Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BK7698

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
23-12-2009
Datum publicatie
28-12-2009
Zaaknummer
04/650040-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In de val lokken van homofiele mannen en medeplegen van 312 en 317 Sr.

Algemene en bijzondere bewijsoverwegingen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector strafrecht

Parketnummer : 04/650040-09

Datum uitspraak : 23 december 2009

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortedatum],

wonende te [adres].

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 4 september 2009 en 9 december 2009.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1.

hij op of omstreeks 16 januari 2009 te Reuver, in elk geval in de gemeente Beesel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [benadeelde partij 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een beurs, inhoudende onder meer een hoeveelheid geld en bankpasjes, en/of een GSM, merk Nokia, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan genoemde [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke bedreiging met geweld heeft bestaan in het tegen het lichaam van genoemde [benadeelde partij 1] duwen, althans houden, van een pistool, in elk geval van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of het houden van een mes, in elk geval van een op een mes gelijkend voorwerp, kort bij de hals van genoemde [benadeelde partij 1] en/of daarbij op dreigende toon tegen genoemde [benadeelde partij 1] zeggen: "Rustig blijven, gewoon alles inleveren, ik wil geld, ik wil geld", in elk geval woorden van soortgelijkende dreigende aard en/of strekking, welk feit werd gepleegd op de openbare weg [straatnaam], in elk geval op een openbare weg;

artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht;

2.

hij op of omstreeks 16 januari 2009 te Reuver, in elk geval in de gemeente Beesel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Tomtom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van bedreiging met geweld tegen genoemde [benadeelde partij 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welke bedreiging met geweld heeft bestaan in het tegen het lichaam van genoemde [benadeelde partij 1] duwen, althans houden, van een pistool, in elk geval van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of het houden van een mes, in elk geval van een op een mes gelijkend voorwerp, kort bij de hals van genoemde [benadeelde partij 1] en/of daarbij op dreigende toon tegen genoemde [benadeelde partij 1] zeggen: "Rustig blijven, gewoon alles inleveren, ik wil geld, ik wil geld", in elk geval woorden van soortgelijkende dreigende aard en/of strekking, welk feit werd gepleegd op de openbare weg [straatnaam], in elk geval op een openbare weg;

artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht;

3.

hij in of omstreeks de nacht van 17 op 18 januari 2009 te Reuver, in elk geval in de gemeente Beesel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal bankpasjes, een GSM en een Tomtom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het

bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld heeft bestaan in het boven op genoemde [benadeelde partij 2] springen en/of welke bedreiging met geweld heeft bestaan in het tegen het hoofd en/of lichaam van genoemde [benadeelde partij 2] duwen, althans houden, van een pistool, in elk geval van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of het drukken, althans houden, van een mes, in elk geval van een op een mes gelijkend voorwerp, tegen de keel van genoemde [benadeelde partij 2] en/of daarbij op dreigende toon tegen genoemde [benadeelde partij 2] zeggen: "Voor je kijken, voor je kijken" en/of "De gordel omhouden, niet uitstappen" en/of "Kijk eens wat hij mooi glimt, een mooi zilveren mes, het zal niet lang duren als je het eerlijk zegt dan ben je zo weer thuis", in elk geval woorden van soortgelijkende dreigende aard en/of strekking,

welk feit werd gepleegd op de openbar[adres], in elk geval op

een openbare weg;

artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht;

4.

hij op of omstreeks 18 januari 2009 te Reuver, in elk geval in de gemeente Beesel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen onder meer een navigatiesysteem, twee I-phones, een autoradio en bankpasjes, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van bedreiging met geweld tegen genoemde [benadeelde partij 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren, welke bedreiging met geweld heeft bestaan in het richten van een pistool, in elk geval van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op genoemde [benadeelde partij 3] en/of daarbij op dreigende toon tegen genoemde [benadeelde partij 3] zeggen: "Dit is een

overval", in elk geval woorden van soortgelijkende dreigende aard en/of

strekking, welk feit werd gepleegd op de openbare weg [straatnaam], in elk geval op een

openbare weg;

artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7. Bewijsoverwegingen

7.1. Standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 9 december 2009 gevorderd dat de ten laste gelegde feiten bewezen zullen worden verklaard.

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde.

7.2. Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De hieronder vermelde bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Ten aanzien van de feiten 1, 2, 3 en 4

Alvorens nader in te gaan op de afzonderlijke bewijsmiddelen en de gevoerde verweren, zal de rechtbank eerst in een algemene bewijsoverweging stilstaan bij de feiten zoals die uit het politieonderzoek , waaronder begrepen het telecommunicatieonderzoek, én het onderzoek ter terechtzitting naar voren zijn gekomen met betrekking tot de drie overvallen gepleegd op respectievelijk 16, 17 en 18 januari 2009 te Reuver. De rechtbank zal in deze bewijsoverweging, geldend voor alle vier de ten laste gelegde feiten, ook nader in gaan op de tijdens het onderzoek vastgestelde overeenkomsten tussen de verdachten in de onderhavige zaak. Tevens zullen alle (mede)verdachten enkel bij naam vermeld worden.

Algemene bewijsoverweging

Naar aanleiding van het onderzoek is het volgende komen vast te staan.

In het weekend van 16, 17 en 18 januari 2009 zijn in Reuver drie homoseksuele mannen overvallen en beroofd gedurende de nachtelijke uren. Onder bedreiging van telkenmale een vuurwapen en een mes werden de drie slachtoffers gedwongen tot afgifte van goederen (waaronder gsm’s, beurzen met o.a. geld en bankpassen, navigatiesystemen en I-phones) aan de overvallers dan wel werden goederen door de overvallers afgenomen. De eerste overval vond plaats op vrijdag 16 januari 2009 tussen 23.00 uur en 23.14 uur, de tweede overval op zaterdag tussen 23.45 uur en 00.30 uur en de derde overval op 18 januari 2009 omstreeks 01.49 uur.

Bij alle overvallen werd dezelfde werkwijze gehanteerd. Voorafgaand aan de overval maakt het slachtoffer via een (gay)chatbox op internet contact met ene [naam] of “[naam]” (uit Limburg). Vervolgens wordt bij de eerste twee slachtoffers via MSN (emailadres [adres], dan wel [email adres]) verder met elkaar gesproken. Alle slachtoffers geven hun mobiele telefoonnummer aan [naam] door; [naam] op zijn beurt geeft zijn eigen nummer niet door maar zegt zelf telefonisch contact op te zullen nemen, hetgeen vervolgens ook daadwerkelijk is gebeurd. Telefonisch wordt plaats en tijdstip van de ontmoeting bepaald.

De laptop van [verdachte] is in beslag genomen en nader onderzocht. Daarbij is vastgesteld dat op deze laptop op 12 januari 2009 voor het eerst is ingelogd op MSN met het emailadres [adres], waarbij niet is komen vast te staan of dat reeds een bestaand emailadres was waarmee op dat moment werd ingelogd met de laptop van [verdachte], of dat dit emailadres op dat moment op de laptop van [verdachte] is aangemaakt . Uit de in de telefoon van [medeverdachte 1] opgeslagen sms-berichten blijkt dat op 12 januari 2009 om 19.07.52 uur een sms-bericht is ontvangen vanuit het toestel van [verdachte] inhoudende: “En morgen ov?” , even later gevolgd door een sms-bericht om 19.11.12 uur eveneens vanuit de telefoon van [verdachte] inhoudende: “Weet niet even regelen morgen heb nieuwe MSN gemaakt [msn-adres]”. Op grond hiervan kan worden geconcludeerd dat op 12 januari 2009 op de laptop van [verdachte] vorenstaand emailadres is aangemaakt.

Verdachte [medeverdachte 1] maakt gebruik van de bijnaam Scaffa; verdachte [medeverdachte 2] wordt ook wel [medeverdachte 2] genoemd en verdachte [verdachte] heeft als bijnaam Chino, Chano of [bijnaam].

De gsm’s van alle verdachten zijn onderzocht. Daarbij is komen vast te staan dat [medeverdachte 1] gebruik maakt van het mobiele nummer [nummer], [verdachte] van het mobiele nummer [nummer], [medeverdachte 2] van het mobiele nummer [telefoonnummer] en [medeverdachte 3] van het nummer [nummer] dan wel van het nummer van zijn vriendin [naam], zijnde [nummer].

