Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2010:BM1001

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
14-04-2010
Datum publicatie
14-04-2010
Zaaknummer
04/850593-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak van groot aantal kinderpornografische afbeeldingen nu het dossier onvoldoende duidelijkheid biedt op basis waarvan de niet nader omschreven afbeeldingen worden aangemerkt als kinderporno.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2010, 172
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector strafrecht

Parketnummer : 04/850593-09

Datum uitspraak : 14 april 2010

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte],

[geboortedatum],

[adres],

thans gedetineerd in [detentieadres].

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 31 maart 2010.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat na wijziging van de tenlastelegging terecht ter zake dat:

1.

hij op of omstreeks 15 augustus 2009 in de gemeente Roermond met [slachtoffer],

geboren op [geboortedatum], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het ontuchtig betasten van en/of knijpen in de vagina en/of knijpen in de billen van die [slachtoffer];

(artikel 247 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij (meermalen) in of omstreeks de periode van 14 oktober 2009 tot en met 23 oktober 2009 te Echt, in elk geval in de gemeente Echt-Susteren,

één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, bevattende één of meer

afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeelding(en)

(telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, te weten (een) cd-rom(‘s)/dvd(‘s) en/of (een) harde schij(f)(ven) van (een) computer(s) met 19533, in elk geval een aantal afbeelding(en) (foto[‘s]) en/of 2, in elk geval een aantal film(s), waarvan de hieronder genoemde foto(‘s) zijn uitgewerkt:

a.

Name: [bestandsnaam].jpg

Op de afbeelding (foto) is een deels gekleed meisje zichtbaar die de kennelijke leeftijd heeft tussen de 7 en 13 jaren oud. Zij ligt en poseert voor de camera. De lippen van het meisje zijn voorzien van lipstick en de nagels van haar handen zijn opvallend felgekleurd gelakt. Haar bovenlichaam is slechts bedekt door een openstaand giletje waardoor haar tepels zichtbaar zijn. Haar onderlichaam is bedekt met een witte slip met daaroverheen zwarte netkousen en jarretels, niet behorend bij de leeftijd van het kind,

b.

Name: [bestandsnaam].jpg

Op de afbeelding (foto) is een meisje zichtbaar die de kennelijke leeftijd heeft tussen de 7 en 13 jaar oud. Zij staat deels voorover gebukt en poseert voor de camera. Ze is gekleed in voor haar leeftijd ongebruikelijke kleding zoals witte netkousen en zilverkleurige schoenen met hoge hakken. Het meisje houdt haar rokje aan de bilzijde omhoog waardoor de witte slip en haar billen goed in beeld gebracht worden,

c.

Name: [bestandsnaam].jpg

Op de afbeelding (foto) is een meisje zichtbaar die de kennelijke leeftijd heeft tussen de 7 en 13 jaar oud. Zij zit wijdbeens met haar knieën opgetrokken en poseert voor de camera. Zij is gekleed in voor haar leeftijd ongebruikelijke kleding zoals witte panties en zilverkleurige schoenen met hoge hakken. Het door haar gedragen jurkje is dusdanig omhoog gedaan dat haar vagina goed in beeld gebracht wordt. Haar vagina is bedekt door een deels doorzichtige slip, ook zijn de lingerie niet passend bij de leeftijd van het meisje,

d.

Name: [bestandsnaam].jpg

Op de afbeelding (foto) zijn 2 naakte meisjes zichtbaar die kennelijk de leeftijd hebben tussen de 12 en 16 jaar. Een meisje ligt ruggelings op bed met gespreide benen en met haar beiden handen onder haar hoofd. Het andere meisje zit geknield tussen de benen van het liggende meisje en drukt met haar mond tegen haar vagina die zij kennelijk likt.

e.

Name: [bestandsnaam].jpg

Op de afbeelding (foto) is een naakt meisje zichtbaar dat ruggelings en wijdbeens ligt. Het meisje ligt kennelijk op een verhoging. Dit meisje heeft de kennelijke leeftijd tussen de 7 en 13 jaar. Het gezicht van het meisje is niet in beeld. Haar billen wordt vastgehouden door twee handen van een persoon die alleen met haar handen en armen in beeld is. Gezien de sieraden zijn dit kennelijk de handen van een vrouw. Voor het meisje staat een naakte man die met zijn rechterhand zijn deels in erectie zijnde penis vasthoudt en die tegen de anus van het meisje aanduwt, Van de man zijn alleen de benen, penis en onderbuik zichtbaar,

f.

