Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BK5150

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
02-12-2009
Datum publicatie
03-12-2009
Zaaknummer
04/620084-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 2 Opiumwet. Medeplegen uitvoer 1000 gram cocaïne naar België. Bewijsverweer. Veroordeling. Bewezen is medeplegen van de uitvoer van ongeveer 1000 gram van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne. Weerlegging bewijsverweer dat niet bewezen kon worden dat er sprake was van cocaïne, althans niet van 1000 gram cocaïne.

Art. 317 jo. 45 Sr. Poging afpersing. Veroordeling. Bewezen is dat verdachte medepleger was van een poging tot afpersing tussenpersoon cocaïnedeal, naar aanleiding van de levering van kwalitatief slechte cocaïne. Verdachte heeft van het begin tot het einde deelgenomen aan de afpersing en daarin een substantiële rol gespeeld. Verdachte heeft de tussenpersoon met medeverdachten naar een afgezonderde locatie gelokt, waar men heeft gepoogd hem af te persen met gebruik van vuurwapens.

Art. 26 Wet wapens en munitie. Voorhanden hebben vuurwapens. Bewijsverweer. Partiële vrijspraak.

Strafmaatverweer. Weerlegging verweer dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf te belastend voor verdachte zou zijn en dat de eis tegen verdachte in geen verhouding stond tot die tegen één van zijn medeverdachten. Verdachte was medepleger in tegenstelling tot die medeverdachte, die slechts medeplichtige was. Ernst feiten en grote rol verdachte eisen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Straf. 24 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden voorwaardelijk; proeftijd 2 jaar met reclasseringstoezicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2010/8
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector strafrecht

Parketnummer : 04/620084-09

Datum uitspraak: 2 december 2009

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren [geboortedatum],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in [detentie adres].

1.Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 november 2009.

2.De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

Tenlastelegging met parketnummer: 620084-09:

1.

hij op of omstreeks 24 mei 2009 in de gemeente Roermond en/of in de gemeente Weert, in elk geval in het arrondissement Roermond, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1000 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

art. 2 Opiumwet

2.

hij op of omstreeks 25 mei 2009 in de gemeente Roermond en/of in de gemeente Weert, in elk geval in het arrondissement Roermond, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [verdachte 4] en/of [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van 39.000,- Euro, in elk geval een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [verdachte 4] en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of te dwingen tot het teniet doen van een inschuld, met dat oogmerk tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, dreigend een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan voornoemde [verdachte 4] en/of [slachtoffer] heeft getoond, in elk geval met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp ten overstaan van [verdachte 4] en/of [slachtoffer] heeft gemanipuleerd en (daarbij) op dreigende toon heeft gezegd: "ik wil het nu, ik wil mijn geld terug" in elk geval woorden van gelijke aard en strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art. 317 jo. 45 Wetboek van Strafrecht

Tenlastelegging met parketnummer: 850590-09:

1.

hij op of omstreeks 25 mei 2009 in de gemeente Roermond en/of in de gemeente

Weert, in elk geval in het arrondissement Roermond een of meer vuurwapen(s)

van categorie III onder 1°, te weten een pistool (merk: FN, model: High Power)

en/of een pistool (merk: FN, model: 1900), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art. 26 Wet wapens en munitie

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3.De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4.De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5.De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6.Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7.Bewijsoverwegingen

7.1.Standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 18 november 2009 gevorderd dat het onder parketnummer 620084-09 en parketnummer 850590-09 aan verdachte ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde onderdeel van de tenlastelegging met parketnummer 620084-09. Volgens de verdediging kan primair niet worden bewezen dat er sprake was van cocaïne, nu uit het dossier blijkt dat juist het feit dat er geen cocaïne bij de derden in België is afgeleverd, heeft geleid tot de later ontstane afpersingssituatie. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat slechts een deel van de geleverde waar uit cocaïne bestond en er dus niet bewezen kan worden dat er sprake was van ongeveer een kilo cocaïne.

De verdediging heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het onder parketnummer 850590-09 aan verdachte ten laste gelegde. Volgens de verdediging blijkt nergens uit dat verdachte de beschikking heeft gehad over het pistool van het merk FN, model: High Power.

