Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2010:BM7151

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
08-06-2010
Datum publicatie
09-06-2010
Zaaknummer
100119 / KG ZA 10-52
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

zaak leent zich niet voor behandeling en beslissing in kort geding

nakoming vaststellingsovereenkomst

aanpassing van de vennootschappelijke structuur van de onderneming

financiering

passeren notariele akten

bevoegdheden

herstructurering

aandelen

zeggenschap

certificering aandelen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 100119 / KG ZA 10-52

Vonnis in kort geding van 8 juni 2010

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

J.K. HOLDING B.V.,

gevestigd te Venlo,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

W. [eiser sub 2] B.V.,

gevestigd te Yerseke,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

J. [eiser sub 3] HOLDING B.V.,

gevestigd te Yerseke,

eiseressen,

advocaat mr. J.P. Zanders,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AGERBOL B.V.,

gevestigd te Melderslo,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2] HOLDING B.V.,

gevestigd te Melderslo,

gedaagden,

advocaat mr. J.O. de Wilde.

Partijen zullen hierna gezamenlijk J.K. Holding c.s. en Agerbol c.s. genoemd worden en afzonderlijk J.K. Holding, [eiser sub 2] B.V., [eiser sub 3] Holding, Agerbol en [gedaagde sub 2] Holding.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van J.K. Holding c.s.

- de pleitnota van Agerbol c.s..

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Agerbol is de persoonlijke holding vennootschap van mevrouw [C] (hierna: [C]), echtgenote van de heer [S] (hierna: [S]). [gedaagde sub 2] Holding is de persoonlijke holding vennootschap van [S]. [S] en [C] vormen gezamenlijk Comé V.O.F.

2.2. Agerbol en [gedaagde sub 2] Holding houden momenteel beide 30% van de aandelen in het kapitaal van Comé Holding B.V. (hierna: Comé Holding). Comé Holding houdt op haar beurt 100% van de aandelen in het kapitaal van Comé B.V. (hierna: Comé). In Comé wordt een onderneming gedreven die zich bezig houdt met het verwerken van champignons tot half conserven (hierna ook: de onderneming). De onderneming werd voordien gedreven in Comé V.O.F.

2.3. J.K. Holding is enig aandeelhouder in het kapitaal van Scelta Mushrooms B.V. (hierna: Scelta). Scelta is/was afnemer van Comé V.O.F./Comé B.V.

2.4. In de loop van 2006 zijn [S] en [C] een samenwerking aangegaan met J.K. Holding (met als DGA de heer [K], hierna: [K]), welke samenwerking is gericht op het drijven van de onderneming. Per 2 februari 2007 hebben Agerbol, [gedaagde sub 2] Holding en J.K. Holding daartoe gezamenlijk de vennootschappen Comé en Comé Holding opgericht. Naast het totaal belang van [S] en [C] van 60% van de aandelen in het kapitaal van Comé Holding, is J.K. Holding eigenaar van 35,1% van de aandelen en wordt de resterende 4,9% gehouden door de[tK] (een verkoper van Scelta). Aldus is bereikt dat J.K. Holding en [tK] (financieel) zijn gaan participeren in de onderneming.

2.5. Comé was er evenwel aan het begin van 2009 nog niet in geslaagd winst te behalen. Het tot dan ontstane verlies werd gefinancierd voor een bedrag van EUR 1.204.608,- door J.K. Holding en door Comé V.O.F. voor een bedrag van EUR 377.627,-. Om te komen tot een winstgevende onderneming is vervolgens besloten om de heren [B] en [K] bij de onderneming te betrekken en om daarbij over te gaan tot een aanpassing van de vennootschappelijke structuur van de onderneming en de financiering daarvan.

Daartoe hebben onderstaande partijen op 23 januari 2009 een vaststellingsovereenkomst gesloten (hierna: de vaststellingsovereenkomst). De volgende partijen zijn partij bij deze vaststellingsovereenkomst:

- [C] in privé

- Agerbol (vertegenwoordigd door [C] in haar hoedanigheid van bestuurder)

- Comé V.O.F. (vertegenwoordigd door de vennoten [C] en [S])

- [S] in privé

- [gedaagde sub 2] Holding (vertegenwoordigd door [S] in zijn hoedanigheid van bestuurder)

- [K] in privé

- J.K. Holding (vertegenwoordigd door [K] in zijn hoedanigheid van bestuurder)

- Scelta (vertegenwoordigd door [K] als gevolmachtigde)

- [tK] (vertegenwoordigd door [K] als gevolmachtigde)

- de heer [B] (hierna: [B]) in privé

- [eiser sub 2] B.V. (vertegenwoordigd door [B] in zijn hoedanigheid van bestuurder)

- de heer [K] (hierna: [K]) in privé

- [eiser sub 3] Holding (vertegenwoordigd door [K] in zijn hoedanigheid van bestuurder).