In het telefoonboek van de gsm van [medeverdachte 1] staan zowel het mobiele nummer van [medeverdachte 2] (onder de naam “[medeverdachte 2]”) als een rekeningnummer van Chino vermeld. Tevens is het telefoonnummer [nummer] van het eerste slachtoffer ([benadeelde partij 1]) in zijn telefoon vermeld onder de naam “NIET OPNEMEN” .

In het telefoonboek van de gsm van [verdachte] staan zowel het nummer van [medeverdachte 2] (onder de naam [medeverdachte 2]), van [medeverdachte 1] (onder de naam Scaffa), van [medeverdachte 3] (onder de naam [medeverdachte 3]) als de telefoonnummers van alle drie de slachtoffers vermeld onder de namen: [benadeelde partij 3] (derde slachtoffer: [benadeelde partij 3]), [benadeelde partij 2] (tweede slachtoffer: [benadeelde partij 2]) en [naam] (eerste slachtoffer: [benadeelde partij 1]); de nummers van alle slachtoffers worden steeds voorafgegaan door #31#.

In het telefoonboek van de gsm van [medeverdachte 2] staan de telefoonnummers van zowel [naam] (met het nummer van [medeverdachte 1]) als [medeverdachte 3] (met het nummer van [medeverdachte 3]) als Chano (met het nummer van [verdachte]) vermeld, en in de gsm van [medeverdachte 3] zijn de nummers van [naam] (telefoonnummer van [medeverdachte 2]), [naam] (telefoonnummer van [medeverdachte 1]) en [bijnaam] (met telefoonnummer van [verdachte]).

Voorafgaand aan de overvallen in het bewuste weekend is in de maand januari 2009 veelvuldig telefonisch contact geweest tussen de gsm’s van [medeverdachte 1] en [verdachte]. Vanaf

3 januari 2009 is ruim 25 keer telefonisch contact geweest tussen de mobiele nummers van [medeverdachte 1] en [verdachte]. Deze telefonische contacten zijn met name vanaf 16 januari 2009 fors in aantal toegenomen. In diezelfde periode is vooral op 13 en 14 januari 2009 ook veelvuldig (19 keer) gebeld door het nummer van [verdachte] met het nummer van [medeverdachte 3].

Daarnaast worden - voorafgaand aan de overvallen - tussen de telefoon van [medeverdachte 1] en die van [verdachte] diverse sms-berichten gewisseld. In chronologische volgorde:

* op 12 januari 2009:

19.05 uur van [verdachte] naar [medeverdachte 1]: “maak niks met wie zeg tegen [medeverdachte 3]”

19.06 uur van [verdachte] naar [medeverdachte 1]: “en morgen ov?”

19.07 uur van [medeverdachte 1] naar [verdachte]: “oké dan met [medeverdachte 2] en zo ja is goed welke prijs?”

19.08 uur van [verdachte] naar [medeverdachte 1]: “100 voor 70”

19.09 uur van [medeverdachte 1] naar [verdachte]: “oké en wat geef je [medeverdachte 3]?”

19.10 uur van [verdachte] naar [medeverdachte 1]: “weet niet even regelen morgen heb nieuwe MSN gemaakt “[msn-adres]”.

* op 14 januari 2009:

18.30 uur van [verdachte] naar [medeverdachte 1]: “E ik kom nu na de hei zit nu in”

18.16 uur van [verdachte] naar [medeverdachte 1]: “Tz waarom zeg je dat niet therw”

18.52 uur: van [medeverdachte 1] naar [verdachte]: “Wie is aas dan? En [medeverdachte 2] doet zoizo al niet mee hij heeft vandaa”

18.53 uur van [verdachte] naar [medeverdachte 1]: “ik als het moet”

18.54 uur van [verdachte] naar [medeverdachte 1]: “Doe je mee of wat want bmw zit onder jou”

18.54 uur van [medeverdachte 1] naar [verdachte]: “Ahzo kweed niet Zehma die pool heeft parra”

18.55 uur van [verdachte] naar [medeverdachte 1]: “Hij maakt badkamers zelf”.

Uit vorenstaand sms-verkeer leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 1] en [verdachte] kennelijk iets aan het regelen zijn. Tevens is in diezelfde tijd een nieuw emailadres aangemaakt dat overeenstemt met het emailadres waarmee twee van de slachtoffers ([benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]) contact hebben gehad.

Nadat ook de laatste overval in de vroege ochtend van 18 januari 2009 heeft plaatsgevonden hebben zowel [medeverdachte 1] als [verdachte] gepoogd goederen te verkopen .

Zo heeft [medeverdachte 1] op 18 januari in de loop van de dag diverse gelijkluidende sms-berichten gestuurd aan en ontvangen van diverse personen (bijvoorbeeld aan [naam]: “Hey jong kan je iets met 2 I-phones 1tje 16gbt en 1tje 8gbt”). In deze berichten is steeds sprake van een aanbod van goederen soortgelijk aan die welke kort daarvoor door de slachtoffers zijn afgegeven en/of bij hen zijn weggenomen. Tevens is die dag naar diverse mensen gebeld door [medeverdachte 1] waarbij diezelfde koopwaar wordt aangeboden (bijvoorbeeld om 15.04 uur naar onbekend persoon in welk gesprek [medeverdachte 1] spullen aanbiedt van 18 gbt en 8 gbt en waarin ook over TomToms en mobiele telefoontjes wordt gesproken.

Op 19 januari 2009 heeft ook [verdachte] nog een sms ontvangen (van een onbekend gebleven persoon) waarin gesproken wordt over een aangeboden I-phone (om 17.29 uur: “Hee jung, heb je nog die I-phone wat is je laagste prijs weet a”, en om 17.33 uur: “OK Jammer”).

Tussen verdachten hebben na de overvallen ook nog telefonisch contacten plaatsgevonden op 19 januari 2009. Daarbij wordt gesproken over de berichtgeving op teletekst en in de media .

Zo heeft [medeverdachte 3] om 11.36 uur gebeld met [medeverdachte 1] waarbij hij zegt dat hij alles gelezen heeft op teletekst “van gisteren die drie dus uhhh. Weet je dat alvast”. Hierop antwoordt [medeverdachte 1]: “staat dat allemaal erop” en [medeverdachte 3] rondt het gesprek af met de opmerking: “ja praat maar niet erover, praten vanavond wel”.

Om 12.42 uur heeft [medeverdachte 1] telefonisch contact opgenomen met [verdachte]; in dat gesprek vraagt [verdachte] of [medeverdachte 1] al op teletekst heeft gekeken, waarop [medeverdachte 1] bevestigend antwoordt dat hij op mediaberichten heeft gekeken en dat er maar weinig op stond,”Maar drie personen waren”.

In aanvulling op hetgeen hiervoor met betrekking tot het bewijs in zijn algemeenheid is overwogen overweegt de rechtbank nog het navolgende.

Bijzondere bewijsoverweging

Door [verdachte] is als verweer gevoerd, kort samengevat, dat hij onschuldig is aan het hem tenlastegelegde. Daartoe wordt gesteld dat hij in de week voorafgaand aan en in het weekend van vrijdag 16 januari, zaterdag 17 en tot zondagmiddag 18 januari 2009 niet in het bezit is geweest van zijn gsm met het nummer [telefoonnummer], zodat hij niet degene is geweest die in die periode met zijn gsm telefoongesprekken heeft gevoerd en sms-berichten heeft verstuurd.

Ook was hij niet in het bezit van zijn laptop in de week van 12 januari 2009, toen werd ingelogd op msn met het emailadres [adres].

De rechtbank overweegt daaromtrent het volgende.

Over het gebruik van zijn gsm en laptop heeft [verdachte] onder meer de volgende -zakelijk weergegeven- verklaringen afgelegd.

In zijn eerste verhoor bij de politie (p. 317 en 318):

• zijn mobielnummer is [nummer];

• af en toe vragen collega’s of vrienden of ze mogen bellen. Andere mensen hebben niet zomaar de beschikking over zijn telefoon;

• alleen hij en sommige jongens die bij hem op de kamer (RB: op de kazerne) zitten maken gebruik van de laptop.

In het tweede politieverhoor (p. 324):

bevestigt dat hij zijn telefoon nooit aan iemand afgeeft.

