Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2010:BL4544

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
16-02-2010
Datum publicatie
19-02-2010
Zaaknummer
04/610060-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Roermondse overvallen (Hyenazaak). Na tussenvonnis i.v.m. onderzoek gedragsbeïbvloedende maatregel (GBM):

geen GBM, omdat verdachte niet mee wil werken aan PEL-project. Er wordt gemotiveerd afgezien van een voorwaardelijke jeugddetentie met proeftijd en jeugdreclassering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Parketnummer : 04/610060-09

Parketnummer : 04/850308-09 (ttzgev)

Datum uitspraak: 16 februari 2010

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen de minderjarige verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum],

wonende te [plaats], [adres]

1.Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 juli 2009 (voortgezet op 6 juli 2009), 13 oktober 2009 (voortgezet op 21 oktober 2009), 3 november 2009 voortgezet op 18 januari 2010 en 2 februari 2010.

2.De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

Tenlastelegging met parketnummer 04/610060-09:

hij op of omstreeks 27 december 2008 in de gemeente Roermond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop (merk Acer, type Aspire), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit:

- het duwen tegen de deur van de woning, gelegen aan de [adres] en/of het duwen tegen genoemde

[slachtoffer 1], waardoor deze ten val is gekomen;

- het richten van een mes, in elk geval een scherp voorwerp, op genoemde [slachtoffer 1] althans het tonen van een mes, in elk geval een scherp voorwerp, aan genoemde [slachtoffer 1];

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

Althans indien ter zake het vorenstaande geen veroordeling zou volgen:

[medeverdachte 1] op of omstreeks 27 december 2008 in de gemeente Roermond, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop (merk Acer, type Aspire), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte 1] en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit:

- het duwen tegen de deur van de woning, gelegen aan de [adres] en/of het duwen tegen genoemde

[slachtoffer 1], waardoor deze ten val is gekomen;

- het richten van een mes, in elk geval een scherp voorwerp, op genoemde [slachtoffer 1] althans het tonen van een mes, in elk

geval een scherp voorwerp, aan genoemde [slachtoffer 1], bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 27

december 2008 in de gemeente Roermond opzettelijk behulpzaam is geweest door op de uitkijk te staan.

(artikel 312 jo. 48 Wetboek van Strafrecht)

Tenlastelegging met parketnummer 04/850308-09:

hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2009 tot en met 22 februari 2009 in de gemeente Roermond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

a. een scootmobiel, merk Elite, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

en/of

b. een scootmobiel, merk Elite, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

een onbekend gebleven persoon, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s);

(art. 311 van het Wetboek van Strafrecht).

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3.De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4.De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5.De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6.Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7.Bewijsoverwegingen

7.1.Standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 13 oktober 2009 gevorderd dat het in de zaak met parketnummer 04/610060-09 primair ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 04/850308-09 ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard. Ter terechtzitting van 2 februari 2010 heeft de officier van justitie gepersisteerd bij de bewezenverklaring.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde bewezen kan worden verklaard.

7.2.Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De hieronder vermelde bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hieronder opgenomen motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering van het in de wettelijke vorm door de Regiopolitie Limburg-Noord, District Midden-Limburg, recherche-eenheid Midden-Limburg opgemaakt proces-verbaal, genummerd 2009055784, gedateerd 08 juni 2009 en de daarbij behorende bijlagen. (tevens een doorlopend genummerde print van scan 08-06-2009 van origineel, blz. 1 t/m 2216).

In de zaak met parketnummer 04/610060-09:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 oktober 2009 ,

- de aangifte van [aangever] ,

- de verklaring van [medeverdachte 1] .

De rechtbank acht medeplegen van de diefstal met bedreiging van geweld bewezen op grond van het volgende. Verdachte en zijn mededaders gingen bewust op weg naar de woning van [slachtoffer 1] om de laptop te stelen. [medeverdachte 2] zei dat hij geld nodig had en dat hij wist dat er een laptop van de zoon van [slachtoffer 1] in huis lag. De verdachten wisten dat [slachtoffer 1] invalide is. Onderweg heeft verdachte gezien dat [medeverdachte 2] een mes, dat onder een dak verstopt was, pakte en meenam. Verdachte stond, volgens eigen zeggen, in de tuin van de buren op ongeveer 3 à 4 meter van de voordeur opgesteld, terwijl [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] aanbelden. Verdachte heeft gezien dat zij tegen de deur duwden en vervolgens naar binnen drongen. [aangever] heeft namens [slachtoffer 1] verklaard dat er twee jongens voor de deur stonden en dat er een derde jongen, die hij herkende als [verdachte] – een vriend van zijn zoon -, aan de overkant van de straat stond. Een van de jongens rende naar boven en kwam even later terug met de laptop, de andere jongen bedreigde [slachtoffer 1] met een mes.

