Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BJ9231

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
30-09-2009
Datum publicatie
05-10-2009
Zaaknummer
96301 / KG ZA 09-212
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huisverbod; toetsing ex nunc; voorlopige hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector civiel recht

Voorzieningenrechter

Zaaknummer: 96301 / KG ZA 09-212

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 30 september 2009 naar aanleiding van het verzoek om voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, tevens mondelinge uitspraak in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht

Inzake:

[verzoeker], verzoeker,

wonende te [woonplaats], [adres],

thans verblijvende te Huis van Bewaring Roermond,

gemachtigde mr. R.G.J. Deuss,

en

de burgemeester van de gemeente Weert, verweerder.

in welke zaak belanghebbenden zijn:

[vader] en [moeder],

beiden wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen de ouders van verzoeker.

Zitting hebben: mr. P.C.G. Brants, als voorzitter

mr. T.G. Nijenkamp, als griffier

1. Mondelinge behandeling

1.1. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 september 2009.

Ter zitting zijn verschenen:

- verzoeker, bijgestaan door mr. Deuss voornoemd;

- de ouders van verzoeker;

- de heer [S] en de heer [V], gemachtigden van verweerder.

1.2. Na de sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de voorzieningenrechter

on¬mid¬del¬lijk mondeling uitspraak gedaan, onder de mededeling dat belanghebbenden tegen de uitspraak in de hoofdzaak binnen zes weken na de datum van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep kunnen instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage

2. Beslissing

De voorzieningenrechter,

recht doende:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit;

bepaalt dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven tot heden;

wijst het verzoek om voorlopige voorziening op grond van artikel 8:81 van de Awb af.

3. Gronden voor de beslissing

3.1. Bij besluit van 15 september 2009 heeft verweerder aan verzoeker een tijdelijk huisverbod opgelegd voor tien dagen. Bij besluit van 24 september 2009 heeft verweerder het tijdelijk huisverbod verlengd tot 13 oktober 2009.

3.2. Wegens overtreding van het eerste huisverbod zit verzoeker sinds 21 september 2009 in voorlopige hechtenis. Bij beschikking van de rechter-commissaris van deze rechtbank van 29 september 2009 is de voorlopige hechtenis, onder een 9-tal voorwaarden, met ingang van 1 oktober 2009 om 16.00 uur geschorst, dan wel zoveel eerder als de voorzieningenrechter de verlenging van het huisverbod van de burgemeester van de gemeente Weert heeft geschorst danwel opgeheven.

3.3. Verzoeker heeft tegen het besluit van 24 september 2009 (hierna: het bestreden besluit) beroep ingesteld.

3.4. Voorts heeft verzoeker bij brief van 28 september 2009 de voorzieningenrechter verzocht de beslissing tot het verlengen van het tijdelijk huisverbod, te schorsen.

3.5. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

3.6. In artikel 8:86, eerste lid, van de Awb is bepaald dat, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan indien beroep bij de rechtbank is ingesteld en de voorzieningenrechter van oordeel is dat na de zitting, bedoeld in artikel 8:83, eerste lid, van de Awb, nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, hij onmiddellijk uitspraak kan doen in de hoofdzaak.

3.7. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval de feiten en omstandigheden geen nader onderzoek vergen, zodat geen beletsel bestaat voor toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb.

3.8. Op 1 januari 2009 is de wet Regels strekkende tot het opleggen van een tijdelijk huisverbod aan personen van wie een ernstige dreiging van huiselijk geweld uitgaat (Wet tijdelijk huisverbod; Stb. 2008, 421) in werking getreden.

Op grond van artikel 2 van deze wet kan de burgemeester een huisverbod opleggen aan een persoon indien uit feiten of omstandigheden blijkt dat diens aanwezigheid in de woning ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van één of meer personen die met hem in de woning wonen of daarin anders dan incidenteel verblijven of indien op grond van feiten of omstandigheden een ernstig vermoeden van dit gevaar bestaat. Op grond van artikel 9 van deze wet kan de burgemeester besluiten het huisverbod te verlengen tot maximaal vier weken vanaf het tijdstip waarop het huisverbod ingaat, indien de dreiging van gevaar of het ernstige vermoeden daarvan voortduurt.

3.9. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter wordt de motivering van het besluit van verweerder tot verlenging van het huisverbod, gedragen door de feiten zoals die blijken uit de stukken en die door verzoeker overigens ook niet worden weersproken. Het feit dat verzoeker ten tijde van het verlengingsbesluit in voorlopige hechtenis zat, neemt het belang van een huisverbod, zoals door verzoeker betoogd, niet weg. Een huisverbod omvat immers ook een contactverbod en verzoeker kon - verzoeker was immers niet aan beperkingen onderworpen -vanuit de gevangenis wel contact met zijn ouders opnemen. Daarbij komt dat niet duidelijk was hoelang verzoeker in voorlopige hechtenis zou blijven.

Verweerder heeft het besluit dan ook terecht genomen.

3.10. Verzoeker heeft nog gesteld dat het bestreden besluit dient te worden vernietigd omdat verzoeker en zijn ouders, voorafgaande aan dat besluit, niet zijn gehoord.

Door de schending van dit vormvoorschrift is verzoeker echter niet benadeeld, zodat daaraan niet het door verzoeker gewenste gevolg wordt gegeven. Immers verzoeker was ten tijde van het nemen van onderhavig besluit voorlopig gehecht wegens overtreding van het huisverbod. Voor wat betreft het niet horen van de ouders van verzoeker komt de voorzieningenrechter tot eenzelfde oordeel.

3.11. Ex nunc toetsend, ziet de voorzieningenrechter echter aanleiding het besluit te vernietigen met ingang van heden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn er op dit moment voldoende waarborgen ingebouwd om de dreiging van gevaar, of het ernstige vermoeden daarvan, af te wenden. Er is een hulpverleningsplan opgesteld en er zijn door de rechter-commissaris voorwaarden gesteld aan de schorsing van de voorlopige hechtenis. Verzoeker heeft kenbaar gemaakt zeer gemotiveerd te zijn en zijn volledige medewerking te zullen verlenen aan de uitvoering van het hulpverleningsplan. De ouders van verzoeker hebben ter zitting te kennen gegeven in te stemmen met zijn terugkeer naar huis en achten de situatie, gegeven de waarborgen, voldoende veilig.

3.12. De voorzieningenrechter verklaart het beroep dan ook gegrond en vernietigt het bestreden besluit maar bepaalt dat de rechtsgevolgen van het besluit tot op heden in stand blijven.

3.13. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, omdat gelet op de gegrondverklaring van het beroep verzoeker geen belang meer heeft bij een voorlopige voorziening.

3.14. Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding.

Waarvan door de griffier is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzieningenrechter en door de griffier is ondertekend.

De griffier: De voorzieningenrechter:

mr. T.G. Nijenkamp mr. P.C.G. Brants

Voor eensluidend afschrift:

de griffier,