In het derde verhoor (p. 327 en 328):

• bevestigt –“ja, meestal wel, ja”- dat hij zijn telefoon altijd bij zich heeft. Hij vergeet hem wel eens;

• heeft zijn telefoon vrijdag 16 januari 2009 ook meegenomen naar zijn vriend en heeft hem ook weer mee terug naar huis genomen;

• met betrekking tot de telefonische contacten van zijn gsm met die van slachtoffer [benadeelde partij 1] (feiten 1 en 2) verklaart hij dat hij zijn telefoon dan wel zal hebben uitgeleend. Wil niet zeggen aan wie.

Het vierde verhoor (p. 332 en 333):

• de telefoonnummers en namen die in de telefoon staan heeft hij er zelf in gezet;

• in reactie op het aantreffen van telefoonnummers van slachtoffers in zijn gsm zegt hij dat het kan zijn dat iemand zijn telefoon heeft geleend. En dat deze dan zijn SIM-kaart in de telefoon heeft gezet, waardoor het dan mogelijk is dat deze zijn telefoonnummers van de SIM-kaart op de telefoon van [verdachte] heeft gezet;

• heeft zijn telefoon op vrijdagavond, 16 januari 2009, laten liggen bij een vriend van hem en heeft hem zondag 18 januari 2009 in de middag weer opgehaald;

• op de vraag wie deze vriend is zegt hij “no answer”.

Op de terechtzitting van 4 september 2009:

• blijft erbij dat hij zijn telefoon op 16 januari 2009 bij zijn vriend heeft laten liggen en wil niet vertellen wie die vriend is;

• tijdens het gamen bij die vriend hebben anderen zijn telefoon wel gebruikt;

• zou kunnen dat hij met een [naam] heeft gesms’t, hij kent vele [naam];

• hoeft onder een sms met zijn eigen toestel geen naam te zetten, terwijl iemand anders die met mijn toestel sms’t dat wel zou doen.

Op de terechtzitting van 9 december 2009:

• geconfronteerd met telefonische contacten en sms-verkeer in de periode van 12 januari tot 16 januari 2009 verklaart hij dat hij zijn telefoon in die week op de kazerne niet bij zich had, omdat hij hem thuis had laten liggen;

• dat hij zich eigenlijk niet meer goed kan herinneren of hij zijn telefoon wel of niet bij zich had, omdat het allemaal al zo lang geleden is;

• dat hij de laptop niet bij zich had in de week van 12 januari 2009 in verband met de installatie van een virusscanner.

De rechtbank hecht geen geloof aan de verklaringen van [verdachte] ten aanzien van het niet bij zich hebben van gsm en laptop.

In de eerste plaats stelt de rechtbank stelt vast dat [verdachte] telkens zijn verklaringen wijzigt dan wel met nieuwe verklaringen komt, waarbij opvalt dat zulks telkens gebeurt nadat er weer wat meer of andere, voor hem belastende, informatie aan [verdachte] bekend wordt (gemaakt).

Voorts laat [verdachte] keer op keer na om, ter onderbouwing van zijn verhaal, namen te noemen van de anderen die volgens hem dan zijn gsm of laptop in hun bezit zouden hebben gehad. Ook is het in de lezing van [verdachte] volkomen onverklaarbaar waarom er in de periode dat hij zijn telefoon niet bij zich zou hebben gehad veelvuldig telefonisch contact is geweest tussen de telefoon van [verdachte] en zijn vriend, [medeverdachte 1].

Zeer aansprekend is in dit verband ook dat het met de lezing van [verdachte] (telefoon vergeten en de laptop bij de virusscanner-installateur) in het geheel niet te verklaren is dat op 12 januari 2009 in een van de sms-jes van de gsm van [verdachte] naar [medeverdachte 1] sprake is van een nieuw gemaakt msn emailadres (RB: [adres]), terwijl datzelfde email adres ook blijkt te staan op zijn laptop.

Tenslotte is er op 17 januari 2009 sprake van sms-verkeer met [naam] en uit de inhoud van de conversatie kan in redelijkheid geen andere conclusie worden getrokken dan dat het [verdachte] zelf is geweest die sms’t.

De rechtbank gaat er gelet op het vorenstaande van uit dat [verdachte] in de week van 12 januari 2009 en het daarop volgend weekend wel de beschikking heeft gehad over zijn laptop en gsm. Het is derhalve [verdachte] zelf geweest die op 12 januari 2009 het emailadres [email adres] heeft aangemaakt en het is ook [verdachte] zelf geweest die in de periode heeft deelgenomen aan het met die gsm gevoerde telefoon- en smsverkeer.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2

Aangifte [benadeelde partij 1]

Het slachtoffer [benadeelde partij 1] (hierna [benadeelde partij 1]) heeft in zijn aangifte verklaard dat hij circa twee weken voor de overval via gaychat (gaychat.nl) msn-contact heeft gehad met ene [naam] uit Reuver (email:[email adres]). [benadeelde partij 1] heeft zijn 06-nummer aan [naam] gegeven, [naam] wilde niet zijn nummer geven en belde steeds afgeschermd. Op vrijdag 16 januari 2009 belt [naam] om ongeveer 18.00 uur met afgeschermd nummer voor het maken van een afspraak. Er wordt afgesproken elkaar die avond te ontmoeten in [adres] in Reuver. [benadeelde partij 1] zegt dat hij het opgegeven adres kan vinden via zijn Tomtom. Tijdens de rit naar Reuver wordt het slachtoffer 2x door [naam] gebeld. Als [benadeelde partij 1] op [straatnaam] in Reuver aankomt ziet hij een eindje verderop voor het bos een persoon staan. [benadeelde partij 1] denkt dat deze persoon [naam] is en vraagt aan deze persoon of hij [naam] is maar deze persoon zegt niets en gaat op de bijrijdersstoel van zijn auto zitten. [benadeelde partij 1] beschrijft deze persoon als volgt: ongeveer 1.70 meter lang, smal postuur, circa 20/25 jaar, getint gezicht, zwarte ogen en korte zwarte haren.

Op het moment dat deze persoon op de bijrijdersstoel is gaan zitten gaan achter [benadeelde partij 1] de autoportieren open. De persoon op de bijrijdersstoel trekt de autosleutel uit het contact en houdt de sleutel vast. [benadeelde partij 1] ziet dat er door de rechter en door de linkerportier twee personen in zijn auto stappen. Waar die vandaan kwamen weet hij niet. Waar zijn auto stond was geen verlichting. Deze personen hadden een donkere huidskleur en zwarte ogen. Op hetzelfde moment wordt het portier aan zijn kant geopend door een persoon met een bivakmuts op die naast zijn auto stond. [benadeelde partij 1] zag en voelde dat er een pistool in zijn linkerzij werd geduwd. [benadeelde partij 1] heeft het wapen, een zwart pistool waarvan het uiteinde van de loop grijs was, ongeveer 15 - 20 cm groot, duidelijk gezien. [benadeelde partij 1] voelde zich erg bedreigd en was op dat moment heel bang. De man met de bivakmuts op zei: “Rustig blijven, gewoon alles inleveren, ik wil geld, ik wil geld”. Deze persoon sprak op een gehaaste toon.

De persoon met het pistool vroeg om [benadeelde partij 1]’s beurs, geld en pincode. De man met het pistool zei dat [benadeelde partij 1] zijn mobiel, een grijze Nokia met het nummer [telefoonnummer], aan hem moest geven. Zijn beurs heeft [benadeelde partij 1] aan de man met het pistool afgegeven. In deze beurs zaten onder andere drie bankpassen en circa 250-300 euro. Op het moment dat [benadeelde partij 1] zei dat hij de pincode niet meer wist zag en voelde hij dat de persoon, die direct achter hem in de auto zat, een mes op circa 3 cm afstand rechts langs zijn hals hield. [benadeelde partij 1] heeft het mes gezien en voelde zich erg bedreigd en was bang dat hem iets zou overkomen. Het was een mes van zeker 20 cm lengte met een lemmet van vier cm breed. [benadeelde partij 1] hoorde dat deze persoon met het mes zei dat hij zijn pincode moest geven. Deze persoon sprak Nederlands met een beetje accent. [benadeelde partij 1] heeft daarop bewust een verkeerde pincode gezegd. De persoon op de bijrijdersstoel vroeg in duidelijk accentloos Nederlands of hij een vrouw had en nam vervolgens de Tomtom met kabeltje weg.

Alleen de persoon met het pistool had een zwarte bivakmuts op.

Op een gegeven moment stappen alle drie de overvallers tegelijk uit de auto en rennen alle vier weg in de richting van de straat.