7.2.Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het onder parketnummer 620084-09 en parketnummer 850590-09 ten laste gelegde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

In de navolgende overwegingen wordt verwezen naar de paginanummering van de ‘print van scan 29.09.2009 van origineel’ van het proces verbaal dossiernummer 2009052274-1 van de Regiopolitie Limburg-Noord, District Midden-Limburg, Recherche-Eenheid Midden-Limburg, d.d. 17 september 2009, met bijlagen.

De hieronder vermelde bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De genoemde geschriften zijn slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

-Verdachte heeft verklaard dat hij op zaterdag 23 mei 2009 is benaderd om inzake een transactie die met drugs te maken had voor het vervoer naar Roermond te zorgen.

-Verdachte heeft verklaard dat hij op zaterdag 23 mei 2009 met medeverdachte [verdachte 1] naar café [naam café] in Roermond is geweest.

-[verdachte 1] heeft verklaard dat hij op zaterdag 23 mei 2009 naar een Turks café te Roermond is gekomen met medeverdachte [verdachte 2]. [verdachte 1] heeft daar het telefoonnummer van medeverdachte [verdachte 3] verkregen. Deze is na telefonisch contact naar het café gekomen. [verdachte 1] heeft hem daar gevraagd of hij aan cocaïne kon komen. [verdachte 3] zou dat gaan bekijken, waarna hij naar huis is gereden en later opnieuw met [verdachte 1] contact heeft opgenomen. Hij zei toen dat hij wat had geregeld en heeft met [verdachte 1] afgesproken dat die zondagmorgen om 11:00 uur 1 kilo cocaïne bij hem thuis zou ophalen en daarvoor 39.000 euro zou betalen.

-Verdachte heeft verklaard dat hij op zondag 24 mei 2009 vanuit Neerpelt naar Roermond is gereden met [verdachte 1]. Eerst zijn ze in Roermond bij het retailpark geweest, vervolgens zijn ze naar de woning van medeverdachte [verdachte 3] gereden.

-Medeverdachte [verdachte 3] heeft verklaard dat hij op zondag 24 mei 2009 naar het retailpark te Roermond is gegaan toen [X] hem over de telefoon had verteld dat hij ter plaatse was. Op het retailpark ontmoette [verdachte 3] in elk geval medeverdachte [verdachte 1], verdachte en twee mannen uit Den Haag. Men wilde echter geen zaken doen op het retailpark, waarop [verdachte 3] voorstelde naar zijn woning te gaan.

-[verdachte 1] heeft verklaard dat hij op zondag 24 mei 2009 met verdachte naar de woning van [verdachte 3] in Roermond is gereden. Terwijl verdachte in de auto bleef, zijn in elk geval [verdachte 1] en één van de personen die de cocaïne kwamen leveren de woning ingegaan. In de woning heeft de drugsdeal plaatsgevonden, waarna [verdachte 1] direct is vertrokken met de cocaïne. De cocaïne is in Reti (België) afgeleverd bij derden.

-Verdachte heeft verklaard dat hij na de drugsdeal terug naar België is gereden met [verdachte 1].

-Verdachte heeft verklaard dat op zondagavond 24 mei 2009 medeverdachte [verdachte 1] hem vertelde dat er prolemen waren met de geleverde drugs.

-Verdachte heeft verklaard dat nu medeverdachte [verdachte 3] de drugs zou regelen, hij ook de eerste was waarmee contact werd opgenomen toen bleek dat men was opgelicht. Omdat men dacht dat hij achter de oplichting zat, heeft men [verdachte 3] naar het station in Weert laten komen. Verdachte is daar bij [verdachte 3] in de auto gestapt. Ze zijn naar België gereden.

-Verdachte heeft verklaard dat ze naar een woning in België zijn gereden, waar bepaalde personen met [verdachte 3] moesten spreken.

-[verdachte 3] heeft verklaard dat op zondagavond 24 mei 2009 [verdachte 1] hem heeft gebeld met de boodschap dat de drugs niet goed waren. De dag erop is hij gebeld door medeverdachte [verdachte 5], die zei dat hij zijn zonnebril was vergeten. Medeverdachten [verdachte 3] en [verdachte 5] spraken af bij het NS station te Weert. Vervolgens is [verdachte 3] meegereden naar een woning in België.

