Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BI3588

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
06-05-2009
Datum publicatie
12-05-2009
Zaaknummer
04/860332-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewijsoverweging rechtbank bij ontkennende verdachte in ontuchtzaak art 2 Sr

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Parketnummer : 04/860332-07

Uitspraak d.d. : 6 mei 2009

TEGENSPRAAK

VONNIS van de rechtbank Roermond,

meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

naam : [naam]

voornamen : [naam]

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres]

plaats : [plaats]

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 29 juli 2008 en 22 april 2009.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1.

hij op of omstreeks 13 april 2007 in de gemeente Venray, door geweld of (een)

andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum]) en/of [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum]) heeft gedwongen tot het plegen en/of

dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het likken over

de vagina van die [slachtoffer 2] en/of het kussen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en

bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gezegd dat als ze niet mee

zouden gaan hij, verdachte, die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zou slaan en/of;

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gezegd dat ze de woning, gelegen aan

de [adres 1] moesten binnen gaan en/of dat zij de trap op naar zijn

kamer moesten gaan en/of

- toen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] op de kamer van hem, verdachte, waren

aangekomen de deur van die kamer heeft afgesloten en (vervolgens) tegen die

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gezegd dat ze niet mochten gaan gillen en/of

huilen omdat naast hem een moordenaar woonde en dat hij die [slachtoffer 1] en/of

[slachtoffer 2] dan ging vermoorden en/of tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft

gezegd dat beneden zijn, verdachtes, moeder was en zijn moeder kinderen

ontvoerde, in elk geval voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] een dusdanige

dreigende situatie heeft doen ontstaan en/of dusdanig heeft geintimideerd

dat die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] in een afhankelijkheidsrelatie met hem,

verdachte, zijn gebracht, in elk geval een dusdanig psychisch overwicht op

die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft verworven dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] aan

zijn, verdachtes, wil waren onderworpen;

(artikel 246 Wetboek van Strafrecht)

Althans indien terzake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij op of omstreeks 13 april 2007 in de gemeente Venray met [slachtoffer 1]

(geboren op [geboortedatum]) en/of [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum]) die

toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, buiten echt, een

of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het ontuchtig

likken over de vagina van die [slachtoffer 2] en/of het ontuchtig kussen van die

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2];

(artikel 247 Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

7. Bewijs

7.1 Standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 22 april 2009 gevorderd dat het primair ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Verdachte heeft immers een alibi dat wordt bevestigd door een getuige. Voorts moet gelet op een aantal bijzondere punten in de verklaringen van de slachtoffers (met betrekking tot fiets, gebit en petje) worden geconcludeerd dat verdachte niet de man is die zij hebben beschreven.

7.2 Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De hieronder vermelde bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

7.2.1 (Samenvatting van de) bewijsmiddelen en overweging van de rechtbank

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hieronder opgenomen motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering van het in de wettelijke vorm door de regiopolitie Limburg-Noord, Jeugd- en Slachtofferzorg en Zedenzaken, opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL2379/07-002369, gedateerd 16 april 2007en de daarbij behorende bijlagen.

Melding zedenmisdrijf, aantreffen meisjes, aanwijzen woning en beschrijving kamer

Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat verbalisant [naam verbalisant 1] naar aanleiding van een melding dat twee meisjes van 8 en 9 jaar oud seksueel misbruikt waren in Venray op 13 april 2007 omstreeks 20.45 uur naar de woning gelegen aan de [adres 2] te Venray is gegaan. Aldaar heeft hij twee vrouwen gesproken, te weten [moeder slachtoffer 2], de moeder van [slachtoffer 2] en [moeder slachtoffer 1], de moeder van [slachtoffer 1]. Mevrouw [moeder slachtoffer 2] vertelde dat haar dochter [slachtoffer 2] en haar vriendinnetje [slachtoffer 1] tussen 20.00 uur en 20.30 uur buiten aan het spelen waren en dat ze overstuur binnen waren gekomen. Een man had hen een woning binnengetrokken en vervolgens betast.

