezelfde persoon tegen mij riep:”Sta op en kom hier.” Ik hoorde dat deze man tegen mij riep: “kijk naar de grond.” Ik stond gelijk op en liep naar de man. Ik keek naar de grond en hield beide handen tegen mijn gezicht zodat ik niemand aan kon kijken. Ik stond met mijn gezicht richting de winkel. Ik zag toen ik daar was twee mannen staan aan mijn linkerzijde. Beide mannen moeten uit de richting van de vrachtwagensluis zijn gekomen. Dus ze waren nu met zijn drieën. Ik zag dat een van de drie een mes vasthield. Ik zag iets glinsteren dat een mes was. Omdat ik niet goed kon nadenken zag ik een mes maar kon het helemaal niet omschrijven door de spanning en de druk. Ik was bang en vreesde voor mijn leven. Ik zag dat [slachtoffer 2] de uitgangsdeur opende. Als de deur open gaat moet het alarm eraf gezet worden. Ik hoorde dat het alarm gelijk begon te piepen. Dat betekent dat het alarm binnen 30 seconden af gezet moet worden. Ik hoorde dat de man schreeuwde: “ Haal het alarm eraf.” Hij zei dat op paniekerige dwingende wijze. Ik zag dat [slachtoffer 2] naar binnen liep naar het alarm. Ik zag dat [slachtoffer 2] trachtte het alarm er af te zetten. Ik zag dat het niet lukte. Ik werd er zenuwachtig van en dacht dat alarm moet eraf.. Ik was in paniek en vreesde voor mijn leven. Ik liep snel naar [slachtoffer 2] en duwde haar gewoon naar beneden zodat ik het alarm eraf kon halen. Ik begon zelf te typen op het alarmpaneel. Het lukte mij ook niet. Ik was helemaal de kluts kwijt. Ik kon niet goed nadenken. De druk was veel te hoog. Ik hoorde dat de man schreeuwde: “De kluis moet open.” Ik zag dat de twee mannen die er later bij waren gekomen in de winkel stonden en liep samen met hen naar het kantoor. Ik hoorde dat het alarm af ging. Ik hoorde de sirenes. Ik hoorde dat een persoon tegen [slachtoffer 2] bleef schreeuwen: “ Haal het alarm eraf”. Hij zei dit meerdere malen. Ik liep ondertussen naar het kantoor. Ik maakte de kantoordeur open. Ik hoorde dat een van de mannen tegen mij schreeuwde: “Maak de kluis open”. De stem klonk paniekerig. Ik liep naar de kluis en zakte door mijn knieën. Ik riep [slachtoffer 2] dat ze de kluis moest openmaken. Ik zag dat [slachtoffer 2] mij tegemoet en voorbij liep in de richting van het kantoor. Ik zag dat ze alleen liep. Ik begaf me naar het bedieningspaneel van het alarm en kreeg op een af andere wijze het alarm eraf waardoor de paniek iets minder werd. Ik stond buiten bij de kantoordeur. Ik hoorde het geld rinkelen, dus ik realiseerde me dat het [slachtoffer 2] gelukt was om de kluis te openen. Ik ben toen op mijn hurken in de winkel gaan zitten, Ik hoorde dat een van de personen tegen mij schreeuwde: “ Terug komen en op je buik gaan liggen”. Ik liep weer naar het uitgangspad achter de kassa en ben op de grond gaan liggen. Ik lag op mijn buik tegen de kassa’s. Het hoofd richting de uitgangsdeur. Ik hield mijn handen voor mijn gezicht. Ik hoorde toen dat een persoon riep: “ Als je niets doet gebeurt er niets”. Ik zag dat een van de overvallers een wapen in zijn hand had.

