Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BK3303

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
13-11-2009
Datum publicatie
13-11-2009
Zaaknummer
04/610075-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onenigheid in de relationele sfeer. Verdachte heeft moeite met de omstandigheid dat zijn (ex-) vrouw een relatie onderhoudt met het slachtoffer.

Slachtoffer wordt in zijn woning door verdachte en twee andere mannen (de (schoon)broer van verdachte en een onbekende) geslagen, het geweld zet zich voort buiten op straat, alwaar slachtoffer door de twee andere mannen wordt geslagen en geschopt en met een mes in zijn borst en bovenbuik wordt gestoken.

De rechtbank acht voorbedachte rade niet bewezen, wel het medeplegen van een poging doodslag. Door het meenemen van een onbekende, die niets van doen heeft met de relationele perikelen, maar die kennelijk wel bereid is geweest om mee te gaan om het slachtoffer een pak rammel te geven, heeft verdachte de aanmerkelijke kans aanvaard dat deze onbekende man het niet alleen zou laten bij het slaan van het slachtoffer, maar dat hij ook een wapen zou gebruiken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector strafrecht

Parketnummer : 04/610075-09

Datum uitspraak : 13 november 2009

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortedatum en plaats],

wonende te [adres en woonplaats],

thans gedetineerd.

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 30 oktober 2009.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1.

hij op of omstreeks 08 maart 2009 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk (en met voorbedachten rade) [slachtoffer] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet (en na kalm beraad en rustig overleg), meermalen, althans eenmaal, met een mes, in elk geval met een scherp voorwerp, in het lichaam van voornoemde [slachtoffer] heeft gestoken en/of gesneden en/of meermalen, althans eenmaal, voornoemde [slachtoffer] heeft geslagen en/of geschopt onder meer terwijl deze op de grond lag, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(artikel 289 c.q. 287 juncto 45 Wetboek van Strafrecht)

althans indien terzake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

een of meer perso(o)n(en) op of omstreeks 08 maart 2009 in de gemeente [gemeente]

ter uitvoering van hun/zijn voornemen om tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich en alleen, opzettelijk (en met voorbedachten rade) [slachtoffer] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich en alleen, met dat opzet (en na kalm beraad en rustig overleg), meermalen, althans eenmaal, met een mes, in elk geval met een scherp voorwerp, in het lichaam van voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gestoken en/of gesneden en/of meermalen, althans eenmaal, voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben geslagen en/of geschopt onder meer terwijl deze op de grond lag, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf, hij, verdachte, op of omstreeks 08 maart 2009 in de gemeente [gemeente], opzettelijk behulpzaam is geweest althans opzettelijk gelegenheid heeft geboden althans opzettelijk middelen heeft verschaft, hierin bestaande dat hij, verdachte, die perso(o)n(en) met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto naar de woning waarin voornoemde [slachtoffer] zich bevond heeft gebracht en/of (vervolgens) die perso(o)n(en) met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto van de plaats des misdrijfs heeft weggevoerd;

(artikel 289 c.q. 287 juncto 45 juncto 48 Wetboek van Strafrecht)

althans indien terzake al het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 08 maart 2009 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan [slachtoffer], opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel, heeft toegebracht, door deze opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met een mes, in elk geval met een scherp voorwerp, in het lichaam van voornoemde [slachtoffer] heeft gestoken en/of gesneden en/of meermalen, althans eenmaal, voornoemde [slachtoffer] heeft geslagen en/of geschopt onder meer terwijl deze op de grond lag;

