Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2010:BN0568

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
07-07-2010
Datum publicatie
12-07-2010
Zaaknummer
273837 \ OV VERZ 10-112
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoekster, Autoschade Venray v.o.f., heeft aangegeven dat de handelsnaam van verweerster, Schadenet Venray B.V., verwarrend is voor het publiek. De kantonrechter is van oordeel dat partijen grotendeels in dezelfde markt, herstel van autoschade, opereren maar dat de namen van de organisaties dusdanig verschillen dat geen verwarring bij het publiek te duchten is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector kanton

Zaaknummer: 273837 \ OV VERZ 10-112

Beschikking van de kantonrechter te Roermond d.d. 7 juli 2010.

in de zaak van:

de vennootschap onder firma Autoschade Venray v.o.f., gevestigd te 5807 EW Oostrum aan De Hulst 10,

verzoekster,

gemachtigde: mr. J.A. Spigt,

tegen:

de besloten vennootschap Autoschadecenter Venlo B.V. mede handelende onder de naam Schadenet Venray, gevestigd te 5928 PR Venlo aan de Celsiusweg 7,

verweerster,

gemachtigde: mr. S. Ibrahim.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Op 23 april 2010 is ter griffie ingekomen een verzoekschrift van de vennootschap onder firma Autoschade Venray v.o.f., waarbij zij - na wijziging van het verzoek - verzoekt:

- de naam Schadenet Venray als handelsnaam bij het handelsregister bij de kamer van koophandel te verwijderen en verwijderd te houden;

- het gebruik van de naam Schadenet Venray te staken en gestaakt te houden;

- iedere andere uiting naar derden onder de naam Schadenet Venray te staken en gestaakt te houden;

- althans de naam Schadenet Venray zodanig te wijzigen, dat de gestelde onrechtmatigheid wordt opgeheven, meer in het bijzonder door het weglaten van het woord schade en/of het woord Venray, of op een andere, door de kantonrechter in goede justitie aan te geven wijze;

- zulks op straffe van een dwangsom van EUR 5.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat verweerster met het bovenstaande in gebreke zal zijn, kosten rechtens.

1.2. Aan het verzoek heeft verzoekster ten grondslag gelegd dat zij de naam Auto Schade Venray niet onrechtmatig voert, de handelsnaam van verweerster bijna identiek is, verzoekster de naam ten opzichte van verweerster als eerste voerde, verweerster in dezelfde straat en op hetzelfde commerciële gebied actief is en dit leidt tot verwarring bij het publiek.

1.3. Op 17 juni 2010 is door verweerster een verweerschrift ingediend, waarbij verweerster zich gemotiveerd heeft verzet tegen het verzochte.

1.4. Primair heeft verweerster aangevoerd dat verzoekster niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat artikel 6 Handelsnaamwet beperkt is tot het vragen van een zodanige wijziging van handelsnaam dat de onrechtmatigheid wordt opgeheven. Subsidiair betwist verweerster dat zij in strijd met artikel 5 Handelsnaamwet handelt. Eventuele verwarring bij het publiek valt niet onder de reikwijdte van de bescherming maar komt voor risico van verzoekster die zich bedient van een handelsnaam met een beperkt onderscheidend vermogen. Daarnaast richt verweerster zich op een ander klantenpotentieel dan verzoekster.

1.5. Op 23 juni 2010 is een mondelinge behandeling van de zaak gehouden.

1.6. Partijen hebben daarna verzocht een beschikking te geven, waarvan de uitspraak is bepaald op heden.

2. Het oordeel van de kantonrechter

2.1. Ten aanzien van het primaire verweer overweegt de kantonrechter dat verweerster bij schrijven van 23 juni 2010 heeft verzocht het verzoekschrift in die zin aan te vullen dat verweerster haar handelsnaam zodanig wijzigt dat de vermeende onrechtmatigheid wordt opgeheven. Daarmee heeft verzoekster geanticipeerd op hetgeen in artikel 6 Handelsnaamwet wordt omschreven en zal zij ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek. Temeer nu uit het verzoekschrift afdoende blijkt dat dit ook is gebaseerd op de verbodsbepaling als bedoeld in artikel 5 Handelsnaamwet.

