Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BJ9612

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
06-10-2009
Datum publicatie
08-10-2009
Zaaknummer
04/850378-09; 04/850177-09 (ttz gevoegd); 04/850502-08 (tul); 04/850360-07 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Nolens volens ISD-maatregel

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector strafrecht

Parketnummer : 04/850378-09

Parketnummer : 04/850177-09 (ter terechtzitting gevoegd)

Parketnummer : 04/850502-08 (tul) en 04/850360-07 (tul)

Datum uitspraak : 6 oktober 2009

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboortedatum en plaats],

zonder vaste woon- of verblijfplaats,

thans gedetineerd

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 22 september 2009.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

tenlastelegging met parketnummer: 04/850378-09:

1.

hij op of omstreeks 24 juni 2009 in de gemeente [plaatsnaam] met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (regen)jas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

artikel 310 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 24 juni 2009 in de gemeente(n) [plaatsnaam] en/of [plaatsnaam], in elk geval in het arrondissement Roermond, [naam] (agent van politie) en/of [naam] (hoofdagent van politie) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam] en/of [naam] dreigend de woorden toegevoegd :"Als ik dadelijk vrijkom dan koop ik een vuurwapen en schiet ik jullie allebei dood" en/of "Ik heb jullie koppen nu gezien. Als ik over een jaar of twee weer vrij kom koop ik een geweer en schiet jullie voor de kop", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

en/of

opzettelijk voornoemde [naam] dreigend de woorden toegevoegd :"Je bent een mongool en als ik je zonder handboeien tegenkom, sla ik je verrot"

en/of

"Je hebt mijn gezin kapot gemaakt, nu maak ik jouw gezin ook kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

artikel 285 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 01 mei 2009 in de gemeente [plaatsnaam] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 120, althans een aantal, flessen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [bedrijfsnaam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

artikel 311 van het Wetboek van Strafrecht

Althans indien terzake het vorenstaande onder 3 geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 01 mei 2009 in de gemeente [plaatsnaam], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, 120, in elk geval een aantal, flessen heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving en/of het voorhanden krijgen van die flessen wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

artikel 416 c.q. 417bis van het Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 20 maart 2009 in de gemeente [plaatsnaam] opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [eigenaar], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield of beschadigd;

artikel 350 Wetboek van Strafrecht

tenlastelegging met parketnummer 04/850177-09:

1.

hij op of omstreeks 11 maart 2009 te [plaatsnaam], in elk geval in de gemeente [plaatsnaam], opzettelijk en wederrechtelijk een spiegel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft stukgegooid, in elk geval heeft vernield of beschadigd;

artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 30 juni 2008 te [plaatsnaam], in elk gevak in de gemeente [plaatsnaam], opzettelijk en wederrechtelijk een of meer gla(s)(zen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield of beschadigd door die/dat gla(s)(zen) van een tafel te vegen of te gooien;

artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 30 juni 2008 te [plaatsnaam], in elk geval in de gemeente [plaatsnaam], opzettelijk en wederrechtelijk (van een deur) een ruit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft stukgeslagen, in elk geval heeft vernield of beschadigd;

artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7. Bewijsoverwegingen

7.1. Standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 22 september 2009 gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken van feit 3 primair, zoals ten laste gelegd bij de dagvaarding met parketnummer 04/850378-09. De officier van justitie heeft ter terechtzitting verder gevorderd dat de feiten 1, 2, 3 subsidiair en 4 zoals ten laste gelegd bij de dagvaarding met parketnummer 04/850378-09, alsmede alle feiten zoals ten laste gelegd bij de dagvaarding met parketnummer 04/850177-09 zullen worden bewezen verklaard.

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de feiten 1, 3 primair en subsidiair en 4 zoals ten laste gelegd bij de dagvaarding met parketnummer 04/850378-09, alsmede van feit 3 zoals ten laste gelegd bij de dagvaarding met parketnummer 04/850177-09. Subsidiair heeft de raadsvrouw gesteld dat ten aanzien van de feiten 2 en 3 zoals ten laste gelegd bij de dagvaarding met parketnummer 04/850177-09 geen straf of maatregel dient te worden opgelegd.