(artikel. 303 c.q. 302 Wetboek van Strafrecht)

althans indien terzake al het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

een of meer perso(o)n(en) op of omstreeks 08 maart 2009 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich en alleen, aan [slachtoffer], opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel, heeft/hebben toegebracht, door deze opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk, tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich en alleen, meermalen, althans eenmaal, met een mes, in elk geval met een scherp voorwerp, in het lichaam van voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gestoken en/of gesneden en/of meermalen, althans eenmaal, voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben geslagen en/of geschopt onder meer terwijl deze op de grond lag;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf, hij, verdachte, op of omstreeks 08 maart 2009 in de gemeente [gemeente], opzettelijk behulpzaam is geweest althans opzettelijk gelegenheid heeft geboden althans opzettelijk middelen heeft verschaft, hierin bestaande dat hij, verdachte, die perso(o)n(en) met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto naar de woning waarin voornoemde [slachtoffer] zich bevond heeft gebracht en/of (vervolgens) die perso(o)n(en) met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto van de plaats des misdrijfs heeft weggevoerd;

(artikel 303 c.q. 302 juncto 48 Wetboek van Strafrecht)

althans indien terzake al het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 08 maart 2009 in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend, [slachtoffer], opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met een mes, in elk geval met een scherp voorwerp, in het lichaam van voornoemde [slachtoffer] heeft gestoken en/of gesneden en/of meermalen, althans eenmaal, voornoemde [slachtoffer] heeft geslagen en/of geschopt onder meer terwijl deze op de grond lag, tengevolge waarvan [slachtoffer] enig lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

(artikel 301 c.q. 300 Wetboek van Strafrecht)

althans indien terzake al het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

een of meer perso(o)n(en) op of omstreeks 08 maart 2009 in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich en alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend, [slachtoffer], opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk, tezamen en in vereniging, althans ieder voor zich en alleen, meermalen, althans eenmaal, met een mes, in elk geval met een scherp voorwerp, in het lichaam van voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben gestoken en/of gesneden en/of meermalen, althans eenmaal, voornoemde [slachtoffer] heeft/hebben geslagen en/of geschopt onder meer terwijl deze op de grond lag, tengevolge waarvan [slachtoffer] enig lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf, hij, verdachte, op of omstreeks 08 maart 2009 in de gemeente [gemeente], opzettelijk behulpzaam is geweest althans opzettelijk gelegenheid heeft geboden althans opzettelijk middelen heeft verschaft, hierin bestaande dat hij, verdachte, die perso(o)n(en) met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto naar de woning waarin voornoemde [slachtoffer] zich bevond heeft gebracht en/of (vervolgens) die perso(o)n(en) met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto van de plaats des misdrijfs heeft weggevoerd;

(artikel 301 c.q. 300 juncto 48 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 08 maart 2009 in de gemeente [gemeente] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :"ik ga je vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

(artikel 285 Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7. Bewijsoverwegingen

7.1. Standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 30 oktober 2009 gevorderd dat de onder 1 primair {impliciet primair: (medeplegen van) poging tot moord} en 2 ten laste gelegde feiten zullen worden bewezen verklaard.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van beide ten laste gelegde feiten.

7.2 Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het sub 1 primair {impliciet subsidiair: (medeplegen van) poging tot doodslag} en sub 2 tenlastegelegde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De hieronder vermelde bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Het genoemde geschrift is slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hieronder opgenomen motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering van het in de wettelijke vorm door de basiseenheid Weert/Nederweert van de regiopolitie Limburg Noord opgemaakt proces-verbaal, registratienummer 2009023050-1, gedateerd 23 mei 2009 en de daarbij behorende bijlagen, voor zover niet anders is aangegeven.

Ten aanzien van de feiten 1 en 2

In feit 1 wordt verdachte verweten dat hij samen met anderen, althans alleen, heeft getracht, al dan niet met voorbedachten rade, [slachtoffer] van het leven te beroven.