Toen [benadeelde partij 1] later die dag bij de politie zijn bankpas van de [bank] blokkeerde vernam hij dat er die avond geprobeerd was met zijn bankpas te pinnen.

PV bevindingen (tijdstip overval)

Op 16 januari 2009 omstreeks 23.24 uur kregen verbalisanten het verzoek om naar de [adres] te Reuver te gaan. Aldaar zou een man zitten die zojuist een 10 minuten geleden zou zijn overvallen. Toen zij deze man naar zijn identiteit vroegen gaf hij verbalisanten op te zijn genaamd: [benadeelde partij 1]. Het slachtoffer [benadeelde partij 1] deelde mee dat hij op 16 januari 2009 omstreeks 23.00 uur in zijn auto op de [adres] te Reuver in zijn auto zat te wachten. Na enkele minuten gewacht te hebben werd opeens het bijrijderssportier geopend. Vervolgens beschrijft [benadeelde partij 1] de verdere toedracht van de overval aan verbalisanten.

Uit dit proces-verbaal blijkt de overval op [benadeelde partij 1] op 16 januari 2009 tussen 23.00 uur en 23.14.uur heeft plaatsgevonden in Reuver.

Telefoon(-verkeer) voor de overval

Op 16 januari 2009 werd aangever [benadeelde partij 1] overvallen, waarbij de gsm, voorzien van het nummer [telefoonnummer], werd weggenomen.

De politie heeft een onderzoek ingesteld naar de aanwezigheid van geheugens of gegevens die zijn opgeslagen op het telefoontoestel, een gsm, van [medeverdachte 1] en van [verdachte].

In de geheugens of gegevens van de telefoon van:

- [medeverdachte 1] werd voormeld 06 nummer van het slachtoffer [benadeelde partij 1] aangetroffen met de tekst “niet opnemen”.

- [verdachte] werd voormeld 06 nummer van het slachtoffer [benadeelde partij 1] opgenomen onder vermelding van de naam: [naam].

Verder blijkt dat in de geheugens of gegevens van de telefoon van [medeverdachte 1] en [verdachte] onder meer zijn aangetroffen:

- [medeverdachte 1] [telefoonnummer]

- [verdachte] [telefoonnummer]

- [medeverdachte 2] 06-24817702

Uit het onderzoek van de gsms van [medeverdachte 1] en [verdachte] blijkt dat op 16 januari 2009 voor de overval op [benadeelde partij 1] onder meer het navolgende telefoonverkeer heeft plaatsgevonden.

- om 20.15.40 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 1]

- om 20.16.12 uur en op 20.16.31 uur belt [verdachte] naar slachtoffer [benadeelde partij 1]

- om 20.16.48 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 1]

- om 20.17.52 uur en 20.19.30 uur belt [verdachte] naar slachtoffer [benadeelde partij 1]

- om 21.09.26 uur en 21.24.44 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 1]

- om 21.39.39 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

- om 21.44.51 uur belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 2]

- om 22.32.32 uur belt [verdachte] naar slachtoffer [benadeelde partij 1]

- om 22.36.18 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 2]

- om 23.05.49 uur belt [verdachte] naar het slachtoffer [benadeelde partij 1]

GSM’s en plaats delict

Uit het onderzoek Telecommunicatie kunnen de volgende conclusies worden getrokken. Ervan uitgaande dat verdachte [medeverdachte 1] gebruiker was van [telefoonnummer] is hij in Reuver geweest op 16 januari 2009 kort na de periode dat [benadeelde partij 1] volgens zijn aangifte werd beroofd.

Ervan uitgaande dat [verdachte] gebruiker was van een gsm met [telefoonnummer] dan is [verdachte] in Reuver geweest op 16 januari 2009 kort na de periode dat [benadeelde partij 1] naar eigen zeggen werd beroofd. [verdachte] was dan in de nabijheid van de plaats delict waar [benadeelde partij 1] werd beroofd .

Camerabeelden van de [bank] te Reuver na de overval

Uit de aangifte van [benadeelde partij 1] blijkt dat er op 16 januari 2009 na de overval nog is geprobeerd om met de gestolen bankpas te pinnen.

In het kader van het onderzoek pinnen met een gestolen bankpas afkomstig van een straatroof zijn de camerabeelden van 16 januari 2009 van de [bank] te Reuver door de verbalisant uitgelezen. Van de camerabeelden werden afdrukken gemaakt. De tijd van de geldautomaat verschilt van de tijd van de transactie.

De verbalisant nam op deze beelden het volgende waar.

FOTO 1: 23 uur 11 min. 55 min (Gea tijd):

Op deze foto is te zien dat een persoon komt binnenlopen. Deze heeft in zijn rechterhand een mobiele telefoon vast als hij naar de geldautomaat loopt.

FOTO 2 t/m 5: 23 uur 23 min. 19 sec (transactietijd)

Hierop is te zien dat de persoon een geldbedrag van € 1750,- ingaf en dat de persoon gedurende de transactie aan het bellen was.

De geldautomaat gaf aan: onjuiste pin nog een poging.

De persoon selecteerde voor een tweede keer een bedrag van € 1750 selecteerde. De geldautomaat gaf aan: “derde onjuiste pin pas geblokkeerd”.

De persoon startte een derde transactie om 23 uur 24 min en 43 sec (transactietijd) van rekening EMVP [nummer]. De geldautomaat gaf aan: “onjuiste pin nog twee pogingen”. De persoon beëindigde deze transactie vervolgens.

De persoon startte om 23.uur 25 min. 40 sec een vierde transactie; dit keer van rekening- nummer [rekeningnummer] 063. De persoon wilde een bedrag van € 250,- opnemen. De geldautomaat gaf aan: “onjuiste pin nog twee pogingen.” De persoon verliet vervolgens de [bank].

Nadat [medeverdachte 2] met deze camerabeelden is geconfronteerd heeft hij bij de politie bekend dat hij met de pinpas staat te pinnen .

Uit het voegingsformulier van de benadeelde partij blijkt dat het rekeningnummer van [benadeelde partij 1] luidt: [rekeningnummer]

Dit betekent dat [medeverdachte 2], kort na de overval, in het bezit is van de gestolen bankpas van [benadeelde partij 1].

Telefoonverkeer na de overval

Verder blijkt uit het onderzoek van de gsm van [medeverdachte 1] dat hij op 16 januari 2009 om 23.17.54 uur, 23.18.34 uur, 23.19.43 uur, 23.21.54 uur en 23.24.04 uur is gebeld door het nummer: [telefoonnummer].

Nadat verdachte [medeverdachte 1] is geconfronteerd met deze gegevens, heeft hij tegenover de politie verklaard dat [medeverdachte 2] hem met dat 06-nummer heeft gebeld .

Dit betekent dat [medeverdachte 2], kort na de overval, in het bezit is van de gestolen telefoon van [benadeelde partij 1].

Waarneming rechtbank

De rechtbank heeft tijdens het onderzoek ter terechtzitting van 9 december 2009 waargenomen dat [medeverdachte 2] (foto 3 behorende bij de camerabeelden p. 348) aan het bellen is tijdens de pinpogingen.

Dit betekent dat [medeverdachte 2] ten tijde van de pinpogingen met de gestolen bankpas van [benadeelde partij 1] [medeverdachte 1] heeft gebeld met de gestolen telefoon van [benadeelde partij 1].

Op grond van het bovenstaande in onderling verband en samenhang bezien met de algemene bewijsoverweging acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde strafbare feiten tezamen en in vereniging met anderen, heeft begaan.

Ten aanzien van feit 3

Aangifte van [benadeelde partij 2]

Het slachtoffer [benadeelde partij 2] (hierna [benadeelde partij 2]) heeft in zijn aangifte verklaard dat hij homoseksueel is en op 17 januari 2009 via www.gay.nl contact heeft gehad met een [naam] uit Belfeld. Deze persoon gebruikte de naam “[naam]”. [naam] sprak [benadeelde partij 2] op de site aan. Op een gegeven moment gaf [naam] zijn msn-naam: [email adres]. [naam] stelde [benadeelde partij 2] voor om te gaan stappen. Afgesproken werd elkaar die zaterdagavond tussen 23.00 uur en 24.00 uur te treffen. [naam] heeft [benadeelde partij 2] naar zijn gsm nummer ([telefoonnummer]) gevraagd en om circa 17.10 uur het ontmoetingsadres en tijdstip: [adres] in Tegelen om 24.00 uur, aan [benadeelde partij 2] doorgegeven.

