Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BK2799

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
21-10-2009
Datum publicatie
10-11-2009
Zaaknummer
92073 / HA ZA 09-150
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De vraag of er sprake is van een onrechtmatige daad nu er een rioolpersleiding is beschadigd nadat gedeeltelijk onjuiste leidinginformatie is verstrekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 92073 / HA ZA 09-150

Vonnis van 21 oktober 2009

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

WATERSCHAP RIVIERENLAND,

gevestigd te Tiel,

eiser,

advocaat mr. M. Rotteveel,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

A.V.G. WEGENBOUW HEIJEN B.V.,

gevestigd te Heijen,

gedaagde,

advocaat mr. R.J.M. Hermans.

Partijen zullen hierna het Waterschap en AVG genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 13 februari 2009;

- de conclusie van antwoord;

- het tussenvonnis van 22 april 2009;

- gedingstuk van de zijde van het Waterschap;

- het proces-verbaal van comparitie van 7 september 2009.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. AVG heeft in het kader van een opdracht tot het aanleggen van een diepdrainage en het leggen van een leiding nabij het industrieterrein Westerhout-Zuid te Druten, van deze gemeente een bestektekening ontvangen. Op deze bestektekening is de rioolwaterpersleiding van het Waterschap (hierna: rioolpersleiding) ingetekend. Bij brief van 10 juli 2007 heeft het Waterschap, in reactie op een aanvraag van AVG bij het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (hierna: KLIC), AVG de zogenoemde KLIC-tekeningen doen toekomen, waarop de rioolpersleiding is ingetekend.

2.2. Deze brief van 10 juli 2007 van het Waterschap aan AVG luidt – voor zover relevant:

“Naar aanleiding van uw KLIC-aanvraag om leidinginformatie zend ik u bij deze de op uw activiteiten betrekking hebbende tekeningen van de persleidingen van het waterschap Rivierenland. Voor meer informatie, dan wel voor aanwijzing ter plekke kunt u zich wenden tot de opzichter.

Wellicht ten overvloede deel ik u mede dat de werkelijke ligging van onze persleiding af kan wijken van de op de tekeningen verstrekte informatie. De diepteligging van de leidingen is ca. 1 m – maaiveld. Dit kan plaatselijk echter afwijken. Bij uitvoering van uw werkzaamheden dient door middel van proefsleuven de exacte ligging te worden bepaald, een en ander eventueel in overleg met de opzichter.

Tevens wijs ik u erop dat in geval van schade als gevolg van uw werkzaamheden, u daarvoor aansprakelijk bent.”

2.3. Uit de tekeningen blijkt dat de rioolpersleiding vrijwel evenwijdig loopt aan de Van Heemstraweg en even voor de rotonde afbuigt en onder de Noord-Zuid weg doorloopt.

2.4. De diepdrainage werd door AGV op ongeveer 10 meter afstand van de leiding aangelegd. AVG heeft aanvankelijk door middel van het graven van proefsleuven de exacte ligging van de rioolpersleiding op zicht kunnen bepalen. Doordat de ondergrond het graven op een gegeven plaats van sleuven verhinderde, is de plaatsbepaling van de rioolpersleiding voortgezet door middel van het – in de branche gebruikelijke – aanprikken. De heer [O], uitvoerder van AVG (hierna: [O]), heeft verklaard dat met het aanprikken de rioolpersleiding steeds werd aangetroffen op de plaats waar AVG hem mocht verwachten. Tevens heeft [O], verklaard dat de (laatste) bocht in de rioolpersleiding, alvorens deze onder de Noord-Zuid weg ging, niet is aangeprikt en de feitelijk ligging daarvan niet is geconstateerd.

2.5. Op 22 augustus 2007 is met een machine, die door AVG werd gebruikt om de diep¬drainage aan te leggen, de rioolpersleiding van het Waterschap geraakt en over een lengte van bijna 2,5 meter beschadigd. AVG heeft daarop de gemeente Druten verwittigd en door de gemeente is het Waterschap op de hoogte gesteld van deze calamiteit en het gevaar voor (milieu)schade. De melding is gedaan op verzoek van [O].

2.6. De heren [K] (hierna: [K]) en [B], werkzaam bij het Water¬schap, hebben de plaats van de drainagewerkzaamheden dezelfde middag bezocht. [K] heeft aldaar telefonisch contact opgenomen met [O], die op dat moment niet op het werk aanwezig was, met de vraag of AVG de noodzakelijke herstelwerkzaamheden zelf kon of zou uitvoeren. [O] heeft [K] daarop medegedeeld dat AVG daartoe niet in staat was en dat het Waterschap alle noodzakelijke maatregelen diende te treffen.

Op 23 augustus 2009 is door [O] op verzoek van het waterschap een verklaring afgelegd en ondertekend terzake van de opdracht aan het Waterschap de calamiteit op te lossen.

2.7. Het Waterschap, en haar aannemer [H], de gemeente Druten en ook AVG hebben in het kader van het herstel van de rioolpersleiding en ter voorkoming van milieuschade door overstort van ongezuiverd rioolwater, verschillende werkzaamheden verricht.

