Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2010:BN4535

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
18-08-2010
Datum publicatie
20-08-2010
Zaaknummer
04/860291-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vrijspraakoverweging medeplegen en medeplichtigheid

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector strafrecht

Parketnummer: 04/860291-10

Datum uitspraak: 18 augustus 2010

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte 2],

geboren te [plaats],

wonende te [adres],

1.Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 4 augustus 2010.

2.De tenlastelegging

De verdachte staat na wijziging van de tenlastelegging terecht ter zake dat:

1.

hij op of omstreeks 20 januari 2010 te Baarlo, in elk geval in de gemeente Peel en Maas, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand, gelegen aan de [adres]. heeft weggenomen onder meer een bedrag aan geld, groot EURO 9589,--, in elk geval een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld heeft bestaan in het aan de jas meetrekken van genoemde [slachtoffer 2] en/of welke bedreiging met geweld heeft bestaan in het drukken, althans houden van een vuurwapen, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen de nek, althans de schouder, in elk geval tegen het lichaam van genoemde [slachtoffer 2] en/of het tonen van een mes aan genoemde [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en/of (het daarbij) op dreigende toon, in elk geval voor genoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend, roepen/zeggen: "alarm af, alarm af" en/of "meekomen, meekomen" en/of "kluis open maken" en/of "de code van de kluis, kluis open maken" en/of "ga liggen op je buik" en/of "sta op en kom hier" en/of "kijk naar de grond" en/of "haal het alarm eraf" en/of "de kluis moet open" en/of "maak de kluis open" en/of "terug komen en op je buik liggen" en/of "als je niets doet gebeurt er niks", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

(art. 312 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 29 januari 2010 in de gemeente Cuijk ter voorbereiding van het met een ander of anderen, althans alleen, plegen van een diefstal (in een winkel van de [winkel], gelegen aan de [adres]), voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld tegen (een) perso(o)n(en), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, in elk geval van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, op het terrein van de [winkel] gelegen aan de [adres] te Cuijk, opzettelijk bivakmutsen en/of een traangasbusje en/of een veerdrukwapen en/of een mes en/of een rol tape bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

(art. 46 Wetboek van Strafrecht)

althans indien ter zake het vorenstaande onder 2 geen veroordeing zou volgen:

[verdachte 1] en/of [verdachte 3] op of omstreeks 29 januari 2010 in de gemeente Cuijk ter voorbereiding van het met een ander of anderen, althans ieder voor zich en alleen, plegen van een diefstal (in een winkel van de [winkel], gelegen aan de [adres]), voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld tegen (een) perso(o)n(en), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij

het bezit van het gestolene te verzekeren, in elk geval van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, opzettelijk bivakmutsen en/of een traangasbusje en/of een veerdrukwapen en/of een mes en/of een rol tape bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad,bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 29 januari 2010 in de gemeente Peel en Maas en/of in de gemeente Cuijk, in elk geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door genoemde [verdachte 1] en/of [verdachte 3] met een door hem, verdachte, bestuurde auto naar, althans tot in de nabijheid van, genoemde [adres], althans (het NS-station) Cuijk, te vervoeren en aldaar in de gelegenheid te stellen uit die auto te stappen;

(art. 46 jo 48 Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3.De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4.De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5.De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6.Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7.Bewijsoverwegingen

7.1.Standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie heeft blijkens het op schrift gestelde requisitoir ter terechtzitting van 4 augustus 2010 gevorderd dat feit 1 en 2 subsidiair kan worden bewezen verklaard. Ten aanzien van feit 2 primair vordert de officier van justitie vrijspraak.

De verdediging heeft zich blijkens de ter terechtzitting van 4 augustus 2010 overgelegde pleitnota op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.

7.2.Vrijspraakoverwegingen van de rechtbank

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde

Om te kunnen komen tot een bewezenverklaring van het medeplegen van een diefstal met geweldpleging zal moeten worden vastgesteld dat er sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten.

Op de plaats delict is direct na het plegen van de overval een sigarettenpeuk gevonden. De politie heeft verklaard dat deze peuk, gelet op het nog droog zijn daarvan en de daaraan aanwezige asresten, recentelijk daar is neergegooid en waarschijnlijk van een van de daders afkomstig is. De politie vermoedt dit omdat beide medewerkers van de [winkel] te Baarlo aangegeven hebben niet te roken. Betreffende peuk is onderzocht naar biologische sporen en er heeft DNA-onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut plaatsgevonden. In de bemonstering van de gevonden sigarettenpeuk zijn aanwijzingen verkregen voor de aanwezigheid van DNA van een ander dan verdachte. Gelet op vorengenoemde contra-indicaties en het ontbreken van overige wettige bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde.

Ten aanzien van het onder 2 primair tenlastegelegde

De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en de verdediging, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2 primair is ten laste gelegd. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 2 subsidiair tenlastegelegde

Verdachte bekent ter terechtzitting dat hij [verdachte 1] en [verdachte 3] heeft afgezet bij het station van Cuijk. Verdachte verklaart hierover niet te weten waarvoor hij hen had weggebracht. Verdachte heeft verklaard dat hij geschrokken is van de hoeveelheid politieagenten die zich hebben bezig gehouden met de doorzoeking van de slaapkamer van de medeverdachte [verdachte 3] waarover hij ook verklaard heeft in het telefoongesprek jegens medeverdachte [verdachte 3] direct na de opheffing van diens beperkingen. Nu er geen overige wettige bewijsmiddelen zijn die duiden op een wetenschap van verdachte ten aanzien van het voornemen van de medeverdachten om een misdrijf te plegen oordeelt de rechtbank tot vrijspraak van de medeplichtigheid aan de voorbereiding van de overval met geweldpleging te Cuijk. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank voor het onderdeel opzet onvoldoende bewijs voorhanden.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 primair en subsidiair is ten laste gelegd zodat verdachte van alle ten laste gelegde feiten worden worden vrijgesproken.

7.3.Teruggave

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat onder meer inbeslaggenomen zijn:

1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart, NOKIA 6230, GSM

1.00 STK Telefoontoestel Kl:zilver, NOKIA 6233, GSM.

Nu met betrekking tot deze voorwerpen niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, dienen deze voorwerpen te worden teruggegeven aan degene onder wie deze zijn inbeslaggenomen, zoals hierna in het dictum genoemd.

7.4.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer 1], [adres], [plaats], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van het hiervoor onder 1 ten laste gelegde feit geleden materiële schade en immateriële schade.

voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van € 101,76 en de immateriële schade op een bedrag van € 1650,- gesteld, en wil die schades vergoed krijgen.

Aangezien aan de vordering een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, dient de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering te worden verklaard.

8.Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 en het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Gelast de teruggave aan verdachte:

2010006320 1 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart, NOKIA 6230, GSM

2010006320 2 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zilver, NOKIA 6233, GSM

T.a.v. feit 1:

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1], [adres], [plaats] niet ontvankelijk in haar vordering.

Vonnis gewezen door mrs. E.H.M. Druijf, F. Oelmeijer en C.C.W.M. Aretz, rechters, van wie mr. F. Oelmeijer voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. F.A.H. Peters als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 18 augustus 2010.