De verbalisanten [namen] relateren dat er op woensdag 20 januari 2010 door hen, verbalisanten als forensische onderzoekers, op verzoek van regio Limburg Noord een forensisch onderzoek ingesteld naar aanleiding van een overval op de [winkel] te Baarlo. Volgens opgaaf van de Leider Plaats Delict waren er door de BPZ een aantal goederen aangetroffen op het parkeerterrein voor de supermarkt. Door verbalisanten werd onder andere veiliggesteld:

- Een pluimpje van een luchtdrukwapen. (sin aabe1243jl)

De tussen haakjes geplaatste code geeft het spoornummer aan, waaronder het betreffend spoor is veiliggesteld.

Verbalisant [naam] relateert in zijn procesverbaal van bevindingen . Op vrijdag 29 januari 2010 werd mij door de onderzoeksleider [naam] verzocht de bezittingen te onderzoeken van kort daarvoor aangehouden en ingesloten verdachten van een poging tot overval van de [winkel] en datgene in beslag te nemen dat voor het onderzoek van belang zou kunnen zijn. Door verbalisanten die betrokken waren bij de aanhouding van de verdachte werd mij medegedeeld dat de namen van verdachten waren: [verdachte 1] en [verdachte 3]. Ik zag voor de eerste ophoudkamer diverse stukken kleding en een paar schoenen op de grond liggen alsmede een fouilleringzak met daarin onder meer een paspoort op naam van [verdachte 1] en een mobile telefoon van het merk LG. Ik zag dat de man in de ophoudkamer dezelfde was als op de foto in het paspoort. Met gebruikmaking van plastic handschoenen doorzocht ik minutieus de kleding van [verdachte 1]. In het linker borstzakje aan de voorzijde van zijn zwarte gewatteerde jas trof ik acht kleine, zilverkleurig pijltjes met pluimpjes in verscheidene felle kleuren aan. Mij is bekend dat deze pijltjes gebruikt worden als munitie voor luchtdrukpistolen.

De verbalisant [naam] relateert in haar proces-verbaal van bevindingen dat er op vrijdag 29 januari 2010 onder leiding van de rechter-commissaris een doorzoeking plaats heeft gevonden in perceel [adres]. De slaapkamer van de medeverdachte [verdachte 3]r, gegelegen op de eerste verdieping van de woning, werd daarbij doorzocht. Bij deze doorzoeking werden een aantal goederen aangetroffen en in beslag genomen. De volgende zaken zijn in beslag genomen:

- Blauwe zak met enveloppen aangetroffen rechtsonder het bed.

- Plastic zakje met daarin rest papier van muntrolletjes Brinks

- Brief [winkel] Roermond

- Brief [winkel] Baarlo met geldbedragen

- Vrieszak [winkel]

- Gedeelten van cheques (in elkaar gevouwen)

- Zwarte laptop van het merk Compaq

- Kassa bon Dixons van de aankoop van een Compaq lap top (aankoopdatum 21 januari 2010)

De getuige [slachtoffer 1] verklaart naar aanleiding van het voorhouden van foto’s van goederen die werden aangetroffen in de woning [adres] .

- De foto van bijlage 05 herken ik. Op de foto staat een document dat op 20 januari 2010 in een snelhechter zat. Deze snelhechter lag in de kluis van de [winkel] te Baarlo.

- De foto’s op bijlage 07 , 08 en 09 herken ik als de sleutels die afkomstig zijn van de [winkel] en Baarlo. Deze sleutels zaten allemaal in verschillende enveloppen die in de kluis lagen van genoemde [winkel] op 20 januari 2010. Ik herken mijn eigen handschrift op de enveloppe. Tevens herken ik de namen die op de sleutels zijn bevestigd. Deze heb ik zelf op de sleutel gezet en zijn namen van medewerkers van de [winkel] te Baarlo;

- De foto op bijlage 10 herken ik. Er staat een telstrook op zoals ik die omschreven heb bij foto 01. en er staat en rekening op van de bakker [naam] te Baarlo.

De getuige [slachtoffer 2] verklaart naar aanleiding van het voorhouden van foto’s van goederen die werden aangetroffen in de woning [adres] .

