Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BK2028

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
04-11-2009
Datum publicatie
04-11-2009
Zaaknummer
04/610065-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In de maanden november/december 2008 en januari 2009 werd Roermond en omgeving opgeschrikt door een groot aantal gewapende overvallen op onder andere tankstations, supermarkten, fritures, een restaurant, een woning en een dierenkliniek waarbij sprake was van een grotere en steeds wisselende dadergroep, welke golf van gewapende overvallen veel commotie heeft veroorzaakt en met name voor de slachtoffers en andere ondernemers in die betreffende branches een bijzonder gevoel van onveiligheid teweeg heeft gebracht (Hyena onderzoek).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Parketnummer : 04/610065-09

Parketnummer : 04/850448-08 (tul)

Datum uitspraak: 4 november 2009

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen de minderjarige verdachte:

[verdachte 13],

geboren [geboortedatum],

wonende te [adres],

1.Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 15 juni 2009, 3 juli 2009 (voortgezet op 6 juli 2009) en 12 oktober 2009 (voortgezet op 21 oktober 2009).

2.De tenlastelegging

De verdachte staat na wijziging van de tenlastelegging terecht ter zake dat:

hij op of omstreeks 04 december 2008 in de gemeente Roermond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en/of een hoeveelheid sigaretten en/of een mobiele telefoon (merk Nokia), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit:

- het richten van een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, op genoemde [slachtoffer 5] en/of

- het op dreigend wijze met opgeheven armen een knuppel vasthouden

en/of

- het op dreigende toon tegen genoemde [slachtoffer 5] zeggen: "Geld, kassa, geld"

en/of "Open maken, open maken en/of "Kluis";

(artikel 317 Wetboek van Strafrecht)

althans indien terzake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 04 december 2008 in de gemeente Roermond, tezamen en in

vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld en een hoeveelheid sigaretten en/of een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededaders hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit

- het richten van een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, op genoemde [slachtoffer 5] en/of

- het op dreigende wijze met opgeheven armen een knuppel vasthouden

- het op dreigende toon tegen [slachtoffer 5] zeggen "Geld, kassa, geld" en/of "Openmaken, openmaken en/of "Kluis";

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3.De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4.De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5.De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6.Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7.Bewijsoverwegingen

7.1.Standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 12 oktober 2009 gevorderd dat

de verdachte ten aanzien van het primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken,

daartoe stellende dat het merendeel van de goederen is weggenomen en niet is afgegeven,

en dat het subsidiair ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde bewezen

kan worden verklaard.

7.2.Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hieronder opgenomen motivering van

de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering van het in de wettelijke vorm door de Regiopolitie Limburg-Noord, District Midden-Limburg, recherche-eenheid Midden-Limburg opgemaakt proces-verbaal, genummerd 2009055784, gedateerd 08 juni 2009 en de daarbij behorende bijlagen (tevens een doorlopend genummerde print van scan 08-06-2009 van origineel, blz. 1 t/m 2216).

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank, gelet op de bekennende verklaring van verdachte bij de politie en ter terechtzitting van 12 oktober 2009 , de aangifte van [slachtoffer 5] , wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan. De rechtbank overweegt hierbij dat [slachtoffer 5] in zijn aangifte heeft verklaard dat hij onder bedreiging van een pistool door één dader en onder bedreiging van een knuppel door een andere dader zijn zakken heeft moeten leegmaken, waarin een portefeuille met een hoeveelheid geld en zijn GSM zaten, welke goederen hij op een bureau moest neerleggen die vervolgens door de daders werden gepakt. Ook moest hij onder bedreiging van voormeld pistool en knuppel waarbij ook "Geld, kassa, geld" en "Open maken, open maken " werd geroepen, beide kassa’s openmaken (omdat dit de daders zelf niet lukte) waarna het geld door de daders uit de kassa’s werd gehaald. Hoewel het merendeel van de (sloffen) sigaretten door een derde en vierde dader -middels het vullen van draagzakken die achter de toonbanken lagen- uit de winkel werd gedragen terwijl [slachtoffer 5] door de andere twee daders werd bedreigd, is de rechtbank van oordeel dat voormelde handelingen -in onderling verband en samenhang bezien- als afpersing gekwalificeerd kunnen worden.

7.3.Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 04 december 2008 in de gemeente Roermond tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, een hoeveelheid sigaretten en een mobiele telefoon, toebehorende aan [slachtoffer 5],

welke bedreiging met geweld bestond uit:

- het richten van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op genoemde [slachtoffer 5] en

- het op dreigende wijze met opgeheven armen een knuppel vasthouden en

- het op dreigende toon tegen genoemde [slachtoffer 5] zeggen: "Geld, kassa, geld" en "Open maken, open maken en "Kluis".

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

8.1.Kwalificatie

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op het navolgende misdrijf:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 317 juncto artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9.De strafbaarheid van verdachte

Door de GZ-psycholoog drs.M.M.F. van Casteren en de kinder- en jeugdpsychiater A.A.C.M. Lenssen is omtrent de geestvermogens van verdachte op 15 juni 2009 respectievelijk 08 oktober 2009 rapport uitgebracht. De deskundigen komen niet tot de conclusie dat er bij verdachte sprake is van een omstandigheid die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluit.