7.2. Vrijspraakoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 3 primair ten laste is gelegd bij de dagvaarding met parketnummer 04/850378-09. Daartoe overweegt de rechtbank dat uit het strafdossier blijkt dat op 1 mei 2009 de beelden van de beveiligingscamera van de [bedrijfsnaam] zijn uitgelezen. Op deze beelden is te zien dat twee mannen bij het magazijn van de [bedrijfsnaam] komen aanlopen en dat één van hen een zak met lege flessen wegpakt. Deze mannen worden door verbalisant [naam] herkend als zijnde [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Uit voorgaande leidt de rechtbank af dat het niet verdachte is geweest die de goederen daadwerkelijk heeft weggenomen. Nu in het strafdossier ook geen bewijsmiddelen zijn aangetroffen die erop duiden dat verdachte anderszins betrokken is geweest bij de diefstal van de flessen, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte van dit onderdeel van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

7.3. Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De hieronder vermelde bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Tenlastelegging met parketnummer 04/850378-09:

Ten aanzien van feit 1:

Op 24 juni doet [slachtoffer 1] aangifte van diefstal . Zij verklaart onder meer dat zij op 24 juni 2009 omstreeks 19.30 uur haar fiets stalde in de fietsenstalling voor de [winkelbedrijf] in [plaatsnaam]. Onder de snelbinders van haar fiets had zij een witte regenjas zitten. Toen zij omstreeks 20.00 uur terug kwam bij haar fiets, zag zij dat haar regenjas weg was. Zij had niemand het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van dit feit.

Het strafdossier bevat tevens een proces-verbaal van bevindingen . Hierin wordt gerelateerd dat de camerabeelden van de [winkelbedrijf] door verbalisanten zijn bekeken. Verbalisant [naam] zag op deze camerabeelden een manspersoon een witte jas van de bagagedrager van een fiets wegnemen. Verbalisant [naam] zag dat de persoon op de camerabeelden de hem ambtshalve bekende [verdachte] betrof. Om 21.00 uur zagen verbalisanten verdachte [verdachte] op een bankje zitten. Verbalisant [naam] deelde verdachte mede dat hij aangehouden was en vroeg aan hem of de plastic tas, welke aan een fiets hing, van hem was. Verdachte antwoordde dat dit zijn tas was. Desgevraagd en na toestemming van verdachte heeft [naam] in de tas gekeken en zag dat daarin een witte regenjas zat.

Het verweer van de verdediging dat de mogelijkheid bestaat dat niet verdachte maar zijn vriend [betrokkene] de diefstal heeft gepleegd, vindt zijn weerlegging in het voorgaande. Verdachtes stelling dat [betrokkene] verdachtes kleding droeg kan hem evenmin baten. Immers heeft verdachte ter zitting ontkend dat hij en [betrokkene] na de diefstal van kleding hebben gewisseld, terwijl de kleding die verdachte bij zijn aanhouding droeg, overeenkomt met de kleding die op de camerabeelden was te zien. Daarbij hecht de rechtbank in het bijzonder waarde aan het feit dat verbalisant [naam] verdachte ambtshalve kent en verdachte vervolgens herkent op de camerabeelden van de [winkelbedrijf]. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van verbalisant [naam].

Op basis van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 ten laste gelegde heeft begaan.

Ten aanzien van feit 2:

Het strafdossier bevat een proces-verbaal van aangifte van [naam] , alsmede een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [naam] . Hierin staat onder meer het volgende vermeld. [naam] heeft op 24 juni 2009, samen met verbalisant [naam], verdachte overgebracht van het politiebureau te [plaatsnaam] naar het politiebureau te [plaatsnaam]. Zij hoorde verdachte [verdachte] tegen [naam] zeggen “Je bent een mongool” en “Als ik je tegen kom zonder handboeien dan sla ik je verrot” en “Je hebt mijn gezin kapot gemaakt, nu maak ik jouw gezin kapot, ik vergeet je gezicht niet”. Voorts hoorde [naam] dat verdachte tegen haar en [naam] zei “Als ik dadelijk vrij kom koop ik een vuurwapen en schiet ik jullie allebei dood”.