- De foto op bijlage 1 herken ik als de telstrook van een geldkistje. Ik zie dat ons filiaalnummer 43 erop staat. Dat staat voor de [winkel] te Baarlo. Ook zie ik op de foto een datum en tijdsaanduiding staan en wel 16-01-2010 te 17.30 uur. Ik herken het goed welk werd weggenomen uit het filiaal [winkel] te Baarlo op woensdag 20 januari 2010.

- De goederen die op bijlage 3 te zien zijn herken ik als verpakkingsmateriaal voor muntgeld. In zulke verpakking hadden wij het muntgeld eveneens verpakt welk aanwezig was in ons filiaal [winkel] te Baarlo op woensdag 20 januari 2010.

- Op bijlage 6 staat een afbeelding van een tas. Deze herken ik als de tas van [naam]. [naam] is een medewerkster. Zij had als enige een tas in het kluisje.

- Op de bijlage 7, 8 en 9 zie ik sleutels. Ik herken die sleutels als sleutels van ons filiaal [winkel] te Baarlo. De sleutels zaten in een bruine enveloppe en deze lag in de kluis.

- Op bijlage 10 zie ik een foto van enkele kostenbonnen. Het betreft retourbonnen van het [winkel] filiaal uit Venlo. De bonnen lagen in het kistje dat in de kluis lag.

- Op de foto van bijlage 11 zie ik twee afromingbonnen van ons filiaal [winkel] te Baarlo.

De verbalisanten [namen] relateren dat ze naar aanleiding van een verdachte situatie in de winkel “[naam]” te Baarlo door de bedrijfsleider werden uitgenodigd om aldaar diverse beeldopnames te bekijken van het personeel dat zich rond 09.16 uur in de winkel bevond. Wij verbalisanten zagen op de getoonde beelden dat twee jongemannen via hoofdingang de winkel in kwamen gelopen. [naam] herkende op deze beelden de aan de linkerzijde lopende manspersoon des de hem ambtshalve bekende [verdachte 3].

De verbalisanten [namen] relateren dat er 20 januari 2010 een verdachte situatie was waargenomen in de [naam] te Baarlo. Na vertoon van het beeldmateriaal herkenden verbalisanten de persoon welke bij binnenkomst aan de rechterzijde liep als de hen ambtshalve bekende [verdachte 1]

De getuige [naam] legt bij de politie de volgende verklaring af . Op woensdag 20 januari omstreeks 09.16 uur kwamen er 2 personen aan de servicebalie. Ik stond daar achter als caissière. Deze personen zijn te zien op de camerabeelden van de winkel.

De bijzondere overwegingen van de rechtbank

Gelet op de gelijke werkwijze tussen het feit van 20 januari 2010 en van 29 januari 2010, het gehanteerde wapen, de op verdachte aangetroffen pluimpjes in combinatie met het gevonden pluimpje op de plaats delict te Baarlo, de resultaten van de doorzoeking van de woning van medeverdachte [verdachte 3]r en het kort na de overval samen zijn bij de [naam] te Baarlo met die medeverdachte, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan.

Ten aanzien van het onder parketnummer 04/857431-08 primair tenlastegelegde.

Samenvatting van de bewijsmiddelen en standpunten van de rechtbank .

[betrokkene] verklaart bij de politie dat hij op 25 juli 2008 naar een hangplek was gegaan en daar zag dat verdachte met een auto aan kwam rijden. Hij verklaart verder: Ik hoorde dat [verdachte 1] gas gaf met zijn auto. Ik zat op dat moment op een bankje. Ik zag dat [verdachte 1] recht naar het bankje reed. [betrokkene] en ik zaten op het achterste bankje. Drie andere jongens stonden voor het bankje en keken naar de auto van [verdachte 1]. Ik zag dat [verdachte 1] gas gaf en richting het bankje reed. Ik hoorde dat [betrokkene] riep: “Pas op, dadelijk rijdt hij jullie omver.” Ik zag dat [n[betrokkene], welke het meeste rechts stonden, naar rechts sprongen om niet geraakt te worden door de auto van [verdachte1 ]. Ik zag dat [betrokkene], welke links stond, niet meer op tijd weg kon springen. Ik zag dat [betrokkene] omhoog sprong en op de motorkap van de auto van [verdachte1] terecht kwam. Ik zag dat het niet veel scheelde of [verdachte1] was tegen [betrokkene] aangereden. Vervolgens zag ik dat [verdachte1] tegen de bankjes en de tafel aanreed. Ik zag dat de rechterplank van het linkse bankje afbrak.

