Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BK1843

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
04-11-2009
Datum publicatie
04-11-2009
Zaaknummer
04/610066-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In de maanden november/december 2008 en januari 2009 werd Roermond en omgeving opgeschrikt door een groot aantal gewapende overvallen op onder andere tankstations, supermarkten, fritures, een restaurant, een woning en een dierenkliniek waarbij sprake was van een grotere en steeds wisselende dadergroep, welke golf van gewapende overvallen veel commotie heeft veroorzaakt en met name voor de slachtoffers en andere ondernemers in die betreffende branches een bijzonder gevoel van onveiligheid teweeg heeft gebracht (Hyena onderzoek).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Parketnummer : 04/610066-09

Parketnummer : 04/816022-09

Parketnummer : 04/850450-08 (tul)

Parketnummer : 04/850202-07 (tul)

Datum uitspraak: 4 november 2009

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte 12],

geboren te [geboortedatum],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in [detentie-adres].

1.Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 3 juli 2009 (voortgezet op 6 juli 2009) en 14 oktober 2009 (voortgezet op 21 oktober 2009).

2.De tenlastelegging

De verdachte staat na wijziging van de tenlastelegging terecht ter zake dat:

In de zaak met parketnummer 04/610066-09:

1.

hij op of omstreeks 04 december 2008 in de gemeente Roermond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld en/of een hoeveelheid sigaretten en/of een mobiele telefoon (merk Nokia), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit:

- het richten van een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op genoemde [slachtoffer 5] en/of

- het op dreigend wijze met opgeheven armen een knuppel vasthouden

en/of

- het op dreigende toon tegen genoemde [slachtoffer 5] zeggen: "Geld, kassa, geld" en/of "Open maken, open maken en/of "Kluis";

(artikel 317 Wetboek van Strafrecht)

Althans indien terzake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 04 december 2008 in de gemeente Roermond, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld en/of een hoeveelheid sigaretten en/of een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 5], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld heeft bestaan uit

- het richten van een pistool, in elk geval een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op genoemde [slachtoffer 5] en/of

- het op dreigende wijze met opgeheven armen een knuppel vasthouden en/of

- het op dreigende toon tegen genoemde [slachtoffer 5] zeggen: "Geld, kassa, geld"

en/of "Open maken, open maken en/of "Kluis";

(artikel 312 Wetboek van Strafrecht

In de zaak met parketnummer 04/816022-09:

hij op of omstreeks 07 september 2008 in de gemeente Roermond, toen de aldaar dienstdoende [verbalisant 1] (hoofdagent van politie) en/of [verbalisant 2] (hoofdagent van politie) [betrokkene 1] op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, als verdachte had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den), teneinde genoemde [betrokkene 1] ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en genoemde [betrokkene 1] daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten naar het politiebureau in Roermond,

zich met geweld heeft verzet tegen [verbalisant 3] (hoofdagent van politie) en/of [verbalisant 4] (agent van politie) en/of genoemde [verbalisant 2] en/of [verbalisant 5] (aspirant van politie), werkzaam in de rechtmatige uitoefening hunner/haar/zijn bediening, welke een linie vormden, in elk geval voor afscherming zorgden, teneinde genoemde [verbalisant 1] en/of genoemde [verbalisant 2] de aanhouding van genoemde [betrokkene 1] te kunnen laten uitvoeren, door opzettelijk gewelddadig genoemde [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 5] trachten opzij te duwen en/of te slaan, en/of door de linie van genoemde [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 5] trachten te breken;

Artikel 180 Wetboek van Strafrecht.

