Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BI3493

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
08-05-2009
Datum publicatie
11-05-2009
Zaaknummer
04/860043-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar voor het opzettelijk aanwezig hebben van munitie en een grote hoeveelheid hennep. In de onderhavige zaak is de strafmaat niet in overwegende mate bepaald naar gelang de omvang van de partij van verdovende middelen. Bij de vaststelling van de strafmaat heeft de rechtbank primair gekeken naar de gedraging van verdachte ten aanzien van de partij en de omvang van zijn strafbare betrokkenheid, daarbij komt tevens betekenis toe aan het antwoord op de vraag of het gaat om hennep bestemd voor de handel, of om hennepafval. In de eis van de officier van justitie komen deze uitgangspunten onvoldoende tot uitdrukking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Parketnummer : 04/860043-09

Uitspraak d.d. : 8 mei 2009

TEGENSPRAAK

VONNIS

van de rechtbank Roermond,

meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

naam : [verdachte]

voornamen : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 april 2009.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

Feit 1.

hij op of omstreeks 15 januari 2009 te America, in elk geval in de gemeente Horst aan de Maas, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 640 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

artikel 3 van de Opiumwet;

Feit 2.

hij op of omstreeks 15 januari 2009 te America, in elk geval in de gemeente Horst aan de Maas, voorhanden heeft gehad munitie van categorie III, te weten:

- 540 scherpe hageljachtpatronen, merk Rottweil, kaliber 12 en/of

- 20 scherpe kogelpatronen, merk RWS, type Dynamit Nobel, kaliber 30-06 en/of

- 34 scherpe hageljachtpatronen, merk Rottweil, kaliber 16,

in elk geval een aantal patronen;

artikel 26 van de Wet wapens en munitie.

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

7. Bewijsoverwegingen

7.1 Standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 24 april 2009 gevorderd dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zal worden verklaard.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat het onder 1 ten laste gelegde feit uiteenvalt in twee verschillende strafbare gedragingen, namelijk enerzijds het opzettelijk aanwezig hebben van hennepafval dat is aangetroffen in de witte bestelbus en de loods die was ingericht als knipruimte en anderzijds de opzettelijke aanwezigheid van hennep die is aangetroffen op de zolder van de loods die was ingericht als hennepdrogerij.

De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde feit, voor zover dit ziet op het opzettelijk aanwezig hebben van het hennepafval dat is aangetroffen in de witte bestelbus en de loods die was ingericht als knipruimte, omdat uit de verklaring van verdachte blijkt dat hij geen wetenschap heeft gehad van het feit dat er hennepafval in de betreffende loods aanwezig was. Verdachte heeft verklaard, dat toen hij op vakantie was één van zijn voormalige werknemers, [getuige], hem heeft gebeld met de vraag of één van zijn relaties de betreffende loods mocht gebruiken om tomaten om te rapen. Verdachte - die een vertrouwensband had met [getuige] - heeft [getuige] daartoe toestemming gegeven. Nadat verdachte terugkwam in Nederland heeft hij niet meer in de betreffende loods gekeken. Verdachte heeft verklaard dat hij pas wist dat er hennepafval in de betreffende loods lag, nadat [inspecteur] de zakken met hennepafval heeft aangetroffen in de loods. De raadsvrouw is van mening dat gelet op deze verklaring, die bovendien steun vindt in de verklaring van [getuige], niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het (voorwaardelijke) opzet heeft gehad op de aanwezigheid van hennep in de betreffende loods en de witte bestelbus.

