Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BJ4359

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
31-07-2009
Datum publicatie
03-08-2009
Zaaknummer
04/856386-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Dagvaarding van destijds minderjarige verdachte wordt gelijktijdig (en openbaar) behandeld met dagvaarding met daarop feiten gepleegd nadat verdachte inmiddels meerderjarig was geworden. Geen belang geschaad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector strafrecht

Parketnummer : 04/856386-09

Datum uitspraak : 31 juli 2009

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken,

in de zaak tegen de minderjarige verdachte:

[verdachte 8],

[geboortedatum en plaats],

[adres en woonplaats],

thans gedetineerd

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 14 juli 2009 en 17 juli 2009.

Ter terechtzitting van 14 en 17 juli 2009 is de onderhavige strafzaak, waarin verdachte als een minderjarige verdachte is gedagvaard, gelijktijdig behandeld met de strafzaak onder parketnummer 04/650059-09, in welke laatste zaak verdachte als een meerderjarige verdachte is gedagvaard. Ofschoon de strafzaak met parketnummer 04/856386-09 een minderjarige verdachte betreft is deze zaak niet met gesloten deuren behandeld.

Nu verdachte inmiddels meerderjarig is en verdachte en zijn raadsman geen bezwaar hebben gemaakt tegen een openbare behandeling van deze zaken en nu de behandeling gelijktijdig heeft plaatsgevonden met de zaak met 04/650059-09 ten tijde van welk feit verdachte meerderjarig was, in welk kader de persoonlijke omstandigheden van verdachte toch al in het openbaar werden behandeld, is de rechtbank van oordeel dat verdachte door deze openbare behandeling niet in zijn verdediging is geschaad.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1.

hij in of omstreeks de nacht van 7 op 8 maart 2008 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand,

gelegen aan de [adres], heeft weggenomen een (aantal) mobiele telefoon(s) en/of een kassalade, inhoudende een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

(zaak 11)

(art. 311 Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7. Bewijsoverwegingen

7.1. Standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 14 juli 2009 gevorderd dat

het ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit.

7.2. Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen .

Op 8 maart 2008 doet [slachtoffer 6] aangifte van een inbraak gepleegd tussen 7 maart 2008 omstreeks 19.30 uur en 8 maart omstreeks 01.59 uur. Hij verklaart dat hij bedrijfsleider is bij de winkel [slachtoffer 6], gelegen (adres] te Tegelen en bevoegd is tot het doen van aangifte. Op 7 maart 2008 omstreeks 19.30 uur heeft men de winkel verlaten en was het pand intact en onbeschadigd. Op 8 maart 2008 omstreeks 01.59 uur vernam hij van de alarmcentrale dat er in de winkel in meerdere zones het inbraakalarm was geactiveerd. Aangever is daarop direct naar de winkel gegaan en zag dat een ruit van de winkel vernield was en dat de hele ruit eruit geslagen was en dat er stukken kozijn van het kozijn in de winkel lagen en er een steen in de winkel lag. Enkele mobiele telefoons en een kassalade waren weggenomen. De weggenomen goederen zijn eigendom van [slachtoffer 6]. Aan niemand is het recht of de toestemming gegeven tot het plegen van dit feit.

De getuige [getuige 3] verklaart dat hij op 8 maart 2008 omstreeks 01.45 uur wakker werd van een bonkend geluid. Hij hoorde dit geluid meerdere keren achter elkaar. De getuige is daarop naar de woonkamer van zijn appartement, gelegen op de tweede etage in het appartementcomplex aan de [adres] te Tegelen, gelopen van waar hij zicht heeft op de [adres] en op de [adres]. De getuige hoorde dat het bonkend geluid kwam vanonder de onderkapping bij Timmemans Meubelen gelegen aan de [adres]. Toen de getuige naar rechts keek zag hij bij de boom voor lunchroom ’t Kerkstraotje een man staan. Deze man droeg een donkere jas en broek en was ongeveer 18 jaar oud. Vervolgens heeft de getuige gezien dat vanonder de onderkapping een man op een fiets kwam. Deze man droeg een donkere capuchon, jack en broek en was ongeveer 18 jaar oud. Toen de getuige weer keek in de richting van de man bij de boom zag hij dat deze man was verdwenen.

De getuige [getuige 4] verklaart bij de politie dat hij op 8 maart 2008 omstreeks 02.54 uur, wakker is geworden van een kloppend geluid. De getuige heeft daarop uit het raam van zijn woning gekeken en zag dat er aan de achterzijde van de flat gelegen aan de [adres] te Steyl twee mannen op een soort brandkluis aan het slaan waren. De getuige [getuige 4] heeft de beide mannen als volgt omschreven: 1 man was geheel in het donder gekleed en 1 man droeg een wit petje.

Op 8 maart 2008 omstreeks 03.04 uur is er bij de meldkamer van de politie een melding binnengekomen om te gaan naar [adres] te Steyl alwaar volgens de melder iemand in de omgeving van de aldaar gelegen flats iets aan het verbouwen was. Nadat de verbalisanten ter plaatse waren aangekomen werden zij door een man aangesproken die zei dat twee personen bezig waren om een brandkast of iets dergelijks open te breken.

Toen de verbalisanten aan de achterzijde van de flat kwamen zagen zij twee mannen lopen. Een van de mannen rende in de richting van de [adres] te Tegelen en de andere man rende in de richting van verbalisant [verbalisant 1]. Tussen verbalisant [verbalisant 1] en de man die in zijn richting rende is daarop een worsteling ontstaan. Tijdens deze worsteling verzette de man zich tegen zijn aanhouding en wist hij, na verbalisant [verbalisant 1] in het gezicht te hebben geslagen, te ontsnappen.