Althans indien terzake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 07 september 2008 in de gemeente Roermond, toen [verbalisant 1] (hoofdagent van politie) en/of [verbalisant 2] (hoofdagent van politie), belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten [betrokkene 1] als verdacht van overtreding van artikel 287 jo. 45 van het Wetboek van Strafrecht, in elk geval op verdenking van het gepleegd hebben van enig strafbaar feit, op heterdaad ontdekt, had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde die genoemde [betrokkene 1], ten spoedigste voor te geleiden voor een hulpofficier van justitie en haar daartoe over te brengen naar een plaats van verhoor, te weten naar het politiebureau in Roermond en waarbij [verbalisant 3] (hoofdagent van politie) en/of [verbalisant 4] (agent van politie) en/of genoemde [verbalisant 2] en/of [verbalisant 5] (aspirant van politie), en werkzaam in de rechtmatige uitoefening hunner/haar/zijn bediening een linie vormden, in elk geval voor afscherming zorgden, deze door genoemde opsporingsambtena(a)r(en) ter uitvoering van het bepaalde in artikel 53 van het Wetboek van Strafvordering ondernomen handeling(en) opzettelijk heeft belemmerd, door genoemde [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 5] trachten opzij te duwen en/of te slaan en/of door de linie van genoemde [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 5] trachten te breken;

Artikel 184 Wetboek van Strafrecht.

Naar het oordeel van de rechtbank is door de steller van de tenlastelegging in de zaak met parketnummer 04/816022-09 primair en subsidiair, de kwalificatieve elementen van het strafbaar feit waarop de tenlastelegging zich richt en de verfeitelijking van het feit, met elkaar vermengd waardoor een onleesbare tenlastelegging is ontstaan.

De rechtbank zal de tenlastelegging aldus lezen, zoals hierna is aangegeven. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

Voor zover overigens in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

De verdachte staat in de zaak met parketnummer 04/816022-09 terecht ter zake dat:

1.

hij op 7 september 2008 in de gemeente Roermond zich met geweld heeft verzet tegen [verbalisant 3] (hoofdagent van politie) en/of [verbalisant 4] (agent van politie) en/of van [verbalisant 2] (hoofdagent van politie) en/of [verbalisant 5] (aspirant van politie), die, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, een linie vormden, in elk geval voor afscherming zorgden, teneinde de opsporingsambtena(a)r(en) [verbalisant 1] (hoofdagent van politie) en/of genoemde [verbalisant 2], ter uitvoering van het bepaalde in artikel 53 van het wetboek van strafvordering doende met de aanhouding van [betrokkene 1], in de gelegenheid te stellen deze aanhouding uit te voeren, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk gewelddadig getracht genoemde [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] en/of van [verbalisant 2] en/of [verbalisant 5] op zij te duwen en/of te slaan en/of getracht door de linie gevormd door [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] en/of van [verbalisant 2] en/of [verbalisant 5] heen te breken.

Althans indien terzake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij op 7 september 2008 in de gemeente Roermond

opzettelijk enige handeling door [verbalisant 1] (hoofdagent van politie) en/of [verbalisant 3] (hoofdagent van politie) en/of [verbalisant 4] (agent van politie) en/of [verbalisant 2] (hoofdagent van politie) en/of [verbalisant 5] (aspirant van politie),

(allen) belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, heeft belemmerd,

immers heeft verdachte toen aldaar, terwijl genoemde [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] en/of van [verbalisant 2] en/of [verbalisant 5], een linie vormden, in elk geval voor afscherming zorgden, teneinde de opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en/of van [verbalisant 2], ter uitvoering van het bepaalde in artikel 53 van het wetboek van strafvordering doende met de aanhouding van [betrokkene 1], in de gelegenheid te stellen deze aanhouding uit te voeren, getracht genoemde [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] en/of van [verbalisant 2] en/of [verbalisant 5] op zij te duwen en/of te slaan en/of getracht door de linie gevormd door genoemde [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] en/of van [verbalisant 2] en/of [verbalisant 5] heen te breken.

3.De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4.De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5.De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6.Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7.Bewijsoverwegingen

7.1.Standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 14 oktober 2009 gevorderd dat in beide zaken het primair ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het in de zaak met parketnummer 04/610066-09 primair en subsidiair ten laste gelegde en van het in de zaak met parketnummer 04/816022-09 onder primair ten laste gelegde.

