Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2010:BL9950

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
02-04-2010
Datum publicatie
02-04-2010
Zaaknummer
04/860807-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewijs voor opzettelijk verkopen en vervoeren van hennep en kennelijk leugenachtige verklaringen verdachte en zijn medeverdachte

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector strafrecht

Parketnummer: 04/860807-09

Datum uitspraak: 2 april 2010

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in [naam].

1.Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 19 maart 2010.

2.De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

hij op of omstreeks 11 december 2009 in de gemeente Sevenum, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in

elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer

48.000 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde

hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(artikel 3 Opiumwet)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3.De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4.De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5.De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6.Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7.Bewijsoverwegingen

7.1.Standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 19 maart 2010 gevorderd dat het ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard. De officier van justitie heeft daarbij aangegeven dat verdachte pas ter terechtzitting heeft verklaard dat hij in de bewuste Ford Focus aanwezig is geweest, nadat hem bekend is geworden dat sprake is van een DNA match naar aanleiding van de bemonstering van het stuur en de versnellingspook van die Ford Focus. Naar de mening van de officier van justitie is de verklaring van verdachte ter terechtzitting dat sprake was van valse merkkleding leugenachtig. Deze verklaring kan naar de mening van de officier van justitie als ongeloofwaardig terzijde worden gesteld.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Gelet op zijn verklaring ter terechtzitting dat hij valse merkkleding voor een ander zou vervoeren, is de raadsman van mening dat verdachte slechts naïviteit te verwijten valt. In een naïeve bui heeft verdachte zijn auto op de betreffende parkeerplaats neergezet. Achteraf bleek het niet om textiel te gaan, maar om hennep. De raadsman concludeert dat het opzet van verdachte met de betrekking tot de aanwezigheid van hennep niet bewezen kan worden en dat hij dient te worden vrijgesproken. Evenmin is sprake van verkoop, aflevering, verstrekking of vervoeren van hennep.

7.2.Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen .

Op 11 december 2009, omstreeks 05.10 uur, zagen de verbalisanten op het parkeerterrein van het [adres] twee personenauto’s, die geparkeerd stonden evenwijdig aan de [adres]. Het betroffen een Citroën, type C4, Duits kenteken [kenteken] en een Ford, type Focus, Nederlands kenteken [kenteken]. Op het moment dat de verbalisanten in de richting van de [adres] reden, zagen zij dat een manspersoon met een Turks uiterlijk van ongeveer 30 jaar, langs de personenauto, Ford Focus, liep en voor het dienstvoertuig in de richting van het hotel liep. De verbalisanten zagen achter de Ford Focus een man op zijn hurken zitten. Vervolgens liepen de verbalisanten in de richting van de achterzijde van de Ford Focus. De verbalisanten zagen dat de man zich nog steeds aan de achterzijde van genoemde personenauto ophield. Dit betrof een man van rond de 50 jaar oud. Toen hem gevraagd werd waarom hij zich achter de auto verstopte, zei de man in gebrekkig Duits dat hij de verbalisanten niet verstond. De verbalisanten zagen toen dat de man, die zojuist voor het dienstvoertuig had gelopen, terugliep in de richting van de verbalisanten en bij de oudere man ging staan. De verbalisanten hoorden dat deze jongere man zei, dat de oudere man bij hem hoorde. De oudere man bleek te zijn: [medeverdachte], geboren op [geboortedatum] ([land]) en de jongere man: [verdachte], geboren op [datum]. De jongere man ([verdachte]) sprak gebrekkig Nederlands en zei waar hij woonde. [verdachte] zei dat hij en de oudere man in het hotel verbleven en dat de Ford Focus niet van hem was. Desgevraagd antwoordde [verdachte] dat de Citroën van de oudere man was en dat hij daar ook mee was gekomen. In de Ford Focus zagen de verbalisanten een grote zwarte canvas tas op de achterbank liggen en op de bijrijderplaats een gestreepte boodschappentas. De portieren waren niet afgesloten. Toen verbalisant [naam] het portier van de auto opende rook hij een hem ambtshalve bekende hennepgeur. Vervolgens werden de verdachten aangehouden. In de zwarte tas lagen doorzichtige plastic zakken met de voor de verbalisant ambtshalve bekende groene hennep, wiettoppen. In de kofferbak van de auto werd eenzelfde tas als die op de achterbank lag aangetroffen.

