Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2010:BK8095

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
06-01-2010
Datum publicatie
11-01-2010
Zaaknummer
97044 / FA RK 09-1411
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

1:253n BW; 1:247 BW; wijziging van het gezag; gezaghebbende ouder verslaafd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

Zaaknummer: 97044 / FA RK 09-1411

Beschikking van 06 januari 2010 betreffende ouderlijke verantwoordelijkheden

in de zaak van:

[de moeder],

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen de moeder,

advocaat: mr.drs. I. Ligtelijn- Huisman;

tegen:

[de vader],

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen de vader,

advocaat mr. M.F.E. Sprenkels.

hierna ook te noemen de ouders.

Als belanghebbende merkt de rechtbank tevens aan de minderjarige:

[de minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Dit blijkt uit het volgende:

- het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 30 oktober 2009;

- het verweerschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 15 december 2009;

- de mondelinge behandeling, welke heeft plaatsgevonden op 17 december 2009 en waarbij zijn verschenen:

- de ouders, bijgestaan door hun advocaten;

- twee vertegenwoordigers van de raad voor de kinderbescherming te Roermond.

2. De vaststaande feiten

2.1. Bij beschikking van 13 juni 2007 is de echtscheiding uitgesproken tussen de vader en de moeder. De ouders hebben een echtscheidingsconvenant d.d. 11 mei 2007 gesloten, waarin zij in artikel 2.1. zijn overeengekomen dat zij het gezag gezamenlijk zullen blijven uitoefenen.

3. Het verzoek

3.1. De moeder verzoekt:

- de beschikking van 13 juni 2007, alsmede het echtscheidingsconvenant artikel 2.1. voor wat betreft het ouderlijk gezag te wijzigen en te bepalen dat aan de moeder het eenhoofdig gezag wordt toegekend.

3.2. De moeder heeft ter zitting gesteld dat zij jarenlang alle beslissingen zelf neemt en het gezamenlijk gezag soms tot praktische problemen kan leiden zoals bijvoorbeeld de aanvraag van een paspoort en beslissingen over schoolaangelegenheden. De moeder wenst de feitelijke situatie dan ook te formaliseren door aan haar het eenhoofdige gezag toe te kennen. Verder heeft de moeder gesteld dat de ouders niet met elkaar communiceren en dat er circa twee en een half jaar geen contact heeft plaatsgevonden tussen de minderjarige en zijn vader. Bij de vader is volgens de moeder naast alcoholproblematiek ook sprake van

gok- en drugsverslaving.

4. Het verweer

4.1. De vader heeft geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek van de moeder.

4.2. De vader heeft ter zitting gesteld dat er sprake is van een recente positieve ontwikkeling. Bij de vader is met ingang van 8 december 2009 sprake van een nieuwe woonsituatie. De vader zal dan ‘’beschermd wonen’’ onder de vleugels van Stichting Mensana te Weert. De vader zal daar de nodige begeleiding krijgen en mag daar geen alcohol of andere verslavende middelen gebruiken. De vader heeft zijn verslavingsprobleem momenteel onder controle. De vader wil nu hij over deugdelijke en beschermde woonruimte beschikt de contacten met de minderjarige weer opstarten.

De vader betwist derhalve de stelling van de moeder dat hij nimmer invulling zal kunnen geven aan het ouderlijk gezag. De vader begrijpt niet waarom de moeder eenhoofdig gezag wenst. Zij heeft namelijk geen last van hem.

5. Het oordeel van de rechtbank

5.1. Artikel 1:253n, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen de rechtbank het gezamenlijk gezag, zoals bedoeld in artikel 1:251a, eerste lid BW, kan beëindigen, indien nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Alsdan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over ieder der minderjarige kinderen toekomt. Het tweede lid van artikel 1:253n verklaart het eerste en derde lid van 1:251a BW van overeenkomstige toepassing.

5.2. Het uitgangspunt van de wetgever is dat beide ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag over hun kinderen uitoefenen.

Voor beëindiging van het gezamenlijk gezag bestaat blijkens artikel 1:251a, eerste lid BW, dan aanleiding, wanneer de communicatie tussen de ouders zodanig verstoord is, dat er een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarige klem of verloren dreigt te raken indien de ouders het ouderlijk gezag gezamenlijk zouden blijven uitoefenen en dat niet te verwachten is, dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen of wijziging van het gezag anderszins in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.

5.3. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 1:253n, lid 1, BW, nu er jarenlang geen contact heeft plaatsgevonden tussen de vader en de minderjarige.

5.4. Gelet op het verhandelde ter zitting en de ingebrachte gedingstukken stelt de rechtbank vast dat de vader na de ontbinding van het huwelijk in 2007 er niet meer is geweest voor de minderjarige. De vader heeft, in verband met zijn verslaving, al zijn energie verbruikt om zijn eigen leven overeind te houden. Aldus heeft de vader, als ouder, niet kunnen voldoen aan de uit artikel 1:247, BW voortvloeiende verplichting de minderjarige te verzorgen en op te voeden. De moeder heeft gedurende de afgelopen jaren feitelijk alleen voor die taak gestaan. Hoewel de vader stelt dat hij nu wel in staat is om contact te hebben met de minderjarige, heeft de vader de rechtbank niet kunnen overtuigen dat hij thans wel aan zijn ouderlijke plicht kan voldoen en daadwerkelijk invulling kan geven aan de uitoefening van zijn gezag.

Nu de achterliggende periode heeft aangetoond dat de vader zijn plicht heeft verzaakt ziet de rechtbank daarin voldoende aanleiding voor haar oordeel de wijziging van het gezag in het belang van de minderjarige noodzakelijk te achten en het verzoek van de moeder toe te wijzen.

5.5. Mitsdien beslist de rechtbank als volgt.

6. De beslissing

De rechtbank:

6.1. bepaalt dat aan de moeder voortaan alleen het gezag zal toekomen over de minderjarige:

[de minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003;

6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.C.G. Brants, kinderrechter en ter openbare terechtzitting van 06 januari 2010 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

no

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.