De raadsvrouw heeft in de zaak met parketnummer 04/610066-09, daartoe aangevoerd dat verdachte ontkent bij de overval betrokken te zijn geweest. Verdachte was die avond op het verjaardagsfeestje van zijn vader en is naar de stad gegaan om een cadeau te kopen. Daarna is hij weer naar het feest gegaan. De politie heeft het alibi van verdachte niet gecontroleerd.

De raadsvrouw heeft voorts aangevoerd dat de verklaringen die de medeverdachten [verdachte 7] en [verdachte 8] hebben afgelegd onbetrouwbaar zijn. Gezien het groot aantal feiten die beide laatstgenoemde verdachten hebben gepleegd is het de vraag of hun geheugen nog zo goed werkt dat zij zich kunnen herinneren dat verdachte bij de overval is betrokken. Daar komt nog bij dat verdachte ruzie had met [verdachte 8]. Het is dan niet aannemelijk dat verdachte bij [verdachte 8] in de auto gaat stappen.

Voorts lijkt de verklaring die medeverdachte [verdachte 13] heeft afgelegd niet zo spontaan als wordt voorgesteld, nu de politie [verdachte 13] de naam van verdachte in de mond heeft gelegd. Aangever [slachtoffer 5] heeft verklaard dat de derde man een fors postuur had en een blauwe jas droeg. Verdachte heeft geen blauwe jas en kan dus niet de derde dader zijn en verdachte zou dan de vierde dader moeten zijn. Over de vierde dader is niets bekend. Dit kan gemakkelijk een ander zijn dan verdachte.

7.2.Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 04/610066-09 primair bewezen verklaarde en in de zaak met parketnummer 04/816022-09 primair bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

In de zaak met parketnummer 04/610066-09:

De rechtbank geeft hierna een opsomming van de bewijsmiddelen , bestaande uit de aangifte van slachtoffer [slachtoffer 5] en de verklaringen van de medeverdachten [verdachte 8], [verdachte 7] en [verdachte 13].

De aangifte

Slachtoffer [slachtoffer 5] heeft op 4 december 2008 aangifte gedaan van een overval die dag op het “[benadeelde 2] “ te Roermond. Het slachtoffer heeft verklaard:

Omstreeks 18.55 uur ging de deur van mijn winkel open en stormden vier personen met bivakmutsen op mijn winkel binnen. Twee personen, ik zal deze 1 en 2 noemen, riepen: “GELD KASSA GELD”. Nummer 1 hield een pistool in zijn rechterhand en hield dit op een afstand van ongeveer een meter op mij gericht. Nummer 2 hield een lange knuppel in zijn rechterhand en hield deze hoog boven zijn hoofd geheven. Hierdoor voelde ik mij bedreigd. De nummers 3 en 4 liepen regelrecht naar het rek waarin de sigaretten lagen en begonnen de draagzakken die achter de toonbank lagen te vullen met sigaretten en met sloffen sigaretten.

Nummer 2 probeerde met een hand de beide kassa’s te openen maar dit lukte niet en hierop hoorde ik hem schreeuwen: “Open maken Open maken.” Hierop heb ik hun voorgedaan hoe je de kassa’s kon openen. Hierop heeft nummer 1 uit de linker kassa het geld weggenomen en nummer 2 heeft uit de rechter kassa het geld weggenomen. Toen de kassa’s leeggehaald waren, moest ik met nummer 1 en 2 naar mijn kantoor gedeelte en moest ik mijn zakken leegmaken. Ik haalde al mijn zakken leeg en moest de spullen op mijn bureau neerleggen. Hierbij zat mijn GSM en mijn portefeuille. De GSM werd door nummer 2 in zijn zak gestopt en uit mijn portefeuille werd door nummer 2 het geld weggenomen. Dit waren 11 bankbiljetten van 50 euro. Ook dit geld stopte hij in zijn zakken. Hierna schreeuwde nummer 2 dat ik de kluis moest openen. Nummer 2 schreeuwde alleen maar “Kluis” en dit meerdere malen en hierbij hief hij de knuppel telkens iets hoger boven zijn hoofd waardoor ik het idee kreeg dat hij mij zou slaan met die knuppel als ik hem niet zou vertellen waar die kluis was.