Omstreeks 21.00 uur belde een onbekende persoon die zich voorstelde als [naam]. [naam] vroeg [benadeelde partij 2] om 23.30 uur naar de [adres] in Reuver te komen waar hij in de 1e straat links op hem zou wachten. Circa 23.00 uur belde [naam] voor de tweede keer en vroeg [benadeelde partij 2] of hij al onderweg was en zei tegen hem dat hij naar de [adres] in Reuver moest komen. Toen [benadeelde partij 2] in de Roertunnel reed belde [naam] voor de derde keer. Wanneer [benadeelde partij 2] Reuver inrijdt belt [naam] voor de vierde keer, ongeveer 300 meter verwijderd van de afgesproken plek. Als [benadeelde partij 2] een geheel donkere weg inrijdt ziet hij door de verlichting van de auto iemand langs de weg staan. [benadeelde partij 2] stopt bij deze persoon, een jongen, en doet de deuren van het slot en ziet vervolgens dat deze jongen het bijrijderssportier opent. Direct daarop springt deze jongen over [benadeelde partij 2] heen. [benadeelde partij 2] heeft van deze jongen het volgende signalement gegeven: blank, normaal postuur, Nederlands met dialect uit de buurt, droeg gebreid mutsje.

Als [benadeelde partij 2] vervolgens de jongen vastgrijpt gaan de andere portieren van zijn auto open en stappen twee personen achter in de auto. Aan de kant van [benadeelde partij 2] gaat eveneens het portier open en krijgt [benadeelde partij 2] een zwart pistool tegen de linkerkant van zijn hoofd gedrukt door de persoon die het portier aan zijn kant heeft geopend. De jongen op de bijrijderssplaats draait de lichten van de auto uit en neemt de autosleutel uit het contact. De persoon met het pistool riep de hele tijd: “voor je kijken, voor je kijken, gordel omhouden, niet uitstappen en heeft [benadeelde partij 2] naar zijn portemonnee en pinpas gevraagd. [benadeelde partij 2] was bang. De jongen op de bijrijderplaats nam de Tomtom weg. Achter in de auto zaten twee mannen en een van hen had een mes in zijn hand. Een van de twee overvallers achter in de auto kwam tussen de voorstoelen door en hield met zijn rechterhand het mes tegen de keel van [benadeelde partij 2] en met de linkerhand hield hij [benadeelde partij 2] vast. De persoon met het pistool liep naar de bijrijderkant toen hij de pasjes in de middenconsole van de auto van [benadeelde partij 2] zag liggen. De persoon met het pistool gaf vervolgens het pistool aan de man op de bijrijdersstoel en ging pinnen. [benadeelde partij 2] werd diverse keren dwingend onder bedreiging van wapens naar de pincodes gevraagd. Omdat de overvallers [benadeelde partij 2] niet geloofden werd hij extra bedreigd met de woorden: “kijk eens wat hij mooi glimt, een mooi zilveren mes, het zal niet lang duren als je het eerlijk zegt, dan ben je zo weer thuis”. De persoon met het pistool was verdwenen. Op een gegeven moment werd de jongen op de bijrijdersstoel gebeld waarna deze de gsm gaf aan de persoon met het mes. De persoon met het mes sprak aan de gsm. Er werd 2 of 3 keer gebeld in verband met de pincode. Onder dwang werd [benadeelde partij 2] nogmaals gevraagd naar de juiste pincode waarbij de jongen op de bijrijdersstoel het pistool tegen de ribbenkast van [benadeelde partij 2] duwde en het pistool ook tegen zijn hoofd hield. De vierde overvaller controleerde de inhoud van de kofferbak en zei dat [benadeelde partij 2] niet met jonge jongetjes moest afspreken.

Na het 3e telefoontje zei de persoon met het mes “we gaan eruit”. Hierop hebben de overvallers de auto verlaten en [benadeelde partij 2] alleen achter gelaten. De jongen op de bijrijdersstoel heeft voordat hij de auto verliet nog de gsm van [benadeelde partij 2], een Nokia 6233, classic Black, zonder simkaart weggenomen.

Telefoon(-verkeer) voor de overval

Tussen 17 januari 2009 en 18 januari 2009 werd aangever [benadeelde partij 2] overvallen, waarbij de gsm, voorzien van het nummer [telefoonnummer], werd weggenomen.

De politie heeft een onderzoek ingesteld naar de aanwezigheid van geheugens of gegevens die zijn opgeslagen op het telefoontoestel, een gsm, van [verdachte].

In de geheugens of gegevens van de telefoon van [verdachte] werd voormeld 06 nummer van het slachtoffer [benadeelde partij 2] opgenomen onder vermelding van de naam: [benadeelde partij 2].

Verder blijkt dat in de geheugens of gegevens van de telefoon van [medeverdachte 1] en [verdachte] onder meer zijn aangetroffen:

- [medeverdachte 1] [telefoonnummer]

- [verdachte] [telefoonnummer]

- [medeverdachte 3] [telefoonnummer] (onder vermelding van de naam: [medeverdachte 3])

Uit het onderzoek van de gsms van [verdachte] blijkt dat op 17 januari 2009 voor de overval op [benadeelde partij 2] onder meer het navolgende telefoonverkeer heeft plaatsgevonden.

- om 18.48.42 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

- om 19.05.22 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 1]

- om 19.06.07 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3]

- om 19.35.54 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3]

- om 19.36.45 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3]

- om 19.44.47 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 3]

- om 19.54.10 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

- om 20.18.51 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

- om 20.19.17 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

- om 20.34.20 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

- om 22.01.36 uur belt [verdachte] naar het slachtoffer [benadeelde partij 2]

- om 22.47.47 uur belt [verdachte] naar het slachtoffer [benadeelde partij 2]

- om 23.03.26 uur belt [verdachte] naar het slachtoffer [benadeelde partij 2]

- om 23.31.12 uur belt [verdachte] naar het slachtoffer [benadeelde partij 2]

- om 23.59.40 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

Verder blijkt uit het onderzoek dat [verdachte] op 17 januari 2009 op vermelde tijdstippen afgeschermd met #31# naar het slachtoffer [benadeelde partij 2] heeft gebeld.

GSM’s en plaats delict

Uit het onderzoek Telecommunicatie kunnen de volgende conclusies worden getrokken.

Ervan uitgaande dat [medeverdachte 1] gebruiker was van [telefoonnummer] dan is hij in Reuver geweest op 17 januari in de periode dat aangever [benadeelde partij 2] beroofd werd op 18 januari 2009 om 00.10.46 uur of in de nabijheid waar [benadeelde partij 2] beroofd werd.

Ervan uitgaande dat [verdachte] gebruiker was van een gsm met [telefoonnummer] dan is [verdachte] in Reuver geweest in de nacht van 17 op 18 januari in de periode dat [benadeelde partij 2] naar eigen zeggen werd beroofd en op 18 januari 2009 tussen 23.04 en 00.14 in de nabijheid van de plaats delict waar [benadeelde partij 2] werd beroofd .

Camerabeelden [bank] (GEA S1Q256) 17 januari 2009

Uit het onderzoek blijkt dat is gepoogd om – na de overval - met de bankpas van slachtoffer [benadeelde partij 2] met rekeningnummer [nummer] te pinnen bij de [bank] te Reuver (GEA S1Q256).

Door de politie zijn de camerabeelden van de [bank] te Reuver met betrekking tot de pinopnames van zaterdag 17 januari 2009 uitgelezen . Door de verbalisant is aan de hand van de foto’s van de camerabeelden het volgende waargenomen:

Foto 1: 23.56.54 uur GEA-tijd, een persoon is aan het pinnen (p.376)

Foto 2: 23.57.04 uur GEA-tijd, een persoon is aan het pinnen (p.377)

Foto 3: 23.57.13 uur GEA-tijd, een persoon is aan het pinnen (p.378)

Foto 4: 23.57.19 uur GEA-tijd, een persoon is aan het pinnen (p.379)

Foto 5: 23.57.39 uur GEA-tijd, een persoon is aan het pinnen (p.380)

Foto 6: 23.57.46 uur GEA-tijd, een persoon is aan het pinnen (p.381)

Waarneming rechtbank en verbalisanten

De rechtbank heeft blijkens het onderzoek ter terechtzitting van 9 december 2009 waargenomen dat de persoon welke op de foto’s p. 360 tot en met p. 362 staat afgebeeld dezelfde persoon is als de persoon afgebeeld op de foto’s p.376 tot en met p.381.