-Medeverdachte [verdachte 3] heeft verklaard dat hij in de woning met zijn eigen mobiele telefoon medeverdachte [verdachte 4] moest bellen en hem moest vertellen dat hij autopech had en dat hij moest vragen of medeverdachte [verdachte 4] hem op kon komen halen in Weert bij het NS station. Daarop zijn ze naar Weert vertrokken in de auto van verdachte. In Weert stopten ze op een industrieterrein waar ze uit medeverdachte [verdachte 3]’s auto zijn gestapt. Daar stond een grijze Mercedes met Belgisch kenteken, waarin de twee blanke mannen zaten die ook in de Belgische woning waren geweest. [verdachte 3] en zijn zoontje moesten in de Mercedes stappen. Daarop zijn ze naar het station te Weert gereden. Daar zijn [verdachte 3], zijn zoontje en [verdachte 5] bij [verdachte 4] en zijn dochter achterin de auto gestapt.

-[verdachte 3] heeft verklaard dat ze van het station te Weert naar het industrieterrein zijn teruggereden. Daar stond zijn auto met de motorklep open en voorzien van een gevarendriehoek. [verdachte 4] heeft zijn auto achter die van [verdachte 3] geparkeerd, de grijze Mercedes met Belgisch kenteken stopte daar weer achter. [verdachte 2] en de twee blanke mannen zijn naar de auto van [verdachte 4] gelopen. Er werd van alles geschreeuwd, waaronder dat [verdachte 4] naar de mannen uit Den Haag moest bellen. [verdachte 4] heeft gebeld met die mensen. Op een gegeven moment werd [verdachte 1] ter plaatse afgezet. [verdachte 1] begon ook te schreeuwen tegen [verdachte 4] en [verdachte 3], maar werd gekalmeerd. [verdachte 3] werd verteld dat hij naar huis kon gaan. Hem is ook gezegd dat hij niemand iets mocht vertellen, anders zouden ze hem doodschieten. Toen [verdachte 3] vertrok waren de auto van [verdachte 4], de Mercedes, [verdachte 4], zijn dochter, [verdachte 5], [verdachte 2] en de twee blanke mannen nog ter plaatse.

-Verdachte heeft verklaard dat hij op de parking te Weert waar hij met [verdachte 3] naartoe was gereden moest wachten; iemand anders vertrok met [verdachte 3].

-Verdachte heeft verklaard dat op de parkeerplaats de vuurwapens voortdurend van hand tot hand zijn gegaan en dat iedereen ze heeft vastgehad.

-Medeverdachte [verdachte 4] heeft verklaard dat op maandag 25 mei 2009 [verdachte 3] hem belde met het verzoek hem in Weert op te halen wegens autopech. [verdachte 4] heeft daarop zijn dochter opgehaald bij het station te Weert, waar ook [verdachte 3] was. Nadat zijn dochter bij hem in de auto was gestapt, stapten ook [verdachte 3], zijn zoontje [naam] en een hem op dat moment onbekende man bij hem achterin de auto. De hem onbekende man wees hem de weg naar een plek waar [verdachte 4] veronderstelde dat de auto stond en aldus kwamen ze aan op de parkeerplaats te Weert. Op weg naar die parkeerplaats zijn ze gevolgd door een zilvergrijze BMW met Belgisch kenteken. Op de parkeerplaats aangekomen, moest [verdachte 4] achter de zwarte Audi van [verdachte 3] stoppen. Daarin zaten twee mannen. Achter de auto van [verdachte 3] stond een gevarendriehoek. [verdachte 3] en zijn zoontje stapten uit en [verdachte 4] moest de motor uitzetten en de sleutel afgeven aan de onbekende man. Een andere man, een Belg, stapte ook bij hem achterin de auto. De eerste onbekende man begon te schreeuwen, hij hoorde hem roepen: “Hoeveel heb je verdiend? We willen ons geld terug. Er zijn er twee bij je woning in Roermond. We willen eerst ons geld. Daarna laten we jou en je dochter gaan.” De onbekende man zei dat hij 50.000 euro wilde hebben. Ten tijde van het schreeuwen had de man een pistool vast. Hij zei dat ze geen spelletjes moesten spelen en dat hij zijn geld terug zou krijgen. Hij zag en hoorde dat de man het pistool doorlaadde. Hij zag dat de man met het pistool op de console tussen de voorstoelen in en tegen de hoofdsteun van de bestuurdersstoel sloeg. Hij zag dat de man het pistool op zijn lichaam richtte en keek in de loop van het pistool. De Belg heeft ook nog geschreeuwd en heeft geroepen dat het serieus was en dat hij moest zorgen dat het geld terug kwam. Even later stapten deze mannen uit en kwam een andere Marokkaanse man in de auto zitten. Dit is één van de mannen die later in Roermond door de politie is aangehouden. Hij heeft [verdachte 4] ook bedreigd met een pistool. Hij zei tegen hem dat hij geen grapjes maakte en geen spelletjes speelde. Hij zei dat hij niet makkelijk was. Hij richtte ook het pistool op [verdachte 4]. Terwijl ze op de parkeerplaats stonden, zijn diverse personen in en uit de auto gestapt, waarbij telkens het pistool van degene die uitstapte werd doorgegeven aan de degene die instapte.