Het strafdossier bevat voorts een proces-verbaal van aangifte van [naam] . Hierin staat onder meer het volgende vermeld. [naam] heeft op 24 juni 2009, samen met agent van politie [naam], verdachte overgebracht naar het politiebureau te [plaatsnaam]. Hij hoorde verdachte [verdachte] tegen hem zeggen “Je bent een mongool, en als ik je zonder handboeien tegen kom sla ik je verrot” en “Je hebt mijn gezin kapot gemaakt, nu maak ik jouw gezin ook kapot”. Voorts hoorde aangever [naam] dat verdachte tegen hem en [naam] zei “Ik heb jullie koppen nu gezien. Als ik over een jaar of twee weer vrij kom koop ik een geweer en schiet jullie voor de kop”.

Op basis van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Ten aanzien van feit 3 subsidiair:

Op 1 mei 2009 doet [naam] namens de [bedrijfsnaam] aangifte van diefstal en/of heling van lege frisdrankflessen op 1 mei 2009 te [plaatsnaam] . Hij verklaart onder meer dat de lege flessen eigendom waren van de [bedrijfsnaam]. Op 1 mei 2009 zag aangever dat 2 personen een plastic zak met een inhoud van 120 lege frisdrankflessen inleverden bij de [bedrijfsnaam] aan de [adres] te [plaatsnaam]. De beveiliger van de [bedrijfsnaam] vertelde na het bekijken van de camerabeelden dat de plastic zak was weggenomen bij het laden en lossen.

Het strafdossier bevat tevens een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam] . Hierin wordt gerelateerd dat de camerabeelden van de beveiligingscamera door verbalisant zijn bekeken. Op de beelden zag hij twee mannen bij het magazijn van de [bedrijfsnaam] aan komen lopen. Hij zag dat een van de twee personen een zak met lege flessen wegpakte. Hij herkende de mannen als [betrokkene 1] en [betrokkene 2].

Blijkens een proces-verbaal van verhoor heeft [medeverdachte] verklaard dat hij samen met [verdachte] op een bankje bij de [bedrijfsnaam] zat toen [betrokkene 2] naar hen toe kwam lopen en aan hen vroeg om een zak met lege flessen in te leveren bij de [bedrijfsnaam]. [medeverdachte] verklaart met [verdachte] de [bedrijfsnaam] op de [adres] te zijn binnengelopen en de flessen te hebben ingeleverd.

Verdachte heeft ter terechtzitting op 22 september 2009 verklaard dat hij de flessen samen met [medeverdachte] heeft ingeleverd bij de [bedrijfsnaam].

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken nu hij niet wist of hoefde te vermoeden dat de lege flessen van misdrijf afkomstig waren. Aan verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte] was immers medegedeeld dat de flessen van een feestje afkomstig zouden zijn. De rechtbank is van oordeel dat, zelfs indien het zo zou zijn dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] tegen verdachte en zijn medeverdachte hebben gezegd dat de in te leveren flessen afkomstig waren van een feestje, de omstandigheden waaronder verdachte en zijn medeverdachte de beschikking hebben gekregen over de flessen zodanig waren dat zij redelijkerwijs hadden moeten vermoeden dat de flessen van misdrijf afkomstig waren. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] waren ook zelf in de gelegenheid deze flessen in te leveren. [betrokkene 1] en [betrokkene 2] bevonden zich blijkens de verklaring van [medeverdachte] namelijk nabij de [bedrijfsnaam]. Het verzoek om de flessen in te leveren werd immers gedaan toen verdachte en zijn medeverdachte op een bankje tegenover de [bedrijfsnaam] zaten. Een redelijke verklaring waarom verdachte en zijn medeverdachte de flessen moesten inleveren en niet [betrokkene 1] en [betrokkene 2] zelf, ontbreekt. Het was verdachte bekend dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] deel uitmaken van de [plaatsnaam] (drugs)scene. Verder is het hem bekend dat in deze scene geld wordt gegenereerd door het stelen van lege flessen om die vervolgens tegen ontvangst van statiegeld weer in te leveren. De rechtbank komt op basis van het hetgeen hiervoor is overwogen - in onderling verband en samenhang bezien - tot de conclusie dat de verdachte en zijn medeverdachte ten tijde van het voorhanden krijgen van de flessen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Op basis van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 3 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Ten aanzien van feit 4:

Op 20 maart 2009 doet [naam] namens [eigenaar] aangifte van vernieling . Hij verklaart dat op hij werd gebeld met de mededeling dat een ruit van het appartementencomplex, gelegen aan de [adres] te [plaatsnaam] vernield was. Hij is vervolgens gaan kijken en zag dat een ruit van de achteringang van dat complex vernield/kapot was.