Uit de gehele gang van zaken blijkt dat verdachte zich op geen enkel moment heeft gedistantieerd van de overval op [slachtoffer 1]. Immers, verdachte is op momenten dat hij daartoe de gelegenheid had, niet weggelopen, noch heeft hij op enige andere wijze afstand genomen van het gebeuren en hij heeft evenmin getracht de overval te voorkomen.

Dat verdachte stelt dat er vooraf geen duidelijk plan was gemaakt doet daaraan niet af, nu ook stilzwijgend, onder omstandigheden als de onderhavige, sprake kan zijn van een bewuste nauwe samenwerking.

In de zaak met parketnummer 04/850308-09:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 oktober 2009 ,

- de aangifte van [slachtoffer 2] ;

- het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [naam] .

7.3.Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 04/610060-09 sub primair en het in de zaak met parketnummer 04/850308-09 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Tenlastelegging met parketnummer 04/610060-09:

primair:

hij op 27 december 2008 in de gemeente Roermond tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een laptop (merk Acer, type Aspire), toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit:

- het richten van een mes op genoemde [slachtoffer 1].

Tenlastelegging met parketnummer 04/850308-09:

hij in de periode van 21 februari 2009 tot en met 22 februari 2009 in de gemeente Roermond tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen:

a. een scootmobiel, merk Elite, toebehorende aan [slachtoffer 2], en

b. een scootmobiel, merk Elite, toebehorende aan een onbekend gebleven persoon, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

8.1.Kwalificatie

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende misdrijven:

Tenlastelegging met parketnummer 04/610060-09:

Ten aanzien van primair:

diefstal, voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij de artikelen 310 juncto 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Tenlastelegging met parketnummer 04/850308-09:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij de artikelen 310 juncto 311 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10.De straffen en/of maatregelen

10.1.De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 13 oktober 2009 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte ter zake van parketnummer 04/610060-09 primair en ter zake van parketnummer 04/850308-09 zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de tijd van 82 dagen, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, een werkstraf voor de duur van 200 uur subsidiair 100 dagen vervangende jeugddetentie en een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van een jaar met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde begeleiding door de jeugdreclassering alsmede voortzetting van het Harde Kern Jongeren traject.

Op de terechtzitting van 2 februari 2010 heeft de officier van justitie haar eis aangepast en vordert zij thans een jeugddetentie voor de duur van 14 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met aftrek ex art. 27 Sr. De officier van justitie voert aan dat de gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) geen optie meer is, aangezien verdachte niet wenst mee te werken aan het PEL-project. In het opnieuw opleggen van het ITB Harde Kern Jongeren traject en begeleiding door de jeugdreclassering ziet de officier van justitie geen heil meer. Verdachte heeft meerdere kansen gehad en deze steeds vergooid door zijn zelfbepalend gedrag. De officier van justitie acht een deels voorwaardelijke jeugddetentie aangewezen ter voorkoming van recidive.

10.2.Het standpunt van de verdediging

Ter zitting van 13 oktober 2009 heeft de raadsvrouw ten aanzien van de gevorderde straf bepleit zowel de voorwaardelijke jeugddetentie als de werkstraf te matigen. Zij heeft daartoe gesteld dat verdachte direct openheid van zaken heeft gegeven en zich na de overval in de woning van [slachtoffer 1] gedistantieerd heeft van de groep jongeren, die daarna nog meer overvallen heeft gepleegd. Verdachte is toekomstgericht bezig en volgt momenteel de verkorte VMBO-T opleiding. Gelet op deze positieve ontwikkeling en de houding van verdachte alsmede gelet op het feit dat verdachte ten tijde van het plegen van de delicten 16 jaar was en het feit dat hij een first offender is acht de raadsvrouw een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van zes maanden alsmede een werkstraf voor de duur van 100 uur voldoende.