-Getuige [naam] heeft verklaard dat de auto waarin zij zat, naar de parkeerplaats werd gevolgd door een zilvergrijze BMW met een Belgisch kenteken. Toen ze op de parkeerplaats te Weert aankwamen, stond daar de auto van [verdachte 3], voorzien van gevarendriehoek. Toen zij stopten, stapten er meteen twee mannen uit deze auto die in hun richting liepen. Uit de auto van [verdachte 3] stapten de Marokkaan die later bij [verdachte 4] thuis is aangehouden en een blanke man. Aangeefster heeft gehoord dat ze geld wilden, iets van 39.000 euro.

-Verdachte is vervolgens samen met [verdachte 1], [verdachte 4] en de dochter van [verdachte 4] naar de woning van [verdachte 4] gereden, waar een onbekende Marokkaan het geld zou komen brengen. Verdachte en [verdachte 1] hebben in de woning gewacht op deze Marokkaan. Ondertussen hebben ze thee en water gedronken en heeft de dochter van [verdachte 4] haar zus weggebracht.

-Verdachte heeft verklaard dat hij in de woning in België een vuurwapen heeft gekregen.

-Verdachte heeft verklaard dat hij het wapen dat hij droeg in de voortuin van [verdachte 4] in de bosjes heeft gelegd voordat hij de woning van [verdachte 4] in is gegaan.

-Op maandagavond 25 mei 2009 heeft de Forensische Opsporing een vuurwapen, merk: FN, model: 1900, kaliber: 7,65 Browning, liggende in de voortuin aan de Heyberg 21 veiliggesteld en in beslag genomen.

-Het aangetroffen vuurwapen, merk: FN, model: 1900, kaliber: 7,65 Browning, is een vuurwapen in de zin van artikel 2 lid 1, categorie III onder 1º Wet wapens en munitie.

Verwerping bewijsverweer ten aanzien van de tenlastelegging met nummer 620084-09:

Met betrekking tot de stelling van de verdediging dat niet bewezen kan worden dat de substantie die op zondagmorgen 24 mei 2009 is overgedragen ongeveer 1000 gram cocaïne was overweegt de rechtbank als volgt. Zoals uit hetgeen hierboven is vermeld, blijkt, heeft medeverdachte [verdachte 1] bij verdachte 1 kilo cocaïne besteld. De Marokkaan die de bestelling kwam leveren, heeft de cocaïne geleverd in een verpakking van bruin plakband. Daarin is een snee gemaakt en vervolgens is er een monster uit genomen. Dit monster is getest en goed bevonden volgens een methode die in het criminele circuit kennelijk voldoende betrouwbaar wordt geacht. Verder is de cocaïne gewogen. Uit niets blijkt dat het waargenomen gewicht afweek van de kilo die besteld. Weliswaar is later door de personen aan wie de cocaïne is doorgeleverd geklaagd over het feit dat alleen de bovenlaag van de cocaïne goed was en dat de rest slecht was, daaruit volgt niet dat er in het geheel geen sprake van cocaïne was, of dat het gedeelte dat slecht was in het geheel geen cocaïne bevatte. Op grond van het voorgaande kan bewezen worden dat er sprake was van een hoeveelheid van ongeveer 1000 gram van een “materiaal bevattende cocaïne”, zoals ten laste gelegd.