Aangever [slachtoffer] heeft tegenover de politie verklaard dat hij op 8 maart 2009 in zijn woning, [adres] te [gemeente] samen met zijn medebewoner [getuige 1] was. Op een gegeven moment belt de hem bekende [verdachte] met [getuige 1] en hij zegt dat hij even langs komt. Nadat er aan de voordeur wordt gebeld, staat [verdachte] samen met zijn broer [betrokkene] en een man met vlechtjes in het haar voor de deur. Gezamenlijk lopen zij de woonkamer in, waarna hij door [verdachte] in het gezicht wordt geslagen. Hierna wordt aangever diverse malen op zijn hele lichaam geslagen. Aangever geeft aan ook diverse malen geslagen te worden door de broer van [verdachte] en de man met de vlechtjes. Aangever verklaart dat hij hoort dat verdachte ([verdachte]) tegen hem zegt dat hij hem gaat vermoorden. Opeens ziet hij de man met de vlechtjes iets uit zijn broekzak pakken en aangever ziet dat het een mes is. Aangever rent de kamer uit. Hierna verlaat aangever de woning en rent de stoep op. Daar wordt hij vastgepakt door de man met de vlechtjes en de broer van [verdachte]. Zij slaan met vuisten en raken hem overal; kort daarna wordt hij weer gestoken. Hierna rent aangever weg doch hij wordt achterna gezeten door de man met de vlechtjes en de broer van [verdachte]. Even later valt aangever waarna hij weer door laatstbedoelden wordt geslagen.

Over hetgeen voor de woning is gebeurd, heeft [getuige 2] verklaard dat hij op 8 maart 2009 uit het trappenhuis die toegang geeft tot zijn woning [adres] in de gemeente [gemeente] geschreeuw hoort. Hij kijkt in het trappenhuis en hij ziet een donker getinte jongen de trappen komen afrennen, gevolgd door twee eveneens donker getinte personen. Hij ziet dat ze alle drie naar buiten rennen en dat de jongen die als eerste naar beneden was gekomen, geslagen en getrapt werd door de twee die hem zojuist achtervolgden. Hierna ziet hij dat de jongen die geslagen en getrapt werd, opstaat en wegrent, wederom achterna gezeten door die twee jongens. Hij ziet op een gegeven moment dat de eerste jongen op de grond ligt en dat deze jongen wordt getrapt en geslagen. Deze getuige heeft voorts verklaard dat hij vervolgens zag dat nog een man uit het trappenhuis rende en dat die man naar een personenauto liep en daarmee naar de drie jongens toereed; de twee jongens die de jongen mishandeld hadden namen snel plaats in de auto die vervolgens wegreed.

Hij zag dat de jongen die mishandeld was bloed aan de voorzijde van zijn kleding had en dat de jongen voor de hoofdingang van de flat in elkaar zakte, aldus [getuige 2].

Uit het proces-verbaal sporenonderzoek blijkt op 8 maart 2009 een forensisch onderzoek is verricht in verband met een vermoedelijke poging moord/doodslag gepleegd op 8 maart 2009. Verbalisanten hebben bloedsporen aangetroffen op het trottoir ter hoogte van het flatgebouw [adres] te [gemeente].

Ook het t-shirt van het slachtoffer [slachtoffer] is nader onderzocht. In het t-shirt zijn twee beschadigingen aangetroffen:

- een beschadiging van was scherprandig met een lengte van ongeveer 22 mm; deze beschadiging zat aan de voorzijde van het t-shirt en zat ter hoogte van de borststreek;

- de tweede beschadiging zat enkele centimeters (links) naast de eerste beschadiging; deze beschadiging was rafelig en had een lengte van ongeveer 6 mm.

Met betrekking tot het door [slachtoffer] opgelopen letsel is aanwezig medische informatie d.d. 8 juni 2009, afkomstig van de arts dr. J. van Essen, verbonden aan het St. Jans Gasthuis te Weert. Deze arts heeft op 8 maart 2009 als letsel geconstateerd steekwonden in de bovenbuik en borstkas en geconcludeerd dat er sprake is van ernstig uitwendig bloedverlies.

Verdachte heeft tijdens de terechtzitting aangegeven dat hij naar de woning van [getuige 1] ging om aan hem papieren af te geven. Tijdens de autorit op weg naar de woning van [getuige 1] kwam hij toevallig [betrokkene] (opmerking rechtbank: hiermede wordt bedoeld [naam]) en een hem onbekende Nigeriaanse man tegen, die hij een lift gaf. Terwijl hij zijn auto parkeerde aan de [adres] gingen [betrokkene] en de Nigeriaan hun eigen weg. Deze Nigeriaan had vlechtharen. Vervolgens kwam hij hen weer toevallig tegen bij de voordeur van die woning van [getuige 1].