Ter zitting van 2 februari 2010 heeft de raadsman aangevoerd dat zowel verdachte als zijn moeder niet achter het PEL-project staan, daardoor komt de GBM niet meer in aanmerking. Dit betekent echter niet dat verdachte enkel afgestraft dient te worden en dat er dus niet meer in hem geïnvesteerd hoeft te worden, zoals de officier van justitie stelt. De raadsman heeft ervoor gepleit om wel begeleiding van de jeugdreclassering op te leggen alsmede het HKJ traject, zodat verdachte met name in de lange vakantieperiode sturing van buitenaf krijgt. Daarnaast zou een beperkte werkstraf opgelegd kunnen worden zodat verdachte in de vakantieperiode ritme heeft en verantwoordelijkheid krijgt.

10.3.De overwegingen van de rechtbank

In de maanden november/december 2008 en januari 2009 werd Roermond en omgeving opgeschrikt door een groot aantal gewapende overvallen op onder andere tankstations, supermarkten, fritures, restaurant en dierenkliniek waarbij sprake was van een grotere en steeds wisselende dadergroep, welke golf van gewapende overvallen veel commotie heeft veroorzaakt en met name voor de slachtoffers en andere ondernemers in die betreffende branches een bijzonder gevoel van onveiligheid teweeg heeft gebracht (Hyena onderzoek).

De door verdachte samen met 2 medeverdachten gepleegde overval op [slachtoffer 1] in zijn eigen woning maakt hiervan deel uit. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het tezamen en in vereniging plegen van een diefstal van twee scootmobiels.

De overval op [slachtoffer 1] betreft een ernstig feit, dat de rechtbank verdachte zwaar aanrekent. Met name valt de rechtbank het schijnbaar gemak op waarmee verdachten de overval in een kort tijdsbestek beramen en uitvoeren. Bovendien is bewust gekozen voor deze man, omdat hij door zijn handicap een gemakkelijk slachtoffer was, hetgeen dit feit bijzonder lafhartig maakt. [slachtoffer 1] is overvallen en bedreigd in zijn eigen woning. Naar de ervaring leert kunnen slachtoffers van een dergelijk geweldsmisdrijf nog lange tijd psychische nadelige gevolgen daarvan ondervinden. Bovendien heeft een dergelijk feit maatschappelijke verontrusting tot gevolg heeft.

Verdachte heeft bij beide feiten op geen enkel moment de gevolgen voor de benadeelden overwogen.

Het vorenstaande betekent niet dat de rechtbank geen rekening houdt met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die zijn gebleken uit de over de verdachte opgestelde rapportages en het verhandelde ter terechtzitting van 13 oktober 2009 en 2 februari 2010. Verdachte heeft moeite met regels en gezag en in de thuissituatie ging het al langere tijd niet goed. Verdachte is na de schorsing van de voorlopige hechtenis d.d. 25 juni 2009 op vrijwillige basis geplaatst in een behandelgroep van Rubicon. In het begin hield verdachte zich goed aan de regels van Rubicon en aan de schorsingsvoorwaarden, maar na verloop van tijd kostte hem dat steeds meer moeite, hetgeen heeft geresulteerd in een opheffing van de schorsing van de voorlopige hectenis op 5 oktober jl.. Op 14 oktober 2009 is verdachte voor de tweede maal geschorst onder strenge voorwaarden; verdachte heeft dit echter niet lang volgehouden en verblijft sinds 26 oktober 2009 weer in voorlopige hechtenis. Op verzoek van de rechtbank heeft de raad voor de kinderbescherming de mogelijkheid van een GBM onderzocht. In haar rapport van 11 januari 2010 heeft de raad voor de kinderbescherming een GBM voor de duur van een half jaar geadviseerd, bestaande uit het volgen van het ITB Harde Kern Jongeren traject en deelname aan het PEL-project. De raad voor de kinderbescherming acht de GBM alleen zinvol als met name het PEL-project wordt gevolgd.