[verbalisant 2] is achter de tweede man aan gerend en zag dat deze man een rode trainingsbroek aan had en een wit baseball petje droeg. De verbalisant herkende het signalement van deze man op grond van een eerdere inbraakmelding die nacht bij winkel [slachtoffer 6], gelegen aan de [adres] te Tegelen. Een anonieme getuige had gezien dat een man met een rode trainingsbroek en een wit baseballpetje een raam had vernield.

Verbalisant [verbalisant 1] heeft de man waarmee hij die nacht had gevochten als volgt omschreven: een man met Zuid-Europees/Noord Afrikaans uiterlijk, zwarte haren, de man droeg geheel donkere kleding en was ongeveer 16-18 jaar oud.

[verbalisant 2] heeft de man die zij achtervolgd heeft als volgt omschreven: een man met Zuid-Europees/Noord Afrikaans uiterlijk, de man droeg een rode trainingsbroek en een wit baseball petje en was ongeveer 16-18 jaar oud.

Op de plaats van de worsteling werd door verbalisant [verbalisant 1] handschoenen en een zwarte mobiele telefoon van het merk Nokia aangetroffen evenals enkele eurobiljetten en diverse muntstukken.

Op ongeveer 15 meter van de plaats waar de verbalisant met een van de mannen had gevochten zagen de verbalisanten in de struiken een zilver/grijskleurige kassalade liggen.

Door de politie is de aangetroffen mobiele telefoon van het merk Nokia 6223 op de plaats van de worsteling nader onderzocht . Uit dit onderzoek bleek dat via deze gsm met een simkaart gebeld is met een telefoonnummer dat volgens de politiesystemen gebruikt wordt door zowel de vader en moeder van verdachte. De geheugenkaart welke zich in deze telefoon bevond is uitgelezen en hierop werden tien foto’s aangetroffen waaronder een foto van [verdachte 8] met in zijn armen een baby .

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard , dat hij [verdachte 8] wordt genoemd en zijn beeltenis en die van zijn nichtje te zien is op een foto die door de politie op de geheugenkaart van de op 8 maart 2009 inbeslaggenomen Nokia 6223 is aangetroffen. Verdachte heeft erkend vaker de telefoon van zijn vader te hebben gebruikt. Verdachte erkent ook in het bezit te zijn geweest van een zwarte Nokia 6223.

Verbalisant [verbalisant 1] verklaart , nadat een collega hem een foto had getoond welke was opgeslagen in de mobiele telefoon die hij, [verbalisant 1], op 8 maart 2008 op de plaats van de worsteling had aangetroffen, dat hij de man op deze foto herkent als de hem ambtshalve bekende [verdachte 8]. De man waarmee hij op 8 maart 2008 had gevochten herkende hij voor 80% als deze [verdachte 8]..

[medeverdachte 6] verklaart dat [verdachte 8] en [medeverdachte 7] bijna waren aangehouden toen zij bij [slachtoffer 6] te Tegelen hadden ingebroken. Bij deze inbraak hadden zij een kluis gestolen en deze meegenomen naar de [adres] achter de flat. Twee politieagenten welke daar kwamen aangelopen hadden geprobeerd hen aan te houden. [verdachte 8] heeft nog een van de agenten geslagen en [medeverdachte 7] is weggerend.

Hoewel [medeverdachte 6] niet verklaart hoe hij aan deze wetenschap is gekomen, vindt de verklaring van [medeverdachte 6] wel bevestiging in de bewijsmiddelen die de rechtbank hiervoor heeft opgenomen en voorts in de omstandigheid dat op de aangetroffen handschoenen het DNA van [medeverdachte 7] is aangetroffen.

7.3. Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de nacht van 7 op 8 maart 2008 te Tegelen tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkelpand, gelegen aan de [adres], heeft weggenomen een (aantal) mobiele

telefoon(s) en een kassalade, inhoudende een hoeveelheid geld, toebehorende aan [slachtoffer 6] waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak;

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en de kwalificatie

8.1. Kwalificatie

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op het navolgende misdrijf:

diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de

toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht

9. De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10. De straffen en/of maatregelen

10.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 14 juli 2009 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte ter zake van het bewezenverklaarde feit onder parketnummer 04/856386-09 en het bewezenverklaarde feit onder parketnummer 04/650059-09 zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van 30 maanden, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met als bijzondere voorwaarde reclasseringsbegeleiding.

10.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bij een eventuele bewezenverklaring voor feit 1 onder parketnummer 04/650059-09 en het feit onder parketnummer 04/856386-09 een gevangenisstraf bepleit voor de duur van zeven maanden in combinatie met een werkstraf van 240 uur met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

10.3. De overwegingen van de rechtbank

De verdachte is bij vonnis van de rechtbank d.d. 31 juli 2009 in de zaak met parketnummer 04/650059-09 terzake een gewapende overval op een friture veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 28 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijke met aftrek voorarrest en met verplicht reclasseringstoezicht gedurende de proeftijd. De rechtbank acht op grond van dit vonnis en de in die zaak aan verdachte opgelegde straffen en de toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht thans geen termen meer aanwezig om in de onderhavige strafzaak nog een sanctie toe te passen, zodat de rechtbank onder de toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen straf zal opleggen.

11. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 9a, 63, 310, 311.

12. Beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde het hiervoor vermelde strafbare feit oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

bepaalt dat aan verdachte geen straf wordt opgelegd.

Vonnis gewezen door mrs. M.J.A.G. van Baal, Y.J.C.A. Roeffen en

M.J.H. van den Hombergh, rechters, van wie mr. M.J.A.G. van Baal voorzitter, in

tegenwoordigheid van mr. P.C.M. Müller als griffier en uitgesproken ter

openbare terechtzitting van de rechtbank op 31 juli 2009.