Het strafdossier bevat tevens een proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] . Zij verklaart op 20 maart 2009 in een appartementencomplex aan de [adres] te [plaatsnaam] haar ex-vriend [verdachte] te zijn tegengekomen. Zij zag dat [verdachte] de deur die toegang bood tot de centrale hal kapot sloeg.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat de ruit door [slachtoffer 2] is vernield en niet door hemzelf, acht de rechtbank niet geloofwaardig onder meer omdat verdachte voor het eerst ter terechtzitting met deze verklaring komt. Bovendien staat zijn verklaring haaks op die van de getuige [slachtoffer 2] en heeft de rechtbank geen aanleiding om aan de verklaring van [slachtoffer 2] te twijfelen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de verklaring van [slachtoffer 2] een gedetailleerde beschrijving bevat van hetgeen is voorgevallen en is afgelegd korte tijd nadat het voorval heeft plaatsgevonden.

Op basis van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Tenlastelegging met parketnummer 04/850177-09:

Ten aanzien van feit 1:

Op 11 maart 2009 doet [slachtoffer 2] aangifte van vernieling. Zij verklaart onder meer dat [verdachte] zich op 11 maart 2009 toegang had verschaft tot haar woning, gelegen aan [adres] te [plaatsnaam]. Zij zag dat [verdachte] naar de keuken liep en toen terug de woonkamer in kwam. Zij zag dat hij een mes vasthield en dat hij het mes tegen de spiegel gooide. Zij hoorde glasgerinkel en zag dat de spiegel stuk was.

Het strafdossier bevat tevens een proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten de [naam] en [naam] . Zij relateren dat zij [verdachte] hebben gehoord. Hij deelde hen, nadat hem was medegedeeld dat hij niet tot antwoorden verplicht was, mede dat hij niks wilde verklaren. Verbalisanten hebben toen gesproken over zijn privé-situatie. [verdachte] vertelde toen onder meer dat hij met een mes uit de keuken een spiegel van de kastdeur had stukgegooid.

Op basis van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 ten laste gelegde heeft begaan.

Ten aanzien van feit 2:

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 22 september 2009, alsmede het proces-verbaal van verhoor inhoudende een verklaring van getuige [naam] en de aangifte van [slachtoffer 2] , waarin beiden verklaren dat verdachte glazen had vernield, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Ten aanzien van feit 3

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte bij de politie en ter terechtzitting van 22 september 2009, alsmede het proces-verbaal van verhoor inhoudende een verklaring van getuige [naam] en de aangifte van [slachtoffer 2] , acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Het verweer van de raadsvrouw dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 3 omdat de ruit niet aan [slachtoffer 2] toebehoorde maar aan [eigenaar], wijst de rechtbank als juridisch onjuist af. Voor de bewezenverklaring van dit feit is niet van belang of de ruit al dan niet aan [slachtoffer 2] toebehoort. Vast moet staan dat de ruit toebehoort aan een ander dan aan verdachte. Nu de ruit eigendom was van [eigenaar] en deel uitmaakte van een woning die aan [slachtoffer 2] voor bewoning ter beschikking was gesteld, kan de ruit geacht worden toe te behoren aan de [eigenaar] dan wel aan [slachtoffer 2].

