Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2010:BM4218

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
12-05-2010
Datum publicatie
17-05-2010
Zaaknummer
100533 / KG ZA 10-67
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Voorzieningenrechter wijst vordering stadsverbod toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 100533 / KG ZA 10-67

Vonnis in kort geding van 12 mei 2010

in de zaak van

de stichting

MUTSAERSSTICHTING,

gevestigd te Venlo,

eiseres,

advocaat mr. G.V. van Campen,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. J.A.M. Schoenmakers.

Partijen zullen hierna De Mutsaersstichting en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 28 april 2010,

- de voortzetting van de mondelinge behandeling,

- de pleitnota van [gedaagde].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. De Mutsaersstichting heeft ter zitting bezwaar gemaakt tegen de door [gedaagde] op 7 mei 2010 ingediende productie 1, nu deze te laat is ingediend, waardoor De Mutsaersstichting niet meer in de gelegenheid is geweest om deze informatie te controleren en hierop te reageren. De raadsman van [gedaagde] heeft verklaard de producties vanwege vakantie pas op 7 mei 2010 te hebben kunnen indienen, en dat de eerste productie slechts een bevestiging is van hetgeen hij reeds eerder in het geding heeft medegedeeld inzake het politiesepot van de aangifte tegen [gedaagde].

2.2. De voorzieningenrechter is van oordeel dat De Mutsaersstichting voldoende tijd heeft gehad de productie van [gedaagde], gezien de relatief eenvoudige inhoud en geringe omvang hiervan, te bestuderen en hierop te reageren. De Mutsaersstichting heeft immers ter zitting verklaard dat zij naar aanleiding van de desbetreffende producties contact heeft gehad met de officier van justitie in Middelburg en zodoende op de hoogte is van de laatste stand van zaken voor wat betreft de aangifte tegen [gedaagde]. Ook is De Mutsaersstichting ter zitting voldoende in de gelegenheid geweest inhoudelijk te reageren op de productie. De voorzieningenrechter zal de productie dan ook opnemen in het procesdossier.

2.3. Ten aanzien van de vordering van De Mutsaersstichting overweegt de voorzieningenrechter dat een stadsverbod een inbreuk vormt op het aan een ieder toekomend recht om zich vrijelijk te verplaatsen. Voor het toewijzen van een zo ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo'n inbreuk kunnen rechtvaardigen.

2.4. De Mutsaersstichting heeft gesteld dat zij zich ernstig zorgen maakt over de veiligheid van de vrouw en de dochter van [gedaagde], maar vooral ook over de veiligheid van de zestien andere vrouwen met kinderen die in de dezelfde crisiswoning van De Mutsaersstichting in Venlo verblijven. Dit nu [gedaagde] al gedurende enige tijd actief op zoek is naar zijn vrouw en kind en hierdoor de locatie van de crisiswoning niet alleen zou kunnen achterhalen, maar ook bekend zou kunnen maken aan anderen. In dat geval kan De Mutsaersstichting niet meer instaan voor de veiligheid van de bewoners aldaar, en zal zij bovendien voor een vervangende crisiswoning zorg moeten dragen. Er is De Mutsaersstichting dan ook alles aan gelegen te voorkomen dat [gedaagde] de locatie van de crisiswoning achterhaalt, te meer nu er op korte termijn geen alternatieve crisiswoning beschikbaar is. Vanwege de dreiging van ontdekking gaat de dochter van [gedaagde] momenteel niet meer naar school, omdat hij haar vanaf daar zou kunnen volgen naar de crisiswoning.

2.5. [gedaagde] heeft gesteld dat De Mutsaersstichting geen belang heeft bij haar vordering, laat staan een spoedeisend belang. Er is immers geen sprake van een reële dreiging, nu [gedaagde] niet meer op zoek is naar de verblijfplaats van de vrouw en het kind. [gedaagde] heeft voorts ten verwere aangevoerd dat hij niets onrechtmatigs heeft gedaan. Hij heeft slechts gezocht naar zijn vrouw en kind, nu deze vier maanden lang zonder enige mededeling spoorloos waren. [gedaagde] heeft zodoende alles in het werk gesteld om hun verblijfplaats te achterhalen. Het is juist dat hij een aantal malen in Venlo is gesignaleerd, maar nadat hij van zijn vrouw te horen heeft gekregen dat zij de relatie wilde beëindigen (op 13 april 2010, toen hij op de school van het kind in Venlo was) is hij niet meer in Venlo geweest. Nu geen sprake is van onrechtmatig dan wel dreigend onrechtmatig handelen van [gedaagde] kan een stadsverbod niet worden toegewezen.