Name: [bestandsnaam].jpg

Op de afbeelding (foto) zijn een jongen en een meisje zichtbaar die beiden geheel naakt ruggelings naast elkaar op bed liggen en poseren. Het onderlichaam van de jongen ligt gedraaid naar het meisje. Het linkerbeen van de jongen is opgeheven en gebogen terwijl het linkerbeen van het meisje over het linkerbovenbeen van de jongen hangt. Beide kinderen hebben de kennelijke leeftijd tussen de 7 en de 13 jaar. De penis van de jongen is deels in erectie en wordt door de jongen tegen de vagina van het meisje aangeduwd,

g.

Name: [bestandsnaam].jpg

Op de afbeelding (foto) zijn een poserende jongen en een meisje zichtbaar die beiden geheel naast elkaar staan waarbij het meisje de jongen met beide armen om de schouders omarmt. De jongen houdt het meisje vast op haar rug en bovenbeen. Beide kinderen hebben de kennelijke leeftijd tussen de 10 en 14 jaar. De penis van de jongen is deels in erectie,

h.

Name: [bestandsnaam].jpg

Op de afbeelding (foto) is een deels ontkleed meisje zichtbaar waarvan het onderlichaam ontbloot is en haar vagina zichtbaar is. Het meisje heeft de kennelijke leeftijd tussen de 10 en 14 jaar oud. Het meisje steunt kennelijk op haar armen en ligt met haar bovenlichaam een beetje omhoog. Haar benen zijn wijd gespreid. Het linkerbeen van het meisje wordt in de knieholte omhoog gehouden door een persoon die met zijn penis in de vagina is binnengedrongen,

i.

Name: [bestandsnaam].jpg

Op de afbeelding (foto) is een meisje zichtbaar waarvan het onderlichaam ontkleedt is. Het meisje heeft de kennelijke leeftijd tussen de 10 en 14 jaar oud.

Het meisje ligt met gespreide benen en duwt met haar (linker)hand, mogelijk een glazen flesje, tegen haar vagina. Kennelijk is de situatie van zeer dichtbij gefotografeerd, het meisje kijkt in de richting van de camera,

j.

Name: [bestandsnaam].jpg

Op de afbeelding(foto) is een meisje zichtbaar die op handen en voeten steunt. Haar onderlichaam is naakt en haar benen zijn gespreid. Het meisje heeft de kennelijke leeftijd tussen de 10 en 14 jaar oud. Op de afbeelding is zichtbaar dat een kunstpenis in de vagina van het meisje wordt geduwd/gehouden. Van de persoon die deze kunstpenis vasthoudt zijn alleen de handen zichtbaar. Het gezicht van het meisje kijkt in de richting van de camera,

(telkens) in bezit heeft gehad,

zulks terwijl hij, verdachte, van het plegen van bovenomschreven misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.

(artikel 240b Wetboek van Strafrecht).

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Ten aanzien van feit 2 is de rechtbank van oordeel dat de dagvaarding partieel nietig dient te worden verklaard, te weten met betrekking tot het tenlastegelegde onderdeel “en/of 2, in elk geval een aantal film(s)”. Deze films zijn immers in de tenlastelegging niet nader omschreven, waardoor de tenlastelegging op dit punt niet voldoende feitelijk is en derhalve niet voldoet aan de vereisten van artikel 261 Wetboek van Strafvordering (Sv).

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding voor het overige aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7. Bewijsoverwegingen

7.1. Standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 31 maart 2010 gevorderd dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt bewezen verklaard, mede gelet op de bekennende verklaring van verdachte. Op de computer van verdachte zijn veel kinderpornografische afbeeldingen aangetroffen.

De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Met betrekking tot feit 2 heeft de raadsman zich ten aanzien van het bezit van de kinderpornografische afbeeldingen gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Naar de mening van de raadsman kan gelet op de korte tenlastegelegde periode (ruim een week), niet bewezen worden verklaard dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het bezit van kinderporno. Bovendien kan slechts het bezit van de 10 in de tenlastelegging omschreven afbeeldingen bewezen worden verklaard, nu niet duidelijk is wat het karakter van alle niet nader omschreven afbeeldingen is.