Toen nummer 3 en 4 geen draagzakken meer hadden waarin zij de sigaretten konden stoppen, kwam een van hen aan nummer 1 iets vragen en vroeg 1 mij meer draagzakken. Hierop hebben zij nog twee draagzakken meegenomen om er sigaretten in te doen. Ik heb gezien dat zij ook nog sloffen sigaretten tussen beide armen geklemd mee naar buiten hebben meegenomen. U vraagt mij of ik iets over het signalement van de daders kan zeggen.

Nummer 3:

Hij is naar schatting ook 20 jaar, hij heeft een lengte van 180 centimeter, hij heeft een fors postuur en hiermee bedoel ik dat hij en groot en dik was.

De verklaringen

[verdachte 7]

Medeverdachte [verdachte 7] heeft op 19 februari 2009 verklaard dat hij de eerste overval op het [benadeelde 2] samen heeft gepleegd met [verdachte 8], [verdachte 13] en [verdachte 12]. Ze hebben toen geld en sigaretten buitgemaakt. [verdachte 7] had toen een nepwapen vast en verklaart dat er ook gebruik is gemaakt van een bamboestok, die [verdachte 7] aan [verdachte 8] heeft gegeven. Op 20 februari 2009 verklaart [verdachte 7] dat [verdachte 12] een neger is, ongeveer 1.85 m groot en dik. Als [verdachte 7] daarna de foto van verdachte wordt getoond, herkent hij verdachte als de [verdachte 12] waarover hij steeds heeft verklaard.

[verdachte 8]

Medeverdachte [verdachte 8] heeft op 3 maart 2009 verklaard dat hij bij de overval op het [benadeelde 2] betrokken was, samen met [verdachte 7] en twee Antillianen, [verdachte 13]. en [verdachte 12]. [verdachte 7] heeft de man in het [benadeelde 2] met een pistool bedreigd. [verdachte 8] verklaart dat hij samen met die twee Antillianen sigaretten heeft weggenomen en dat [verdachte 7] geld heeft gepakt. Op 9 maart 2009 verklaart [verdachte 8] , als hem de namen [verdachte 12] en [verdachte 13] worden voorgehouden, dat dit [verdachte 12] en [verdachte 13] zijn en dat dit de personen zijn die bij hem waren. Als [verdachte 8] een foto van verdachte wordt getoond, herkent hij daarop verdachte.

[verdachte 13].

Als [verdachte 13] wordt gevraagd over de gezichtsbedekking van de overvallers, verklaart hij dat iedereen wel iets voor zijn gezicht had; hij had zelf een muts op. [verdachte 13] verklaart desgevraagd dat hij niet weet wat [verdachte 8], [verdachte 7] en [verdachte 12] ophadden.

Gelet op voornoemde aangifte en verklaringen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan zoals hierna is vermeld.