Voorts heeft de raadsvrouw met betrekking tot feit 1 aangevoerd dat - indien de rechtbank het voorgaande verweer passeert - op grond van het onderliggende procesdossier niet duidelijk wordt hoeveel hennepafval er is aangetroffen in de loods die was ingericht als knipruimte en de witte bestelbus. Ter onderbouwing heeft de raadsvrouw aangevoerd dat een verbalisant één blauwe containerzak met hennepafval heeft gewogen op een niet geijkte weegschaal. Vervolgens wordt door de verbalisant gerelateerd dat alle zakken ongeveer een gelijk gewicht hadden. Dit terwijl op de foto’s in het dossier duidelijk te zien is dat niet alle zakken gelijk gevuld waren. Daarnaast wordt in het dossier op diverse plaatsen gerelateerd dat er 300 kilogram hennep is aangetroffen, maar geenzins is vast te stellen of deze 300 kilo hennep is aangetroffen in de loods die was ingericht als knipruimte en de witte bestelbus, aldus de raadsvrouw.

De raadsvrouw heeft tevens betoogd dat uit het dossier evenmin te herleiden is hoeveel hennep er is aangetroffen op de zolder van de loods van verdachte, die was ingericht als hennepdrogerij. De raadsvrouw is van mening dat uit het onderliggende procesdossier niet blijkt of de hennep die op de zolder is aangetroffen, ook is gewogen. Er wordt in het dossier alleen op diverse plaatsen gesproken over een grote hoeveelheid hennep van ongeveer 300 kilogram, die is gewogen door Van Gansewinkel. De raadsvrouw is van mening dat uit het dossier echter niet blijkt waar de door Van Gansewinkel gewogen hennep vandaan komt. Verdachte heeft immers wel bekend dat er hennep op de zolder lag, maar hij schat dat er maar 100 kilogram hennep lag. Bovendien wordt in het dossier niet vermeld of de weegschaal van Van Gansewinkel geijkt is, aldus de raadsvrouw.

De raadsvrouw is van mening dat - gelet op het feit dat er gebruik is gemaakt van schattingen, van een niet geijkte weegschaal en bovendien uit het dossier niet duidelijk wordt waar de door Van Gansewinkel gewogen 300 kilogram hennep vandaan komt - de aanwezigheid van de ten laste gelegde hoeveelheid hennep niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Weliswaar ontstaat uit het dossier de indruk dat verdachte meer dan 100 kilogram hennep aanwezig heeft gehad, maar dit kan op grond van het onderliggende procesdossier niet met zekerheid worden vastgesteld. Gelet op het hiervoor overwogene is de raadsvrouw van mening dat verdachte met betrekking tot feit 1 moet worden vrijgesproken van het meerdere, namelijk de aanwezigheid van hennep boven de 100 kilogram.

Met betrekking tot feit 2 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het ten laste gelegde, maar dat slordig is omgegaan met de wijze waarop de inbeslagname van de munitie is gerelateerd.

7.2 Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de navolgende bewijsmiddelen.

Feit 1

Aanleiding

[Verbalisant 1] relateert dat hij op 28 november 2008 via Meld Misdaad Anoniem (MMA) een melding binnenkreeg, inhoudende dat in de drie loodsen van verdachte weedplanten stonden. [verbalisant 1] heeft op 11 december 2008 telefonisch contact gehad met [inspecteur], werkzaam op de afdeling veiligheid en handhaving van de gemeente Venray. Tijdens dit gesprek vertelde [inspecteur] dat hij eerder inspecties heeft gehouden in de loodsen van verdachte, maar dat hij tijdens deze inspecties geen hennep in de loodsen had aangetroffen. [inspecteur] deelde mede dat hij op 15 januari 2009 wederom een inspectie zou houden. Er is toen door [verbalisant 1] en [inspecteur] afgesproken dat op het moment dat tijdens de inspectie zou blijken dat op het terrein van verdachte activiteiten zouden zijn ontplooid die duidden op hennepteelt, [inspecteur] dan contact met verbalisant [verbalisant 1] zou opnemen. Op 15 januari 2009 werd [verbalisant 1] gebeld door [inspecteur], met de mededeling dat hij tijdens de inspectie op het perceel [adres] te America een ruimte had aangetroffen, waarvan de vloer gedeeltelijk was afgedekt met zwart plastic. In deze ruimte waren filters opgehangen en lagen twintig grote blauwe zakken die waren gevuld met plantendelen en plantenafval.