Voorts heeft verdachte verklaard dat hij op een gegeven moment veel lawaai hoorde, met [getuige 1] naar buiten is gelopen en toen zag dat [betrokkene] en de jongen met de vlechtharen [slachtoffer] aan het slaan waren. Hij heeft toen de auto gepakt en is daarmee naar de vechtende jongens gereden. De jongens zijn toen bij hem in de auto gestapt en vervolgens is hij weggereden.

Tijdens de terechtzitting heeft [getuige 1] onder ede verklaard dat hij, nadat er eenmaal was gebeld, de deur van zijn appartement heeft geopend en dat gelijktijdig verdachte, diens broer en een hem onbekende man met vlechtjes de woning binnenkwamen.

Direct hierna begon verdachte tegen de in de woning aanwezige [slachtoffer] te schreeuwen dat deze zijn vrouw volgde en dat dit de laatste vrouw was die hij volgde. Hierna zag [getuige 1] dat die onbekende man [slachtoffer] meteen met een vuist in het gezicht sloeg en hoorde hij dat verdachte riep dat ze hem in elkaar zouden gaan slaan. Hierna wordt door de drie op [slachtoffer] ingeslagen. Als [getuige 1] de vechtenden uit elkaar probeert te halen hoort hij verdachte zeggen dat zij moeten blijven vechten. Het afgeven dan wel ondertekenen van papieren is volgens [getuige 1] helemaal niet ter sprake gekomen.

De verklaring van verdachte dat hij naar [getuige 1] ging om papieren te laten ondertekenen dan wel af te geven, is naar het oordeel van de rechtbank gelet op de zojuist gerelateerde verklaring van [getuige 1] onjuist.

Met betrekking tot het motief van verdachte om [slachtoffer] op te zoeken overweegt de rechtbank het volgende.

Uit het dossier komt naar voren dat de relatie tussen hem en zijn (ex) vrouw slecht was (de vrouw woonde met hun kinderen op een geheim adres) en hij wist dat [slachtoffer] al langere tijd een relatie onderhield met zijn, verdachtes (ex)vrouw, hetgeen verdachte niet op prijs stelde.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij op 6 maart 2009 zijn ex-vrouw [ex-vrouw] op het station in [gemeente] heeft afgezet. Zij was met de trein gekomen om de kinderen naar verdachte te brengen in het kader van de omgangsregeling. Hij heeft toen gezien dat zijn ex-vrouw bij [slachtoffer] in de auto is gestapt en hij is hen vervolgens met de auto achtervolgd, totdat zij in [gemeente] aankwamen bij de woning van zijn ex-vrouw. Verdachte werd daarbij vergezeld door zijn kinderen en de broer van zijn ex-vrouw [betrokkene] ([naam]). Volgens verdachte heeft [betrokkene] net als verdachte moeite met het gedrag van zijn zus.

Diezelfde avond nog heeft verdachte omstreeks 23.00 uur gebeld met zijn ex-vrouw [ex-vrouw]. Tijdens dit gesprek heeft hij haar geconfronteerd met zijn bevindingen van die avond, waarin hij een bevestiging zag van zijn vermoeden dat zij een liefdesrelatie had met [slachtoffer], aldus verdachte.

7.2.1. Vrijspraakoverweging (medeplegen van) poging tot moord

Om te kunnen komen tot een bewezenverklaring van (het medeplegen van) poging tot moord zal moeten worden vastgesteld dat er sprake is geweest van voorbedachte rade als bedoeld in art. 289 Sr.

De rechtbank stelt bij de beoordeling daarvan voorop dat voorbedachte raad niet meer behoeft te betreffen dan het voorgenomen misdrijf. Voldoende daarvoor is dat verdachte tijd had zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit, zodat de gelegenheid heeft bestaan dat hij daarover de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad heeft nagedacht en zich daarvan rekenschap heeft gegeven.