7.4. Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Tenlastelegging met parketnummer 04/850378-09:

1.

hij op 24 juni 2009 in de gemeente [plaatsnaam] met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een regenjas, toebehorende aan [slachtoffer 1];

2.

hij op 24 juni 2009 in de gemeenten [plaatsnaam], in elk geval in het arrondissement Roermond,

[naam] agent van politie en/of [naam] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [naam] en [naam] dreigend de woorden toegevoegd:"Als ik dadelijk vrijkom dan koop ik een vuurwapen en schiet ik jullie allebei dood" en "Ik heb jullie koppen nu gezien. Als ik over een jaar of twee weer vrij kom koop ik een geweer en schiet jullie voor de kop" en opzettelijk voornoemde [naam] dreigend de woorden toegevoegd :"Je bent een mongool en als ik je zonder handboeien tegenkom, sla ik je verrot" en "Je hebt mijn gezin kapot gemaakt, nu maak ik jouw gezin ook kapot";

3.

hij op 01 mei 2009 in de gemeente [plaatsnaam], tezamen en in vereniging met een ander,

120 flessen voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader ten tijde van het voorhanden krijgen van die flessen redelijkerwijs hadden moeten vermoeden, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

4.

hij op 20 maart 2009 in de gemeente [plaatsnaam] opzettelijk en wederrechtelijk een ruit

toebehorende aan [eigenaar] heeft vernield.

Tenlastelegging met parketnummer 04/850177-09:

1.

hij op 11 maart 2009 te [plaatsnaam] opzettelijk en wederrechtelijk een spiegel toebehorende aan [slachtoffer 2] heeft stukgegooid;

2.

hij op 30 juni 2008 te [plaatsnaam] opzettelijk en wederrechtelijk glazen toebehorende aan [slachtoffer 2] heeft vernield door die glazen van een tafel te vegen;

3.

hij op 30 juni 2008 te [plaatsnaam] opzettelijk en wederrechtelijk van een deur een ruit toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft stukgeslagen;

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8. De kwalificatie

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende misdrijven:

Ten aanzien van 04/850378-09 feit 1:

diefstal.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van 04/850378-09 feit 2:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van 04/850378-09 feit 3 subsidiair:

Medeplegen van schuldheling.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 417bis van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van 04/850378-09 feit 4:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort, vernielen.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van 04/850177-09 feit 1:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort, vernielen.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van 04/850177-09 feit 2:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort, vernielen.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van 04/850177-09 feit 3:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort, vernielen.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10. De straffen en/of maatregelen

10.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 22 september 2009 met betrekking tot de op te leggen maatregel gevorderd dat aan verdachte de ISD-maatregel zal worden opgelegd ter zake van de feiten 1, 2, 3 subsidiair en 4 zoals ten laste gelegd bij de dagvaarding met parketnummer 04/850378-09, alsmede ter zake van alle feiten zoals ten laste gelegd bij de dagvaarding met parketnummer 04/850177-09 .

10.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat volstaan zou kunnen worden met een onvoorwaardelijke straf, gelijk aan het voorarrest. Zulks in combinatie met een voorwaardelijke straf met een bijzondere voorwaarde teneinde te garanderen dat behandeling bij de Ponder plaatsvindt. Ten aanzien van de feiten 2 en 3 zoals ten laste gelegd bij de dagvaarding met parketnummer 04/850177-09 heeft de raadsvrouw verzocht om in geval van een bewezenverklaring artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toe te passen. De raadsvrouw baseert dit verzoek op het feit dat mevrouw [slachtoffer 2] zich bij deze feiten ook niet onbetuigd heeft gelaten en een eigen aandeel in de feiten heeft gehad.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de gevorderde maatregel aangevoerd dat deze niet dient te worden opgelegd. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat niet aan de voorwaarden van artikel 38m, lid 1 onder 2 van het Wetboek van Strafrecht is voldaan. Verdachte is in een periode van vijf jaar voorafgaande aan de feiten wel ten minste drie maal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel. veroordeeld. Echter, de onderhavige feiten zijn niet begaan nadat die drie veroordelingen geheel ten uitvoer zijn gelegd. Subsidiair heeft de raadsvrouw ten aanzien van de gevorderde maatregel aangevoerd dat, indien toch een ISD-maatregel wordt opgelegd, deze dient te worden beperkt tot een periode van 12 maanden.