Op grond van deze mededeling is verbalisant [verbalisant 1] op 15 januari 2009 samen met zes andere verbalisanten naar het adres van verdachte, gelegen aan de [adres] te America, gegaan.

Hennepafval dat is aangetroffen in de witte bestelbus en in de loods die was ingericht als knipruimte

Verbalisanten [verbalisant 2], [verbalisant 3] en [verbalisant 4] relateren dat zij in het kader van de controle op het terrein van verdachte, naar de achterzijde van een aldaar gelegen stal zijn gegaan. Aan de achterzijde van deze stal zagen zij een witte Mercedes-bus staan, voorzien van het Poolse [kenteken]. De schuifdeur van deze bestelbus stond open in de richting van de achterzijde van de stal. De verbalisanten zagen dat [medeverdachte] vanaf de geopende zijde van de bus wilde weglopen in de richting van de achterzijde van de stal. Zij zagen in en bij de bus grote blauwe zakken staan die gevuld waren met takken/delen van vermoedelijk hennepplanten. Vervolgens is [medeverdachte] aangehouden.

Verbalisant [verbalisant 5] relateert dat in en bij de witte bus in beslag zijn genomen:

- tien identieke, blauwe containerzakken vermoedelijk gevuld met hennep (in beslag genomen onder voorwerpnummer 23505300-2009004876-16514).

- één doorzichtige plastic zak die opvallend groter was dan de blauwe plastic containerzakken (in beslag genomen onder voorwerpnummer 23505300-2009004876-16514).

Van zowel de inhoud van de doorzichtige plastic zak (GL code 452.442) als van de inhoud van de tien blauwe containerzakken (GL code 452.329 tot en met 452.335 en GL codes 452.440, 452.457 en 452.448) is een monster genomen.

Vervolgens is de derde loods vanaf de openbare weg onderzocht. In deze ruimte, die was ingericht voor de be- en/of verwerking van hennepplanten, werd onder meer een vloer aangetroffen die was afgedekt met een plastic zeil. In een hoek van deze ruimte stonden blauwe containerzakken die identiek waren aan de blauwe containerzakken die in de witte bestelbus zijn aangetroffen. Deze zakken waren gevuld met delen van vermoedelijk hennepplanten. De verbalisant herkende deze hennepplanten aan de specifieke geur en vorm van het blad. Van de inhoud van de zes zakken met vermoedelijk hennepafval zijn monsters genomen (GL codes 452.327, 452.328, 452.396, 452.432, 452.443 en 452.456).

Van de in totaal zestien blauwe zakken afkomstig uit de bestelbus en de loods, is één zak op een niet geijkte weegschaal gewogen. Deze zak had een totaal gewicht van twintig kilo. Verbalisant [verbalisant 5] relateert dat alle zakken ongeveer een gelijk gewicht hadden. Dat geldt ook voor de doorzichtige zak die in of bij de witte bestelbus is aangetroffen.

Alle bovengenoemde monsters zijn afzonderlijk getest . Deze test betreft een cannabis test van MMC International. Uit het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen blijkt dat zeventien monsters een positieve reactie gaven op de aanwezigheid van THC, een stof die indicatief is voor de aanwezigheid van hennep. Tien codes van de geteste monsters komen overeen met de codes van de monsters die zijn afgenomen van de zakken met vermoedelijk hennepafval. Dit betreffen de monsters met de GL codes: 452.327, 452.328, 452.329, 452.330, 452.331, 452.332, 452.333, 452.334, 452.335, en 452.396.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat toen hij op vakantie was, één van zijn voormalige werknemers, [getuige], hem heeft gebeld met de vraag of één van zijn relaties de betreffende loods mocht gebruiken om tomaten om te rapen. Verdachte verklaart dat hij [getuige] daartoe toestemming gegeven. Nadat hij terugkwam in Nederland heeft hij niet meer in de betreffende loods gekeken. Verdachte verklaart dat hij pas wist dat er hennepafval in de betreffende loods lag op het moment dat [inspecteur] tijdens de inspectie de containerzakken met hennepafval aantrof. Verdachte verklaart dat hij toen [medeverdachte] de opdracht heeft gegeven om de containerzakken met hennepafval op te ruimen.