Toewijzing bewijsverweer ten aanzien van de tenlastelegging met nummer 850590-09:

De verdediging zich op het standpunt gesteld dat niet bewezen kan worden dat verdachte een pistool, merk: FN, model: High Power, voorhanden heeft gehad. De rechtbank is het eens met dit verweer gelet op bovengenoemde bewijsmiddelen, alsook het ontbreken van bewijsmiddelen die tot een andere conclusie dwingen. Zij zal verdachte daarom partieel vrijspreken van hetgeen hem is ten laste gelegd onder parketnummer 850590-09. Weliswaar heeft verdachte verklaard dat op het industrieterrein de vuurwapens wisselden van persoon tot persoon, maar daaruit volgt niet dwingend dat verdachte het andere wapen eveneens vast heeft gehad, terwijl medeplegen verdachte niet is ten laste gelegd.

7.3.Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Tenlastelegging met parketnummer: 620084-09:

1.

hij op 24 mei 2009 in de gemeente Roermond, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en opzettelijk heeft afgeleverd en vervoerd ongeveer 1000 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

art. 2 Opiumwet

2.

hij op 25 mei 2009 in de gemeente Weert, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om anderen wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met geweld [verdachte 4] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [verdachte 4], met dat oogmerk tezamen en in vereniging met zijn mededaders dreigend een vuurwapen aan voornoemde [verdachte 4] heeft getoond en daarbij op dreigende toon heeft gezegd: "ik wil het nu, ik wil mijn geld terug", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art. 317 jo. 45 Wetboek van Strafrecht

Tenlastelegging met parketnummer: 850590-09:

1.

hij op of omstreeks 25 mei 2009 in de gemeente Roermond en in de gemeente

Weert een vuurwapen van categorie III onder 1°, te weten een pistool, merk: FN, model: 1900, voorhanden heeft gehad;

art. 26 Wet wapens en munitie

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

8.1.De strafbaarheid

Het feit is strafbaar nu niet is gebleken van enige omstandigheid die de strafbaarheid van het feit opheft.

8.2.Kwalificatie

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare misdrijven:

T.a.v. 04/620084-09 feit 1:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

T.a.v. 04/620084-09 feit 2:

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

T.a.v. 04/850590-09:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Het eerstgenoemde misdrijf (04/620084-09 feit 1) is strafbaar gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet.

Het tweedegenoemde misdrijf (04/620084-09 feit 2) is strafbaar gesteld bij artikel 317 jo 45 van het Wetboek van strafrecht.

Het derdegenoemde misdrijf (04/850590-09) is strafbaar gesteld bij artikel 55 van de Wet wapens en munitie.

9.De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10.De straffen en/of maatregelen

10.1.De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 18 november 2009 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van drie jaren, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met de bijzondere voorwaarde van toezicht door de reclassering.

10.2.Het standpunt van de verdediging

De raadsman ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat verdachte totaal niet op zijn plaats is in de gevangenis gezien zijn problemen en dat de op te leggen straf daarom gelijk zou moeten zijn aan het voorarrest. Verder heeft hij ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat het verschil tussen de eis tegen verdachte en de eis tegen medeverdachte [verdachte 4] (240 uur taakstraf te vervangen door 120 dagen hechtenis en 9 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van 2 jaar met reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde) te groot is. Volgens hem is het verschil tussen deze eisen niet begrijpelijk gezien het feit dat ook [verdachte 4] een grote rol heeft gespeeld. Ten slotte voert de raadsman met een beroep op jurisprudentie aan dat een lagere straf meer in de rede zou liggen.

10.3.De overwegingen van de rechtbank

Bewezen is dat de verdachte een centrale rol heeft gespeeld bij de uitvoering van een cocaïnedeal in Nederland en de daaropvolgende uitvoer van de verdovende middelen naar België. Verder is bewezen dat verdachte een vuurwapen voorhanden heeft gehad en actief heeft geparticipeerd bij de afpersing van [verdachte 4] gericht op het verhaal halen nadat bleek dat de uitgevoerde drugs slecht waren.