De rechtbank overweegt hierbij dat [slachtoffer 5] in zijn aangifte heeft verklaard dat hij onder bedreiging van een pistool door één dader en onder bedreiging van een knuppel door een andere dader zijn zakken heeft moeten leegmaken, waarin een portefeuille met een hoeveelheid geld en zijn GSM zaten, welke goederen hij op een bureau moest neerleggen en die vervolgens door de daders werden gepakt. Ook moest hij onder bedreiging van voormeld pistool en knuppel waarbij ook "Geld, kassa, geld" en "Open maken, open maken " werd geroepen, beide kassa’s openmaken (omdat dit de daders zelf niet lukte) waarna het geld door de daders uit de kassa’s werd gehaald. Hoewel het merendeel van de (sloffen) sigaretten door een derde en vierde dader -middels het vullen van draagzakken die achter de toonbanken lagen- uit de winkel werd gedragen, terwijl [slachtoffer 5] door de andere twee daders werd bedreigd, is de rechtbank van oordeel dat voormelde handelingen -in onderling verband en samenhang bezien- als afpersing gekwalificeerd kunnen worden.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw dat verdachte een alibi had voor het moment van de overval. Verdachte heeft op 18 maart 2009 verklaard dat hij tot een uur of zes/zeven op een feestje is geweest op de Donderberg en dat hij daarna naar de stad is gegaan. In zijn verklaring afgelegd op 19 maart 2009 verklaart verdachte dat hij rond 19.00-19.30 uur naar de stad is gegaan en dat hij een cadeau voor zijn vader heeft gekocht.

De rechtbank komt het vreemd voor dat verdachte ná het bezoek aan zijn jarige vader een verjaardagscadeau voor hem gaat kopen en niet voorafgaand aan het bezoek.

In het licht van de hiervoor gebezigde bewijsmiddelen acht de rechtbank het gebezigde alibi van verdachte dan ook niet geloofwaardig.

In de zaak met parketnummer 04/816022-09:

De rechtbank geeft hierna een opsomming van de bewijsmiddelen, bestaande uit de bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 1], hoofdagent van politie, [verbalisant 4], agent van politie, [verbalisant 3], hoofdagent van politie en [verbalisant 2], , hoofdagent van politie alsmede de separate bevindingen van [verbalisant 3], hoofdagent van politie.

Proces-verbaal van bevindingen

Door ons , wordt het volgende verklaard:

Op zondag 07 september 2008 waren wij verbalisanten belast met de toezicht op de openbare orde in het uitgaansgebied te Roermond. Wij waren hierbij gekleed in politie-uniform en droegen tevens gele retroreflecterende vesten met het opschrift “POLITIE”.

Wij, verbalisanten, zijn achter de vrouwen aangerend. Ik, [verbalisant 3], ging er van uit dat [betrokkene 1] de dader was van de steekpartij.

Wij, [verbalisant 1] en [verbalisant 4], renden ongeveer 20 meter achter [betrokkene 1]. Ik, [verbalisant 1], zag dat de mij ambtshalve bekende [verdachte 12] op dat moment naast mij kwam rennen. Ik, [verbalisant 1], zag dat [verdachte 12] vervolgens weer af zakte. Ik, [verbalisant 2], zag dat de groep, die eerst op de [adres] stond, ook achter ons aan rende.

Wij, [verbalisant 1] en [verbalisant 4], hebben [betrokkene 1] ter hoogte van de ingang van het busstation, op de [adres], ingehaald. Hier hebben wij haar bij de armen gepakt en naar de muur geleid, bij de ingang van het busstation, en haar de transportboeien aangelegd.

Wij, verbalisanten, zagen dat de groep, die op de [adres] stond, naar ons toe kwam gerend.

Wij zagen dat [verdachte 12] ook naar [betrokkene 1] toe wilde gaan. [verdachte 12] werd door ons, [verbalisant 3] en [verbalisant 2], weggeduwd. Ik, [verbalisant 4], ben vervolgens naar de overige collega’s gelopen ter assistentie, omdat op dat moment de situatie heel dreigend was. Ik ben links naast collega [verbalisant 3] in de linie gaan staan,

Wij zagen dat verschillende personen probeerden door de linie heen te breken, om [betrokkene 1] te ontzetten. Hierbij zagen wij dat [verdachte 12] het meest actief was. Hierbij heb ik, [verbalisant 4], [verdachte 12] met mijn wapenstok op het bovenlichaam geslagen, om zijn acties te staken.