7.2. Partiële vrijspraakoverwegingen van de rechtbank met betrekking tot feit 2

Ten aanzien van feit 2 is de rechtbank van oordeel dat de ten laste gelegde periode van

14 oktober 2009 tot en met 23 oktober 2009 niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Verdachte is op 14 oktober 2009 in verzekering gesteld en heeft daarna in voorlopige hechtenis verbleven, zodat hij in de periode van 14 oktober 2009 tot en met 23 oktober 2009 niet de beschikkingsmacht had over de bij hem thuis op de computer aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen. De rechtbank zal gelet op het vorenoverwogene niet wettig en overtuigend bewezen verklaren dat verdachte de afbeeldingen in zijn bezit had van 14 oktober 2009 tot en met 23 oktober 2009, maar omstreeks 14 oktober 2009.

Aangezien de rechtbank enkel bewezen acht dat verdachte de kinderpornografische afbeeldingen omstreeks 14 oktober 2009 in zijn bezit had, is naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt (lid 2 van artikel 240b Sr). Verdachte zal van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

Voorts overweegt de rechtbank betreffende het aantal bewezenverklaarde afbeeldingen als volgt.

Blijkens het proces-verbaal bevindingen d.d. 19 november 2009 van de verbalisant

[verbalisant 1] zijn de bij verdachte aangetroffen afbeeldingen in het Ziuz-systeem digitaal ingeladen. Het beeldmateriaal is met behulp van het in Ziuz aanwezige programma VizXimage geanalyseerd. De verbalisant [verbalisant 1] heeft het ingeladen materiaal geanalyseerd. In totaal werden in VizXimage 15.479 afbeeldingen ingeladen, waarvan door [verbalisant 1] in een eerste beoordeling één van deze afbeeldingen als kinderpornografisch is aangemerkt, en drie als twijfelachtig zijn beoordeeld. [verbalisant 1] heeft aangegeven dat een tweede beoordeling nog diende plaats te vinden door de brigadier van de politie [naam].

In het proces-verbaal bevindingen betreffende de beoordeling van inbeslaggenomen afbeeldingen d.d. 9 maart 2010 heeft de verbalisant [verbalisant 1] voorts gerelateerd dat een tweede beoordeling door de brigadier [naam] niet heeft plaatsgevonden. In totaal werden bij de verdachte 116.444 afbeeldingen aangetroffen, waarvan 19.533 afbeeldingen kinderpornografisch materiaal bevatten. [verbalisant 1] heeft in het proces-verbaal omschreven welke criteria zijn gehanteerd bij het aantreffen en beoordelen van de afbeeldingen.

Desgevraagd door de voorzitter ter terechtzitting heeft de officier van justitie aangegeven dat Ziuz een landelijk software programma van de politie betreft, waarmee een eerste scan van de aangetroffen afbeeldingen plaatsvindt. Bepaalde afbeeldingen worden door het programma geselecteerd en later door een verbalisant gecontroleerd en omschreven. In het proces-verbaal zijn de criteria omschreven die worden gehanteerd bij de beoordeling of de afbeeldingen als kinderpornografisch zijn aan te merken. Voorts heeft de officier van justitie desgevraagd door de voorzitter verklaard niet te weten of de in de tenlastelegging omschreven afbeeldingen representatief zijn voor de overige aangetroffen afbeeldingen.