Genoemde verbalisant is omstreeks 21.15 uur met beide moeders en de meisjes vanuit de woning gelegen aan de [adres 2] te Venray gelopen richting de woning van de man. Vanuit de [adres] is men de straat [adres] overgestoken waarna men uitkwam bij de [adres]. In deze straat waren - aldus hun verklaring - beide meisjes door de man aangesproken. Via de [adres] is men naar het speelveldje gelopen achter de flat aan de [adres]. Direct aan dit speelveldje is de [adres] gelegen. In de [adres] wees [slachtoffer 2] de tweede woning van links aan gezien vanaf het speelveldje. De verbalisant heeft gezien dat dit de woning met huisnummer [nummer] betrof.

Nadat om omstreeks 21.45 uur andere verbalisanten de woning aan de [adres 1] te Venray waren binnengetreden werd telefonisch gevraagd hoe de woning van de man eruit zag. Desgevraagd verklaarde [slachtoffer 1] tegenover verbalisant [naam verbalisant 1] dat de slaapkamer oranje rode gordijnen had, dat er in de kamer twee stoelen en een televisie stonden en dat een van de stoelen een ligstoel was en de andere stoel een “moederstoel”. Ook stond er een kastje met haarspullen zoals gel.

De verbalisanten [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 3] verklaren in hun proces-verbaal van bevindingen dat zij op 13 april 2007 omstreeks 20.30 uur de melding kregen dat een man twee meisjes in een woning had gelokt en deze meisjes aldaar onzedelijk had betast. Nadat bekend was geworden dat de verdachte woonde aan de [adres 1] te Venray zijn beide verbalisanten naar die woning gegaan. Volgens het GBA stonden er vier personen ingeschreven op dit adres.

Ter plaatse aangekomen zagen de verbalisanten dat een manspersoon met getint uiterlijk uit de woning kwam. Dit bleek later de verdachte [naam verdachte] te zijn.

Via telefonisch contact met zedenrechercheur [naam verbalisant 1], die op dat moment in een woning bij de slachtoffers was, werd vernomen dat de meisjes door verdachte waren meegenomen naar de bovenverdieping van de woning en vervolgens een kamer waren ingegaan welke recht tegenover de trap lag. Door de hoofdbewoner [naam] werd verklaard dat voormelde kamer werd bewoond door [naam verdachte]. Met behulp van de sleutel van de verdachte en zijn toestemming zijn de verbalisanten de kamer van verdachte binnengegaan. Via de telefoon heeft de verbalisant [naam verbalisant 2] gehoord hoe de slachtoffers de kamer van verdachte hebben omschreven. Verbalisant [naam verbalisant 2] zag dat er rode gordijnen hingen en dat er twee stoelen stonden en een bed links in de hoek. Verder werd door de verbalisant gezien dat er een zwarte fauteuil met een verlengd voetgedeelte en een televisie op een houten kastje stond. Volgens verbalisant [naam verbalisant 2] klopte de gegeven beschrijving van de kamer door de slachtoffers exact met wat de verbalisant op dat moment in de kamer van verdachte zag.

Aangiften en akten van geboorte van de gemeente Venray

Door [moeder slof 1], echtgenote van [vader slachtoffer 1], moeder van [slachtoffer 1], is op 14 april 2007 aangifte gedaan. Zij verklaart dat zij op 13 april 2007 omstreeks 19.45 uur de slaapspullen van haar dochter [slachtoffer 1] heeft gebracht naar de woning van haar vriendinnetje [slachtoffer 2] op het adres [adres 2] te Venray. Omstreeks 20.15 uur die dag werd zij gebeld door de moeder van [slachtoffer 2] die zei dat er wat gebeurd was met [slachtoffer 1] en dat ze moest komen. Toen ze in de woning aan de [adres 2] te Venray kwam zag ze dat [slachtoffer 1] overstuur was en huilde. Beide meisjes vertelden in bijzijn van de moeders wat hen overkomen was.