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu overigens niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10.De straffen en/of maatregelen

10.1.De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 12 oktober 2009 met betrekking tot de op te leggen hoofdstraf en bijkomende straf gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de tijd van 1 jaar, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede een voorwaardelijke PIJ-maatregel, met een proeftijd van 2 jaren en

met als bijzondere voorwaarde intensieve begeleiding door de Jeugdreclassering (HKJ).

10.2.Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft het opleggen van een vrijheidsstraf bepleit die qua duur gelijk is aan

het voorarrest van verdachte en overigens een voorwaardelijke PIJ-maatregel zoals door de officier van justitie gevorderd.

10.3.De overwegingen van de rechtbank

In de maanden november/december 2008 en januari 2009 werd Roermond en omgeving opgeschrikt door een groot aantal gewapende overvallen op onder andere tankstations, supermarkten, fritures, een restaurant, een woning en een dierenkliniek waarbij sprake was van een grotere en steeds wisselende dadergroep, welke golf van gewapende overvallen veel commotie heeft veroorzaakt en met name voor de slachtoffers en andere ondernemers in die betreffende branches een bijzonder gevoel van onveiligheid teweeg heeft gebracht (Hyena onderzoek).

De door verdachte (tezamen met zijn medeverdachten) gepleegde gewapende overval op de winkel “[benadeelde 2]” van [slachtoffer 5] maakt hiervan deel uit.

Vlak voor sluitingstijd van zijn winkel om 19.00 uur komen vier personen met bivakmutsen gewapend zijn winkel binnen en moet hij onder bedreiging van een pistool en knuppel een grote hoeveelheid geld en (sloffen) sigaretten alsmede zijn mobiele telefoon afstaan.

Naar de ervaring leert heeft een dergelijke gewapende overval een enorme impact op de slachtoffers en kunnen zij nog lange tijd psychisch nadelige gevolgen daarvan ondervinden.

Verdachte -die naar eigen zeggen 500 of 600 euro van de buit en een deel van de sigaretten heeft gekregen- heeft zich puur bekommerd om zijn eigen behoefte aan geld.

Verdachte heeft zijn betrokkenheid bij deze overval bekend en daarbij openheid van zaken gegeven en zijn spijt betuigd.

Bij haar beslissing tot oplegging van de hierna te noemen straffen en (voorwaardelijke) maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 4 september 2009;

- een de verdachte betreffend psychologisch onderzoek (Pro Justitia) d.d. 15 juni 2009,

uitgebracht door drs. M.M.F. van Casteren, GZ-psycholoog/kinder- en jeugdpsycholoog

- een de verdachte betreffend psychiatrisch onderzoek (Pro Justitia) d.d. 08 oktober 2009,

uitgebracht door A.A.C.M. Lenssen, kinder- en jeugdpsychiater.

De psycholoog en psychiater schetsen in grote lijnen eenzelfde beeld van de persoonlijkheid van verdachte. Dit beeld komt er -kort gezegd- op neer dat bij verdachte sprake is van labiele jongen met een negatief zelfbeeld. Daarnaast beschikt verdachte over een gebrekkige innerlijke structuur, is hij prikkelbehoeftig, impulsief en beïnvloedbaar.

Beide deskundigen concluderen dat bij verdachte sprake is van een gedragsstoornis.

De psycholoog acht verdachte om die reden licht verminderd toerekeningsvatbaar terwijl de psychiater verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar acht.

Beide deskundigen adviseren in voornoemde rapportages om een voorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen. Er is sprake van een gedragsstoornis, beginnend in de kinderleeftijd, waaraan een gebrekkige gewetensfunctie met een lage frustratietolerantie, een neiging tot onmiddellijke behoeftebevrediging, een verminderde impulscontrole en een gebrekkige empathie, ten grondslag liggen. De veelheid aan ambulante interventies die in het verleden is ingezet, heeft niet kunnen voorkomen dat verdachte wederom met justitie in aanraking is gekomen en nu voor het eerst verdacht wordt van een zeer ernstig geweldsdelict, hetgeen een zorgelijke ontwikkeling is. De kans op recidive is reëel maar kan worden teruggedrongen met adequate behandeling. Teneinde de ontwikkeling van verdachte in gunstige zin te beïnvloeden is een intensieve interventie noodzakelijk. Gedacht wordt aan een gezinsinterventie als MST (Multi Systeem Therapie), welke interventie de relatie tussen verdachte en zijn moeder kan helpen te normaliseren door herstel van gezagsverhoudingen en het verbeteren van de communicatie. Daarnaast is het belangrijk dat de begeleiding door de jeugdreclassering (en gezinsvoogd) wordt gecontinueerd en verdachte gemotiveerd wordt voor een ambulante behandeling voor zijn verlieservaringen.