10.3. De overwegingen van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere vernielingen, een diefstal, een bedreiging en heling. Met name de bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht is een ernstige feit in die zin dat er bij slachtoffers van dergelijke delicten lange tijd gevoelens van angst en onzekerheid (kunnen) blijven bestaan, waardoor zij in hun deelname aan het maatschappelijk verkeer kunnen worden belemmerd.

Maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders

Voor de door verdachte begane strafbare feiten is op grond van artikel 67, eerste lid en onder a van het Wetboek van Strafrecht, voorlopige hechtenis toegelaten.

De door verdachte gepleegde feiten maken onderdeel uit van een reeks van delicten die verdachte heeft gepleegd vanaf 1996 tot heden, die zijn weergegeven in een uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 27 augustus 2009. Uit dit uittreksel, dat thans meer dan 45 pagina’s telt, blijkt tevens dat verdachte in de vijf jaar voorafgaand aan de bewezenverklaarde feiten meer dan drie maal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of en taakstraf, terwijl ten tijde van de bewezenverklaarde feiten in ieder geval drie van die veroordelingen geheel ten uitvoer waren gelegd. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de verdediging dat op dit punt niet voldaan is aan de eisen zoals gesteld in artikel 38m lid 1 onder 2 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank heeft kennis genomen van het voorlichtingsrapport d.d. 21 september 2009 betreffende verdachte, opgemaakt door mevrouw [naam], werkzaam bij de GGZ Noord en Midden Limburg, Justitiële Verslavingszorg. Uit de verklaring van verdachte tijdens de terechtzitting van 22 september 2009 en uit voornoemd rapport blijkt dat het plegen van de strafbare feiten door verdachte sterk samenhangt met zijn verslavingsproblematiek.

Mevrouw [naam] geeft in haar rapport aan dat verdachte heeft verteld dat hij op 11-jarige leeftijd is gestart met het gebruik van cannabis. Dit heeft hij gerookt tot hij 16 jaar was. Later is hij in contact gekomen met XTC, LSD en cocaïne. Speed werd echter het hoofdmiddel en tot voor de huidige detentie gebruikte hij ongeveer 5 gram per dag. Bovendien dronk verdachte voor detentie 20 tot 30 halve liters bier per dag.

Mevrouw [naam] rapporteert dat verdachte aan het zogenaamde RISc (Recidive Inschatting schalen) onderzoek heeft meegewerkt en dat daaruit kan worden geconcludeerd dat verdachte niet in staat is zijn leven een juiste invulling te geven. In het leven en functioneren van verdachte staan het middelengebruik en crimineel handelen op de voorgrond. Verdachte heeft begeleiding en ondersteuning nodig om overzicht in zijn problematiek te krijgen en een plan van aanpak op te stellen voor de toekomst. Het ontbreken van een dagstructuur, huisvesting en een ondersteunend netwerk alsmede het gebruik van middelen maakt dat verdachte telkens weer recidiveert. Om de kans op recidive te verminderen zal dit patroon doorbroken moeten worden. Op vrijwillige basis ondersteuning en begeleiding accepteren lijkt geen optie voor verdachte, aangezien hem meerdere malen trajecten met hulpverlening zijn aangeboden en hij deze niet weet op te pakken en of te continueren. Ook hulpverlening in het kader van een reclasseringstoezicht heeft in het verleden onvoldoende geleid tot terugdringen van de recidive. Volgens de rapportrice is daarom een strakker justitieel kader nodig, namelijk in de vorm van een ISD traject. De ISD-maatregel kan verdachte een breekpunt in zijn leven geven. Om de levenswijze van verdachte te doorbreken is naast een klinische behandeling op het gebied van psychiatrische klachten, ook verslavingsbehandeling geïndiceerd.

Ter zitting heeft verdachte verklaart dat hij zijn leven een andere wending wil geven. Hij wil afkicken voor zijn zoon en vriendin. Hij weet dat hij hulp nodig heeft en staat open voor hulpverlening, doch bij voorkeur in een vrijwillig traject.