In het dossier bevindt zich een proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot een door de Unit Forensische Opsporing op 11 december 2009 ingesteld onderzoek naar aanleiding van de in beslag genomen hoeveelheid verdovende middelen bij een controle op het adres [adres], Sevenum. De 3 tassen werden aangetroffen in het voertuig voorzien van het kenteken [kenteken]. Tas A was voorzien van 14 plastic zakken van elk 1000 gram met bloemtoppen hennep. Tas B was voorzien van 16 plastic zakken van elk 1000 gram met bloemtoppen hennep. Tas C was voorzien van 4 zakken van elk 1000 gram met bloemtoppen hennep. Het totaal gewicht was 34 kilo bloemtoppen hennep. Uit de aangeboden hoeveelheid materiaal werd door de verbalisanten een representatief monster genomen, dat werd gewaarmerkt, zoals in de sporenlijst is vermeld. Dit monster werd getest met gebruik van Narcotest ODV testbuisje. De test gaf een positieve reactie, indicatief voor THC, zijnde de werkzame stof in hennep en hasjiesj.

Op de sporenlijst is vermeld:

- spoor 3398: monster uit de tas b, aangetroffen op achterbank [kenteken];

- spoor 3399: monster uit de tas a, aangetroffen in kofferruimte [kenteken];

- spoor 3400: monster uit de tas c, aangetroffen op bijrijderplaats [kenteken].

Op 12 december 2009 gingen de verbalisanten naar de parkeerplaats, behorende bij het voormalige [naam], gelegen aan de [adres] te Sevenum, waar verbalisant [naam] de twee voertuigen had aangetroffen . Op de plaats waar de personenauto, merk Ford, type Focus, kenteken [kenteken] (de rechtbank begrijpt: [kenteken]), had gestaan, zag de verbalisant achter een beukenhaag een zwarte canvas tas in het aangrenzende weiland liggen. Deze tas was soortgelijk als de in het voornoemde voertuig aangetroffen tas. De verbalisanten zagen dat zich in de tas doorzichtige plastic zakken bevonden, waarin zich henneptoppen bevonden. De verbalisanten roken de hen ambtshalve bekende geur van hennep. De aangetroffen zwarte canvas tas is in beslag genomen.

In het dossier bevindt zich een proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot een door de Unit Forensische Opsporing ingesteld onderzoek in verband met vermoedelijke overtreding van de Opiumwet. Bij een routinecontrole op basis van de Opiumwet op het adres [adres], Sevenum was deze partij in beslag genomen. De partij bestond uit: een zwarte tas, genummerd D, met inhoud van 14 zakken van elk 1000 gram gedroogde bloemtoppen. Uit de aangeboden hoeveelheid materiaal werd door de verbalisant een representatief monster genomen, dat werd gewaarmerkt, zoals in de sporenlijst is vermeld. Dit monster werd getest met gebruik van Narcotest ODV testbuisje. De test gaf een positieve reactie, indicatief voor THC, zijnde de werkzame stof in hennep en hasjiesj.

Op de sporenlijst is vermeld:

- spoor 3452: behoort bij de andere partij die aangetroffen was; tas met 14 zakken hennep;

- spoor 3453: behoort bij de andere partij die aangetroffen was; tas met 14 zakken hennep;

- spoor 3451: behoort bij de andere partij die aangetroffen was; tas met 14 zakken hennep.

De verdachte verklaart tijdens het verhoor bij de politie dat hij naar het [naam] ging na een ruzie met zijn vrouw en dat hij met de taxi naar het hotel is gekomen. Verdachte verklaart voorts de man, die samen met hem is aangehouden ([medeverdachte]) niet te kennen.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij toen de politie kwam niet naast de Ford Focus heeft gestaan, maar bij de ingang van de parkeerplaats. Ter terechtzitting heeft verdachte voorts ontkend dat hij tegen de politie zou hebben gezegd dat hij de oudere man ([medeverdachte]) kende of dat deze bij hem hoorde en dat de Ford Focus niet van hem was, aangezien hij geen Nederlands spreekt en niet zou weten hoe hij zoiets zou moeten zeggen.