Als strafrechtelijk kader wordt een voorwaardelijke PIJ-maatregel geadviseerd.

Een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel is overwogen, maar in overleg met de gezinsvoogd en de jeugdreclassering is ervoor gekozen om verdachte nog een allerlaatste kans te geven.. Een andere optie zou een gedragsbeïnvloedende maatregel zijn met als invulling MST en begeleiding door de jeugdreclassering. Nadeel van deze maatregel is echter dat bij mislukken alleen jeugddetentie overblijft, hetgeen voor verdachtes ontwikkeling geen wenselijke situatie is, terwijl bij overtreden van de voorwaarden de voorwaardelijke PIJ zal kunnen worden omgezet in een onvoorwaardelijke PIJ en verdachte in een behandelsetting terecht zal komen, hetgeen de voorkeur heeft.

Ter terechtzitting d.d. 12 oktober 2009 heeft de vertegenwoordiger van de Jeugdreclassering (de heer In ’t Zandt) benadrukt dat sprake is van een positieve ontwikkeling sinds hij verdachte begeleidt sedert de schorsing van diens voorlopige hechtenis per 3 augustus 2009 en dat Bureau Jeugdzorg zich kan vinden in het advies van de deskundigen. Binnen het gezin is een begin gemaakt met MST en als traject voor de oppositionele gedragsstoornis van verdachte wordt gedacht aan een ambulante behandeling bij de forensisch psychiatrische polikliniek ( F.P.P.) De Horst in Tegelen.

De rechtbank neemt de conclusies uit de rapporten van de psycholoog en de psychiater over en zal het in de rapporten gegeven advies, te weten oplegging van een voorwaardelijke PIJ-maatregel, opvolgen.

De rechtbank acht het van groot belang om de prille, positieve ontwikkeling van verdachte sedert de schorsing van zijn voorlopige hechtenis met ingang van 3 augustus 2009 niet te doorbreken. Hoewel de rechtbank normaliter gelet op de ernst van het gepleegde feit een forse vrijheidsstraf op zijn plaats acht, is de rechtbank van oordeel dat op grond van de persoonlijke omstandigheden van verdachte volstaan kan worden met een vrijheidsstraf die gelijk is aan de reeds door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd (139 dagen).

Teneinde de ernst van de gepleegde feiten te benadrukken acht de rechtbank daarenboven het opleggen van een werkstraf voor de duur van 100 uren passend .

Met het daarnaast opleggen van een voorwaardelijke PIJ-maatregel wordt de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. De noodzaak van begeleiding door de Jeugdreclassering, ook als dat inhoudt een voortgezette deelname aan het ITB-HKJ traject en MST en het meewerken aan ambulante behandeling bij F.P.P. De Horst te Tegelen of een soortgelijke instelling, staat naar het oordeel van de rechtbank als voortkomend uit voormelde rapportages, vast.

11.Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 27, 77a, 77h, 77i, 77m, 77n, 77s, 77v, 77x, 77y, 77z, 77aa, 312, 317.

12.De vordering tot tenuitvoerlegging

De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie niet ontvankelijk dient we worden verklaard in de vordering tot tenuitvoerlegging van een aan de verdachte bij vonnis d.d. 10 november 2008 opgelegde voorwaardelijke straf, nu is gebleken dat voormeld vonnis pas

op 12 januari 2009 (nadat het ingestelde hoger beroep is ingetrokken) onherroepelijk is geworden, derhalve na het aan verdachte ten laste gelegde feit.

13.Beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde

zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde het hiervoor vermelde strafbare feit oplevert

en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de tijd van 139 dagen;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 4 november 2009;

veroordeelt verdachte voorts tot een taakstraf, te weten een werkstraf voor de duur van

100 uren, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid;

beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 50 dagen zal worden toegepast;

verstaat dat de taakstraf uiterlijk 1 jaar nadat dit vonnis onherroepelijk is geworden, zal zijn voltooid.

legt op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen voor de duur van

2 jaren;

bepaalt dat deze maatregel niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt

dan wel gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde, dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen van Bureau Jeugdzorg in Limburg te Roermond, afdeling Jeugdreclassering, ook als dat inhoudt (voortgezette) deelname aan het ITB-HKJ traject

en MST (Multi Systeem Therapie) en het meewerken aan ambulante behandeling bij

F.P.P. De Horst te Tegelen of een soortgelijke instelling, met opdracht aan die instelling overeenkomstig artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging.

Verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk in de vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Kinderrechter te Roermond d.d. 10 november 2008 in de zaak met parketnummer 04/850448-08 aan de veroordeelde opgelegde doch voorwaardelijk niet tenuitvoergelegde straf.

Vonnis gewezen door mrs. C.A.M. Schaap-Meulemeester, M.I.J. Hegeman en

M.J.H. van den Hombergh, kinderrechters, van wie mr. M.I.J. Hegeman, voorzitter,

in tegenwoordigheid van mr. P.M. van de Voort-Visch als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 04 november 2009.