Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BK5607

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
08-12-2009
Datum publicatie
09-12-2009
Zaaknummer
252221 \ CV EXPL 09-3864
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde heeft reclamedoeken van 2,5 meter x 5 meter verwijderd van Media Markt en Intratuin. Voor het plaatsen van deze reclame-uitingen is geen vergunning verleend.

De kantonrechter oordeelt dat gedaagde de schade die ten gevolge van zijn handelen is ontstaan, dient te vergoeden. Naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid is het naar het oordeel van de kantonrechter echter onaanvaardbaar om gedaagde te veroordelen in de kosten die gemoeid zijn met het opnieuw plaatsen van genoemde reclame-uitingen. Toewijzing van deze kosten zou indirect betekenen dat daardoor deze plaatsing zonder vergunning zou worden gehonoreerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector kanton

Zaaknummer: 252221 \ CV EXPL 09-3864

Vonnis van de kantonrechter te Roermond d.d. 8 december 2009

in de zaak van:

1. [eiser 1], wonende te [woonplaats] aan de [adres],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Media Markt Roermond B.V., gevestigd te 6042 EJ Roermond aan de Schaarbroekerweg 32-34,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Intratuin Roermond B.V., gevestigd te 6042 KZ Roermond aan de Sint Wirosingel 180,

eisers,

gemachtigde: mr. J.A. Wagenaar,

tegen:

[gedaagde], wonende te [woonplaats] aan de [adres],

gedaagde,

procederende in persoon.

Partijen worden hierna [eiser 1], Media Markt, Intratuin en [gedaagde] genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Dit blijkt uit het navolgende:

- de inleidende dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- de conclusie van repliek met producties;

- de conclusie van dupliek met producties;

- het tussenvonnis d.d. 13 oktober 2009;

- de comparitie van partijen d.d. 10 november 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

2.1. Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan:

[eiser 1] verhuurt aan Media Markt en Intratuin een gedeelte van zijn weiland gelegen aan de Maalbroekerveldweg te Roermond. Op het perceel zijn een tweetal containers op elkaar geplaatst waaraan vijf zeildoeken zijn bevestigd met daarop reclame-uitingen van Media Markt en Intratuin.

Op 10 april 2009 heeft [gedaagde] het perceel van [eiser 1] betreden en de vijf reclamedoeken verwijderd. De reclamedoeken waren bevestigd door middel van elastieken met haken. Meerdere elastieken zijn door [gedaagde] doorgesneden waardoor een aantal haken in het gras terecht is gekomen. [gedaagde] heeft de reclamedoeken afgegeven bij Intratuin en Media Markt.

3. Het geschil

3.1. [eiser 1] heeft op gronden als omschreven in de dagvaarding gevorderd, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] om aan [eiser 1] te betalen een bedrag van EUR 757,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2009 tot aan de dag der algehele voldoening. Het door [eiser 1] gevorderde bedrag is samengesteld uit EUR 357,00 aan kosten voor het bewerken van het perceel en EUR 400,00 voor (vervangend) hooi.

3.2. Media Markt heeft op gronden als omschreven in de dagvaarding gevorderd, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] om aan Media Markt te betalen een bedrag van EUR 550,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2009 tot aan de dag der algehele voldoening. Het door Media Markt gevorderde bedrag omvat de kosten die zij heeft moeten maken voor het opnieuw laten aanbrengen van de reclamedoeken.

3.3. Intratuin heeft op gronden als omschreven in de dagvaarding gevorderd, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] om aan Intratuin te betalen een bedrag van EUR 83,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2009 tot aan de dag der algehele voldoening. Het door Intratuin gevorderde bedrag bestaat uit de door Intratuin verschuldigde huur over de periode dat de reclamedoeken niet op de gehuurde plaats hebben gehangen.

3.4. Eisers vorderen verder om [gedaagde], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen om aan eisers te betalen de gemaakte buitengerechtelijke kosten ten bedrage van EUR 246,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2009 tot de dag der algehele voldoening.