Reeds omdat verdachte niet bereid is mee te werken aan het PEL-project ziet de rechtbank geen reden een GBM op te leggen Uit het rapport van 01 februari 2010 aangevuld met hetgeen mevrouw van Oijen van de jeugdreclassering ter zitting van 2 februari 2010 heeft aangevoerd blijkt dat Bureau Jeugdzorg nog steeds bereid is de begeleiding in het kader van het HKJ-traject op zich te nemen. De rechtbank constateert echter dat verdachte en moeder ambivalent staan tegenover verdere begeleiding. De rechtbank acht het HKJ-traject thans niet meer het goede instrument nu een (te) strakke begeleiding niet het effect heeft wat de rechtbank voor ogen staat. De kans op mislukking is, gelet op de voorgeschiedenis, niet uit te sluiten. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat het HKJ-traject een te zware wissel legt op de strafmaat in het geheel nu verdachte reeds 6 maanden in voorarrest heeft doorgebracht. Gedurende zijn verblijf in Het Keerpunt heeft verdachte naar eigen zeggen de nodige zaken geleerd; ook moeder geeft aan dat verdachte vooruitgang heeft geboekt in denken en doen. Verdachte en moeder benadrukken dat verdachte op zijn toekomst is gericht. Verdachte kan direct instromen in zijn oude school, hij kan echter dit jaar niet meer meedoen aan het eindexamen. Uit de rapportage blijkt dat verdachte over voldoende cognitieve vermogens beschikt om in te zien dat zijn gedrag moet veranderen. Ter zitting hebben verdachte en moeder aangegeven dat zij - waar nodig - een beroep zullen doen op vrijwillige hulpverlening. De rechtbank is van oordeel dat de verantwoordelijkheid hiervoor bij verdachte en moeder moet liggen en zal geen begeleiding door de jeugdreclassering opleggen. Gebleken is dat de moeder in het verleden de weg naar de hulpverlening wist te vinden.

De heer Peters, gedragsdeskundige van de raad voor de kinderbescherming, heeft ter zitting gesteld dat bij verdachte alle voorwaarden aanwezig zijn om uit te groeien tot een normale volwassene, hij moet echter leren verantwoordelijkheid te nemen voor zijn handelen. De rechtbank deelt het standpunt dat verdachte moet leren verantwoordelijkheid te nemen. Dit kan echter ook in het uitvoeren van dwingend opgelegde werkzaamheden, zij zal daarom tevens een werkstraf opleggen. De rechtbank adviseert de werkstraf niet in één keer te laten verrichten, maar uit te spreiden over een langere periode in de schoolvrije periode, die naar verwachting voor verdachte reeds in de loop van de maand mei zal beginnen.

De rechtbank houdt ook rekening met het feit dat verdachte blijkens het uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister niet eerder is veroordeeld.

Gelet op vorenstaande in onderling verband en samenhang bezien acht de rechtbank de volgende straf passend.

De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd, nu de rechtbank, gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, mede gelet op de jeugdige leeftijd en de persoon van verdachte, en in relatie bezien met de straffen die bij de medeverdachten zijn opgelegd, de hierna te melden straf meer passend acht.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank een jeugddetentie, gelijk aan de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zijnde 180 dagen, passend.

Gelet op het bepaalde in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering heeft de rechtbank dan ook reeds op 2 februari 2009 de voorlopige hechtenis opgeheven.

De rechtbank is van oordeel dat daarnaast een taakstraf in vorm van een werkstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, een gepaste bestraffing vormt en in dit geval een bijdrage kan leveren aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

De rechtbank zal het aantal te werken uren onbetaalde arbeid stellen op 60 uren en bevelen dat, voor het geval de taakstraf niet naar behoren wordt verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen.

11.Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 27, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77gg, 310, 311, 312.

12.Beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 04/610060-09 primair en het in de zaak met parketnummer 04/850308-09 ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de tijd van 180 dagen;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht;

veroordeelt verdachte tot een taakstraf, te weten een werkstraf voor de duur van 60 uren, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid;

beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 30 dagen zal worden toegepast;

verstaat dat de taakstraf uiterlijk 6 maanden nadat dit vonnis onherroepelijk is geworden, zal zijn voltooid.

Vonnis gewezen door mrs. C.A.M. Schaap-Meulemeester, M.I.J. Hegeman, M.J.H. van

den Hombergh, kinderrechters, van wie mr. C.A.M. Schaap-Meulemeester voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E.A.C. Tolkamp-Gazenbeek als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 16 februari 2010.

Mr. M.J.H. van den Hombergh is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.