[slachtoffer 1] zei dat ze samen met [slachtoffer 2] de woning van een man was binnengegaan en dat die man de voordeur op slot had gedaan. De man had de meisjes verteld dat ze stil moesten zijn zodat zijn moeder hen niet kon horen anders zou deze moeder hen ontvoeren. De man had ook gezegd dat ze niet mochten gillen en niet mochten huilen. Als ze dit zouden doen dan zou de buurman hen horen. De buurman was een moordenaar en zou hen anders vermoorden. [slachtoffer 1] vertelde haar moeder verder dat ze de trap op moesten lopen en boven aan de trap rechtdoor een slaapkamer in moesten lopen. De man had de slaapkamerdeur daarna op slot gedaan. Vervolgens moesten de meisjes allebei op bed gaan liggen. [slachtoffer 1] zei dat de man de onderbroek van [slachtoffer 2] aan de kant had geschoven en met zijn hoofd in het kruis van [slachtoffer 2] was gegaan. Vervolgens had de man aan het kruis van [slachtoffer 2] gelikt. [slachtoffer 1] zei dat de man haar bij haar mond had gekust en wees daarbij bij haar linker mondhoek. [slachtoffer 1] heeft de man beschreven als een nagenoeg kale man met een donkere kleur.

Uit de akte van geboorte van de gemeente Venray blijkt dat op [geboortedatum] te Venray is geboren [slachtoffer 1], kind van [vader slachtoffer 1] en [moeder slof 1].

Door [vader slachtoffer 2] is op 14 april 2007 aangifte gedaan van seksueel misbruik van zijn dochter [slachtoffer 2]. [vader slachtoffer 2] verklaart dat hij met zijn gezin woont op het adres [adres 2] te Venray. Op 13 april 2007 bevond hij zich in zijn woning. Omstreeks 20.30 uur kwamen zijn dochter [slachtoffer 2] en haar vriendinnetje [slachtoffer 1] samen thuis. Beide meisjes zijn toen naar [moeder slachtoffer 2], de partner van aangever, en moeder van [slachtoffer 2], gegaan. Op een gegeven moment vertelde [moeder slachtoffer 2] tegen aangever dat [slachtoffer 2] was aangerand. Beide meisjes bleven huilen en waren erg in paniek. Aangever heeft van de meisjes begrepen dat de man [slachtoffer 1] had gekust en [slachtoffer 2] aan haar kruis had gelikt. De meisjes hebben een beschrijving van dader gegeven. Het betrof een donkere man met een kale kop, die niet dik was en ook niet dun. De man was ongeveer 35 jaar oud en sprak gebroken Nederlands. De meisjes hebben ook een beschrijving van het huis gegeven waar een en ander zou zijn gebeurd. Ze vertelden dat ze met de man via een trap naar boven waren gegaan en dat ze naar een slaapkamer zijn gegaan. De meisjes hebben ook een omschrijving van de slaapkamer gegeven. In de slaapkamer stond een bed, twee stoelen en een televisie. [slachtoffer 1] omschreef een van de stoelen als een “moederstoel”. In de slaapkamer hingen oranje-rode gordijnen. De slaapkamer lag achter. De meiden zeiden dat het boven rechtdoor was.

[slachtoffer 2] vertelde dat zij op het bed moest gaan liggen en dat de man haar onderbroekje opzij had geschoven en aan haar kruis had gelikt en op haar mond had gekust. De man had de slaapkamerdeur en de voordeur op slot gedaan.

De man had beide meisjes bedreigd. Hij heeft tegen de meisjes gezegd dat de buurman een moordenaar was en dat ze niet mochten gillen. De man had ook gezegd dat hij zijn moeder had opgesloten omdat die kinderen zou ontvoeren.

Uit de akte van geboorte van de gemeente Venray blijkt dat op [geboortedatum] te Venray is geboren [slachtoffer 2], kind van [vader slachtoffer 2] en [moeder slachtoffer 2].

Studioverhoren

Op 17 april 2007 heeft het studioverhoor van [slachtoffer 1] plaatsgevonden. Tijdens dit verhoor heeft [slachtoffer 1] onder meer verklaard dat:

- ze samen met [slachtoffer 2] met een man zijn meegegaan;

- ze een huis zijn binnen gegaan en de man de voordeur op slot heeft gedaan;

- ze de trap op moesten gaan en rechtdoor moesten lopen;

- boven een slaapkamer zijn binnengaan;

- de man deze deur van de slaapkamer deur afsloot met een sleutel die hing aan de zelfde sleutelbos als waarmee hij de voordeur had afgesloten;

- aan de sleutelbos een sleutelhanger met rand hing;