Door mij , [verbalisant 3], wordt het volgende verklaard:

Ik hoorde [verbalisant 2], die nog achter mij rende, roepen:”Kijk uit, achter je”. Ik draaide mij om en zag de mij ambtshalve bekende [verdachte 12] mij van achteren naderen. Ik zag dat hij woest op mij kwam inlopen. Ik had het gevoel dat hij een waas voor ogen had. Toen ik genoemde hoek om was en de [adres] overstak zag ik dat [verbalisant 1] en [verbalisant 4] de blanke vrouw naderden. Ik zag dat de blanke vrouw midden op de rijbaan bleef staan. Ik zag dat zij zich omdraaide richting [verbalisant 1] en [verbalisant 4]. Ik zag dat [verbalisant 1] en [verbalisant 4] haar beiden aan een arm vastpakten en haar daarna tegen een muur fixeerden. [verbalisant 2] en ik kwamen op een gegeven moment ook bij [verbalisant 1] en [verbalisant 4]. Ik zag dat [verbalisant 1] en [verbalisant 4] probeerden om de blanke vrouw te boeien. Ik zag dat zij zich daar hevig bij verzette. Ten einde [verbalisant 1] en [verbalisant 4] hun werk te laten doen, hebben [verbalisant 2] en ik de afscherming verzorgd.

Ik zag dat [verbalisant 1] bovenop de blanke vrouw zat. Ik, [verbalisant 4], [verbalisant 2] en [verbalisant 5] hebben daarop een linie gevormd teneinde [verbalisant 1] te beschermen. Ik zag dat enkele personen uit die groep door de linie heen wilden breken. Op een gegeven moment heb ik mijn wapenstok gepakt omdat de situatie voor mijn gevoel te dreigend werd. Ik zag dat de mij ambtshalve bekende [verdachte 12] tot drie keer toe door de linie wilde breken en trachtte om collega’s opzij te duwen en/of te slaan. Ik heb [verdachte 12] daarop een klap met de wapenstok gegeven. Ik sloeg hem op zijn linkerbovenarm. Ik zag dat hij hiervan niet onder de indruk was.

Gelet op voornoemde processen-verbaal van bevindingen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan zoals hierna is vermeld.

7.3.Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 04/610066-09 primair ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 04/81602209 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

In de zaak met parketnummer 04/610066-09:

1 primair.

hij op 04 december 2008 in de gemeente Roermond tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, een hoeveelheid sigaretten en een mobiele telefoon, toebehorende aan [slachtoffer 5],

welke bedreiging met geweld bestond uit:

- het richten van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op genoemde [slachtoffer 5] en

- het op dreigende wijze met opgeheven armen een knuppel vasthouden en

- het op dreigende toon tegen genoemde [slachtoffer 5] zeggen: "Geld, kassa, geld" en "Open maken, open maken en "Kluis".

In de zaak met parketnummer 04/816022-09:

1. primair

hij op 7 september 2008 in de gemeente Roermond zich met geweld heeft verzet tegen [verbalisant 3] (hoofdagent van politie) en/of [verbalisant 4] (agent van politie) en/of van [verbalisant 2] (hoofdagent van politie), die, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, een linie vormden, teneinde de opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (hoofdagent van politie) ter uitvoering van het bepaalde in artikel 53 van het wetboek van strafvordering doende met de aanhouding van [betrokkene 1], in de gelegenheid te stellen deze aanhouding uit te voeren, immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk gewelddadig getracht genoemde [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] en/of van [verbalisant 2] op zij te duwen en/of te slaan en getracht door de linie gevormd door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] en van [verbalisant 2] heen te breken.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8.De kwalificatie

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende misdrijven:

In de zaak met parketnummer 04/610066-09:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 317 juncto artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht.

In de zaak met parketnummer 04/816022-09:

Wederspannigheid, meermalen gepleegd

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 180 juncto 77gg van het Wetboek van Strafrecht.