2.8. Bij brief van 29 augustus 2007 is AVG door het Waterschap aansprakelijk gesteld voor de schade die als gevolg van het beschadigen van de rioolpersleiding is ontstaan. De brief vermeldt dat de omvang van de schade zal worden medegedeeld, zodra deze aan het Waterschap bekend is. Bij brief van 7 november 2007 vordert het Waterschap van AVG betaling van € 26.541,28 in verband met de werkzaamheden terzake van de schade aan de rioolpersleiding te Druten.

AVG heeft niet betaald binnen de aangezegde vier weken.

3. De vordering en de grondslag van de vordering

3.1. Het Waterschap vordert AVG te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van

€ 26.541,28, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het schade-incident d.d. 22 augustus 2007. Tevens vordert het Waterschap AVG te veroordelen in de kosten van het geding.

3.2. Het Waterschap legt aan deze vordering primair ten grondslag de telefonische opdracht van AVG aan het Waterschap alles te doen wat noodzakelijk is om de calamiteit op te lossen op kosten van AVG. Subsidiair baseert het waterschap de vordering op onrecht¬matig handelen door AVG, als bedoeld in artikel 6:162 BW, dan wel onrechtmatig handelen van (een) derde(n) die als niet ondergeschikte(n) in opdracht van AVG de werkzaamheden heeft (hebben) verricht, als bedoeld in artikel 6:171 BW juncto artikel 6:162 BW.

3.3. AVG voert gemotiveerd verweer.

3.4. In het navolgende zal op de stellingen en verweren van partijen – voor zover relevant – nader worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De rechtbank zal eerst het handelen van AVG op 22 augustus 2007, zoals omschreven onder 2.5. beoordelen.

4.2. Het Waterschap heeft gestelt dat AVG onzorgvuldig heeft gehandeld, omdat zij onvoldoende voorzorgsmaatregelen heeft genomen te voorkomen dat de rioolpersleiding zou worden geraakt, en de feitelijke ligging niet heeft bepaald.

Het onzorgvuldig handelen wordt onderbouwd met een verwijzing naar de brief van 10 juli 2007. AVG was er uitdrukkelijk op gewezen bij genoemde brief dat de werkelijke ligging van de rioolpersleiding kon afwijken van de aangeleverde tekeningen. Voorts diende volgens deze brief de exacte ligging van de leiding te worden bepaald.

AVG stelt dat enkel en alleen als gevolg van het feit dat zowel de gemeente Druten als het Waterschap onjuiste leidinginformatie hebben verstrekt de rioolpersleiding werd bescha¬digd.

AVG onderbouwt dat met de bewering dat voldoende proefsleuven zijn gegraven, waarbij de rioolpersleiding steeds op zicht werd aangetroffen en dat toen het graven van sleuven gelet op de bodemgesteldheid niet meer mogelijk was vlak voor het punt waar de rioolpersleiding conform de bestektekening en de KLIC-tekening zou afbuigen, besloten is door aanprikken de leiding op te sporen. Ook met het prikken trof men steevast de leiding aan daar waar hij volgens de tekeningen diende te liggen. AVG twijfelde er niet aan dat het tracé van de rioolpersleiding werd gevolgd. AVG stelt dat de rioolpersleiding werd beschadigd op een plaats waar AVG hem op grond van de bestek- en KLIC-tekening niet behoefde te verwachten.

Ter onderbouwing van haar stelling dat de werkelijke ligging van de rioolpersleiding afwijkt van de bestek- en KLIC-tekening heeft AVG een landmeetkundig bedrijf, Van Engelen Landmeetkunde B.V., laten vaststellen dat informatie op de tekeningen en de werkelijke ligging van de leiding uiteenlopen.

4.3. De rechtbank is van oordeel dat AVG uiteindelijk onvoldoende heeft gedaan om zich te vergewissen waar de rioolpersleiding werkelijk lag, zodat er sprake is van onzorgvuldig en toerekenbaar schadeveroorzakend handelen.

4.4. [O] heeft verklaard ter comparitie dat de rioolpersleiding bij het aanprikken ook steeds is gevoeld en met jalonstokken is uitgezet, maar dat de ligging van de bocht niet daadwerkelijk meer is geconstateerd, omdat men in de veronderstelling verkeerde dat de leiding, zoals op de tekening, bleef doorlopen. Uit deze verklaring blijkt dat AVG, ondanks de opmerking daaromtrent in de brief van 10 juli 2007, de werkelijke ligging van de riool¬persleiding niet exact heeft bepaald vóórdat het graven van de diepdrain werd begonnen.

De rechtbank stelt vast dat AVG aanvankelijk zorgvuldig te werk is gegaan door de riool¬persleiding op zicht en door aanprikken op te sporen, maar dat, juist daar waar vaststelling van de werkelijke ligging van het grootste belang was, omdat het traject van de rioolpers¬leiding afboog richting de Noord-Zuid weg, op basis van een aanname en niet op basis van feiten aan de slag is gegaan met het graven van de diepdrain.