3.5. Eisers vorderen ten slotte om [gedaagde] te veroordelen in de kosten van het geding.

3.6. [gedaagde] heeft verweer gevoerd.

3.7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. De door Intratuin en Media Markt in het weiland van [eiser 1] geplaatste reclame-uitingen bestaan uit 5 zeildoeken die een breedte hebben van telkens 2,5 meter en een hoogte van 5 meter. Een foto van deze reclame is ter gelegenheid van de mondelinge behandeling door [gedaagde] in het geding gebracht. De kantonrechter merkt op dat uit deze foto duidelijk blijkt dat de handelsreclame vanaf de weg zichtbaar is.

Het is de kantonrechter ambtshalve bekend dat artikel 4:15 van de APV Roermond bepaalt dat het verboden is zonder vergunning van het college op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is zijdens Media Markt en Intratuin erkend dat zij niet beschikken over enige vergunning terwijl de in lid 2 van voormeld artikel van de APV genoemde uitzonderingsgronden niet van toepassing zijn. Het voorgaande laat echter onverlet dat [gedaagde], door op 10 april 2009 deze reclame-uitingen te verwijderen, voor eigen rechter heeft gespeeld. Dit kan naar het oordeel van de kantonrechter niet worden toegestaan. Dat de overheidsinstanties om onduidelijk gebleven redenen niet hebben ingegrepen, maakt dit niet anders.

Ter zitting heeft [gedaagde] met verve zijn zorgen uitgesproken over de toenemende milieuvervuiling. Dat valt te waarderen. Dit geldt eveneens voor zijn uitspraak dat hij een op straat liggend leeg blikje cola altijd zal opruimen. Genoemde zeildoeken kunnen echter niet worden beschouwd als achteloos weggeworpen afval. [gedaagde] heeft deze doeken netjes teruggebracht naar Intratuin en Media Markt. Echter, teneinde deze doeken te verwijderen, heeft hij de elastieken met haken, waarmee de zeildoeken aan het ophangframe waren bevestigd, verwijderd. Daarbij heeft [gedaagde] een onbekend aantal elastieken doorgesneden. Hierdoor heeft hij schade toegebracht aan bezittingen van Media Markt en Intratuin. Deze schade zal hij moeten vergoeden. In dit verband heeft [gedaagde] reeds een bedrag van EUR 25,00 betaald aan de raadsman van Media Markt en Intratuin, daartoe stellende dat daarmee de door hem kapot geknipte elastieken zijn vergoed. Media Markt en Intratuin hebben niet met zoveel woorden weersproken dat genoemd bedrag de waarde vertegenwoordigt van de vernielde elastieken.

Daarnaast heeft Media Markt een bedrag gevorderd ter grootte van EUR 550,00, welk bedrag blijkens de als productie 3 bij dagvaarding overgelegde factuur voor het grootste deel ziet op het andermaal monteren van de zeildoeken in de frames. Media Markt vordert, met andere woorden, een vergoeding van de kosten die zijn gemoeid met het plaatsen van de reclame-uitingen in strijd met artikel 4:15 van de APV Roermond.

Hoewel duidelijk is dat Media Markt kosten heeft gemaakt door het opnieuw plaatsen van deze reclame-uitingen, stelt de kantonrechter voorop dat daardoor illegaal is gehandeld.

Toewijzing van deze vordering zou indirect betekenen dat daardoor deze plaatsing zou worden gehonoreerd. De kantonrechter is van oordeel dat dit gevolg naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is en komt dan ook tot de conclusie dat dit deel van de vordering dient te worden afgewezen.

De vordering van Intratuin ter hoogte van EUR 83,00 heeft betrekking op een deel van de aan [eiser 1] te betalen huur van de plek waarop de reclame-uitingen staan en is dan ook eenzelfde lot beschoren.