De rechtbank overweegt dienaangaande dat harddrugs als de onderhavige, eenmaal in handen van gebruikers, grote gevaren opleveren voor de gezondheid van die gebruikers, terwijl die gebruikers hun verslaving vaak door diefstal of ander crimineel handelen trachten te bekostigen, waardoor aan de samenleving ernstige schade wordt berokkend. Hij heeft een actieve rol gespeeld bij het verkrijgen van de drugs, heeft de drugs vervoerd van België naar Nederland en is voorzien van een vuurwapen verhaal komen halen toen bleek dat de drugs van erg lage kwaliteit waren.

Het strafmaatverweer van de verdediging gaat niet op, nu verdachtes rol groter is geweest dan die van [verdachte 4], die slechts als medeplichtige aan de cocaïnedeal kan worden aangemerkt (vonnis van de Rechtbank Roermond d.d. 2 december 2009). Ook heeft de officier van justitie andere jurisprudentie genoemd waarin juist hogere straffen dan geëist zijn opgelegd. De rechtbank acht zich derhalve vrij een passende strafmaat te formuleren.

Blijkens het uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister is verdachte, althans in Nederland, niet eerder veroordeeld.

De reclassering concludeert dat verdachte naar zijn eigen zeggen de laatste jaren met meerdere tegenslagen is geconfronteerd en steeds meer vertwijfeld is geraakt. Hij was niet in staat zelf uit de problemen te komen en is omdat hij geen andere uitweg zag ingegaan op een aanbod extra geld te verdienen. De reclassering heeft geadviseerd om een eventueel onvoorwaardelijk op te leggen strafdeel zo laag mogelijk te houden, zodat verdachte kan aanvangen met een poliklinische behandeling die bestaat uit een psychotherapeutische behandeling (Voorlichtingsrapport Reclassering Nederland,Regio Limburg, Reguliere Unit Roermond, opgemaakt door H.M.G. Siemeling, d.d. 14 september 2009; Adviesrapport Reclassering Nederland, Regio Limburg, Reguliere Unit Roermond, opgemaakt door H.M.G. Siemeling, d.d. 17 november 2009).

De rechtbank is van oordeel dat met het oog op een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lagere straf dan de hierna vermelde vrijheidsstraf met een onvoorwaardelijk deel.

Met het daarnaast opleggen van een (deels) voorwaardelijke vrijheidsstraf wordt de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten en wordt de verdachte in staat gesteld met behulp van de reclassering aan zijn problemen te werken.

10.4.Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2009052274 1 1.00 STK Pistool Kl:zwart

FN 1900

7,65 mm Browning

2009052274 2 2.00 STK Munitie

SELLIER&BELLOT

7,65 mm Browning;

dienen te worden verbeurdverklaard.

Genoemde voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring aangezien met betrekking tot die voorwerpen het feit is begaan.

10.5.Teruggave

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat onder meer inbeslaggenomen zijn:

2009052274 5 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart

LG

2009052274 6 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart

SAMSUNG

Nu met betrekking tot deze voorwerpen niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, dienen deze voorwerpen te worden teruggegeven aan degene aan wie zij toebehoren.

11.Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

- Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 45, 47, 91, 317

- Opiumwet art. 2, 10

- Wet wapens en munitie art. 26, 55

12.Beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een

gevangenisstraf voor de tijd van 24 maanden;

beveelt dat van deze gevangenisstraf 12 maanden niet zullen worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als de bijzondere voorwaarde, dat de veroordeelde zich gedurende die proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die hem zullen worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland, arrondissement Roermond, conform bovengenoemd adviesrapporten d.d. 14 september 2009 en 17 november 2009, zolang deze instelling dat noodzakelijk acht, met opdracht aan de reclassering aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

verklaart verbeurd:

2009052274 1 1.00 STK Pistool Kl:zwart

FN 1900

7,65 mm Browning

2009052274 2 2.00 STK Munitie

SELLIER&BELLOT

7,65 mm Browning;

gelast de teruggave aan de rechthebbende:

2009052274 5 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart

LG

2009052274 6 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart

SAMSUNG

Vonnis gewezen door mrs. L.J.A. Crompvoets, V.P. van Deventer, N.H.W. Montulet-van der Meer, rechters, van wie mr. V.P. van Deventer voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Zwiers als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 2 december 2009.

Mrs. Crompvoet en Montulet-van der Meer waren buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.