[betrokkene] verklaart bij de politie dat hij op 25 juli 2008 toen hij samen met vrienden op een bankje zat gelegen aan de [adres] zag dat [verdachte1 ] [naam] aan kwam rijden. Hij verklaart hier over: Ik zag dat hij iets uit de kofferbak wilde pakken. Hij opende de kofferbak en was ergens naar aan het zoeken. Wij schrokken hiervan. Echter zag ik dat hij niets uit de kofferbak haalde omdat hij niet kon vinden wat hij wilde pakken. Daarna ging hij achter het stuur zitten. Ik zag dat hij stapvoets op ons af kwam gereden. Ik zag dat hij de laatste 2 à 3 meter plank gas gaf. Ik zag dat de auto versnelde en het motor geluid harder werd. [betrokkene], [betrokkene] en [betrokkene] stonden voor het bankje en ik hoorde [betrokkene] schreeuwen: “[betrokkene], kijk uit”. Ik zag dat [betrokkene] een sprong maakte en op de motorkap van de auto terecht kwam. Als [betrokkene] niet was opgesprongen was zou [verdachte1 ] hem omver hebben gereden. Vervolgens botste de auto met een redelijke snelheid, welke haalbaar is op die enkele meters, tegen het bankje aan. Een plank van het bankje brak af en vloog zeker twee meter de lucht in.

Overwegingen van de rechtbank

Verdachte heeft zich op 25 juli 2008 naar zijn vriendengroep begeven en is achter het stuur van zijn auto gaan zitten. Verdachte heeft toen de motor gestart en is rustig richting het bankje gereden wetende dat zich tussen zijn auto en het bankje meerdere personen bevonden. Verdachte heeft op het laatste moment nog gas gegeven en is vervolgens tegen het bankje gebotst. De personen die zich tussen de auto en het bankje bevonden zijn aan de kant gesprongen en een van hen is omhoog gesprongen en als gevolg daarvan op de motorkap terecht gekomen. Indien die personen niet alert gereageerd hadden had dit tot ernstig letsel kunnen leiden bij een of meerdere van die personen. Dat verdachte niet de bedoeling had om die personen aan te rijden, mogelijk nog geremd heeft en met een lage snelheid reed doet daar volgens de rechtbank, in tegenstelling tot wat de raadsman hierover betoogd, niet aan af. Verdachte heeft door zo te handelen, gelet op de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht, willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat een van de personen die zich tussen de auto en het bankje bevonden ernstig letsel opliep. Het is slechts aan de adequate reactie van die jongens, die tijdig wisten weg te springen, te danken dat de auto van verdachte hen niet heeft geraakt.

Het door verdachte gepleegde feit levert, gelet op het voorgaande een poging tot zware mishandeling op

De rechtbank acht het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 04/857431-08 primair tenlastegelegde heeft gepleegd.

Opsomming van de bewijsmiddelen ten aanzien van het onder parketnummer 04/804036-10 onder 2 tenlastegelegde.

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte bij de ter terechtzitting van 4 augustus 2010 en het proces verbaal van bevindingen van verbalisant [naam] acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verdachte en zijn medeverdachte verklaren dat ze voornemens waren om weg te gaan en de overval niet door te zetten maar dit niet konden omdat de politie al ter plaatse was en ze ongezien de locatie wilden verlaten.