[medeverdachte] heeft tegenover de politie verklaard dat hij gezien heeft dat er weedafval in de loods stond. [medeverdachte] verklaart dat toen de politie hem aanhield, hij bezig was om het hennepafval vanaf de loods in de witte bestelbus te laden. [medeverdachte] had de intentie om de zakken met hennepafval te lozen in de gemeentelijke bladkorven.

Hennep die is aangetroffen op de zolder van de loods van verdachte, die was ingericht als droogruimte

[verbalisant 6] relateert dat hij in het kader van het eerder genoemde politieonderzoek onder leiding van verbalisant [verbalisant 1], op 15 januari 2009 op het adres van verdachte bezig is geweest met een onderzoek naar de aanwezigheid van hennep. Tijdens dit onderzoek kwam [verbalisant 6] in een loods, waarin de douane bezig was met het ontmantelen van een soort winkeltje. Blijkens het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] betreft dit de loods die tegenover de drie andere loodsen ligt. [verbalisant 6] relateert dat hij op de zolder van deze loods meerdere containerzakken met plantendelen, vermoedelijk hennep, zag liggen. Tevens zag hij metselkuipen en een doos met daarin dezelfde plantendelen. Op de zolder zag [verbalisant 6] een aantal open en dichte containerzakken liggen, waarin vermoedelijk henneptoppen zaten. Toen [verbalisant 6] vervolgens een zeil een stuk opzij schoof, zag hij dat er houten kistjes opgestapeld stonden, waarvan de bodem voorzien was van gaas. In deze kistjes lagen eveneens vermoedelijk henneptoppen. Voorts zag [verbalisant 6] dat er een aparte ruimte was die kennelijk bestemd was voor het drogen van henneptoppen. In deze ruimte trof hij diverse ventilatoren en een kachel aan. In deze ruimte werden ook kleine doorzichtige zakken aangetroffen, waarin vermoedelijk henneptoppen werden verpakt. Aan de achterzijde van de droger stond een afzuiging met een koolstoffilter.

Verbalisant [verbalisant 6] relateert dat - onder meer - de aangetroffen hennep, de ventilatoren, de kachel, de weegschaal, de koolstoffilter en het afzuigsysteem in beslag zijn genomen.

In het aanvullende proces-verbaal van bevindingen wordt gerelateerd dat van de hennep die op de zolder is aangetroffen, niet bekend is wat het gewicht is per vuilniszak, metselkuip, houten kist of doorzichtige zak. Het totale gewicht van alle op de zolder aangetroffen hennep, zonder de verpakking, is wel gewogen. Uit de weegbon van Van Gansewinkel blijkt dat de totale partij in beslag genomen hennep 300 kilogram betreft. Van deze partij zijn vier monsters genomen, respectievelijk gecodeerd als 473.461, 473.425, 473.426 en 473.427. Blijkens het proces-verbaal met betrekking tot de gehouden cannabis test bevatten deze vier monsters allemaal hennep/cannabis.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de hennepdrogerij op de zolder van zijn loods heeft ingericht. In oktober/november 2008 is door derden bij hem een partij natte hennep afgeleverd. Daarna zijn nog kleinere partijen natte hennep bij hem afgeleverd. Tussentijds is er geen hennep bij hem opgehaald. Verdachte heeft verklaard dat hij per kilo hennep betaald zou krijgen, maar dat hij op het moment dat hij werd aangehouden alleen een voorschot van € 1500, - heeft ontvangen.