- de man had gezegd dat ze niet mochten gillen of gaan huilen want dat ernaast een moordenaar woonde en dat hij hen zou vermoorden en dat beneden zijn moeder was en die ging dan echt kinderen ontvoeren;

- in de slaapkamer de man zei dat ze op bed moesten gaan zitten;

- de man hen drinken en chips aanbood;

- de man een beetje anders als echt Nederlands praatte;

- de man de hand van [slachtoffer 2] heeft gekust;

- [slachtoffer 1] gezien heeft dat de man de rok van [slachtoffer 2] omhoog heeft geschoven en de benen wijd heeft gedaan en de onderbroek van [slachtoffer 2] opzij heeft geschoven en aan haar kruis heeft gelikt;

- de man [slachtoffer 1] bij haar mond heeft gekust;

- de man de deur van de slaapkamer met de sleutel heeft opengemaakt;

- de man de trap is afgegaan en heeft gezegd dat hij zijn moeder had opgesloten en dat ze veilig naar beneden konden komen;

- ze vervolgens snel naar het huis van [slachtoffer 2] zijn gegaan;

- de man kaal was en heel erg donkerbruin;

- in een grote kast stonden allemaal haarspullen;

- de man een fiets bij zich had.

Op 17 april 2007 heeft het studioverhoor van [slachtoffer 2] plaatsgevonden. Tijdens dit verhoor heeft [slachtoffer 2] onder meer verklaard dat:

- de man met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar een huis is gegaan;

- de man een fiets bij zich had;

- de man hen voor een vijf minuten in een kamer in het huis heeft opgesloten;

- het huis was het tweede huis in de straat met nummer [nummer];

- de man heel bruin, bijna zwart er uit zag en kaal was met een petje op en had bruine ogen;

- de man de voordeur van het huis met een sleutel heeft opengemaakt;

- de sleutel van de voordeur hing aan een sleutelhanger

- de sleutelhanger zilver van kleur was met een foto er op van zijn moeder;

- de man in de woning zei dat ze naar boven moesten gaan, rechtdoor lopen, daar was een kamer;

- de man de kamerdeur met een sleutel openmaakte welke aan dezelfde sleutelhanger hing waarmee de man daarvoor de voordeur had opengemaakt;

- de man het slot aan de binnenkant van de kamerdeur;

- de man zei dat de meisjes op het bed moesten gaan zitten en vroeg of ze drinken en chips wilden hebben;

- de man [slachtoffer 2] op haar hand heeft gekust en [slachtoffer 1] op haar wang;

- de man niet Hollands praatte, hij kwam ook niet uit dit land;

- de man haar rokje omhoog heeft geschoven en haar onderbroekje opzij heeft geschoven;

- de man met zijn tong over haar kruis heeft gelikt;

- in de slaapkamer van de man oranje-rode gordijnen hingen;

- in de slaapkamer ook een echte damesstoel stond;

- in een kast haarspullen lagen;

- de man de kamerdeur heeft opengemaakt;

- de man op het laatst, toen hij de meisjes vrijliet, zei dat hij zijn moeder had opgesloten;

- de meisjes daarna snel naar huis zijn gegaan en alles aan hun ouders hebben verteld en dat vrij snel daarna de politie is gekomen.

Bevindingen route

Uit het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door verbalisant Achten blijkt dat uit onderzoek naar voren is gekomen dat de verdachte [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] nabij het speelveldje in de wijk “[adres] te Venray zou hebben aangesproken.

De verdachte heeft verklaard dat hij op de bewuste avond in het café annex frituur in de wijk “[adres]”, gelegen in het winkelcentrum “[adres]” aan de [adres] te Venray was. Nagenoeg tegenover deze frituur ligt de winkel C1000.

Door de verbalisant werd op 25 april 2007 per fiets de route afgelegd tussen de mogelijke plaats waar verdachte de meisjes aansprak en bedoelde frituur annex café. De afstand bedroeg circa 600 meter. Door de verbalisant werd de afstand twee keer gefietst. De eerste keer met een snelheid van 14 kilometer per uur. De afstand van 600 meter werd met deze snelheid in 2 minuten en 12 seconden afgelegd. De tweede keer werd met een snelheid van 18-19 kilometer per uur gefietst. De afstand van 600 meter werd toen in 1 minuut en 37 seconden afgelegd.