2.6. In tegenstelling tot [gedaagde], acht de voorzieningenrechter op grond van voormelde feiten voldoende spoedeisend belang aan de zijde van De Mutsaersstichting aanwezig voor het aanhangig maken van dit kort geding, te weten het geheim houden van de locatie van haar crisiswoning ten behoeve van de veiligheid van haar bewoners.

2.7. Uit productie 3 bij dagvaarding blijkt dat [gedaagde] in ieder geval op 13 en 14 april 2010 door de politie in Venlo is gesignaleerd. [gedaagde] heeft ook verklaard dat hij een aantal keren in Venlo is geweest om zijn vrouw en dochter te zoeken en dat hij hiervoor in eerste instantie een detectivebureau had ingeschakeld. De rechter is van oordeel dat daaruit voorshands in voldoende mate blijkt dat [gedaagde] op zoek was naar (de verblijfplaats van) zijn vrouw en kind, en dat ook recent nog is blijven doen. Het verweer van [gedaagde] treft in zoverre geen doel. [gedaagde] stelt weliswaar na het bezoek aan de school van zijn dochter op 13 april 2010 niet in meer in Venlo te zijn geweest, uit de gegevens van de politie blijkt echter dat hij de dag erna ook nog in Venlo is gesignaleerd. [gedaagde] stelt dat hij op die dag in het buitenland verbleef, maar heeft nagelaten deze stelling te onderbouwen, wat gezien de overgelegde melding van de politie op zijn weg had gelegen. De voorzieningenrechter overweegt voorts dat het feit dat [gedaagde] na half april niet meer in Venlo is geweest niet verwonderlijk is, nu hij ter zitting heeft verklaard deze periode grotendeels in het buitenland te hebben doorgebracht. De voorzieningrechter volgt [gedaagde] dan ook niet in zijn stelling dat uit het feit dat hij na half april 2010 niet meer in Venlo is geweest reeds blijkt dat hij is opgehouden te zoeken naar (de verblijfplaats van) zijn vrouw en dochter. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het belang van De Mutsaersstichting om de locatie van haar crisiswoning geheim te houden op dit moment zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde] om zich vrijelijk te kunnen verplaatsen. Daarbij is met name van belang dat niet is gebleken dat [gedaagde] er belang bij heeft zich in Venlo te begeven dan wel te verblijven. [gedaagde] woont immers naar eigen zeggen in [woonplaats], en heeft ook verder niet aangevoerd zich voor zijn werk of anderszins in Venlo te moeten begeven. Het ter zitting ingenomen standpunt van [gedaagde] dat hij kennissen heeft in Venlo en hier derhalve wel eens op bezoek gaat is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet voldoende aannemelijk gemaakt, zodat deze stelling zal worden gepasseerd. De voorzieningenrechter overweegt tot slot nog dat op 25 mei 2010 door deze rechtbank behandeling van een door [gedaagde] verzochte voorlopige voorziening plaats zal vinden, waarin zal worden gekeken naar de mogelijkheden voor een omgangsregeling tussen [gedaagde] en zijn dochter. Het nu opgelegde stadsverbod staat aan een eventuele omgangsregeling niet in de weg, zodat [gedaagde] ook op die manier niet disproportioneel in zijn belangen wordt geschaad.

Er zijn dan ook termen aanwezig om over te gaan tot het bij wijze van voorlopige voorziening treffen van maatregelen, zij het dat die mede gelet op het verweer van [gedaagde] daartegen en de eisen van proportionaliteit minder verstrekkend zullen zijn dan door De Mutsaersstichting is gevorderd.

2.8. Op de eerste plaats zal het stadsverbod in duur beperkt worden, en wel tot een periode van zes maanden. Ook zullen de gevorderde dwangsommen worden gemaximeerd tot een bedrag van € 25.000,00. Dit bedrag staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter in een redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde prikkelende werking van de dwangsomoplegging. De vordering betreffende lijfsdwang acht de rechter disproportioneel, nu aan [gedaagde] nog niet eerder een gebiedsverbod is opgelegd; voorshands gaat de rechter er vanuit dat de dwangsomoplegging, als gezegd, voldoende prikkelend zal werken.

Het vorenoverwogene leidt tot de beslissing zoals hieronder weergegeven.

2.9. [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van De Mutsaersstichting worden begroot op:

- dagvaarding EUR 87,93

- vast recht 263,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.166,93

3. De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1. verbiedt [gedaagde] gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis zich te begeven in de gemeente Venlo,

3.2. bepaalt dat [gedaagde] voor iedere keer dat hij in strijd handelt met het onder 3.1 bepaalde, aan De Mutsaersstichting een dwangsom verbeurt van EUR 1.000,00, tot een maximum van EUR 25.000,00,

3.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van De Mutsaersstichting tot op heden begroot op EUR 1.166,93,

3.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.T.J.F. Verhappen en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2010.?