De rechtbank overweegt dat noch uit het dossier, noch uit de door de officier van justitie ter terechtzitting gegeven toelichting, duidelijk is geworden hoe het programma Ziuz uit de vele ingeladen afbeeldingen een selectie weet te maken van afbeeldingen die als kinderpornografisch zouden zijn aan te merken. Bovendien heeft blijkens het proces-verbaal bevindingen betreffende de beoordeling van inbeslaggenomen afbeeldingen van [verbalisant 1] toch geen tweede beoordeling plaatsgevonden. Waar [verbalisant 1] in zijn proces-verbaal d.d. 19 november 2009 nog relateert dat één van de afbeeldingen als kinderpornografisch is aan te merken en drie als twijfelachtig, heeft hij in zijn proces-verbaal d.d. 9 maart 2010 19.533 afbeeldingen als kinderpornografisch aangemerkt. De rechtbank is niet gebleken hoe dit grote verschil is ontstaan en waarop het is gebaseerd. Evenmin heeft de officier van justitie kunnen aangeven of de in de tenlastelegging tien omschreven afbeeldingen representatief zijn voor de in totaal 19.533 vermelde afbeeldingen. Nu daarenboven de officier van justitie enkel een cd-rom met daarop de nader omschreven afbeeldingen ter inzage ter beschikking heeft gesteld en de rechtbank dus niet beschikt over de overige van de in de tenlastelegging bedoelde 19.533 afbeeldingen, kan zij een en ander ook niet zelfstandig toetsen.

Gelet op de vorenstaande omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat het tenlastegelegde aantal van 19.533 afbeeldingen daadwerkelijk kinderpornografisch zijn. De rechtbank zal derhalve enkel het bezit van de in de tenlastelegging omschreven afbeeldingen wettig en overtuigend bewezen verklaren.

In dit verband merkt de rechtbank op dat zij voor de terechtzitting ter beoordeling alle in de tenlastelegging omschreven afbeeldingen heeft gezien. Aangezien de afbeelding vermeld onder b ([bestandsnaam].jpg) enkel een pikante pose betreft van een geheel gekleed meisje, van wie de rechtbank het niet zonder meer aannemelijk acht dat zij, zoals in de tenlastelegging aangegeven, jonger dan 13 jaar is, is deze afbeelding naar het oordeel van de rechtbank niet aan te merken als kinderpornografisch. Verdachte dient van dit onderdeel van de tenlastelegging te worden vrijgesproken.

7.3. (Samenvatting van) de bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De hieronder vermelde bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben. Het genoemde geschrift is slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

Ten aanzien van feit 1 :

- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie (“Ik heb een meisje tussen de benen en achter op de kont aangeraakt. Het is zes of zeven weken geleden gebeurd in een winkel in Roermond. Dit meisje was een jaar of 12.” “Ik raakte de vagina van het meisje aan.” ),

en ter terechtzitting (“Ik blijf bij mijn bekennende verklaring”);

- de aangifte van [naam aangever] namens het slachtoffer [slachtoffer] ;

- de geboorteakte van [slachtoffer] ;

- het proces-verbaal bevindingen betreffende het verhoor van het slachtoffer [slachtoffer] ;

- het proces-verbaal bevindingen betreffende het verhoor van de getuige [getuige 1] ;

- de getuigenverklaring van [getuige 2] (moeder van [getuige 1]), mede inhoudende de herkenning van verdachte door [getuige 1] ;

- het proces-verbaal bevindingen betreffende het vaststellen van de identiteit van verdachte door de verbalisanten.

Ten aanzien van feit 2 :

- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie (“Ik heb naaktfoto’s van minderjarige meisjes erop staan van 13, 14 tot 15 jaar.” “Ik heb veel plaatjes op de computer staan. Als ik die plaatjes zag dan sloeg ik die op in mijn computer. Ik zet die dan in de C schijf in diverse mappen. Als C te vol werd dan zette ik ze op de D schijf.” ),

en ter terechtzitting (“Ik blijf bij mijn bekennende verklaring. Het is sinds een jaar uit de hand gelopen”);

- het proces-verbaal betreffende onderzoek aan de gegevensdrager (computer met twee harde schijven)

- het proces-verbaal bevindingen betreffende onderzoek naar aangetroffen afbeeldingen ;

- het proces-verbaal van bevindingen betreffende de beoordeling van inbeslaggenomen afbeeldingen .

Ten aanzien van feit 2 overweegt de rechtbank dat uit het dossier niet is gebleken op welke gegevensdrager(s) de in de tenlastelegging omschreven kinderpornografische afbeeldingen waren opgeslagen. Verdachte heeft enkel verklaard dat hij de afbeeldingen op de C of D schijf van zijn computer heeft opgeslagen. Blijkens het proces-verbaal betreffende onderzoek aan gegevensdrager had de computer van verdachte twee harde schijven.

Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank wettig en overtuigend bewezen verklaren dat verdachte ‘één of meermalen’ een gegevensdrager bevattende kinderporno in zijn bezit heeft gehad.

Voorts merkt de rechtbank het navolgende op ten aanzien van de onder j vermelde afbeelding ([Bestandsnaam].jpg), betreffende het onderdeel ‘een kunstpenis in de vagina’.

In het oorspronkelijke proces-verbaal betreffende de beschrijving van de afbeelding stond nog vermeld dat een kunstpenis tegen de anus van het meisje wordt gehouden. Tijdens het bekijken van de afbeeldingen heeft de rechtbank ook waargenomen dat op de afbeelding is te zien dat een kunstpenis tegen de anus van het meisje wordt geduwd/gehouden en niet -zoals uiteindelijk is ten laste gelegd- in de vagina. Nu de verdediging op dit punt geen verweer heeft gevoerd, zal de rechtbank dit onderdeel van de tenlastelegging opvatten als een verschrijving en bewezen verklaren dat de op de afbeelding zichtbaar is dat een kunstpenis tegen de anus van het meisje wordt geduwd/gehouden.

7.4. Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 15 augustus 2009 in de gemeente Roermond met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het ontuchtig betasten van of knijpen in de vagina en knijpen in de billen van die [slachtoffer];

2.

hij omstreeks 14 oktober 2009 te Echt, één of meermalen een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen

telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, te weten harde schijven van een computer, met de volgende afbeeldingen:

a.

Name: [bestandsnaam].jpg

Op de afbeelding (foto) is een deels gekleed meisje zichtbaar die de kennelijke leeftijd heeft tussen de 7 en 13 jaren oud. Zij ligt en poseert voor de camera. De lippen van het meisje zijn voorzien van lipstick en de nagels van haar handen zijn opvallend felgekleurd gelakt. Haar bovenlichaam is slechts bedekt door een openstaand giletje waardoor haar tepels zichtbaar zijn. Haar onderlichaam is bedekt met een witte slip met daaroverheen zwarte netkousen en jarretels, niet behorend bij de leeftijd van het kind,

c.

Name: [bestandsnaam].jpg

Op de afbeelding (foto) is een meisje zichtbaar die de kennelijke leeftijd heeft tussen de 7 en 13 jaar oud. Zij zit wijdbeens met haar knieën opgetrokken en poseert voor de camera. Zij is gekleed in voor haar leeftijd ongebruikelijke kleding zoals witte panties en zilverkleurige schoenen met hoge hakken. Het door haar gedragen jurkje is dusdanig omhoog gedaan dat haar vagina goed in beeld gebracht wordt. Haar vagina is bedekt door een deels doorzichtige slip, ook zijn de lingerie niet passend bij de leeftijd van het meisje,

d.

Name: [bestandsnaam].jpg

Op de afbeelding (foto) zijn 2 naakte meisjes zichtbaar die kennelijk de leeftijd hebben tussen de 12 en 16 jaar. Een meisje ligt ruggelings op bed met gespreide benen en met haar beiden handen onder haar hoofd. Het andere meisje zit geknield tussen de benen van het liggende meisje en drukt met haar mond tegen haar vagina die zij kennelijk likt.

e.

Name: [bestandsnaam].jpg

Op de afbeelding (foto) is een naakt meisje zichtbaar dat ruggelings en wijdbeens ligt. Het meisje ligt kennelijk op een verhoging. Dit meisje heeft de kennelijke leeftijd tussen de 7 en 13 jaar. Het gezicht van het meisje is niet in beeld. Haar billen wordt vastgehouden door twee handen van een persoon die alleen met haar handen en armen in beeld is. Gezien de sieraden zijn dit kennelijk de handen van een vrouw. Voor het meisje staat een naakte man die met zijn rechterhand zijn deels in erectie zijnde penis vasthoudt en die tegen de anus van het meisje aanduwt, Van de man zijn alleen de benen, penis en onderbuik zichtbaar,

f.