Uit de hiervoor geschetste gang van zaken – en meer in het bijzonder de verklaring van de ter terechtzitting gehoorde getuige [getuige 1] inhoudende dat verdachte op 8 maart 2009 in de woning heeft gezegd: “dit is de laatste vrouw die die jongen gaat volgen” en “zij gaan die jongen in elkaar slaan” – kan niet worden afgeleid dat verdachte en zijn mededaders op

8 maart 2009 het besluit hebben genomen om [slachtoffer] van het leven te beroven.

De rechtbank heeft [getuige 1] ter terechtzitting nog geconfronteerd met zijn andersluidende verklaring die hij tegenover de politie heeft afgelegd en meer in het bijzonder de daarin voorkomende passage: dat verdachte op 8 maart 2009 in de woning tegen hem zou hebben gezegd dat “die jongens [slachtoffer] moeten doodmaken”.

[getuige 1] heeft ter terechtzitting expliciet meegedeeld dat verdachte dit niet heeft gezegd en dat hij dit ook niet tegenover de politie heeft verklaard.

De rechtbank constateert dat de verklaring die [getuige 1] tegenover de politie heeft afgelegd is vertaald door een tolk in de Afrikaans Creoolse taal en niet zoals ter terechtzitting in de moedertaal van de getuige: Fula.

De rechtbank neemt daarom aan dat de verklaring van [getuige 1], zoals die is opgenomen in het proces verbaal van de politie en meer in het bijzonder de passage “die jongens moeten [slachtoffer] doodmaken” berust op een onjuiste vertaling. De verklaring die [getuige 1] tegenover de politie heeft afgelegd kan daarom niet voor het bewijs worden gebezigd.

De rechtbank is van oordeel dat het wettig bewijs ontbreekt dat verdachte het besluit heeft genomen om op 8 maart 2009 samen met [betrokkene] ([naam]) en de vriend van [betrokkene] naar de woning van [slachtoffer] te gaan met het doel om [slachtoffer] van het leven te beroven. Bewijs van een voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] van het leven te beroven acht de rechtbank dan ook niet geleverd.

De verklaring van [ex-vrouw] inhoudende dat verdachte op 6 maart 2008 tijdens het vermelde telefoongesprek tegen haar heeft gezegd dat hij [slachtoffer] zou gaan vermoorden, maakt dit in de gegeven situatie niet anders. Immers, een enkele woordelijke bedreiging, geuit in woede of frustratie, rechtvaardigt op zich zelf nog niet de conclusie dat verdachte ook daadwerkelijk het besluit heeft genomen om [slachtoffer] van het leven te beroven.

De rechtbank acht het aannemelijk dat het de bedoeling van verdachte was om [slachtoffer] en [ex-vrouw] zover te krijgen dat zij een einde zouden maken aan hun relatie. Uit het dossier komt naar voren dat deze relatie verdachte zeer dwars zat en dat hij al diverse keren, door middel van het inschakelen van landgenoten met gezag en respect enerzijds heeft geprobeerd om zijn relatie met [ex-vrouw] te herstellen en anderzijds [slachtoffer] er van heeft willen overtuigen de relatie met [ex-vrouw] te beëindigen.

De rechtbank houdt het er dan ook voor dat, nu alle eerdere pogingen om zijn doel te bereiken niet gelukt waren, het vooropgezet plan van verdachte was [slachtoffer] dusdanig angst in te boezemen - door woordelijke bedreigingen die kracht bij gezet werden door het daadwerkelijk toepassen van geweld en intimidatie - dat [slachtoffer] de relatie met [ex-vrouw] zou beëindigen.

De verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van medeplegen van poging tot moord.

Overigens kan ook verdachtes eigen handelen (het slaan van het slachtoffer) niet beschouwd worden als een poging tot moord, alleen gepleegd.

De verdachte moet derhalve van het onder 1 primair (impliciet primair) ten laste gelegde feit te worden vrijgesproken.

7.2.2. Bewijsoverweging ten aanzien van medeplegen van poging tot doodslag

Wel acht de rechtbank in het licht van het vorenstaande bewezen dat er sprake is van medeplegen van poging tot doodslag.