De rechtbank acht dit onaannemelijk omdat de politie daar niet aanwezig was met een voor de politie kenmerkend voertuig. Daarbij wordt deze stelling van verdachte niet ondersteund door de feitelijke omstandigheden van het geval waaronder de vermomming van verdachte en zijn medeverdachte op de plaats delict. Ze droegen immers nog hun vermomming bij de aanhouding op heterdaad. De rechtbank verwerpt dan ook dit verweer.

Opsomming van de bewijsmiddelen ten aanzien van het onder parketnummer 04/856044/10 onder 1 tenlastegelegde.

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte bij de ter terechtzitting van 4 augustus 2010 en het proces verbaal van bevindingen van verbalisant [naam]

Opsomming van de bewijsmiddelen ten aanzien van het onder parketnummer 04/856044/10 onder 2 tenlastegelegde.

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte bij de ter terechtzitting van 4 augustus 2010 en het proces verbaal van bevindingen van verbalisant [naam]

7.3. Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

parketnummer 04/804036-10

1.

hij op 20 januari 2010 te Baarlo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand, gelegen aan de [adres]. heeft weggenomen onder meer een bedrag aan geld, in elk geval een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld heeft bestaan in het aan de jas meetrekken van genoemde [slachtoffer2] en welke bedreiging met geweld heeft bestaan in het drukken, althans houden van een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen de nek, althans de schouder van genoemde [slachtoffer2] en het tonen van een mes aan genoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer2] en het daarbij op dreigende toon, in elk geval voor genoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer2] dreigend, roepen: "alarm af, alarm af" en "meekomen, meekomen" en "kluis open maken" en "de code van de kluis, kluis open maken" en "ga liggen op je buik" en "sta op en kom hier" en "kijk naar de grond" en "haal het alarm eraf" en "de kluis moet open" en "maak de kluis open" en "terug komen en op je buik liggen" en "als je niets doet gebeurt er niks";

2.

hij op 29 januari 2010 in de gemeente Cuijk ter voorbereiding van het met een ander of anderen, plegen van een diefstal (in een winkel [naam], voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld tegen (een) perso(o)n(en), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, in elk geval van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, op het terrein van de [winkel] gelegen aan de [adres], opzettelijk bivakmutsen en een traangasbusje en een veerdrukwapen en een mes en een rol tape bestemd tot het begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad.

parketnummer 04/856044/10

1.

hij op 15 januari 2010 te Panningen, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [naam], agent van politi , gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening in diens tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "mongooltje en kut mongool";

2.

hij op 15 januari 2010 te Panningen, toen de aldaar dienstdoende [agent van politie] verdachte op verdenking van het overtreden van artikel 266 jo 267 van het Wetboek van Strafrecht, op heterdaad ontdekt, haddenaangehouden en vastgegrepen, althans vast hadden teneinde hem (ter plaatse op het politiebureau te Panningen, gelegen aan de [adres]) ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie, zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtenaa)ren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening hunner bediening, door opzettelijk gewelddadig te rukken en te trekken;

Parketnummer 04/857431-08, primair tenlastegelegde

hij op 25 juli 2008 te Panningen, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffers] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet als bestuurder van een personenauto over een grasveld is gereden en met aanmerkelijke althans te hoge snelheid is ingereden op de voor een bankje staande of tafel zittende [slachtoffers] en vervolgens tegen dat bankje en tafel is gebotst of tot stilstand is gekomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

8.1. Kwalificatie

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare misdrijven:

T.a.v. 04/804036-10 feit 1:

diefstal, voorafgegaan of vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. 04/804036-10 feit 2:

medeplegen van voorbereiding van diefstal voorafgegaan of vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee verenigde personen.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij de artikelen 46 juncto, 47 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. 04/857431-08 primair:

poging tot zware mishandeling

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij de artikelen 302 juncto 45 van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. 04/856044-10 feit 1:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar

gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij de artikelen 266 jo 267 van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. 04/856044-10 feit 2:

wederspannigheid, meermalen gepleegd

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij de artikel 180 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10. De straffen en/of maatregelen

10.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 4 augustus 2010 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte ter zake van bewezenverklaarde tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 66 maanden, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

10.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman geeft aan de door de officier van justitie gevorderde straf erg hoog te vinden en verzoekt bij het opleggen van een straf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met het advies van de reclassering.