De rechtbank overweegt dat het door verdachte plegen van strafbare feiten sterk samenhangt met zijn verslavingsproblematiek. Verdachte zegt dat hij nu hulpverlening wil zoeken en wil afkicken en dat hij daarvoor geen ISD-maatregel nodig heeft. Zijn verleden heeft echter uitgewezen dat hij aangeboden hulpverleningstrajecten steeds niet oppakt of continueert. Verdachte is voorts al bijna 20 jaar verslaafd aan verdovende middelen en het is niet eenvoudig een dergelijk gedragspatroon op eigen kracht te doorbreken. Om de kans op recidive te verminderen zal dit echter wel moeten gebeuren. Uit het rapport blijkt dat ambulante hulp en/of reclasseringstoezicht voor verdachte te vrijblijvend is en dientengevolge de recidivekans nauwelijks zal verkleinen. Naar het oordeel van de rechtbank dient er dan ook ernstig rekening mee te worden gehouden dat verdachte, indien volstaan wordt met ambulante hulp en/of reclasseringstoezicht, wederom misdrijven zal plegen. Het opleggen van de ISD-maatregel is naar het oordeel van de rechtbank dan ook nodig en kan naar het oordeel van de rechtbank een bijdrage leveren aan het bereiken van de noodzakelijke gedragsverandering(en) bij verdachte. De rechtbank is gelet op de problematiek van verdachte van oordeel dat een termijn van meer dan één jaar gemoeid is met het kunnen bereiken van de noodzakelijke gedragsveranderingen bij verdachte alsmede bij de begeleiding op de andere probleemgebieden (middelengebruik, huisvesting, dagstructuur etc.). Dit wordt tevens in het belang van de maatschappij geacht, ter bescherming van personen en goederen.

Verdachte heeft veel overlast veroorzaakt door zijn levensstijl en door het plegen van strafbare feiten die daarmee samenhangen. De maatregel strekt behalve tot de beëindiging van de recidive van de verdachte, dan ook tot beveiliging van de maatschappij. Nu verdachte verslaafd is, kan de maatregel mede een bijdrage leveren aan de oplossing van zijn verslavingsproblematiek.

Op grond van het vorenstaande voldoet verdachte aan alle voorwaarden die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD maatregel stelt.

De rechtbank zal aan verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opleggen voor de duur van twee jaren.

De rechtbank hoopt dat verdachte de kansen in het kader van de maatregel optimaal zal benutten en dat hij daarbij gebruik zal maken van het feit dat hij naar eigen zeggen open staat voor hulp en dat hij zijn leven een andere wending wil geven.

11. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 38m, 38n, 47, 57, 63, 285, 310, 350, 417bis.

12. De vordering tot tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting haar vordering tot tenuitvoerlegging van de aan verdachte bij vroegere veroordelingen opgelegde voorwaardelijke straffen (parketnummers 04/850360-07 en 04/850502-08) gewijzigd, in die zin dat de officier van justitie heeft gevorderd de proeftijd te verlengen met één jaar.

De rechtbank is van oordeel dat in de zaak met parketnummer 04/850360-07 een verlenging van de proeftijd niet meer aan de orde kan zijn, nu deze proeftijd reeds eerder met een jaar is verlengd bij vonnis van de politierechter te Roermond d.d. 12 augustus 2008.

De rechtbank is gelet op de vordering van de officier van justitie en de persoonlijke omstandigheden van verdachte van oordeel dat op de vordering in de zaak met parketnummer 04/850502-08 beslist dient te worden zoals hierna is vermeld.

13. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte feit 3 primair zoals ten laste gelegd bij de dagvaarding met parketnummer 04/850378-09 heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

legt op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren.

Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging

wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Roermond tot tenuitvoerlegging van de aan de veroordeelde bij vonnis van de Meervoudige strafkamer te Roermond d.d. 28 augustus 2007 in de zaak met parketnummer 04/850360-07 opgelegde straf, ten aanzien waarvan toen was bepaald dat deze voorwaardelijk niet tenuitvoergelegd zou worden;

verlengt de bij vonnis van de politierechter te Roermond d.d. 10 oktober 2008,

parketnummer 04/850502-08, vastgestelde proeftijd met de duur van 1 jaar.

Vonnis gewezen door mrs. V.P. van Deventer, A.H.M.J.F. Piëtte en I.S. Peskens, rechters, van wie mr. V.P. van Deventer voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. D.W.G. Roebroek als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 6 oktober 2009.