Door twee verbalisanten is de persoon afgebeeld op de foto’s p. 370 tot en met 373 herkend als [medeverdachte 3].

Op grond van deze herkenning volgt dat [medeverdachte 3] de persoon is geweest die op

17 januari 2009 de vastgelegde pintransacties heeft verricht.

Deze constatering wordt ondersteund door de verklaring van aangever [benadeelde partij 2], inhoudende dat één van de overvallers tijdens de overval op 17 januari 2009 omstreeks 23.57 uur is gaan pinnen met zijn bankpasjes.

Uit de aangifte van [benadeelde partij 2] blijkt bovendien dat de man die op 17 januari 2009 met zijn bankpasjes is gaan pinnen één van de overvallers is geweest en tijdens de overval een pistool op hem gericht heeft gehouden.

Telefoonverkeer na de overval

Verder blijkt uit het onderzoek van de gsm van [verdachte] dat hij op 17 januari 2009 om 23.59.40 uur is gebeld door [medeverdachte 1] .

Op grond van het bovenstaande in onderling verband en samenhang bezien met de algemene bewijsoverweging acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 ten laste gelegde strafbare feiten tezamen en in vereniging met anderen heeft begaan.

Ten aanzien van feit 4

Aangifte van [benadeelde partij 3]

Het slachtoffer [benadeelde partij 3] (hierna [benadeelde partij 3]) heeft in zijn aangifte verklaard dat hij

op zaterdag 17 januari 2009 via de site Gaychat contact heeft gehad met een jongen die chatte onder de naam [naam]. Deze jongen kwam uit Limburg, Reuver. Op de chat heeft [benadeelde partij 3] zijn mobiel nummer gegeven. Toen deze [naam] hem belde zag hij dat dit een anoniem nummer was. De chat duurde tot 19.00 – 20.00 uur. Afgesproken werd elkaar te ontmoeten in Reuver. Omstreeks 22.00 uur werd [benadeelde partij 3] gebeld door een jongen die zich uitgaf voor [naam] en vroeg of de afspraak nog doorging en die bevestigde dat hij de jongen was waarmee [benadeelde partij 3] eerder die dag had gechat. [naam] gaf aan dat hij op [straatnaam] in Reuver was. [benadeelde partij 3] is daarop in zijn auto gestapt en naar Reuver gereden. Vanaf 22.00 uur tot dat [benadeelde partij 3] omstreeks 01.20 uur in Reuver was gearriveerd heeft [naam] hem ongeveer 5-6 keer gebeld. Hij belde steeds met een anoniem nummer. Omstreeks 01.20 uur was [benadeelde partij 3] in Reuver gearriveerd en zag hij schuin voor het Avia tankstation, gezien vanuit de richting Roermond, een jongen staan. Het signalement van deze jongen was: ongeveer 1.75 meter lang, 18 jaar, lichte huidskleur, half Nederlands, half Indonesch/Moluks. [benadeelde partij 3] is bij deze jongen gestopt waarna de jongen bij hem in de auto is gestapt op de bijrijdersstoel.

Toen [benadeelde partij 3] met deze jongen in de auto aan het praten was hoorde hij dat de bestuurdersportier geopend werd en zag hij dat er een persoon naast hem stond en dat er aan de bijrijderskant ook een persoon stond. [benadeelde partij 3] zag vervolgens dat de bijrijdersstoel door de jongen die bij hem in de auto was gestapt naar voren werd geklapt waardoor er een persoon achter in de auto kon stappen. [benadeelde partij 3] zag dat de persoon, die naast hem stond aan de bestuurderskant, een zwart pistool op hem richtte. [benadeelde partij 3] keek recht in de loop van het pistool. Uiteindelijk zijn er vijf personen bij [benadeelde partij 3] in de auto gestapt, 3 Marokkaanse jongens, een Nederlandse jongen en een halfbloedje (Indonesisch/Moluks). Alle jongens waren in het zwart gekleed en droegen een bivakmuts met uitzondering van de jongen op de bijrijdersstoel. De jongens spraken Nederlands met een Limburgs accent. De jongen op de bijrijdersstoel zei dat [benadeelde partij 3] gas moest geven. Iemand riep: “Dit is een overval”. [benadeelde partij 3] werd door een van de Marokkaanse jongens met een bivakmuts op onder schot gehouden waarbij het pistool op zijn hoofd was gericht. De jongen die naast [benadeelde partij 3] op de bijrijdersstoel zat zei tegen [benadeelde partij 3] dat hij naar [straatnaam] in Reuver moest rijden. De jongen op de bijrijdersstoel kreeg een mes aangereikt van een van de andere jongens. Op [straatnaam] moest [benadeelde partij 3] op een heel donkere plek stoppen. Toen [benadeelde partij 3] tot stilstand had gebracht gingen de jongens allemaal naar goederen graaien. De jongens die naast [benadeelde partij 3] zat probeerde de autosleutel af te pakken. [benadeelde partij 3] heeft gezien dat een van de jongens zijn navigatiesysteem pakte. De jongens hebben ook in de jaszakken van [benadeelde partij 3] gegraaid. [benadeelde partij 3] voelde dat een mapje met pasjes uit zijn jaszak werd gehaald en zag dat zijn bankpas uit het mapje werd gehaald. Toen een van de jongens [benadeelde partij 3]s bankpas had werd [benadeelde partij 3] tot drie keer toe naar zijn pincode gevraagd. [benadeelde partij 3] heeft daarop zijn juiste pincode gegeven. Op een gegeven moment zijn de jongens weggerend. Door de overvallers werden de volgende goederen ontvreemd: een navigatiesysteem, merk Becker, kleur zwart, 2x iPhone, kleur grijs en wit (met telefoonnummer [nummer]), bankpasje Postbank, rekeningnummer [nummer], en een chipknip pasje van de Postbank .

Na de overval heeft [benadeelde partij 3] aan een automobilist aangegeven dat hij was overvallen. Ongeveer 10 - 15 minuten later arriveerde de politie.

Telefoon(-verkeer) voor de overval

Op18 januari 2009 werd aangever [benadeelde partij 3] omstreeks 01.20 uur overvallen, waarbij de gsm, voorzien van het nummer [telefoonnummer], werd weggenomen.

De politie heeft een onderzoek ingesteld naar de aanwezigheid van geheugens of gegevens die zijn opgeslagen op het telefoontoestel, een gsm, van [verdachte].

In de geheugens of gegevens van de telefoon van [verdachte] werd voormeld 06 nummer van het slachtoffer [benadeelde partij 3] opgenomen onder vermelding van de naam: [benadeelde partij 3].

Verder blijkt dat in de geheugens of gegevens van de telefoon van [medeverdachte 1] en [verdachte] onder meer zijn aangetroffen :

- [medeverdachte 1] [telefoonnummer]

- [verdachte] [telefoonnummer]

Uit het onderzoek van de gsms van [verdachte] blijkt dat op 17 januari 2009 voor de overval op [benadeelde partij 3] onder meer het navolgende telefoonverkeer heeft plaatsgevonden.

- om 18.48.42 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

- om 19.05.22 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 1]

- om 19.54.10 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

- om 20.18.51 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

- om 20.19.17 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

- om 20.34.20 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

- om 22.30.27 uur belt [verdachte] naar het slachtoffer [benadeelde partij 3]

- om 22.30.33 uur belt [verdachte] naar het slachtoffer [benadeelde partij 3]

- om 22.32.26 uur belt [verdachte] naar het slachtoffer [benadeelde partij 3]

- om 22.39.11 uur belt [verdachte] naar het slachtoffer [benadeelde partij 3]

- om 22.46.24 uur belt [verdachte] naar het slachtoffer [benadeelde partij 3]

- om 23.59.40 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

Uit het onderzoek van de gsms van [verdachte] blijkt dat op 18 januari 2009 voor de overval op [benadeelde partij 3] onder meer het navolgende telefoonverkeer heeft plaatsgevonden.

- om 00.02.15 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 1]

- om 00.03.23 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

- om 00.09.46 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

- om 00.12.40 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte]

- om 00.17.12 uur belt [verdachte] naar het slachtoffer [benadeelde partij 3]

- om 00.18.13 uur belt [verdachte] naar het slachtoffer [benadeelde partij 3]

- om 00.55.00 uur belt [verdachte] naar het slachtoffer [benadeelde partij 3]

- om 01.07.39 uur belt [verdachte] naar het slachtoffer [benadeelde partij 3]

Verder blijkt uit het onderzoek dat [verdachte] op 17 januari 2009 en 18 januari 2009 op vermelde tijdstippen afgeschermd met #31# naar [benadeelde partij 3] (de rechtbank leest: het slachtoffer [benadeelde partij 3]) heeft gebeld.