Overwegingen van de rechtbank

Met betrekking tot het verweer van de raadsvrouw – inhoudende dat verdachte niet het (voorwaardelijke) opzet heeft gehad op de aanwezigheid van hennep in de loods die was ingericht als knipruimte - overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij niet wist dat er hennepafval lag in de loods die was ingericht als knipruimte. Verdachte verklaart dat toen hij op vakantie was, één van zijn voormalige werknemers, [getuige], hem heeft gebeld met de vraag of een relatie van hem de loods mocht gebruiken om tomaten om te rapen. Verdachte heeft hiertoe toestemming gegeven. Nadat verdachte terugkwam in Nederland heeft hij niet meer in de loods gekeken en wist dus ook niet dat er hennepafval in de loods lag. Deze verklaring wordt door de verklaring van [getuige] ondersteund. Er kan op grond van de bewijsmiddelen niet worden gesteld dat de verklaringen van verdachte en [getuige] onaannemelijk zijn.

Dit neemt echter niet weg dat verdachte op het moment dat [inspecteur] tijdens de inspectie hennepafval aantrof, wel wetenschap heeft verkregen van het feit dat er hennepafval in de betreffende loods lag. Vervolgens heeft verdachte niet op de politie gewacht, maar aan [medeverdachte] de opdracht gegeven om de containerzakken met hennepafval op te ruimen. Gelet op dit actieve handelen van verdachte, terwijl hij op dat moment wel wist dat er hennepafval in de betreffende loods lag, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte] opzettelijk hennepafval aanwezig heeft gehad.

Met betrekking tot het verweer van de raadsvrouw – inhoudende dat op grond van het onderliggende procesdossier, niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte de ten laste gelegde hoeveelheid van 640 kilogram hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad - overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank is op grond van oordeel van de hierboven weergegeven bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte zowel het hennepafval dat is aangetroffen in de witte bestelbus en de loods die was ingericht als knipruimte, als de hennep die is aangetroffen op de zolder van de loods die was ingericht als droogruimte, opzettelijk aanwezig heeft gehad. Met betrekking tot de hoeveelheid hennep die verdachte aanwezig heeft gehad overweegt de rechtbank als volgt.

Er zijn tien zakken aangetroffen met plantenresten/plantendelen in de loods die was ingericht als knipruimte en zeven zakken in de witte bestelbus. Van tien van deze zakken is aan de hand van de henneptest gebleken dat deze zakken hennep bevatten. De inhoud van de zeven andere zakken is wel bemonsterd, maar deze codes komen niet terug in het proces-verbaal van het onderzoek naar verdovende middelen. Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat van deze zeventien zakken, maar één zak is gewogen op een goed werkende, maar niet geijkte weegschaal. Vervolgens wordt gerelateerd door een verbalisant dat de overige zestien zakken van ongeveer gelijk gewicht zijn.

Van de hennep die op de zolder die was ingericht als hennepdrogerij is aangetroffen, is niet bekend wat het gewicht is per vuilniszak, metselkuip, houten kist of doorzichtige zak. Het bedrijf Van Gansewinkel heeft alleen het totaal van de aangetroffen hennep gewogen. Blijkens de weegbon betrof het een partij van 300 kilogram. Het is niet bekend of deze weging op een geijkte weegschaal heeft plaatsgevonden. Er zijn vier monsters genomen van deze partij genomen, die alle vier hennep bleken te bevatten.

De rechtbank zal met betrekking tot de hoeveelheid aangetroffen hennep niet uitgaan van de onnauwkeurige wegingen en van de grove schattingen van de verbalisanten. Daarnaast kan van zeven zakken niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat deze zakken gevuld waren met hennep(afval). De rechtbank is derhalve van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte 640 kilo van een materiaal bevattende hennep aanwezig heeft gehad. Het verweer van de raadsvrouw treft dus doel.

Feit 2

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 8 mei 2009 en de drie processen-verbaal van bevindingen van [verbalisant 7], brigadier van politie te Horst, taakaccenthouder Wet wapens en munitie• acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit meermalen heeft begaan.