Name: [bestandsnaam].jpg

Op de afbeelding (foto) zijn een jongen en een meisje zichtbaar die beiden geheel naakt ruggelings naast elkaar op bed liggen en poseren. Het onderlichaam van de jongen ligt gedraaid naar het meisje. Het linkerbeen van de jongen is opgeheven en gebogen terwijl het linkerbeen van het meisje over het linkerbovenbeen van de jongen hangt. Beide kinderen hebben de kennelijke leeftijd tussen de 7 en de 13 jaar. De penis van de jongen is deels in erectie en wordt door de jongen tegen de vagina van het meisje aangeduwd,

g.

Name: [bestandsnaam].jpg

Op de afbeelding (foto) zijn een poserende jongen en een meisje zichtbaar die beiden geheel naast elkaar staan waarbij het meisje de jongen met beide armen om de schouders omarmt. De jongen houdt het meisje vast op haar rug en bovenbeen. Beide kinderen hebben de kennelijke leeftijd tussen de 10 en 14 jaar. De penis van de jongen is deels in erectie,

h.

Name: [bestandsnaam].jpg

Op de afbeelding (foto) is een deels ontkleed meisje zichtbaar waarvan het onderlichaam ontbloot is en haar vagina zichtbaar is. Het meisje heeft de kennelijke leeftijd tussen de 10 en 14 jaar oud. Het meisje steunt kennelijk op haar armen en ligt met haar bovenlichaam een beetje omhoog. Haar benen zijn wijd gespreid. Het linkerbeen van het meisje wordt in de knieholte omhoog gehouden door een persoon die met zijn penis in de vagina is binnengedrongen,

i.

Name: [bestandsnaam].jpg

Op de afbeelding (foto) is een meisje zichtbaar waarvan het onderlichaam ontkleedt is. Het meisje heeft de kennelijke leeftijd tussen de 10 en 14 jaar oud.

Het meisje ligt met gespreide benen en duwt met haar (linker)hand, mogelijk een glazen flesje, tegen haar vagina. Kennelijk is de situatie van zeer dichtbij gefotografeerd, het meisje kijkt in de richting van de camera,

j.

Name: [bestandsnaam].jpg

Op de afbeelding(foto) is een meisje zichtbaar die op handen en voeten steunt. Haar onderlichaam is naakt en haar benen zijn gespreid. Het meisje heeft de kennelijke leeftijd tussen de 10 en 14 jaar oud. Op de afbeelding is zichtbaar dat een kunstpenis tegen de anus van het meisje wordt geduwd/gehouden. Van de persoon die deze kunstpenis vasthoudt zijn alleen de handen zichtbaar. Het gezicht van het meisje kijkt in de richting van de camera,

in bezit heeft gehad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

8.1. Kwalificatie

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare misdrijven:

T.a.v. feit 1:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen.

Het misdrijf sub 1 is strafbaar gesteld bij artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 2:

een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben.

Het misdrijf sub 2 is strafbaar gesteld bij artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht.

9. De strafbaarheid van verdachte

Door de psycholoog dr. M.S.M. Roomans is omtrent de geestvermogens van verdachte op

5 januari 2010 een rapportage Pro Justitia uitgebracht. De deskundige komt niet tot de conclusie dat er bij verdachte sprake is van een omstandigheid die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluit.

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu ook overigens niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10. De straffen en/of maatregelen

10.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de feiten 1 en 2 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van 14 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde (ook als dat inhoudt een ambulante behandeling bij F.P.P. de Horst dan wel een andere instelling).

De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat het onder 1 tenlastegelegde feit heeft plaatsgevonden bij een jong kind en bovendien in het openbaar. Dit feit heeft veel impact gehad op het slachtoffer.

Het advies van de psycholoog en de reclassering om verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen met ambulante behandeling als bijzondere voorwaarde, acht de officier van justitie juist. Verdachte moet op eigen benen leren staan, maar heeft daar hulp bij nodig.

Gelet op de aanwijzing van het openbaar ministerie inzake kinderporno (gebaseerd op de vorm van het misbruik en de leeftijd van de misbruikte kinderen) zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één jaar passend kunnen zijn. De officier van justitie heeft aangegeven deze straf niet te vorderen, aangezien hij het belangrijker vindt dat verdachte wordt behandeld.