10.3. De overwegingen van de rechtbank

Verdachte heeft zich, samen met zijn mededaders, schuldig gemaakt aan een professioneel voorbereide overval op de [winkel] in Baarlo. Bij deze overval droegen verdachte en zijn mededaders gezichtsbedekkende kleding en werden er wapens gebruikt, te weten een mes en een luchtdrukpistool. Bij die overval is geweld toegepast en zijn de slachtoffers met die wapens bedreigd.

Voorst heeft verdachte met zijn mededader zich schuldig gemaakt aan het op professionele wijze voorbereiden van een overval. Verdachte en zijn medeverdachte werden door alert handelen van de medewerkers van de [winkel] en adequaat optreden van de politie ter plaatse belet deze overval uit te voeren. Bij verdachte en zijn medeverdachte, die op het moment van aanhouden op agressieve wijze vermomd waren werden een luchtdrukwapen waarin zich projectielen bevonden, traangas en tape aangetroffen. Deze materialen versterken het gewelddadige karakter van de voorbereide overval en spreken voor zich.

Voor de slachtoffers zijn deze overvallen bijzonder traumatische ervaringen waarvan zij nog dagelijks de gevolgen ondervinden. Een van de slachtoffers heeft dit door middel van een schriftelijke slachtofferverklaring op de zitting bij monde van de voorzitter naar voren gebracht. Hij is psychisch nog niet hersteld en beleeft nog steeds angsten bij het uitoefenen van zijn beroep.

Verdachte heeft geen rekening gehouden met deze zeer ernstige gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Hij heeft enkel gehandeld uit winstbejag. De rechtbank rekent dat de verdachte zwaar aan. Daarbij komt dat het handelen van verdachte en zijn mededaders in de maatschappij zorgt voor gevoelens van onrust en onveiligheid.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting voorts in aanmerking genomen dat verdachte na een woordenwisseling met enkele van zijn vrienden met een auto opzettelijk op drie van hen is ingereden. Ze hebben een aanrijding met hen weten te voorkomen door snel aan de kant en omhoog te springen. Een van hen is daardoor op de motorkap van de auto terechtgekomen. Het is een geluk dat de slachtoffers geen ernstige verwondingen hebben opgelopen. Verdachte heeft zich bovendien schuldig gemaakt aan belediging van een politieambtenaar en aan wederspannigheid.

De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde feiten, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden.

Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig. Verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven niets te zien in een eventueel door de reclassering geadviseerd hulpverleningstraject.

De rechtbank is van oordeel dat met het oog op een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lagere straf dan de hierna vermelde vrijheidsstraf.

10.4. Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten 4 stuks Munitie, rood-zwart-blauwe pluimpjes voor een luchtdrukpistool, dienen te worden verbeurdverklaard. Genoemde voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring aangezien met behulp van die voorwerpen de feiten zijn begaan danwel voorbereid.

10.5. Teruggave

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat onder meer inbeslaggenomen zijn:

1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart, LG Gd510, GSM.

2.00 STK Schoenen Kl: zwart VICTORY, sneakers, linnen, witte neus en veters.

2.00 STK Handschoen Kl: bruin, leren handschoenen.

1.00 STK Sjaal Kl: zwart-wit, arafat sjaal.

Nu met betrekking tot deze voorwerpen niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, dienen deze voorwerpen te worden teruggegeven aan degene onder wie deze zijn inbeslaggenomen, zoals hierna in het dictum genoemd.

10.6. De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer 1], [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van het hiervoor onder 1 ten laste gelegde feit geleden materiële schade en immateriële schade.