7.3 Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1.

hij op 15 januari 2009 te America, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Feit 2.

hij op 15 januari 2009 te America, voorhanden heeft gehad munitie van categorie III, te weten:

- 540 scherpe hageljachtpatronen, merk Rottweil, kaliber 12 en

- 20 scherpe kogelpatronen, merk RWS, type Dynamit Nobel, kaliber 30-06 en

- 34 scherpe hageljachtpatronen, merk Rottweil, kaliber 16.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende misdrijven:

Feit 1

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van

de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Opiumwet juncto 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 2

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

9. De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde, nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10. De straffen en/of maatregelen

10.1 De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte ter zake het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. Bij de hoogte van deze eis heeft de officier van justitie als uitgangspunt genomen een oriëntatiepunt voor artikel 3 onder C van de Opiumwet, zoals deze is opgesteld door het Hof ’s-Hertogenbosch. Dit oriëntatiepunt houdt in dat voor de aanwezigheid van iedere 25 kilogram softdrugs een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden moet worden opgelegd. In een recent vonnis van deze rechtbank is dit oriëntatiepunt overgenomen.

Met betrekking tot de in beslag genomen goederen heeft de officier van justitie gevorderd dat deze goederen worden onttrokken aan het verkeer, dit met uitzondering van de oranje kachel (merk Kusters GP3 OA), die kan worden geretourneerd aan verdachte.

10.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de door de officier van justitie geëiste straf aangevoerd dat zij deze straf disproportioneel hoog acht. De raadsvrouw is van oordeel dat het onverkort toepassen van oriëntatiepunten in deze zaak ongewenst is, aangezien er sprake is van veel hennepafval. Voorts heeft de raadsvrouw aangevoerd dat haar cliënt gehandeld heeft uit financiële motieven, omdat hij geen andere uitweg meer zag. De raadsvrouw verzoekt de rechtbank, gelet op het feit dat zij tot een andere bewezenverklaring komt en gelet op de persoonlijke omstandigheden van haar cliënt, de onvoorwaardelijke gevangenisstraf te maximeren tot de duur van het reeds ondergane voorarrest.

De raadsvrouw verzoekt om de teruggave te gelasten van de oranje kachel (merk Kusters GP3 OA).

10.3 De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat bij de bepaling van een strafmaat het gebruik van in de rechtspraktijk ontwikkelde uitgangspunten, ook wel oriëntatiepunten genoemd, behulpzaam kunnen zijn bij het voorkomen van onverklaarbare ongelijkheid in bestraffing bij veroordeling van verdachten voor gelijke strafbare feiten. Het kan echter niet zover gaan dat de bepaling van strafmaat een met name mathematische gevolgtrekking wordt van een beperkt aantal objectief te bepalen omstandigheden in een strafbare gedraging. De belangrijkste factor bij de bepaling van de strafmaat in een concrete zaak is naar het oordeel van de rechtbank de strafwaardigheid van de specifieke gedraging die bij de verdachte wordt bewezen verklaard in relatie tot de persoon van de verdachte.

Dat leidt er in gevallen als de onderhavige toe dat de strafmaat niet in overwegende mate dient te worden bepaald naar gelang de omvang van de partij verdovende middelen. Voor de vaststelling dient primair gekeken te worden naar de gedraging van verdachte ten aanzien van de partij en de omvang van zijn strafbare betrokkenheid, daarbij komt tevens betekenis toe aan het antwoord op de vraag of het gaat om hennep bestemd voor de handel, of om hennepafval.

In de eis van de officier van justitie komen deze uitgangspunten onvoldoende tot uitdrukking.

Bij verdachte zijn grote hoeveelheden hennep(afval) aangetroffen in een witte bestelbus, in een ruimte die was ingericht als knipruimte voor hennep en op een zolder die was ingericht als hennepdrogerij. Daarnaast is een hoeveelheid (jacht)munitie aangetroffen, die verdachte niet in zijn bezit mocht hebben.