10.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen waarvan de duur gelijk is aan de voorlopige hechtenis, gelet op het feit dat verdachte first offender is en dat door de deskundige is vastgesteld dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden aangemerkt. Verdachte zal dan bovendien zijn baan niet verliezen. Tevens acht de raadsman een voorwaardelijke straf met reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde (ook als dat inhoudt een ambulante behandeling bij F.P.P. de Horst) passend, aangezien hij met de officier van justitie van mening is dat verdachte behandeling nodig heeft om herhaling te voorkomen.

10.3. De overwegingen van de rechtbank

Verdachte heeft het slachtoffer van feit 1, een tienjarig meisje dat samen met een vriendinnetje op zaterdagmiddag in de stad naar de bibliotheek was gegaan en aansluitend ging winkelen, in een speelgoedwinkel zowel ontuchtig betast aan vagina en billen en daarna in een andere winkel nogmaals ontuchtig aan de billen betast.

Verdachte heeft door zo te handelen inbreuk heeft gemaakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit van dit jonge meisje. Ook is dit handelen van verdachte voor het slachtoffer zeer beangstigend geweest, waardoor het slachtoffer zelfs maanden na het gebeuren niet meer alleen naar de winkel in de buurt van de ouderlijke woning durfde.

Blijkens de verklaring van de moeder van [slachtoffer] (gevoegd bij het voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces) heeft [slachtoffer] veel last gehad van het feit. Ze wilde niets doen zonder haar ouders, heeft vele nachten slecht geslapen en had nachtmerries.

Met betrekking tot het bezit van kinderpornografische afbeeldingen (feit 2) overweegt de rechtbank dat bij de vervaardiging van kinderpornografie kinderen worden misbruikt en geëxploiteerd enkel ten behoeve van geldelijk gewin en seksueel genot van volwassenen.

De rechtbank houdt er rekening mee dat de bewezenverklaarde hoeveelheid kinderpornografie zeer gering is.

De rechtbank heeft in het kader van de persoonlijke omstandigheden van verdachte kennis genomen van het hiervoor onder 9 vermelde rapport van de deskundige. Blijkens de rapportage is verdachte lijdende aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens in de zin van een autisme spectrum stoornis. Gelet op deze stoornis is hij zich niet bewust van zijn seksuele behoeftes en weet hi j hieraan geen uiting te geven. Tegelijkertijd ontstond er een meer dan gemiddelde druk door het vooruitzicht op zichzelf te moeten gaan wonen. Verdachte, een bijna 50-jarige man, die nog steeds bij zijn bejaarde ouders woonde, werd door zijn moeder gestimuleerd op zichzelf te gaan wonen, omdat zijn ouders nu nog in staat waren hem bij de overgang naar zelfstandigheid te helpen en te ondersteunen.

Deze factoren hebben geleid tot een impulsdoorbraak, mogelijk gefaciliteerd door een vermoede hersenbeschadiging in de kleine hersenen. De deskundige heeft geconcludeerd dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar is te beschouwen.

De rechtbank neemt het advies van de deskundige over om verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten en om hem een deels voorwaardelijke straf op te leggen met reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde.

De rechtbank houdt tevens rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die zijn vermeld in het reclasseringsrapport d.d. 4 januari 2010, en zoals die overigens zijn gebleken tijdens het onderzoek ter terechtzitting.

Blijkens het uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister is verdachte niet eerder veroordeeld. Bovendien heeft verdachte ter terechtzitting inzicht getoond in de onjuistheid van zijn handelwijze. Verdachte lijdt eronder dat hij het slachtoffer leed heeft aangedaan. Hij had zich ten tijde van het plegen niet gerealiseerd dat de gevolgen van zijn handelen voor een slachtoffer zo ingrijpend zouden zijn. Hiermee is bij de strafoplegging rekening gehouden.

De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd, mede aangezien de rechtbank het bezit van beduidend minder kinderpornografische afbeeldingen (feit 2) bewezen acht.

10.4. Verbeurdverklaring

De officier van justitie heeft gevorderd dat de computers, zijnde de kasten zonder de harde schijven (vermeld op de beslaglijst onder nummers 8 en 10) zullen worden verbeurdverklaard, aangezien met behulp van deze computers het onder 2 ten laste gelegde feit is gepleegd.