De door de verbalisant afgelegde route is weergeven op een bij het proces-verbaal van bevindingen gevoegde situatietekening .

Verklaring getuige [naam] (huisbaas van verdachte)

De voordeur is altijd dicht. [verdachte] (opmerking rechtbank = verdachte) heeft verder ook nog een slot op zijn deur. Hij doet de deur altijd op slot. Dat weet ik 100% zeker. Er is maar één sleutel van de kamer van [verdachte] en die heeft [verdachte].

Verklaringen verdachte

Hij is in 1992 alleen vanuit Paramaribo in Nederland komen wonen. Hij niet weet waar zijn familie is. Hij heeft geen contact met ze.

Hij zich voor zijn kale kop schaamt. Hij heeft altijd lang haar gehad maar in de gevangenis schimmel op zijn hoofd heeft gekregen en daarom zijn haar heeft moeten afscheren.

Zijn sleutels, onder andere de voordeursleutel en de sleutel van zijn kamer hangen aan een ring met daaraan een fotohangertje.

Verklaring getuige [naam getuige 1]

[naam] (opmerking rechtbank = verdachte) is op 13 april 2007 van circa 17.30 uur tot circa 20.30 uur in het café geweest. Hij is tussendoor 2 à 3 keer weggeweest. Dat deed hij wel vaker. Hij blijft dan circa 15 minuten weg. Dat gebeurde ook op 13 april 2007, op welke tijdstippen verdachte is weggeweest weet hij niet omdat hij dat niet heeft bijgehouden.

DNA-onderzoek

Op 3 mei 2007 werd door een buitengewoon opsporingsambtenaar, aangewezen opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 2, lid 7 Besluit DNA-onderzoeken in strafzaken, na verkregen toestemming, in het kader van het onderzoek, wangslijmvlies afgenomen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] .

Op 3 mei 2007 werd het in bijzijn van de verbalisante [naam verbalisant 5] afgenomen wangslijmvlies bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] voornoemd in beslag genomen. Het inbeslaggenomen celmateriaal is op de voorgeschreven wijze verpakt en voorzien van een identiteitszegel. Op dit identiteitszegel is de naam en geboortedatum van de betrokkene aangebracht waarna de verpakking is verzegeld. Het celmateriaal werd overgebracht naar het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag .

Op 14 mei 2007 heeft de Forensische Opsporing van de politie Limburg-Noord, in opdracht van de officier van justitie te Roermond een aanvraag DNA-onderzoek gedaan bij het Nederlands Forensisch Instituut betreffende de verdachte [naam verdachte] en de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]. Bij deze aanvraag zijn een aantal stukken van overtuiging, te weten: onderbroek verdachte (DNA327), zedenset verdachte (ZAF663), onderbroek van slachtoffer [slachtoffer 2] (EDA602), wangslijmvlies van slachtoffer [slachtoffer 2] (RGU100) en [slachtoffer 1] (RFI823) en onderbroek slachtoffer [slachtoffer 1] (EDA605) gevoegd. Aan het NFI is gevraagd de DNA-sporen van verdachte te vergelijken met de DNA-sporen van de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1].

Uit het Deskundigenrapport van het Ministerie van Justitie, Nederlands Forensisch Instituut, zaaknummer 2007.05.29.089, betreffende verdachte [naam verdachte] en de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1], d.d. 28 januari 2008, blijkt dat de deskundige Kloosterman op basis van zijn onderzoek naar aanleiding van de vraagstelling onder meer de navolgende conclusies heeft getrokken:

Bemonstering (EDA602) linkerrand kruis onderbroek slachtoffer [slachtoffer 2]

Vergelijkend autosomaal DNA-onderzoek:

In het DNA-mengprofiel van het celmateriaal in de bemonstering linkerrand kruis onderbroek [slachtoffer 2], zijn additionele zwak aanwezige DNA-kenmerken zichtbaar van ten minste een andere persoon. Het DNA-profiel van de verdachte matcht met deze zwak aanwezige DNA-kenmerken. Dit betekent dat een relatief geringe hoeveelheid celmateriaal in de bemonstering linkerrand kruis onderbroek [slachtoffer 2] afkomstig kan zijn van de verdachte.