GSM’s en plaats delict

Uit het onderzoek Telecommunicatie kan de volgende conclusie worden getrokken .

Ervan uitgaande dat [verdachte] gebruiker was van een gsm met [telefoonnummer] dan is [verdachte] in Reuver geweest in de periode dat [benadeelde partij 3] volgens zijn verklaring werd beroofd en op 18 januari 2009 tussen 01.08 uur en 01.17 uur op of in de nabijheid van de plaats delict waar [benadeelde partij 3] werd beroofd.

Pinpogingen met de gestolen bankpas van het slachtoffer [benadeelde partij 3]

Uit het onderzoek blijkt dat er op 18 januari 2009 om 02.26 uur en daarmee na de overval tevergeefs is geprobeerd om met de bankpas van [benadeelde partij 3] met rekeningnummer [nummer] te pinnen bij de [bank] te Tegelen.

Telefoon(-verkeer) na de overval

Uit het onderzoek van de gsms van [verdachte] blijkt dat op 18 januari 2009 na de overval op [benadeelde partij 3] onder meer het navolgende telefoonverkeer heeft plaatsgevonden.

- 02.28.28 uur [verdachte] belt naar [medeverdachte 1]

- 02.30.07 uur [medeverdachte 1] belt naar [verdachte]

- 04.09.47 uur [verdachte] belt naar [medeverdachte 1].

Op grond van het bovenstaande in onderling verband en samenhang bezien met de algemene bewijsoverweging en het gegeven dat feit 4 kort na feit 3 is gepleegd, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 4 ten laste gelegde strafbare feiten tezamen en in vereniging met anderen heeft begaan.

7.3. Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 16 januari 2009 te Reuver, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [benadeelde partij 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een beurs, inhoudende onder meer een hoeveelheid geld en bankpasjes, en een GSM, merk Nokia, toebehorende aan genoemde [benadeelde partij 1],

welke bedreiging met geweld heeft bestaan in het tegen het lichaam van genoemde [benadeelde partij 1] duwen, van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en het houden van een mes, kort bij de hals van genoemde [benadeelde partij 1] en daarbij op dreigende toon tegen genoemde [benadeelde partij 1] zeggen: "Rustig blijven, gewoon alles inleveren, ik wil geld, ik wil geld", welk feit werd gepleegd op de openbare weg [straatnaam];

2.

hij op 16 januari 2009 te Reuver, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Tomtom, toebehorende aan [benadeelde partij 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen genoemde [benadeelde partij 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld heeft bestaan in het tegen het lichaam van genoemde [benadeelde partij 1] duwen, van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en het houden van een mes, kort bij de hals van genoemde [benadeelde partij 1] en daarbij op dreigende toon tegen genoemde [benadeelde partij 1] zeggen: "Rustig blijven, gewoon alles inleveren, ik wil geld, ik wil geld", welk feit werd gepleegd op de openbare weg [straatnaam];

3.

hij in de nacht van 17 op 18 januari 2009 te Reuver, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aantal bankpasjes, een GSM en een Tomtom, toebehorende aan [benadeelde partij 2], welke diefstal

werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen genoemde [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welke bedreiging met geweld heeft bestaan in het tegen het hoofd en lichaam van genoemde [benadeelde partij 2] duwen, van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en het drukken van een mes, tegen de keel van genoemde [benadeelde partij 2] en daarbij op dreigende toon tegen genoemde [benadeelde partij 2]

zeggen: "Voor je kijken, voor je kijken" en "De gordel omhouden, niet uitstappen" en "Kijk eens wat hij mooi glimt, een mooi zilveren mes, het zal niet lang duren als je het eerlijk zegt dan ben je zo weer thuis", welk feit werd gepleegd op de openbare weg de [adres];

4.

hij op 18 januari 2009 te Reuver, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen onder meer een navigatiesysteem, twee I-phones, een autoradio en bankpasjes, toebehorende aan [benadeelde partij 3], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen genoemde

[benadeelde partij 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld heeft bestaan in het richten van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op genoemde [benadeelde partij 3] en daarbij op dreigende toon tegen genoemde [benadeelde partij 3] zeggen: "Dit is een overval", welk feit werd gepleegd op de openbare weg [straatnaam].

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

8.1. Kwalificatie

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de ten laste gelegde feiten 1 en 2 hetzelfde feitencomplex betreffen, namelijk de beroving van [benadeelde partij 1] op 16 januari 2009. Volgens de raadsvrouw is sprake van eendaadse samenloop.

Anders dan de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een voortgezette handeling ingevolge artikel 56 van het Wetboek van Strafrecht. Immers, de twee feiten zijn voortgekomen uit één ongeoorloofd wilsbesluit, namelijk de gewapende roofoverval op het slachtoffer [benadeelde partij 1].

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare misdrijven:

ten aanzien van de feiten 1 en 2:

de voortgezette handeling van:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen,

en

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen;

ten aanzien van feit 3:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen;

ten aanzien van feit 4:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg door twee of meer verenigde personen;

De misdrijven sub 1 en 2 zijn strafbaar gesteld bij artikel 317 en de artikelen 312 junctis artikel 56 en artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

De misdrijven sub 3 en 4 zijn strafbaar gesteld bij artikel 312 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10. De straffen en/of maatregelen

10.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 9 december 2009 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 4 jaar, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

10.2. Het standpunt van de verdediging

Zijdens de verdediging is naar voren gebracht, dat verdachte op 23 januari 2009 om 08.40 uur is aangehouden en pas 6 uren later om 14.40 uur is voorgeleid en om 14.45 uur in verzekering is gesteld, zodat niet is voldaan aan het vereiste van “het ten spoedigste voorgeleiden”.

Ook is verdachte ten onrechte niet voorafgaand aan zijn eerste verhoor gewezen op zijn recht een advocaat te raadplegen.

De raadsvrouw is van mening dat deze tekortkomingen onherstelbare vormverzuimen opleveren en dat deze in het kader van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering tot een forse strafvermindering moeten leiden.

10.3. De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat door de feitelijke gang zaken verdachte na zijn aanhouding inderdaad niet ten spoedigste aan een hulp-officier is voorgeleid en dat hij inderdaad niet is gewezen op zijn recht een advocaat te raadplegen, waardoor gesproken kan worden van vormverzuimen. De rechtbank zal, gelet op het feit dat noch is gesteld noch is gebleken dat verdachte in enig belang is geschaad, volstaan met deze constatering en aan de verzuimen geen consequenties voor de op te leggen straf verbinden.

Verdachte heeft zich met een aantal anderen schuldig gemaakt aan drie overvallen op homoseksuele mannen die via digitale gay-chat onder valse voorwendselen naar Reuver zijn gelokt, waarna onder bedreiging goederen afhandig zijn gemaakt.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij en zijn mededaders de slachtoffers heeft gezocht in een kwetsbare, chantabele groep mensen in de samenleving waarbij sprake is geweest van een zeer uitgekookte en berekenende planning en uitvoering van de overvallen. De rechtbank beschouwt verdachte hierbij als een van de intitiatoren.

Als verzwarende omstandigheid houdt de rechtbank ook rekening met het feit dat bij de overvallen gebruik is gemaakt van een op vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een mes.

Verdachte en zijn mededaders hebben met hun handelwijze op geen enkele wijze rekening gehouden met de mogelijke gevolgen van hun handelen voor de slachtoffers. Gevolgen die zoals blijkt uit de voegingsformulieren zeer ingrijpend en traumatisch zijn geweest.

Verdachte heeft door te handelen als bewezen verklaard, niet alleen op gewelddadige wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers, maar heeft daardoor ook bijgedragen aan in de maatschappij heersende gevoelens van angst onveiligheid.

Voor wat betreft de persoonlijke omstandigheden van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op zijn jeugdige leeftijd, zijn nagenoeg blanco strafblad en op het door de reclassering over hem uitgebrachte rapport.

De rechtbank ziet alles afwegend, gelet op de ernst van de feiten, geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie dan na te melden onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.