Uit de verklaringen van [slachtoffer] en [getuige 1] – in onderling verband en samenhang bezien – blijkt dat verdachte op 8 maart 2009 samen met twee andere mannen naar de woning van [slachtoffer] is gegaan en dat verdachte in de woning tegenover [slachtoffer] meteen over zijn ex-vrouw begon en dat verdachte toen tegen [getuige 1] heeft gezegd: “dit is de laatste vrouw die de jongen volgt” en “zij gaan die jongen in elkaar slaan” .

De rechtbank begrijpt uit de verklaring van verdachte – in onderling verband en samenhang bezien met de verklaring van [slachtoffer] en [getuige 1] - dat verdachte op 8 maart 2009 in de woning van [slachtoffer] in het gezelschap was van [betrokkene] en een vriend van [betrokkene]. [betrokkene], volgens verdachte de broer van [ex-vrouw], had verdachte reeds op 6 maart 2009 vergezeld tijdens de achtervolging van zijn ex-vrouw [ex-vrouw] naar [gemeente] en voorts was [betrokkene] volgens verdachte het ook niet eens met de relatie tussen [ex-vrouw] en [slachtoffer].

Deze vriend van [betrokkene] (die in de processtukken ook wel wordt aangeduid als de man met het vlechtje) kent verdachte naar eigen zeggen niet, althans nauwelijks.

De rechtbank stelt vast dat deze onbekend gebleven man met het vlechtje in ieder geval buiten de relatieproblemen staat die zijn gerezen tussen enerzijds verdachte (en [betrokkene]) en anderzijds zijn ex-vrouw en [slachtoffer].

De rechtbank merkt in dat verband op dat de onbekend gebleven man met het vlechtje desondanks bereid was om zonder enig persoonlijk belang zich op 8 maart 2009 te mengen in de twist en geweld te gaan toepassen tegen [slachtoffer] in zijn woning, die het onderwerp was van deze twist. De rechtbank constateert dat verdachte derhalve in zee is gegaan met iemand die hij niet, althans nauwelijks, kende en die kennelijk bereid is om zonder enig persoonlijk belang geweld op een derde (te weten [slachtoffer]) toe te passen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte daarmee willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat deze onbekende man het niet alleen zou laten bij het slaan van [slachtoffer], maar dat hij ook een wapen zou gebruiken. Die kans heeft zich ook daadwerkelijk gerealiseerd, nu vast staat dat de man met het vlechtje een mes heeft getrokken en [slachtoffer] met een mes in zijn borstkas en bovenbuik heeft gestoken.

De rechtbank overweegt dat de aard van de door de onbekend gebleven man met het vlechtje gepleegde handeling, te weten het steken met een mes in de buik en borst van [slachtoffer] - in samenhang bezien met de overige gebezigde bewijsmiddelen - redelijkerwijs geen andere conclusie toelaat dan dat verdachte samen met zijn mededaders zich willens en wetens hebben blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat [slachtoffer] zou komen te overlijden.

7.2.3. Bewijsoverweging ten aanzien van de bedreiging

Verdachte ontkent dat hij tegen [slachtoffer] heeft gezegd dat hij hem zou vermoorden.

De verklaring van verdachte dat hij voornoemde woorden niet heeft gezegd, gelooft de rechtbank echter niet. De reden hiervan is dat verdachte tijdens het onderzoek ter terechtzitting diverse feiten en omstandigheden aanvankelijk ontkent maar dat hij deze ontkenning weer intrekt nadat hij door de rechtbank met tegenstrijdigheden in zijn verklaring en/of feiten die de verklaring van verdachte ontkrachten, wordt geconfronteerd. Daarnaast heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de door de aangever afgelegde verklaring, die geheel in lijn is met datgene wat [ex-vrouw] heeft verklaard, namelijk dat verdachte haar tijdens het telefoongesprek op 6 maart heeft gezegd dat hij haar en [slachtoffer] zou gaan vermoorden.

De rechtbank acht derhalve feit 2 wettig en overtuigend bewezen.