9.De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10.De straffen en/of maatregelen

10.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 14 oktober 2009 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte ter zake van afpersing en wederspannigheid zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke jeugddetentie van 19 maanden, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

10.2.Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat indien de rechtbank niet tot een vrijspraak komt in de zaak met parketnummer 04/610066-09, een lagere onvoorwaardelijke jeugddetentie dient te worden opgelegd, mede ook gezien het feit dat verdachte in de zaak met parketnummer 04/816022-09 geprobeerd heeft om een vriendin te helpen.

10.3.De overwegingen van de rechtbank

In de maanden november/december 2008 en januari 2009 werd Roermond en omgeving opgeschrikt door een groot aantal gewapende overvallen op onder andere tankstations, supermarkten, fritures, een restaurant, een woning en een dierenkliniek waarbij sprake was van een grotere en steeds wisselende dadergroep, welke golf van gewapende overvallen veel commotie heeft veroorzaakt en met name voor de slachtoffers en andere ondernemers in die betreffende branches een bijzonder gevoel van onveiligheid teweeg heeft gebracht (Hyena onderzoek).

De door verdachte (tezamen met zijn medeverdachten) gepleegde gewapende overval op het [benadeelde 2] maakt hiervan deel uit.

Verdachte en zijn medeverdachten dringen met bivakmutsen op, het [benadeelde 2] binnen. Een van de overvallers heeft een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en richt dat op het slachtoffer. Een tweede verdachte heeft een knuppel bij zich. Het slachtoffer heeft zich op dat moment al zo bedreigd gevoeld dat hij zich heeft voorgenomen om aan alles wat de daders zouden willen te voldoen. Naar de ervaring leert heeft een dergelijke gewapende overval een enorme impact op de slachtoffers en kunnen zij nog lange tijd psychische nadelige gevolgen daarvan ondervinden. Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich puur bekommerd om hun eigen behoefte om gemakkelijk aan geld en sigaretten te komen.

De rechtbank acht het uitermate zorgelijk dat verdachte tot het plegen van zo’n buitengewoon ernstig misdrijf in staat blijkt te zijn en daarover geen openheid van zaken geeft.

Verdachte heeft zich voorts verzet tegen de politie die doende was een verdachte van een steekpartij aan te houden. Verdachte probeerde door een linie van verbalisanten heen te breken om de aanhouding van een vriendin te beletten. De rechtbank rekent dit gebrek aan ontzag voor het werk van de politie verdachte aan.

De omstandigheid dat verdachte, ondanks zijn nog jeugdige leeftijd van thans 18jaar, blijkens zijn uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister reeds eerder ter zake van gewelds- en vermogensdelicten is veroordeeld, en verdachte nog in proeftijden liep van eerder door de meervoudige kamer en de kinderrechter opgelegde voorwaardelijke straffen, hieruit kennelijk geen lering heeft getrokken en door blijft gaan met het plegen van steeds brutaler wordende geweldsdelicten, is voor de rechtbank redengevend om de samenleving voor langere tijd te beschermen tegen verdachte.

