Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2010:BL0965

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
21-01-2010
Datum publicatie
28-01-2010
Zaaknummer
AWB 09 / 1813
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep tegen niet tijdig beslissen waarin de rechtbank een onderzoek ter zitting nodig achtte, uitspraak heeft gedaan op grond van artikel 8:72, met analoge toepassing van artikel 8:55d, aanleiding heeft gezien af te wijken van de in artikel 8:55d, derde lid, van de Awb genoemde termijn van twee weken en de hoogte van de dwangsom heeft bepaald op € 250,00 per dag (met een maximum van € 37.500,00).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECTIFICATIE D.D. 25 JANUARI 2010 IN VERBAND MET WIJZIGING VAN EEN IN HET DICTUM GENOEMDE DATUM

RECHTBANK ROERMOND

Sector bestuursrecht, enkelvoudige kamer

Procedurenummer: AWB 09 / 1813

Uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

inzake

[naam eiseres] te Velden, eiseres,

gemachtigde mr. B. de Haan,

tegen

het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Venlo, voorheen het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Arcen en Velden, verweerder.

1. Procesverloop

1.1. Bij brief van 9 december 2009 heeft eiseres bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar van 15 april 2008 tegen vrijstelling en bouwvergunning eerste fase voor de bouw van [naam bedrijf] op de percelen kadastraal bekend gemeente Arcen en Velden, [naam sectie]. Tegelijkertijd is verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

1.2. De door verweerder ter uitvoering van artikel 8:42 van de Awb ingezonden stukken en het verweerschrift zijn in afschrift aan de gemachtigde van eiseres gezonden.

1.3. Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank op 14 januari 2010, waar eiseres is verschenen bij W. Heijmans, bijgestaan door de gemachtigde van eiseres, en waar verweerder zich heeft doen vertegenwoordigen door J.M.G. Vincken.

1.4. Ter zitting is het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken.

2. Overwegingen

2.1. Op 1 oktober 2009 is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (Staatsblad 2009,383) in werking getreden. Afdeling 8.2.4A van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt deel uit van deze wetswijziging. Ingevolge artikel III, tweede lid, van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen blijft op een bezwaar- of beroepschrift tegen het niet tijdig nemen van een besluit dat is ingediend voor het tijdstip waarop afdeling 8.2.4A van toepassing is geworden, het recht zoals dit gold voor dat tijdstip van toepassing. Nu het beroepschrift is ingediend op 9 december 2009, is het recht over het niet tijdig beslissen in Afdeling 8.2.4A van de Awb van toepassing zoals dat geldt vanaf 1 oktober 2009.

2.1.1. Ter informatie, en onder verwijzing naar artikel III, eerste lid, van de Wet dwangsom en niet tijdig beslissen, zij nog opgemerkt dat de nieuwe paragraaf 4.1.3.2 van de Awb op het bezwaarschrift van 15 april 2008 niet van toepassing is.

2.2. Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. Tegen het niet tijdig beslissen staat dan ook beroep bij de rechtbank open.

2.3. Ingevolge artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, zoals dat artikel luidde van 1 oktober 2009 tot 28 december 2009, kan het beroepschrift worden ingediend zodra:

a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en

b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.

Ingevolge artikel 6:12, vierde lid, van de Awb is het beroep niet-ontvankelijk indien het beroepschrift onredelijk laat is ingediend.

2.4. Ingevolge artikel 7:10 van de Awb, zoals dat artikel luidde tot 1 oktober 2009, beslist het bestuursorgaan binnen zes weken of - indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 is ingesteld - binnen tien weken, gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. De termijn wordt opgeschort met ingang van de dag waarop de indiener is verzocht een verzuim als bedoeld in artikel 6:6 te herstellen, tot de dag waarop het verzuim is hersteld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken. Het bestuursorgaan kan de beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen en verder uitstel is mogelijk voor zover de indiener van het bezwaarschrift daarmee instemt en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad of ermee instemmen.

2.5. Het beroep is gericht tegen het uitblijven van een besluit op bezwaar. De rechtbank stelt vast dat verweerder diende te beslissen op de bezwaren van omwonenden en van eiseres tegen het besluit van 5 maart 2008, waarbij onder verlening van een vrijstelling op grond van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) bouwvergunning is verleend voor de eerste fase van de bouw van [naam bedrijf] op de percelen als genoemd in rubriek I.

2.5.1. De rechtbank heeft aanleiding gezien in verband met de complexiteit van de zaak en het noodzakelijk geachte overleg met partijen de zaak ter zitting te behandelen en niet buiten zitting met toepassing van artikel 8:54 in samenhang met de artikelen 8:55b, 8:55c en 8:55d van de Awb af te doen.