De grote hoeveelheden hennep(afval) die in de loodsen op de boerderij van verdachte zijn aangetroffen, duiden naar het oordeel van de rechtbank op handel in deze drugs. Het is een feit van algemene bekendheid dat de handel in verdovende middelen gepaard gaat met vele vormen van criminaliteit, zowel bij degene die het verspreiden als bij de degene die om deze middelen te kunnen bekostigen vaak overgaan tot criminele activiteiten. Het in de handel brengen van deze middelen levert naar het oordeel van de rechtbank een onaanvaardbaar risico en economische ontwrichting op van de maatschappij. Verdachte heeft zich op illegale wijze trachten te verrijken zonder daarbij acht te slaan op de consequenties die dit heeft en kan hebben voor de maatschappij.

Bij de hoogte van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat verdachte al eerder is veroordeeld voor het aanwezig hebben van softdrugs en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. Verdachte moet gelet op deze eerdere veroordelingen de volledige consequenties van zijn huidige gedrag hebben kunnen voorzien. Desalniettemin heeft verdachte opnieuw een grote hoeveelheid hennep aanwezig gehad, om zich te verrijken. Daarnaast rekent de rechtbank het verdachte zwaar aan dat hij het onder 1 ten laste gelegde feit heeft gepleegd in samenwerking met zijn neef. Verdachte heeft de opdracht gegeven aan zijn neef om hennepafval weg te gooien, alvorens de politie ter plaatse zou komen. Hierdoor heeft verdachte misbruik gemaakt van het vertrouwen van zijn neef, die hierdoor ook betrokken is geraakt bij de criminele activiteiten van verdachte.

Ten voordele van verdachte heeft de rechtbank bij de strafoplegging rekening gehouden met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van strafrecht en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die zijn vermeld in het over verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport d.d. 24 april 2009 en door de raadsvrouw ter terechtzitting naar voren zijn gebracht.

Gelet op die grote hoeveelheden aangetroffen drugs acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langere duur op zijn plaats. De rechtbank zal echter een veel lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist.

10.4 Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat de navolgende in beslag genomen goederen dienen te worden onttrokken aan het verkeer:

- 300 kilogram hennep;

- acht grijze ventilatoren (merk BLT);

- vijf zwarte ventilatoren (merk Grounttools);

- een weegschaal (merk ADE);

- een koolstoffilter.

Genoemde, aan de verdachte toebehorende, voorwerpen zijn in hun gezamenlijkheid van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet, terwijl die voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane misdrijf ten laste gelegd onder 1 zijn aangetroffen en kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke misdrijven.

De rechtbank is van oordeel dat de navolgende in beslag genomen voorwerpen eveneens moeten worden onttrokken aan het verkeer:

- 251 hagelpatronen kaliber 12 (merk Rottweill).

Genoemde, aan verdachte toebehorende, voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer aangezien met behulp van deze voorwerpen het feit onder 2 is begaan, terwijl die voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

10.5 Teruggave

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat onder meer in beslag genomen is:

- een oranje kachel (merk Kusters GP3 OA).

Nu met betrekking tot dit voorwerp niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, dient dit voorwerp te worden teruggegeven aan verdachte.

11. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 36b, 36c, 47, 57, 63, 91;

Opiumwet art. 3, 11;

Wet wapens en munitie art. 26, 55.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

ontrekt aan het verkeer:

- 300 kilogram hennep;

- acht grijze ventilatoren (merk BLT);

- vijf zwarte ventilatoren (merk Grounttools);

- een weegschaal (merk ADE);

- een koolstoffilter.

- 251 hagelpatronen kaliber 12 (merk Rottweill);

gelast de teruggave van:

- een oranje kachel (merk Kusters GP3 OA),

aan verdachte.

Vonnis gewezen door mrs. F. Oelmeijer, A.K. Kleine en E.A.M. van Oorschot, rechters, van wie mr. A.K. Kleine voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.P. van der Pijl als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 8 mei 2009.

Mr. A.K. Kleine is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

typ: PIJL