Vergelijkend Y-chromosomaal DNA-onderzoek:

Van het DNA in de bemonsteringen (EDA602) van de linkerrand van het kruis van de onderbroek van slachtoffer [slachtoffer 2] is een onvolledig Y-chromosomaal DNA-profiel verkregen. Het Y-chromosomale DNA-profiel van de verdachte matcht met het onvolledige Y-chromosomale DNA-profiel.

Dit betekent dat een deel van het celmateriaal in deze bemonstering afkomstig is van verdachte of aan een in de mannelijke lijn aan de verdachte verwante man of van een man die niet aan verdachte verwant is, maar hetzelfde Y-chromosomale DNA-profiel heeft.

Bij vergelijking met de 23979 Y-chromosomale DNA-profielen in de DNA-databank is gebleken dat het onvolledige Y-chromosomale DNA-profiel EDA602 twaalf keer voorkomt. Het DNA-profiel werd het meest waargenomen in de Aziatische bevolkingsgroepen (7 keer) in een populatie genetisch databestand van 7628 verschillende Aziatische mannen.

Bemonstering (ZAF663) van de lippen van de verdachte [naam verdachte]

Van het DNA in de bemonstering (9ZAF663) van de lippen van verdachte is een DNA-profiel verkregen. Het DNA-profiel van de verdachte matcht met dit DNA-profiel

Dit betekent dat het celmateriaal in de bemonstering (ZAF663) afkomstig kan zijn van de verdachte zelf.

Daarnaast zijn in het DNA-profiel van het celmateriaal in de bemonstering (ZAF663) enkele additionele zwak aanwezige DNA-kenmerken zichtbaar die kunnen duiden op de aanwezigheid van een relatief geringe hoeveelheid celmateriaal van minimaal één andere persoon. Het DNA-profiel van het slachtoffer [slachtoffer 2] (RGU100) matcht met deze zwak aanwezige DNA-kenmerken. Dit betekent dat een relatief geringe hoeveelheid celmateriaal in de bemonstering (ZAF663) afkomstig kan zijn van het slachtoffer [slachtoffer 2].

Bewijsoverweging van de rechtbank

Bovenstaande bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank redengevend voor het oordeel dat verdachte en dus niet een andere man zoals door de verdediging is gesteld, zich aan het primair tenlastegelegde schuldig heeft gemaakt. De rechtbank heeft daarbij acht geslagen op de vele overeenkomsten op detailniveau met betrekking tot de dader en plaats delict, zoals deze uit de (afzonderlijke) verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] naar voren zijn gekomen zeker nu deze verklaringen in belangrijke mate worden ondersteund door andere bewijsmiddelen. Aan de door de raadsman gestelde onjuistheden in de verklaringen van de meisjes kent de rechtbank, wat daar ook van zij, gelet op het beschikbare bewijs onvoldoende gewicht toe.

Van bijzondere betekenis voor de vaststelling dat het verdachte en niet een andere kale man is geweest, acht de rechtbank het openen en sluiten van de deuren met sleutels aan een sleutel(foto)hanger. De meisjes verklaren daarover beiden, verdachte verklaart zelf dat hij een dergelijke sleutelhanger in zijn bezit heeft, terwijl de verhuurder ([naam]) verklaart dat verdachte zijn kamerdeur altijd op slot heeft en de enige is met een sleutel.

Met betrekking tot het gestelde alibi van verdachte overweegt de rechtbank het volgende. Verdachte heeft zelf wisselende verklaringen afgelegd met name met betrekking tot tijdstippen. Voorts weet getuige [naam getuige 1] blijkens zijn verklaring echt niet precies wanneer en voor hoe lang verdachte is weggeweest, zodat met deze verklaring het alibi van verdachte niet kan worden ondersteund.