2.5.2. Eiseres heeft op 15 april 2008 voorlopig bezwaar gemaakt en bij schrijven van 15 mei 2008 de gronden ingediend. De bezwaarschriften van de omwonenden zijn ingediend op 26 maart, 17 april, 16 april en 15 april 2008. Op 24 juni 2008 zijn de (afzonderlijke) hoorzittingen gehouden. De commissie voor de bezwaarschriften heeft op 24 juni 2008 geadviseerd het bezwaar gegrond te verklaren omdat er zich na de zienswijzeprocedure en de afgifte op 20 december 2005 van de verklaring van geen bezwaar wijzigingen hebben voorgedaan die niet ter inzage hebben gelegen en niet zijn betrokken geweest bij de eerder afgegeven verklaring van geen bezwaar op 20 december 2005. In overleg met eiseres is nadien een aanvullende verklaring van geen bezwaar bij het college van Gedeputeerde Staten gevraagd.

2.5.3. Ter zitting is van de zijde van eiseres gesteld dat verweerder aanvankelijk voornemens is geweest om in november 2009 te beslissen op het bezwaar en dat eiseres is meegedeeld dat van dat voornemen is afgestapt, hetgeen de aanleiding is geweest om bij brief van 20 oktober 2009, onder aanbieding van een wijziging van het bouwplan ter tegemoetkoming aan de bezwaren van omwonenden, te verzoeken op korte termijn een beslissing op de bezwaren te nemen. Bij brief van 6 november 2009, toegelicht bij brief van 11 november 2009, heeft eiseres verzocht binnen twee weken te beslissen en verweerder in gebreke gesteld.

2.6. De rechtbank stelt op grond van het vorenstaande vast, hetgeen ter zitting ook door de gemachtigde van verweerder is erkend, dat ten tijde van het instellen van beroep de beslistermijn in bezwaar is overschreden en dat eiseres verweerder bij brief van 6 november 2009 heeft meegedeeld dat hij in gebreke is tijdig te beslissen. Het beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar is dan ook ontvankelijk en gegrond.

2.6.1. Op grond van artikel 8:72, vijfde en zevende lid, van de Awb en met analoge toepassing van het bepaalde in artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb zal de rechtbank verweerder opdragen uiterlijk 1 maart 2010 alsnog een besluit op het bezwaar te nemen. Gelet met name op het feit dat de op instigatie van de commissie voor de bezwaarschriften en in overleg tussen partijen aangevraagde verklaring van geen bezwaar nog niet is ontvangen en op het feit dat eiseres inmiddels een gewijzigd bouwplan heeft ingediend en mede in aanmerking genomen dat partijen ter zitting van de rechtbank hebben doen blijken genoemde datum reëel en aanvaardbaar te vinden, acht de rechtbank sprake van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 8:55d, derde lid, van de Awb dat aanleiding is om van de termijn van twee weken die in het eerste lid van dat artikel is genoemd, af te wijken.

2.6.2. De rechtbank bepaalt voorts met toepassing van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb dat verweerder een dwangsom van € 250,-- verbeurt voor elke dag waarmee de hiervoor genoemde termijn wordt overschreden, met een maximum van € 37.500,-. De rechtbank ziet aanleiding om daarbij af te wijken van het door haar als standaardbedrag voor een dwangsom gehanteerde bedrag van € 100,00 per dag (met een maximum van € 15.000,00), gelet op de omvang van het door eiseres beoogde project en het tijdsverloop sinds de indiening van het bezwaarschrift.

2.6.3. Gelet op het voorgaande is er voorts aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten van verleende rechtsbijstand zijn met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 218,50, waarbij twee punten zijn toegekend voor het beroepschrift en voor het verschijnen ter zitting, met een waarde van € 437,00 per punt, en de zaak van zeer gering gewicht wordt geacht, nu dit geding betrekking heeft op de vraag of de beslistermijn is overschreden, waarvoor een factor van 0,25 geldt.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1. verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond en vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;

3.2. bepaalt dat verweerder uiterlijk 1 maart 2010 (na rectificatie d.d. 25 januari 2010) een beslissing op bezwaar neemt en bekendmaakt;

3.3. bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 250,00 verbeurt voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,00;

3.4. veroordeelt verweerder in de kosten van de beroepsprocedure bij de rechtbank, aan de zijde van eiseres begroot op € 218,50 (wegens kosten van rechtsbijstand) te betalen aan eiseres;

3.5. bepaalt dat verweerder aan eiseres het door of namens deze betaalde griffierecht ten bedrage van € 297,00 volledig vergoedt.

Aldus gedaan door Th.M. Schelfhout in tegenwoordigheid van J.N. Buddeke als griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2010.

w.g. J.N. Buddeke,

griffier w.g. Th.M. Schelfhout,

rechter

Voor eensluidend afschrift:

de griffier,

verzonden op: 21 januari 2010

Een belanghebbende en het bestuursorgaan kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Ingevolge artikel 6:5 van de Awb bevat het beroepschrift een of meer grieven tegen de uitspraak en moet een afschrift van de uitspraak bij het beroepschrift worden overgelegd.