4.2. Naar het oordeel van de kantonrechter is eveneens aannemelijk geworden dat een onbekend aantal haken in de nabijheid van de zeildoeken in het grasland terecht is gekomen. De stelling van [eiser 1] dat niet alle haken zijn opgeruimd acht de kantonrechter eveneens aannemelijk. [eiser 1] heeft derhalve opruimwerkzaamheden moeten verrichten die beschouwd kunnen worden als schade ten gevolge van het handelen van [gedaagde].

De daaraan verbonden kosten dient [gedaagde] eveneens te vergoeden.

Partijen zijn ter comparitie blijven twisten over de vraag of daarmee een bedrag is gemoeid ter grootte van EUR 357,00 inclusief BTW. [eiser 1] heeft een derde ingeschakeld die een gedeelte van het perceel grasland heeft bewerkt. Daarvoor zijn 6 uren à EUR 50,00 in rekening gebracht. De werkzaamheden bestonden uit het maaien, harken, oprapen en afvoeren van gras. Desgevraagd heeft [eiser 1] ter zitting verklaard dat aldus ongeveer 1 hectare is bewerkt. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser 1] wel een zéér groot gedeelte van het weiland heeft bewerkt. [eiser 1] heeft bepaald niet kunnen aantonen dat de elastieken met haken, waarvan een exemplaar ter zitting is getoond, zover zijn weggesprongen dat daardoor de gedeclareerde werkzaamheden zijn gerechtvaardigd. Alle omstandigheden in aanmerking nemend komt de kantonrechter tot de conclusie dat op [gedaagde] 1/3 gedeelte en derhalve een bedrag van EUR 119,00 inclusief BTW kan worden verhaald.

Dit geldt eveneens voor het door [eiser 1] aangekochte vervangende hooi. Blijkens de factuur heeft hij 10 balen hooi à EUR 40,00 per stuk aangekocht. Aan de hand van de hiervoor genoemde uitgangspunten dient [gedaagde] aan [eiser 1] te vergoeden 4 balen hooi à EUR 40,00, te vermeerderen met 6% BTW, uitkomend op een - afgerond - bedrag van EUR 169,60.

[gedaagde] zal dan ook worden veroordeeld om aan [eiser 1] te betalen een totaalbedrag van EUR 288,60.

4.3. Ten aanzien van de gevorderde buitengerechtelijke kosten overweegt de kantonrechter het volgende. Eisers hebben bij conclusie van repliek toegelicht welke werkzaamheden er voorafgaand aan de procedure door hun gemachtigden zijn verricht. Deze werkzaamheden heeft [gedaagde] niet betwist. Naar het oordeel van de kantonrechter gaat het om werkzaamheden die zijn gemaakt om [gedaagde] te bewegen buitengerechtelijk tot betaling over te gaan. Eisers zijn dan ook gerechtigd om de hiermee gepaard gaande kosten op [gedaagde] te verhalen. Nu echter enkel een gedeelte van de vordering zal worden toegewezen, is slechts een bedrag aan buitengerechtelijke kosten gerechtvaardigd over het toe te wijzen bedrag van EUR 288,60. Ingevolge het rapport voor-werk II van de NVvR zullen de gevorderde buitengerechtelijke kosten dan ook worden gematigd tot EUR 89,25, inclusief BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding.

4.4. De kantonrechter acht geen termen aanwezig partijen toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.5. In de uitkomst van de procedure ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

4.6. De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5. De beslissing

5.1. Veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser 1] te betalen een bedrag van EUR 288,60, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2009 tot de dag der algehele voldoening.

5.2. Veroordeelt [gedaagde] om aan eisers te voldoen de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van EUR 89,25, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 juli 2009 tot de dag der algehele voldoening.

5.3. Compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.4. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

5.5. Wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.F. van Dooren, kantonrechter, en ter openbare civiele terechtzitting op 8 december 2009 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.