Daarbij merkt de rechtbank in dit verband nog het volgende op. Uit politieonderzoek (bekijken videobeelden en kassauitdraai) is gebleken dat verdachte op 13 april 2007 niet om 20.30 uur maar om 19.02 uur een bezoek heeft gebracht aan de C1000, welke supermarkt nagenoeg gelegen is tegenover het café. Uit de hiervoor weergeven bewijsmiddelen blijkt dat de afstand tussen de plaats waar verdachte de meisjes heeft aangesproken en [naam café] ongeveer 600 meter bedraagt en deze afstand gemakkelijk in 2 à 3 minuten met een fiets te overbruggen is. [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hebben verklaard dat verdachte in het bezit was van een fiets en [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij en [slachtoffer 1] hooguit vijf minuten op de slaapkamer van verdachte zijn geweest. Naar het oordeel van de rechtbank is het dan ook voor verdachte mogelijk geweest om op 13 april 2007 binnen een tijdsbestek van circa 15 minuten, het café [naam café]” te verlaten, naar de plek te fietsen waar hij de meisjes heeft aangesproken, met hen voor vijf minuten naar zijn kamer te gaan, daar zijn strafbare handelingen te plegen om vervolgens terug te keren naar het café. Deze lezing van het gebeuren staat naar het oordeel van de rechtbank niet op gespannen voet met de verklaring van de getuige [naam getuige 1] waar deze verklaart dat verdachte regelmatig naar buiten gaat en dan circa 15 minuten wegblijft.

7.4 Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 13 april 2007 in de gemeente Venray, door bedreiging met geweld of andere

feitelijkheden [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum]) en [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum]) heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het likken over de vagina van die [slachtoffer 2] en het kussen van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en bestaande die bedreiging met geweld of andere feitelijkheden hierin dat verdachte:

- tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gezegd dat ze de woning, gelegen aan

de [adres 1] moesten binnen gaan en dat zij de trap op naar zijn

kamer moesten gaan en

- toen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op de kamer van hem, verdachte, waren

aangekomen de deur van die kamer heeft afgesloten en (vervolgens) tegen die

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gezegd dat ze niet mochten gaan gillen en

huilen omdat naast hem een moordenaar woonde en dat hij die [slachtoffer 1] en

[slachtoffer 2] dan ging vermoorden en tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft

gezegd dat beneden zijn, verdachtes, moeder was en zijn moeder kinderen

ontvoerde.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8. Kwalificatie

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op het navolgende misdrijf navolgende misdrijven:

primair

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 246 juncto artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10. De straffen en/of maatregelen

10.1 De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 22 april 2009 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte ter zake van primair bewezenverklaarde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van één jaar, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

10.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft (subsidiair) ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat bij een eventuele strafoplegging rekening dient te worden gehouden met het verstreken tijdsverloop.

10.3 De overwegingen van de rechtbank

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid door bedreiging met geweld en andere feitelijkheden door twee jonge meisjes naar zijn woning te lokken en deze vervolgens op zijn slaapkamer seksueel te misbruiken. Dit zijn ernstige feiten.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging enerzijds rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede met het belang van een juiste normhandhaving;

- de inbreuk die verdachte gemaakt heeft op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de jeugdige slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2];

- de maatschappelijke verontrusting die het gevolg is van de bewezenverklaarde feiten;

- de omstandigheid dat het een feit van algemene bekendheid is dat er bij slachtoffers van een delict als het bewezenverklaarde gevoelens van angst en onzekerheid (kunnen) blijven bestaan, temeer nu het hier om jonge kinderen gaat. Uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer 2] blijkt wat voor een negatieve impact verdachtes handelen op het leven van [slachtoffer 2] heeft;

- de omstandigheid dat de verdachte blijkens het Uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 24 januari 2009 eerder voor een zedendelict is veroordeeld.

Aanderzijds heeft de rechtbank acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die zijn gebleken tijden het onderzoek ter terechtzitting, het tijdsverloop sinds het plegen van het bewezenverklaarde en de toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de gevangenisstraf zoals door de officier van justitie gevorderd passend en geboden is.

11. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 57, 63 en 246

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde het hiervoor vermelde strafbare feit oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van één jaar;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

Vonnis gewezen door mrs. L.J.A. Crompvoets, M.B.Th.G. Steeghs en

C.C.W.M. Aretz, rechters, van wie mr. M.B.Th.G. Steeghs voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.C.M. Müller als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 6 mei 2009.

Mr. C.C.W.M. Aretz is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.