10.4. Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomene, te weten:

een boksbeugel, kleur goudkleur, een ploertendoder, kleur zwart (ploertendoder in

hoes), een wapenstok, kleur zwart (zwart met witte tape) en een revolver, kleur zilver (zilverkleurig vuurwapen, model revolver speelgoed),

dient te worden onttrokken aan het verkeer.

Genoemde, aan de verdachte toebehorende, voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet, terwijl die voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane misdrijven zijn aangetroffen.

10.5. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] en de schadevergoedingsmaatregel

[benadeelde partij 1], [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten geleden materiële en immateriële schade.

[benadeelde partij 1] voornoemd heeft de materiële schade op een bedrag van € 443,36 gesteld en de immateriële schade op een bedrag van € 1.600,-- en wil die schades vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte zijn de hiervoor onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten bewezen. Het zijn strafbare feiten en verdachte zal ter zake van die feiten worden veroordeeld.

Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt.

Naar het oordeel van de rechtbank miskent de benadeelde partij [benadeelde partij 1] dat de omvang van de schade door de strafrechter - in tegenstelling tot de burgerlijke rechter - nimmer voorlopig (en dus bij wijze van voorschot) kan worden begroot (HR 19 maart 2002,

NJ 2002, 497).

De rechtbank is evenwel van oordeel dat de door [benadeelde partij 1] ingediende vordering voor wat betreft het bedrag van € 1.500,-- eenvoudig van aard is en voor wat dat gedeelte betreft voor toewijzing vatbaar is. Het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 16 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening. Dit betekent dat [benadeelde partij 1] in zoverre kan worden ontvangen in zijn vordering. Gelet op de aard en de impact van het bewezenverklaarde, waarvoor verdachte wordt veroordeeld, is het een ervaringsregel dat daardoor bij het slachtoffer immateriële schade van enige omvang kan worden teweeggebracht.

Voor zover de vordering voormeld bedrag van € 1.500,-- overstijgt, is deze vordering in het strafproces niet van eenvoudige aard. In zoverre kan [benadeelde partij 1] derhalve niet in zijn vordering bij de strafrechter worden ontvangen. Hij kan deze restantvordering, desgewenst, bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de materiële schade is de rechtbank van oordeel dat deze schade ad

€ 443,38 alleszins reëel en voldoende is onderbouwd en derhalve voor toewijzing vatbaar is, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 16 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal derhalve het schadebedrag vaststellen op een totaalbedrag van € 1.943,36.

Verdachte is naar burgerlijk recht, samen met zijn mededaders, aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van € 1.943,36, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 16 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 29 dagen, te betalen ten behoeve van [benadeelde partij 1], [adres], zoals hierna in het dictum genoemd.

10.6. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] en de schadevergoedingsmaatregel

[benadeelde partij 2], [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van het hiervoor onder 3 ten laste gelegde feit geleden materiële en immateriële schade.

[benadeelde partij 2] voornoemd heeft de materiële schade, na wijziging ter terechtzitting, op een bedrag van € 219,94 gesteld en de immateriële schade op een bedrag van € 1.690,-- en wil die schades vergoed krijgen.

Ten laste van verdachte is het hiervoor onder 3 ten laste gelegde feit bewezen. Het is een strafbaar feit en verdachte zal ter zake van dat feit worden veroordeeld.

Met betrekking tot de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt.

Naar het oordeel van de rechtbank miskent de benadeelde partij [benadeelde partij 2] dat de omvang van de schade door de strafrechter - in tegenstelling tot de burgerlijke rechter - nimmer voorlopig (en dus bij wijze van voorschot) kan worden begroot (HR 19 maart 2002,

NJ 2002, 497).

De rechtbank is evenwel van oordeel dat de door [benadeelde partij 2] ingediende vordering voor wat betreft het bedrag van € 1.500,-- eenvoudig van aard is en voor wat dat gedeelte betreft voor toewijzing vatbaar is. Het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 18 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening. Dit betekent dat [benadeelde partij 2] in zoverre kan worden ontvangen in zijn vordering. Gelet op de aard en de impact van het bewezenverklaarde, waarvoor verdachte wordt veroordeeld, is het een ervaringsregel dat daardoor bij het slachtoffer immateriële schade van enige omvang kan worden teweeggebracht.

Voor zover de vordering voormeld bedrag van € 1.500,-- overstijgt, is deze vordering in het strafproces niet van eenvoudige aard. In zoverre kan [benadeelde partij 2] derhalve niet in zijn vordering bij de strafrechter worden ontvangen. Hij kan deze restantvordering, desgewenst, bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de materiële schade is de rechtbank van oordeel dat deze schade ad

€ 219,94 alleszins reëel en voldoende is onderbouwd en derhalve voor toewijzing vatbaar is, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 18 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal derhalve het schadebedrag vaststellen op een totaalbedrag van € 1.719,94.

Verdachte is naar burgerlijk recht, samen met zijn mededaders, aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de kosten van het geding door de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van voormeld bedrag gemaakt, begroot op nihil.

De rechtbank zal tevens aan verdachte de verplichting opleggen aan de Staat een bedrag van € 1.719,94, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 18 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 27 dagen, te betalen ten behoeve van [benadeelde partij 2], [adres], zoals hierna in het dictum genoemd.

11. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 36b, 36d, 36f, 56, 57, 310, 312, 317.

12. Beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 40 maanden;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

verklaart onttrokken aan het verkeer:

een boksbeugel, kleur goudkleur, een ploertendoder, kleur zwart (ploertendoder in

hoes), een wapenstok, kleur zwart (zwart met witte tape) en een revolver, kleur zilver (zilverkleurig vuurwapen, model revolver speelgoed).

ten aanzien van de feiten 1 en 2:

wijst gedeeltelijk toe de vordering van de benadeelde partij;

veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [benadeelde partij 1], [adres], te betalen een bedrag van € 1.943,36 (€ 1.500,-- immateriële en € 443,36 materiële), te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 16 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte zal zijn bevrijd voor zover voornoemde benadeelde partij - al dan niet via de betaling aan de Staat - door (één van) verdachtes mededaders is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering immateriële schade voor zover de vordering voormeld bedrag van € 1.500,-- overstijgt en bepaalt dat de benadeelde partij deze restantvordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van

€ 1.943,36 bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 29 dagen ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij 1], [adres], met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

veroordeelt verdachte tevens tot betaling aan de Staat van de wettelijke rente

over voormeld bedrag vanaf 16 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat de subsidiaire hechtenis ook van toepassing is op de vervallen rentetermijnen;

bepaalt dat indien verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.943,36, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 16 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening ten behoeve van voornoemd slachtoffer, daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen;

veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en

ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van

voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

ten aanzien van feit 3:

wijst gedeeltelijk toe de vordering van de benadeelde partij;

veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [benadeelde partij 2], [adres], te betalen een bedrag van € 1.719,94

(€ 1.500,-- immateriële en € 219,94 materiële), te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 18 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte zal zijn bevrijd voor zover voornoemde benadeelde partij - al dan niet via de betaling aan de Staat - door (één van) verdachtes mededaders is voldaan;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering immateriële schade voor zover de vordering voormeld bedrag van € 1.500,-- overstijgt en bepaalt dat de benadeelde partij deze restantvordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat te betalen een som geld ten bedrage van

€ 1.719,94 bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 27 dagen ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij 2], [adres], met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de opgelegde verplichting tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

veroordeelt verdachte tevens tot betaling aan de Staat van de wettelijke rente

over voormeld bedrag vanaf 18 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat de subsidiaire hechtenis ook van toepassing is op de vervallen rentetermijnen;

bepaalt dat indien verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.719,94, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 18 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening ten behoeve van voornoemd slachtoffer, daarmede de verplichting van verdachte om dit bedrag aan voornoemde benadeelde partij te betalen komt te vervallen en dat indien dit bedrag door verdachte en/of (een van) zijn mededader(s) aan voornoemde benadeelde partij is betaald, daarmee de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat ten behoeve van voornoemd slachtoffer komt te vervallen;

veroordeelt verdachte tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en

ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak en de invordering van

voormeld bedrag alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Vonnis gewezen door mrs. M.B.T.G. Steeghs, A.K. Kleine en E.A.M. van Oorschot,

rechters, van wie mr. A.K. Kleine voorzitter, in tegenwoordigheid van

mr. P.C.M. Müller als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de

rechtbank op 23 december 2009.

Mrs. A.K. Kleine en E.A.M. van Oorschot zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.