4.5. AVG betwist niet dat de bocht ter hoogte van de rotonde wellicht flauwer was dan op de tekening, omdat een rioolpersleiding met een diameter van 500 mm niet zo’n scherpe knik kan maken. Evenmin is betwist dat de rioolpersleiding niet alleen een bocht maakte, maar ook steeds dieper onder het maaiveld kwam te liggen, omdat hij verderop onder de Noord-Zuid weg doorliep. Daarnaast heeft AVG naar voren gebracht dat ter hoogte van de bocht de bodem uit een uit zand en grind bestaande oude rivierbedding bestond en dat er sprake was van een hoge spannings- en kwelwaterstand. Ook is door AVG naar voren gebracht dat met aanprikken de ligging van de rioolpersleiding niet op zicht wordt vast¬gesteld, maar op basis van het voelen van de vorm. Dat het opsporen van de werkelijke ligging van de rioolpersleiding door deze factoren werd bemoeilijkt, ligt naar het oordeel van de rechtbank voor de hand, en zou dat feit alleen al naar haar oordeel juist tot grotere oppassendheid bij AVG hebben moeten leiden. Dat het (verder) aanprikken van de riool¬persleiding technisch te moeilijk of onmogelijk was, is gesteld noch gebleken.

4.6. Op basis van het enkele feit dat de rioolpersleiding gedurende een zeker traject tot op de hoogte van de rotonde was aangetroffen, zoals ook op de tekeningen was aangegeven, mocht AVG voorts niet tot de conclusie leiden dat de werkelijke ligging en de ligginginfor¬matie op de tekeningen overeen zouden blijven komen. Het was AVG immers uitdrukkelijk medegedeeld dat de werkelijke ligging zou kunnen afwijken van de KLIC-tekening en dat de ligging (daarom) exact moest worden bepaald. Evenmin mag het moeilijker worden van de omstandigheden ertoe leiden de werkelijke ligging niet langer vast te stellen. Het niet aanprikken van de bocht in de rioolpersleiding, omdat men veronderstelde dat hij lag waar hij op grond van de tekeningen verwacht mocht worden, moet op grond van bovenstaande feiten en om deze redenen als onzorgvuldig worden aangemerkt. De vraag of de rioolpersleiding ter hoogte van de rotonde al dan niet daadwerkelijk lag waar hij op de bestektekening en de KLIC-tekening was aangegeven, is voor dat oordeel niet relevant.

4.7. De rechtbank stelt vast dat AVG, toen eenmaal de rioolpersleiding beschadigd was tijdens het graven van de diepdrain, adequaat heeft gehandeld door de gemeente en, via deze, het Waterschap te waarschuwen. Vast staat dat in dat kader de afspraak is gemaakt dat het Waterschap alles in het werk zou te stellen de gevolgen van de leidingbreuk op te lossen en de schade aan de rioolpersleiding te herstellen, omdat het Waterschap dit het snelst en meest goedkoop kon doen, en omdat het Waterschap daartoe het best geëquipeerd was.

4.8. AVG heeft in het kader van artikel 6:162 BW (juncto artikel 6:171 BW) geen verweren gevoerd ter zake van de schade, de causaliteit en de relativiteit.

4.9. De vordering tot het betalen van het bedrag van € 26.541,28 wordt terecht gegrond op toerekenbaar onzorgvuldig handelen door AVG. AVG heeft nagelaten de nodige zorg¬vuldigheid te betrachten in het exact vaststellen van de werkelijke ligging van de rioolpers¬leiding van het Waterschap, terwijl zij tevoren gewaarschuwd was dat de informatie over de ligging op bestek- en KLIC-tekening niet overeen hoefde te komen met de werkelijkheid. Als gevolg van dit nalaten is de rioolpersleiding beschadigd, waardoor aan de zijde van het Waterschap aanzienlijke kosten zijn gemaakt ter reparatie van de leiding en ter voorkoming van milieuschade door overstort van ongezuiverd rioolwater.

4.10. Terzake van de omvang van de schade en de (ingangsdatum van de) wettelijke rente is door AVG geen verweer gevoerd, zodat de vordering ad € 26.541,28, vermeerderd met wettelijke rente, als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf 22 augustus 2007 tot de dag van volledige betaling, zonder meer toegewezen dient te worden.

4.11. Gelet op het bovenstaande is het belang van een beoordeling van de primaire grondslag komen te vervallen, zodat deze dient te worden afgewezen.

4.12. AVG zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroor¬deeld. De kosten aan de zijde van het Waterschap worden begroot op:

- dagvaarding EUR 91,93

- vast recht 585,00

- salaris advocaat 1.158,00 (2,0 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 1.834,93

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt AVG om aan het Waterschap te betalen een bedrag van EUR 26.541,28 (zesentwintig duizendvijfhonderdéénenveertig euro en achtentwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6: 119 BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 22 augustus 2007 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt AVG in de proceskosten, aan de zijde van het Waterschap tot op heden begroot op EUR 1.834,93,

5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.P. Drijkoningen en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2009.?