2.2. Zoals gebleken is het inleidend verzoek gegrond op artikel 6 Handelsnaamwet en de verbodsbepaling van artikel 5 Handelsnaamwet welke laatste bepaling luidt: “Het is verboden een handelsnaam te voeren, die, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats, waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is.”

2.3. Verweerster heeft ter zitting aangegeven dat haar clientèle voor 90% is gecontracteerd bij grote marktpartijen. Daarnaast plaatst zij soms lokaal of regionaal een advertentie. Verzoekster heeft aangevoerd dat zij in dezelfde markt opereert. Haar clientèle bestaat voor 50% uit verzekeraars en de overige 50% bestaat uit de plaatselijke markt. Behalve partijen houden zich in de omgeving nog twee andere grote bedrijven en een aantal zelfstandigen zonder personeel met schadeherstel van auto’s bezig.

2.4. De kantonrechter overweegt dat de activiteiten van partijen grotendeels het terrein van autoschadeherstel betreffen. Relevant is of verwarring bij het publiek is te duchten. Het publiek maakt bij het lezen en bij het horen onderscheid in een component ‘naam’ en een component ‘ondernemersactiviteiten’. Op de wijze waarop aan het rechtsverkeer wordt deelgenomen wordt in de regel geen acht geslagen.

2.5. Hoewel de kantonrechter van oordeel is dat de component ‘ondernemersactiviteiten’ voor beide partijen grotendeels hetzelfde is, betekent dit niet dat reeds sprake is van een mogelijke verwarring bij het publiek. De component ‘naam’ is immers niet gelijkluidend. De kantonrechter is van oordeel dat met de termen ‘Autoschade’ en ‘Schadenet’ voldoende onderscheid wordt gemaakt tussen de ondernemingen van verzoekster en verweerster. In dit kader acht de kantonrechter ook nog van belang dat ‘Schadenet’ een landelijke organisatie is, zodat de consument met deze organisatie wellicht al bekend is.

2.6. Vervolgens is de kantonrechter van oordeel dat het gebruik van de term ‘Venray’, de plaatsnaam waar de activiteiten worden uitgevoerd, in onderhavig geval niet enkel aan verzoekster kan worden voorbehouden. De grens van de bescherming van handelsnamen wordt bereikt als de gevraagde bescherming zou leiden tot monopolisering van beschrijvende woorden, zodanig dat anderen die niet meer zouden kunnen gebruiken als aanduiding van hun onderneming. De kantonrechter overweegt dat de plaatsnaam ‘Venray’ niet door verzoekster mag worden gemonopoliseerd, zodat verweerster de term Venray in haar handelsnaam mag laten staan.

2.7. Op grond van het voorgaande wijst de kantonrechter het verzoek af. Verzoekster zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

2.8. Verweerster heeft bij verweerschrift verzocht om verzoekster ingevolge artikel 1019h Rv te veroordelen tot de werkelijke proceskosten. Uit productie 7 bij verweerschrift heeft de gemachtigde van verweerster gespecificeerd welke werkzaamheden zijn verricht. Ingevolge artikel 1019h Rv wordt de in het ongelijk gestelde partij desgevorderd veroordeeld in redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. De kantonrechter overweegt dat verzoekster, hoewel daartoe ter gelegenheid van de mondelinge behandeling de mogelijkheid te hebben gehad, de gevorderde proceskosten niet heeft weersproken. De kantonrechter is van oordeel dat deze kosten dan ook kunnen worden toegewezen met dien verstande dat voor de zitting slechts twee uren worden toegekend en de uren voor het opstellen van de conclusie van antwoord worden afgewezen. Reden voor dit laatste is dat er al uren voor een ‘verweerschrift’ zijn opgenomen en de verzoekschriftprocedure geen conclusie van antwoord kent. Dit betekent dat verzoekster zal worden veroordeeld tot betaling van EUR 2.891,50 aan proceskosten.

2.9. Dienovereenkomstig wordt beslist als volgt.

3. De beslissing

3.1. Wijst het verzoek af.

3.2. Veroordeelt verzoekster in de kosten van de procedure aan de kant van verweerster gevallen en tot op heden begroot op EUR 2.891,50 als salaris voor de gemachtigde.

Aldus gegeven door mr. O.M. de Lange, kantonrechter, en ter openbare terechtzitting van

7 juli 2010 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.