Op 11 december 2009 werd forensisch sporenonderzoek verricht in verband met handel in softdrugs gepleegd op 11 december 2009. Daarbij zijn sporen veiliggesteld en gewaarmerkt en ingevoerd in het bedrijfsprocessensysteem van de politie Regio Limburg Noord. Op het moment van veiligstellen wordt aan deze sporen en sporendragers een S(poor) I(dentificatie) N(ummer) toegekend, een SIN nummer. Het betreft sporenonderzoek naar een personenauto merk Ford Focus, kenteken [kenteken]. In het voertuig werden drie tassen aangetroffen, waarin in totaal 34 zakken van elk 1000 gram met hennepbloemtoppen waren aangetroffen. De verbalisant heeft het stuurwiel en de versnellingspook bemonsterd ten behoeve van DNA-onderzoek. De volgende sporen/stukken van overtuiging werden veiliggesteld:

Biologische sporen:

SIN : AAAE5329NL

Soort : huid

Bijzonderheden : auto met hennep aangetroffen ([kenteken])

Wijze veiligstellen : wattenstaafje

Tijdstip veiligstellen : 11/12/2009 om 09.35 uur

Plaats veiligstellen : bemonstering stuurwiel [kenteken]

SIN : AAAE5330NL

Soort : huid

Bijzonderheden : in auto met hennep aangetroffen ([kenteken])

Wijze veiligstellen : wattenstaafje

Tijdstip veiligstellen : 11/12/2009 om 09.30 uur

Plaats veiligstellen : bemonsterd versnellingspook [kenteken]

Op 21 december 2009 heeft verdachte op vrijwillige basis medewerking verleend voor het afnemen van DNA-materiaal. Er is wangslijmvlies afgenomen van verdachte. Het celmateriaal is op de voorgeschreven wijze verpakt en voorzien van een identiteitszegel, bestaande uit naam en geboortedatum van de verdachte en het nummer RAAD8396NL.

De rechtbank verstaat, gelet op de hiervoor vermelde stukken, dat het wangslijmvlies van verdachte is afgenomen op 21 december 2009 en niet op 17 december 2009.

De deskundige drs. H.N. Bauer heeft op 11 februari 2010 onderzoek gedaan naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een overtreding van de Opiumwet in Sevenum op 11 december 2009:

Te onderzoeken materiaal:

Tabel 1:

Overzicht te onderzoeken materiaal uit het voertuig met kenteken [kenteken]

Identiteitszegel omschrijving

AAAE5329NL een bemonstering van het stuur

AAAE5330NL een bemonstering van de versnellingspook.

Eerder onderzocht materiaal:

Tabel 2:

De DNA profielen betrokken bij het vergelijkend DNA-onderzoek:

Identiteitszegel omschrijving

RAAD8396NL een referentiemonster wangslijmvlies van de verdachte [.]

[verdachte] (geboren op [datum]).

Toelichting:

Over het DNA-onderzoek aan het referentiemonster van de verdachten en over het resultaat van de vergelijking van het verkregen DNA-profielen met de DNA-profielen in de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken is op 29 januari 2010 gerapporteerd.

De bemonsteringen AAAE5329NL (stuur) en AAAE5330NL (versnellingspook) zijn onderworpen aan een DNA-onderzoek. Van dit DNA zijn DNA-mengprofielen verkregen. De verkregen DNA-profielen zijn met de in Tabel 2 genoemde DNA-profielen vergeleken.

Uit de resultaten van het vergelijkend DNA-onderzoek wordt het volgende geconcludeerd:

Van het DNA in de bemonstering AAAE5329NL (stuur) is een DNA-mengprofiel verkregen waarin DNA-kenmerken zichtbaar zijn van minimaal drie personen, waarvan minimaal één man. Uit dit DNA-mengprofiel is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van de prominent aanwezige (mannelijke) celdonor. Het DNA-profiel van de verdachte [verdachte] (RAAD8396NL) matcht met dit afgeleide DNA-hoofdprofiel.