7.3. Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het sub 1 primair en sub 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Ten aanzien van feit 1:

hij op 08 maart 2009 in de gemeente [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging anderen met dat opzet meermalen met een mes in het lichaam van voornoemde [slachtoffer] heeft gestoken en meermalen voornoemde [slachtoffer] heeft geslagen en geschopt onder meer terwijl deze op de grond lag, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Ten aanzien van feit 2

hij op 08 maart 2009 in de gemeente [gemeente] [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd :"ik ga je vermoorden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

8.1. Kwalificatie

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende misdrijven:

Ten aanzien van feit 1:

Medeplegen van poging tot doodslag.

Ten aanzien van feit 2:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Het misdrijf sub 1 is strafbaar gesteld bij de artikelen 287 juncto 45 juncto 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Het misdrijf sub 2 is strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10. De straf

10.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 30 oktober 2009 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte ter zake van de poging tot het medeplegen van moord en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 3 jaren, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

10.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat deze niet dient te worden opgelegd nu naar de mening van de verdediging verdachte van de ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken.

10.3. De overwegingen van de rechtbank

Ten laste van verdachte zijn bewezen verklaard twee feiten, namelijk het medeplegen van een poging tot doodslag door middel van onder meer het steken van een mes en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de ernst van de bewezenverklaarde strafbare feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede met het belang van juiste normhandhaving.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders met een smoes toegang tot de woning verschaft waar ook het slachtoffer woonde, waarna het slachtoffer in zijn eigen woning door drie mannen is geslagen en nadat hij naar buiten is gevlucht in borst en buik is gestoken en onderwijl is geslagen en geschopt. Het slachtoffer mag van geluk spreken dat er door deze messteken geen vitale organen zijn geraakt en dat medische hulp snel ter plaatse was. Uit het dossier blijkt dat het bloedverlies aanzienlijk was. Niet alleen was het t-shirt van het slachtoffer doordrenkt met bloed, ook op de auto’s waar het slachtoffer tegenaan was gevallen dan wel geslagen en het trottoir waren de nodige bloedsporen. Dat het slachtoffer ten tijde van dit gebeuren voor zijn leven gevreesd heeft, moge voor zich spreken.

Ook heeft een en ander gezorgd voor het verhogen van het gevoel van onveiligheid en maatschappelijke onrust omdat een het meest geweldadige deel van de bewezenverklaarde feiten heeft plaatsgevonden op de openbare weg op klaarlichte dag.

Voorts moet de poging tot doodslag op het slachtoffer een zeer intimiderende werking gehad hebben op de (ex-)vrouw van verdachte. Zij was al zo bang voor verdachte was dat ze via een blijf van mijn lijf huis op een geheim adres was gaan wonen. Verdachte heeft haar en het slachtoffer achtervolgd en is zodoende achter haar adres gekomen. Verdachte heeft haar en het slachtoffer woordelijk bedreigd en voorts heeft verdachte samen met zijn mededaders het slachtoffer ernstig verwond.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het feit dat blijkens het uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister verdachte niet eerder is veroordeeld in Nederland.

Uit het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport blijkt dat verdachte in Nederland vrij goed is geïntegreerd.

Hoewel de rechtbank, anders dan de officier van justitie, de voorbedachte raad niet bewezen acht, acht zij de door de officier geëiste straf, gelet op het feitencomplex een passende. De rechtbank zal dan ook conform eis een gevangenisstraf opleggen van drie jaren, met aftrek van voorarrest.

11. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht: 10, 27, 45, 47, 57, 285, 287

12. Beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair {impliciet subsidiair: (medeplegen van) poging tot doodslag} en het onder 2 tenlastegelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van drie jaren;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mrs. M.J.A.G. van Baal, E.A.M. van Oorschot en

W.A.H.J. Poppeliers, van wie mr. M.J.A.G. van Baal voorzitter in tegenwoordigheid van J.A.H. Bicker en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank voornoemd op 13 november 2009.

Mr. W.A.H.J. Poppeliers is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.