2.6. De vaststellingsovereenkomst behelst onder meer wijzigingen in de zeggenschap- en eigendomsverhoudingen, waaronder certificering van de aandelen in het kapitaal van Comé Holding en de oprichting van een Stichting Administratiekantoor Comé Holding. Ook zijn afspraken gemaakt over de financiering van de onderneming.

2.7. Ter uitvoering van de afspraken zoals verwoord in de vaststellingsovereenkomst heeft notaris Tolsma te Horst een aantal conceptaktes, -notulen en -besluiten opgesteld, welke ondertekend dienen te worden respectievelijk ten overstaan van de notaris dienen te worden gepasseerd.

3. Het geschil

3.1. J.K. Holding c.s. vordert samengevat – een bevel om in overleg met de notaris of diens plaatsvervanger de volledige en noodzakelijke medewerking te verlenen aan het passeren van de aktes en het ondertekenen van de (daartoe) noodzakelijke besluiten ter nakoming van de vaststellingsovereenkomst van 23 januari 2009, op straffe van een dwangsom, te vermeerderen de proceskosten.

3.2. Agerbol c.s. voeren verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter moet de vordering worden afgewezen omdat deze zaak zich niet leent voor behandeling en beslissing in kort geding. De voorzieningenrechter heeft daartoe als volgt overwogen.

4.2. De vordering strekt tot het verkrijgen van medewerking van Agerbol c.s. aan de uitvoering van de vaststellingsovereenkomst door het ondertekenen van een aantal concept-stukken en het meewerken aan het passeren van enkele notariële aktes. De vordering roept – mede in het licht van het debat tussen partijen – een drietal vragen op, namelijk:

a. Wie is bevoegd tot het verrichten van de respectieve uitvoeringshandelingen? (Anders gezegd: is Agerbol c.s. bevoegd dan wel feitelijk in staat tot het verrichten van die handelingen?)

b. Welke partijen bij de vaststellingsovereenkomst zijn gehouden tot het verrichten van de respectieve uitvoeringshandelingen? (Anders gezegd: waartoe is Agerbol c.s. krachtens de vaststellingsovereenkomst gehouden?)

c. Is hetgeen is vervat in de respectieve concepten conform de overeenkomst?

4.3. Met betrekking tot de onder a. genoemde vraag geldt het volgende.

De voorzieningenrechter kan op basis van de door partijen overgelegde stukken niet in alle gevallen beoordelen wie bevoegd is de concept-stukken (overgelegd als de producties 1 tot en met 9 bij de dagvaarding) te ondertekenen. Partijen hebben daarover in beperkte mate stellingen betrokken en (bijvoorbeeld) de statuten van de betreffende vennootschappen zijn niet overgelegd. In dit kort geding is geen plaats om een onderzoek te doen naar dergelijke bevoegdheidsvragen. Dit betekent dat in een aantal gevallen onduidelijk is wie bevoegd is tot het verrichten van de uitvoeringshandelingen waarop de vordering ziet, waardoor niet kan worden vastgesteld of en hoe Agerbol c.s. deze zou kunnen (doen) uitvoeren.

Het genoemde probleem betreft de vraag waartoe Agerbol c.s. feitelijk en juridisch in staat zou zijn. Een andere vraag is of de gevraagde veroordeling van Agerbol c.s. tot het door J.K.Holding c.s. beoogde resultaat zou kunnen leiden.

Die laatste vraag komt op nu Agerbol c.s. heeft aangevoerd dat de conceptakten handtekeningen verlangen van partijen die niet zijn gedagvaard. J.K. Holding c.s. heeft tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat – indien daarvan al sprake zou zijn - dit geen reden is om de vordering jegens Agerbol c.s. af te wijzen.

De voorzieningenrechter heeft in ieder geval geconstateerd dat enkele conceptakten en -besluiten eveneens moeten worden ondertekend door Comé Holding. Deze vennootschap is echter niet gedagvaard en is ook geen partij bij de vaststellingsovereenkomst. Verder kan niet worden uitgesloten dat uitvoeringshandelingen (krachtens de vaststellingsovereenkomst) zouden moeten worden verricht door bijvoorbeeld [C] en/of [S] in privé of als vennoten van Comé V.O.F. Uit deze voorbeelden volgt al dat toewijzing van de vorderingen in deze procedure mogelijk of zelfs vermoedelijk niet het door J.K. Holding gewenste gevolg (passeren van alle benodige akten en het nemen van alle benodigde formele besluiten) zal hebben, omdat de medewerking van derden noodzakelijk is, die hier niet zijn gedagvaard en/of waarvan niet duidelijk is geworden of deze willen medewerken.