Van het DNA in de bemonstering AAAE5330NL (versnellingspook) is een DNA-mengprofiel verkregen waarin DNA-kenmerken zichtbaar zijn van minimaal twee personen, waarvan minimaal één man. Het DNA-profiel van de verdachte [verdachte] (RAAD8396NL) matcht met dit DNA-mengprofiel.

In het dossier bevindt zich voorts een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie te Den Haag in de zaak contra [verdachte], geboren op [datum], nummer 2010.01.19.002, d.d. 29 januari 2010, opgemaakt door ing. S. Tuinman, NFI-deskundige Forensisch DNA-onderzoek met betrekking tot de gebruikte methoden.

Op 12 december 2009 heeft een speurhondgeleider met de politiespeurhond menselijke geur, genaamd Kelly, een onderzoek uitgevoerd.

Lokatie onderzoek:

Adres : [adres];

Plaats : Sevenum.

Op de plek waar op 11 december 2009 in de vroege ochtend twee personen waren aangehouden, verdacht ter zake overtreding van de Opiumwet, was in het gras een grote tas met hennep aangetroffen achter een aldaar staande beukenheg van ongeveer één meter hoogte. Op de plek waar de tas met inhoud in het gras was aangetroffen, lag een groot stuk vervuild plastic. De beukenhaag vormde de afscheiding van het parkeerterrein waar de auto met hennepinhoud geparkeerd stond en het met gras begroeide terrein. Met Kelly werd de omgeving van de plaats van aanhouding afgezocht naar een ontbrekende autosleutel, behorende bij het voertuig Ford Focus, kenteken [kenteken]. Door Kelly werd op 12 december 2009 in de directe omgeving van voornoemd stuk vervuild plastic, dat achter de beukenheg lag, een aansteker met daarop de tekst “Glück” geapporteerd. Korte tijd later wilde Kelly een autosleutel met label apporteren. De verbalisant zag dat op dat label het kenteken [kenteken], alsmede het automerk Focus vermeld stond.

De rechtbank heeft aan de hand van een zich in het dossier bevindende foto van de betreffende plek waargenomen dat de aansteker wit van kleur is.

De medeverdachte [medeverdachte] beschikte over een geldbedrag van in totaal € 10.000,--.

De medeverdachte [medeverdachte], verblijvende in Duitsland, in [plaats], heeft over het bij hem aangetroffen geldbedrag verklaard dat hij hiervan een auto wilde kopen in Rotterdam.

Overwegingen

Uit het onderzoek is vast komen te staan dat de zwarte canvas tas, die in het aangrenzende weiland is aangetroffen en waarin henneptoppen zijn aangetroffen, soortgelijk was als de zwarte tas met henneptoppen, die in de Ford Focus is aangetroffen. De hennep was identiek verpakt. Gelet daarop gaat de rechtbank ervan uit dat deze tas behoort tot de voorraad die overigens is aangetroffen in de Ford Focus. De rechtbank acht daarom een totaalgewicht van 48.000 gram hennep bewezen.

Ter terechtzitting heeft verdachte, nadat is komen vast te staan dat zijn DNA-materiaal in de bewuste Ford Focus is aangetroffen, verklaard dat hij de Ford Focus bij het [plaats] heeft geparkeerd in verband met een transactie met valse merkkleding, waarmede hij

€ 300,-- zou kunnen verdienen. Hij moest daartoe de auto op die plaats parkeren, waarna men een tas met kleding in de auto zou zetten. Die mensen zouden vervolgens komen en die kleding in de auto zetten en hem via een GSM laten weten waarheen hij die tas moest brengen. De avond voordat hij ’s morgens werd aangehouden heeft verdachte de auto daar geparkeerd. Volgens verdachte ontmoette hij daar de oudere Turkse man, die hij heeft gesproken. Het standpunt van verdachte is dat hij niet wist dat er sprake was van drugs, maar dat hij dacht dat het om valse merkkleding ging.

