Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BJ2311

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
08-07-2009
Datum publicatie
13-07-2009
Zaaknummer
94177 / JE RK 09-761
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ondertoezichtstelling artikel 1:254 BW; de vader blokkeert elke vorm van hulpverlening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

Zaak-/rolnummer: 94177 / JE RK 09-761

Beschikking van 8 juli 2009 betreffende een jeugdbeschermingsmaatregel

in de zaak van

[minderjarige], geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1994, hierna te noemen de minderjarige.

De kinderrechter merkt naast de minderjarige en verzoeker als belanghebbenden aan:

- [moeder], hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats],

[adres],

- [vader], hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats],

[adres].

Het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door de ouders [moeder] en [vader].

1. Het verloop van de procedure

1.1. De raad voor de kinderbescherming te Roermond heeft op 10 juni 2009 een verzoekschrift met bijlage(n) ingediend, strekkende tot ondertoezichtstelling van voornoemde minderjarige.

1.2. Op 30 juni 2009 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft van de inhoud daarvan aantekening gehouden.

Bij de behandeling zijn verschenen:

- de minderjarige,

- de vader,

- [J], namens de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,

- [M], namens de raad voor de kinderbescherming.

1.3. De minderjarige heeft samen met zijn zus [zus] buiten aanwezigheid van de overige belanghebbenden met de kinderrechter gesproken.

2. De vaststellingen en overwegingen

2.1. Namens de raad voor de kinderbescherming is verklaard dat het verzoek om ondertoezichtstelling wordt gehandhaafd. De raad heeft daartoe onder meer aangevoerd dat de minderjarige bedreigd wordt in zijn ontwikkeling. Thuis zijn er al jaren grote spanningen in de relatie van de ouders en tussen de ouders en de kinderen. De moeder lijdt aan een bipolaire stoornis, die haar vaak belemmert in de waarneming van haar huishoudelijke en ouderlijke taken. Zij staat vanwege die stoornis onder medische behandeling. De vader gaat vanwege zijn betrekking bij het [werkgever] in Utrecht ’s ochtends zeer vroeg van huis weg en komt aan het begin van avond pas weer thuis. Er zou bij hem al jaren sprake zijn van een alcoholprobleem. De vader weigert categorisch elke vorm van inmenging van buitenaf in de gezinsaangelegenheden. Hij heeft gesteld onder geen enkele voorwaarde te zullen accepteren dat er een ondertoezichtstelling van de kinderen komt.

Op school gaat het niet goed met de minderjarige, over wie de schoolleiding zich ernstig zorgen maakt.

In het verleden hebben beide kinderen vanwege een opname van de moeder enige tijd in een pleeggezin verbleven.

Het gezin leeft vrij geïsoleerd en heeft weinig contacten met andere familieleden. Van hen heeft de minderjarige geen steun te verwachten.

De raad constateert dat de minderjarige zelf graag hulp van buitenaf wenst en hoopt dan ook dat de vader de weg hiervoor vrij zal maken.

2.2. De vader heeft verklaard dat hij en ook, anders dan uit het rapport van de raad blijkt, de moeder het niet eens zijn met het verzoek van de raad om ondertoezichtstelling en heeft daarbij verwezen naar zijn schriftelijke reactie op de raadsrapportage. De moeder ligt al dagen op bed omdat zij, naar zeggen van de vader, de spanningen rondom de zitting in de rechtbank niet aan kan. De vader heeft gesteld dat hij geen enkele vorm van hulpverlening, ook geen vrijwillige hulp, ten behoeve van zijn kinderen of het gezin zal accepteren. Voorts heeft de vader verklaard dat de door de raad genoemde schoolproblemen van de minderjarige gedateerd zijn, omdat de minderjarige inmiddels over zou zijn naar de volgende klas. De vader heeft weliswaar erkend dat het gedurende de laatste maanden van het jaar 2008 thuis in zijn gezin niet goed ging, maar na een gesprek met zijn huisarts heeft hij zijn maatregelen genomen en heeft hij hulp gezocht bij de psychiater van zijn echtgenote.

Verder heeft de vader verklaard dat hij het gezag over zijn minderjarige kinderen onder geen enkel beding wenst te delen met een gezinsvoogd en dat hij van mening is dat het voortbestaan van het gezin niet mogelijk is, indien de ondertoezichtstelling wordt uitgesproken.

2.3. De minderjarige heeft in het gesprek met de kinderrechter - kort zakelijk weergegeven - verklaard dat hij vanwege de psychische belasting door de ernstige problemen in het gezin hulp van buitenaf voor zichzelf noodzakelijk acht, maar dat hij zich er tevens van bewust is dat de vader deze hulp niet zal accepteren en deze zal blokkeren. De vader heeft gezegd in het geval van een ondertoezichtstelling het gezin te zullen verlaten, wat als gevolg zal hebben dat het gezin zal instorten, nu de moeder vanwege haar eigen ernstige problematiek zich in dat geval niet zal kunnen handhaven en dus niet meer voor de kinderen zou kunnen zorgen.

2.4. Uit de overgelegde bescheiden en uit hetgeen ter terechtzitting naar voren is gebracht blijkt naar het oordeel van de kinderrechter, dat de voorwaarde, in artikel 1:254, lid 1, Burgerlijk Wetboek, voor ondertoezichtstelling gesteld, is vervuld.

De kinderrechter overweegt daartoe het navolgende.

De kinderrechter is allereerst van oordeel dat de belangen van de minderjarige voorop staan bij de beoordeling van het verzoek. Het valt dan ook te betreuren dat, hoewel de vader ter zitting heeft verklaard, dat hij zich verantwoordelijk voelt voor de ontwikkeling van de minderjarige, hij vervolgens volhardt bij zijn standpunt dat hij een ondertoezichtstelling niet zal accepteren en zelfs heeft verklaard dat hij aan een eventuele ondertoezichtstelling consequenties zal verbinden die naar het oordeel van de kinderrechter indruisen tegen de belangen van de minderjarige.

Gezien de ernstige en complexe gezinsproblematiek, die naar het oordeel van de kinderrechter rechtsreeks haar weerslag heeft op de ontwikkeling van de minderjarige en die daarvoor een ernstige bedreiging vormt, acht de kinderrechter een ondertoezichtstelling van de minderjarige noodzakelijk.

3. De beslissing

De kinderrechter

3.1. stelt de minderjarige onder toezicht van de stichting voornoemd, voor een termijn van een jaar;

3.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is uitgesproken ter terechtzitting van 08 juli 2009 door mr. R.H.A.M. Beaumont, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.