Voornoemde [slachtoffer 1] heeft de materiële schade op een bedrag van € 101,76 en de immateriële schade op een bedrag van € 1650,- gesteld, en wil die schades vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 1 ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. Gelet op de aard van het bewezenverklaarde is het een ervaringsregel dat daardoor bij het slachtoffer immateriële schade van enige omvang wordt veroorzaakt. Het gevorderde bedrag komt de rechtbank alleszins redelijk voor. De vordering immateriële schade, die door verdachte niet is weersproken, is naar het oordeel van de rechtbank dan ook voor toewijzing vatbaar.

Naar het oordeel van de rechtbank is de post materiele schade (reiskosten) die door verdachte niet is weersproken, voor toewijzing vatbaar. De rechtbank zal het schadebedrag vaststellen op een totaalbedrag van € 1751,76 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 20 januari 2010 tot de dag der algehele voldoening.

Verdachte is naar burgerlijk recht, samen met zijn mededader, aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal over de vordering van de benadeelde partij, overeenkomstig het hiervoren overwogene, beslissen zoals hierna is vermeld, alsmede over de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt, thans begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van € 1751,76 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 20 januari 2010 tot de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 35 dagen, te betalen ten behoeve van [slachtoffer 1] voornoemd, zoals hierna in het dictum genoemd.

11. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 36f, 45, 46, 47, 57, 180, 266, 267,

302, 310, 312

12. De vordering tot tenuitvoerlegging

De rechtbank is van oordeel dat nu gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan het hiervoor onder parketnummer 04/857431-08 primair bewezen verklaarde strafbare feit - omtrent de vordering tot tenuitvoerlegging van een aan de verdachte bij een vroegere veroordeling opgelegde voorwaardelijke straf beslist dient te worden zoals hierna is vermeld.

13. Beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 04/804036-10 feit 1 en 2, het onder parketnummer 04/857431-08 primair tenlastegelegd en het onder parketnummer 04/856044-10 1 en 2 tenlastegelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 5 jaar en 6 maanden;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

gelast de teruggave aan verdachte [verdachte 1] van:

1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart, LG Gd510, GSM.

2.00 STK Schoenen Kl: zwart VICTORY, sneakers, linnen, witte neus en veters.

2.00 STK Handschoen Kl: bruin, leren handschoenen.

1.00 STK Sjaal Kl: zwart-wit, arafat sjaal.

gelast de verbeurdverklaring van:

4 stuks Munitie, rood-zwart-blauwe pluimpjes voor luchtdrukpistool

Ten aanzien van de vordering benadeelde partij

Veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij

[slachtoffer 1], [adres], te betalen een bedrag van € 1751,76 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 20 januari 2010 tot de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte zal zijn bevrijd voor zover voornoemde benadeelde partij - al dan niet via de betaling aan de Staat - door verdachtes mededader is voldaan.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van € 1751,76 subsidiair 27 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer van feit 1 (artikel 312 Wetboek van Strafrecht) genaamd [slachtoffer 1], wonende te [adres], met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

veroordeelt verdachte tevens tot betaling aan de Staat van de wettelijke rente over voormeld bedrag vanaf 20 januari 2010 tot de dag der algehele voldoening bepaalt dat indien verdachte en/of zijn mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1751,56 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 20 januari 2010 tot de dag der algehele voldoening ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door

verdachte en/of zijn mededader aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen;

veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging.

gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Kinderrechter te Roermond

d.d. 27 juni 2007 in de zaak met parketnummer 860344-06 aan de veroordeelde

opgelegde doch voorwaardelijk niet tenuitvoergelegde straf, te weten:

Jeugddetentie voor de duur van 4 weken

Vonnis gewezen door mrs. E.H.M. Druijf, F. Oelmeijer en C.C.W.M. Aretz, rechters, van wie mr. F. Oelmeijer voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.A.H. Peters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 18 augustus 2010.

Mrs. E.H.M. Druijf en C.C.W.M. Aretz zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.