De verklaring van verdachte dat hij uitging van valse merkkleding acht de rechtbank, gelet op het vorenstaande, in onderlinge samenhang bezien, volstrekt onwaarschijnlijk, nu verdachte steeds heeft volgehouden niet in de Ford Focus te hebben gezeten en pas na het bekend worden van de DNA match, zoals hiervoor is uiteengezet, komt met zijn verklaring dat hij de Ford Focus heeft gebruikt voor een handel in valse merkkleding. Voorts heeft verdachte zijn verklaringen met betrekking tot zijn relatie met [medeverdachte] herhaaldelijk aangepast.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting, dat hij niet naast de Ford Focus heeft gestaan, maar bij de ingang van de parkeerplaats acht de rechtbank kennelijk leugenachtig, zulks gelet op het relaas van de verbalisanten dat verdachte langs de personenauto, Ford Focus, liep.

Ook de verklaring van verdachte ter terechtzitting dat hij [medeverdachte] niet kende acht de rechtbank kennelijk leugenachtig, zulks gelet op het relaas van de verbalisanten die verdachte hebben horen zeggen dat de oudere man bij hem hoorde, dat ze in het hotel verbleven, dat de Ford Focus niet van hem was én dat hij met de oudere man in diens Citroën was gekomen. De stelling van verdachte dat hij geen Nederlands spreekt acht de rechtbank onaannemelijk, zulks gelet op het feit dat er geen enkele aanleiding is om aan te nemen dat de verbalisanten zouden verzinnen dat zij mededelingen van verdachte in al dan niet gebrekkig Nederlands zouden hebben gekregen. Voorts heeft verdachte aangegeven reeds een aantal jaren in Nederland te verblijven en zelfs in Nederland te hebben gewerkt. In onderling verband beschouwd maakt dit onaannemelijk dat verdachte geheel geen (gebrekkig) Nederlands zou kunnen spreken.

Gelet hierop acht de rechtbank voldoende wettig en overtuigend bewijs voor het feit dat verdachte de aangetroffen hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad.

De verklaringen van de medeverdachte [medeverdachte] acht de rechtbank eveneens leugenachtig.

[medeverdachte] verklaart met betrekking tot de bij hem aangetroffen € 10.000,-- dat hij een auto wilde kopen in Rotterdam. Deze verklaring is niet verifieerbaar en ongedetailleerd. Zo kan [medeverdachte] niet aangeven waar hij in Rotterdam de auto wilde kopen, terwijl het briefje waarvan hij stelde dat daarop het adres stond, niet door de politie is aangetroffen, ondanks zorgvuldige doorzoeking van [medeverdachte]’ auto.

[medeverdachte], die in Duitsland verblijft, komt op 11 december 2009 ’s morgens vroeg, terwijl het nog donker is, op een parkeerplaats in Sevenum aan, waar hij parkeert naast een auto waarin hennep is aangetroffen.

De verklaring van [medeverdachte] met betrekking tot het feit dat hij gehurkt achter de Ford Focus zat – dat hij zijn aansteker tijdens het plassen had verloren en deze zocht – acht de rechtbank eveneens onaannemelijk, gelet op het feit dat tijdens nader onderzoek bij daglicht op de plaats waar hij geplast zou hebben géén witte aansteker is aangetroffen, terwijl er wel aan gene zijde van de heg een witte aansteker is aangetroffen in het gras, bij een vergelijkbare canvas tas met hennep, als de zwarte canvas tas die in de Ford Focus is aangetroffen. Het aantreffen van de aansteker op die plek verstaat zich niet met hetgeen [medeverdachte] daaromtrent heeft verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank zat [medeverdachte] gehurkt achter de Ford Focus om zich aan het zicht van de politie te onttrekken. De rechtbank concludeert dat de aansteker, samen met de andere spullen (waaronder de henneptoppen), over de beukenhaag is gegooid.

Daarenboven heeft verdachte verklaard dat [medeverdachte] bij hem hoorde. Hieruit blijkt dat verdachte en [medeverdachte] elkaar kenden en kennelijk op de parkeerplaats hadden afgesproken.