De raadsman heeft aangegeven dat nu verdachte de computers voor meerdere doeleinden gebruikte en niet enkel voor het zoeken naar kinderpornografische afbeeldingen, deze computers aan verdachte dienen te worden teruggegeven.

De rechtbank zal enkel de computer waarin de twee harddisks zich bevonden waarop de kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen, verbeurdverklaren.

Genoemde computer is vatbaar voor verbeurdverklaring aangezien met behulp van die computer het feit onder 2 is begaan.

10.5. Onttrekking aan het verkeer

De officier van justitie heeft gevorderd dat alle inbeslaggenomen harddisks en usb-sticks, (vermeld op de beslaglijst onder nummers 4 t/m 7, 9, 11 t/m 24) zullen worden onttrokken aan het verkeer.

De raadsman heeft aangevoerd dat enkel de harddisks waarop de kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen, dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

De rechtbank zal enkel aan het verkeer onttrekken de twee harddisks waarop de kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen. Deze harddisks zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer aangezien deze, aan verdachte toebehorende, voorwerpen

van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang, terwijl die voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane misdrijf zijn aangetroffen en kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven.

10.6. Teruggave aan verdachte

De rechtbank is van oordeel dat buiten de onder 10.4 en 10.5 vermelde voorwerpen, alle in beslag genomen goederen aan verdachte dienen te worden teruggegeven, nu met betrekking tot deze voorwerpen niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 Sv.

10.7. De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

[benadeelde partij], [adres], heeft in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van het slachtoffer [slachtoffer] een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van het hiervoor onder 1 ten laste gelegde feit geleden materiële schade en immateriële schade.

[benadeelde partij] voornoemd heeft de materiële schade, op een bedrag van € 29,68 en de immateriële schade op een bedrag van € 500,00 gesteld, en wil die schades vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 1 ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Met betrekking tot de toewijsbaarheid van de hoogte van het schadebedrag overweegt de rechtbank dat het gevorderde bedrag, dat door de verdediging niet is weersproken, haar alleszins redelijk voorkomt. De vordering ad € 529,68 is naar het oordeel van de rechtbank dan ook voor toewijzing vatbaar. Het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 15 augustus 2009 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van € 529,68, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf

15 augustus 2009 tot de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 10 dagen, te betalen ten behoeve van

[benadeelde partij] voornoemd, zoals hierna in het dictum genoemd.

11. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24, 24c, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 57, 240b, 247.

12. Beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 259 dagen;

beveelt dat van deze gevangenisstraf 90 dagen niet zullen worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende die proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die hem zullen worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland, arrondissement Roermond, -ook als dat inhoudt een ambulante behandeling bij F.P.P. de Horst dan wel enige andere door de reclassering aan te wijzen instelling gedurende maximaal de periode van de proeftijd, waarbij verdachte zich heeft te houden aan de aanwijzingen van de behandelaars-, zolang deze instelling dit noodzakelijk

acht, met opdracht aan de Reclassering aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

wijst toe de vordering benadeelde partij van € 529,68;

veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [benadeelde partij], [adres], te betalen een bedrag van € 529,68, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 15 augustus 2009 tot de dag der algehele voldoening;

legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van

€ 529,68 subsidiair 10 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd

[benadeelde partij], wonende te [adres], met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

veroordeelt verdachte tevens tot betaling aan de Staat van de wettelijke rente over voormeld bedrag vanaf 15 augustus 2009 tot de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 529,68, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 15 augustus 2009 tot de dag der algehele voldoening ten behoeve van voornoemd slachtoffer daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen;

veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en

ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van

voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil;

verklaart verbeurd de computer waarin de twee harddisks zich bevonden waarop de kinderpornografische afbeeldingen zijn aangetroffen;

verklaart onttrokken aan het verkeer de twee harddisks waarop de kinderpornografische

afbeeldingen zijn aangetroffen;

gelast de teruggave aan verdachte van alle overige inbeslaggenomen goederen.

Vonnis gewezen door mrs. M.J.A.G. van Baal, E.A.M. van Oorschot en

N.H.W. Montulet-van der Meer, rechters, van wie mr. M.J.A.G. van Baal voorzitter, in

tegenwoordigheid van mr. I.E.A. van Eijk-Bronkhorst als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 14 april 2010.