4.4. Met betrekking tot de onder b. genoemde vraag geldt het volgende. De vaststellingsovereenkomst is gesloten door een groot aantal partijen en strekt tot een groot aantal uitvoeringshandelingen. Uit de tekst van de overeenkomst blijkt niet althans niet zonder meer welke uitvoeringshandelingen door welke partij moeten worden verricht. Partijen hebben zich daarover in de stukken dan wel ter zitting slechts in beperkte mate uitgelaten. De voorzieningenrechter kan daardoor niet komen tot een (voorlopige) uitleg van de vaststellingsovereenkomst op dit punt. Dit heeft als gevolg dat niet althans lang niet in alle gevallen kan worden vastgesteld tot welke uitvoeringshandelingen Agerbol c.s. krachtens de vaststellingsovereenkomst gehouden is. (Nog daargelaten de hierboven aangeduide vraag of Agerbol c.s. daartoe dan überhaupt bevoegd of in staat zou zijn). Het kort geding leent zich niet voor voortzetting van het debat over dit onderwerp en evenmin voor nader onderzoek daarnaar door bijvoorbeeld het horen van getuigen.

4.5. Met betrekking tot de onder c. genoemde vraag geldt het volgende.

In dit kader heeft Agerbol c.s. gesteld dat de conceptaktes regelingen bevatten die niet zijn overeengekomen. De voorzieningenrechter overweegt in dat kader dat het debat tussen partijen tijdens de mondelinge behandeling zich niet tot in detail heeft toegespitst op de vraag of partijen bij de vaststellingsovereenkomst een herstructurering hebben beoogd in de precieze vorm zoals is neergelegd in de overgelegde conceptaktes en -besluiten. Echter, ter illustratie is verwezen naar de akte welke dient ter oprichting van de Stichting administratiekantoor Comé Holding (productie 9 bij dagvaarding). In artikel 4 lid 3 van die akte is bepaald dat een besluit tot benoeming, ontslag of schorsing van een bestuurder alleen kan worden genomen in een vergadering van certificaathouders waarin alle certificaathouders aanwezig of vertegenwoordigd zijn en waarin het besluit unaniem genomen wordt. Verder is bepaald dat indien niet alle certificaathouders aanwezig of vertegenwoordigd zijn, binnen een bepaalde termijn een nieuwe vergadering bijeen wordt geroepen, waarin – ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde certificaathouders – voornoemd besluit kan worden genomen met een meerderheid van ten minste drie vierden van de uitgebrachte stemmen. Deze bepaling komt naar het oordeel van de rechtbank niet overeen met de bepaling op pagina 3 van de vaststellingsovereenkomst van 23 januari 2009 waarin - zonder meer - staat vermeld dat een dergelijk besluit unaniem genomen dient te worden. Een uitzondering zoals in de door de notaris opgestelde akte is in de vaststellingsovereenkomst niet opgenomen. Het is niet duidelijk of partijen bij de vaststellingsovereenkomst een uitzonderingsmogelijk bewust achterwege hebben gelaten. Deze kort gedingprocedure leent zich niet om onderzoek te doen naar feiten en omstandigheden die voor het antwoord op die vraag van belang zijn. Andere concrete punten dan het genoemde voorbeeld zal de voorzieningenrechter verder onbesproken laten.

4.6. Gelet op de hiervoor genoemde problemen acht de voorzieningenrechter deze zaak niet geschikt voor behandeling en afdoening in kort geding. Afgezien daarvan kan bepaald niet worden uitgesloten dat toewijzing van de vordering niet zal leiden tot het door J.K. Holding c.s. gewenste resultaat - namelijk het passeren van alle aktes en het nemen van alle nodige formele besluiten) - omdat ook medewerking is vereist van partijen die niet in deze procedure zijn betrokken. Hieruit volgt dat de gevraagde voorziening moet worden geweigerd.

4.7. J.K. Holding B.V. c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Agerbol B.V. c.s. worden begroot op:

- vast recht EUR 263,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.079,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. weigert de voorziening,

5.2. veroordeelt J.K. Holding B.V. c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Agerbol B.V. c.s. tot op heden begroot op EUR 1.079,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kluin en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2010.?