Gelet op het feit dat verdachte de bestuurder is geweest van de Ford Focus, waarin grote hoeveelheden hennep zijn aangetroffen en het feit dat de medeverdachte [medeverdachte] omstreeks 05.00 uur ’s ochtends, komend vanuit Duitsland, zijn Citroën heeft geparkeerd op een afgelegen locatie naast genoemde Ford Focus, terwijl hij een geldbedrag van € 10.000,-- bij zich had, waarvoor hij een niet verifieerbare en ongedetailleerde verklaring geeft, doch wel aangeeft dat die voor een aankoop bestemd is, alsmede gelet op het feit dat [medeverdachte] zich had verstopt achter de Ford Focus, leidt de rechtbank af dat verdachte doende was een koopovereenkomst uit te voeren, waarbij verdachte de verkoper (al dan niet samen met een ander) van de hennep was en [medeverdachte] de koper. Daarenboven heeft de politie gerelateerd dat zij een henneplucht roken in de Ford Focus. Ten aanzien van de Citroën van [medeverdachte] heeft de politie hierover niet gerelateerd. Hieruit leidt de rechtbank af dat [medeverdachte] niet de verkoper kan zijn geweest, omdat in dat geval ook in de Citroën van [medeverdachte] hennepgeur moet zijn waargenomen.

Gelet hierop acht de rechtbank voldoende wettig en overtuigend bewijs voor het verkopen en vervoeren door verdachte van de hennep.

7.3.Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 11 december 2009 in de gemeente Sevenum opzettelijk heeft verkocht en vervoerd een hoeveelheid van ongeveer 48.000 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op het navolgende strafbare misdrijf:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Opiumwet.

9.De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10.De straffen en/of maatregelen

10.1.De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 19 maart 2010 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van één jaar, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

10.2.Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat verdachte geen strafblad heeft. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat in de zaak met parketnummer 04/861201-08, waarbij sprake was van 80 kilo weed en een hennepkwekerij door de rechtbank in Roermond een veel lagere straf is opgelegd, te weten een werkstraf van 240 uren en 8 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. De raadsman heeft gepleit voor een lagere strafoplegging van bijvoorbeeld 4 maanden gevangenisstraf met een voorwaardelijk deel.

10.3.De overwegingen van de rechtbank

Bewezenverklaard is dat verdachte een grote hoeveelheid hennep heeft verkocht en vervoerd.

De raadsman heeft gewezen op een andere strafzaak, waarbij het om 80 kilo softdrugs ging en waarbij een veel lagere straf is opgelegd dan hetgeen door de officier van justitie is geëist. De rechtbank overweegt dienaangaande dat de zaak waarop de raadsman doelt een andere zaak betrof, waarbij het ging om het aanwezig hebben van drugs en om hennepkweek, waarbij de verdachte slechts een gering aandeel had. De zaken kunnen niet met elkaar worden vergeleken.

In het onderhavige geval gaat het om een hoeveelheid van 48.000 gram hennep, hetgeen dient te worden gezien als een aanzienlijke handelshoeveelheid. In deze situatie ziet de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van de strafoplegging die in dit soort gevallen gebruikelijk is.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank rekening houden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede met het belang van een juiste normhandhaving.

De rechtbank is van oordeel dat met het oog op een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lagere straf dan de hierna vermelde vrijheidsstraf van hierna vermelde duur, welke duur de rechtbank passend acht.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte alsmede met de omstandigheid dat verdachte blijkens het uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister niet eerder ter zake van de Opiumwet is veroordeeld.

10.4.Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomene, te weten een hoeveelheid van 48 kilo hennep, verdeeld over drie tassen in de auto en één tas daarbuiten aangetroffen, dient te worden onttrokken aan het verkeer.

Genoemde hennep is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer aangezien met betrekking tot die hennep het feit is begaan, terwijl deze hennep van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

11.Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 36b, 36c, 91.

Opiumwet art. 3, 11.

12.Beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde het hiervoor vermelde strafbare feit oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 8 maanden;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

verklaart onttrokken aan het verkeer: een hoeveelheid van 48 kilo hennep.

Vonnis gewezen door mrs. V.P. van Deventer, A.K. Kleine en E.A.M. van Oorschot, rechters, van wie mr. E.A.M. van Oorschot voorzitter, in tegenwoordigheid van C. van Est als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 2 april 2010.

typ: cve