De rechtbank is -gelet op vorenstaande in onderling verband en samenhang bezien- van oordeel dat met het oog op een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lagere straf dan een jeugddetentie van 12 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Verdachte is in het verleden in het kader van opgelegde straffen verplicht begeleid door de Jeugdreclassering, waarvan hij blijkbaar niets heeft opgestoken. Verdachte heeft aangegeven dat hij zelf ook niet meer weet hoe het nu verder moet. De William Schrikker Jeugdreclassering stelt dat verdachte in het verleden veel kansen heeft gehad van de Jeugdreclassering en dat het laatste half jaar weinig is veranderd. De kans op recidive wordt als hoog ingeschat. Ook tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis bestaan bij de Jeugdreclassering twijfels of verdachte de schorsingsvoorwaarden wel naleeft. In de aanloop naar de zitting heeft het overtreden van de schorsingsvoorwaarden op 5 oktober 2009 geleid tot de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis. De rechtbank is van oordeel dat verdachte kennelijk weinig is gelegen aan voorwaarden die hem worden opgelegd. Verdachte dient zich er echter van bewust te worden dat de voorwaarden in zijn eigen belang worden gesteld. De weg die verdachte thans bewandelt zal zeer wel mogelijk leiden tot veelvuldig en in ernst toenemende criminele activiteiten met daaraan gekoppelde langere detentietijd. In de hoop dat verdachte thans in gaat zien dat hij steeds de verkeerde weg kiest, zal de rechtbank nogmaals een begeleiding door de William Schrikker Jeugdreclassering opleggen. Verdachte zou dan, indien hij die begeleiding zal accepteren, de negatieve spiraal kunnen doorbreken. Die begeleiding kan voorts inhouden dat verdachte zich zal richten naar de begeleiding in het kader van een ITB-HKJ traject.

De rechtbank kan het meewerken van verdachte aan begeleid wonen in een strafrechtelijk kader niet opleggen. De rechtbank overweegt dat verdachte, als dat in zijn belang is, vrijwillig kan meewerken aan dit traject.

De rechtbank zal daarom een gedeelte van de jeugddetentie, 4 maanden, voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd van 2 jaar, houdt aan de aanwijzingen gegeven door de William Schrikker Jeugdreclassering, ook als dat inhoudt dat verdachte zal deelnemen aan het ITB-HKJ traject.

11.Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 27, 77a, 77h, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77ee, 77gg, 180, 312, 317.

12.De vordering tot tenuitvoerlegging

Parketnummer 04/850450-08

De rechtbank is van oordeel dat nu gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan het hiervoor in de zaak met parketnummer

04/610066-09 bewezen verklaarde strafbare feit omtrent de vordering tot tenuitvoerlegging van een aan de verdachte bij een vroegere veroordeling opgelegde voorwaardelijke straf beslist dient te worden zoals hierna is vermeld.

Parketnummer 04/850202-07

De rechtbank is van oordeel dat nu gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan de hiervoor bewezen verklaarde strafbare feiten omtrent de vordering tot tenuitvoerlegging van een aan de verdachte bij een vroegere veroordeling opgelegde voorwaardelijke straf beslist dient te worden zoals hierna is vermeld.

13.Beslissing

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 04/610066-09 onder primair ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 04/816022-09 onder primair ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een jeugddetentie voor de tijd van 12 maanden;

beveelt dat van deze jeugddetentie 4 maanden niet zullen worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

stelt als bijzondere voorwaarde, dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen van de William Schrikker Jeugdreclassering, ook als dat inhoudt het deelnemen aan het ITB-HKJ traject, met opdracht aan die instelling overeenkomstig artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging.

gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Meervoudige strafkamer te

Roermond d.d. 18 juni 2007 in de zaak met parketnummer 850202-07 aan de

veroordeelde opgelegde jeugddetentie voor de duur van 3 maanden ten aanzien

waarvan was bepaald dat dit voorwaardelijk niet zou worden tenuitvoergelegd,

zet dit om in een gevangenisstraf voor de duur van: 3 maanden

Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging.

gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Kinderrechter te Roermond

d.d. 10 november 2008 in de zaak met parketnummer 850450-08 aan de veroordeelde

opgelegde jeugddetentie voor de duur van 1 week ten aanzien waarvan was bepaald

dat dit voorwaardelijk niet zou worden tenuitvoergelegd, zet dit om in een

gevangenisstraf voor de duur van: 1 week.

Vonnis gewezen door mrs. C.A.M. Schaap-Meulemeester, M.I.J. Hegeman en M.J.H. van den Hombergh , kinderrechters, van wie mr. M.I.J. Hegeman voorzitter, in tegenwoordigheid van J.H.J. van Daal als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 4 november 2009.