Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BI2603

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
28-04-2009
Datum publicatie
29-04-2009
Zaaknummer
239796 \ CV EXPL 09-1563
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Verstek
Inhoudsindicatie

Oneigenlijk gebruik van procesrecht door zoveel tijd te laten verstrijken alvorens zonder nadere mortivering vordering in rechte op te eisen en ook nog rente te vordren. De gevorderde rente wordt daarom afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector kanton

Zaaknummer: 239796 \ CV EXPL 09-1563

Verstekvonnis van de kantonrechter te Roermond d.d. 28 april 2009

in de zaak van:

de onderlinge waarborgmaatschappij O.W.M. De Friesland Zorgverzekeraar U.A., gevestigd te Leeuwarden,

eiseres,

gemachtigde: de LAVG Breda,

tegen:

[gedaagde], wonende te [woonplaats] aan de [adres],

gedaagde,

niet verschenen,

niet geantwoord.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Eiseres heeft op gronden als omschreven in de dagvaarding gevorderd, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van gedaagde tot betaling aan eiseres van de bedragen en rente als in de dagvaarding vermeld, kosten rechtens.

1.2. De vordering van eiseres is als volg samengesteld:

- aan nominale premie ingevolge de Ziekenfondswet over (een deel van) de periode 1 januari 1999 tot 1 juli 2005 een bedrag van EUR 1.403,34;

- aan rente berekend tot 1 februari 2009 een bedrag van EUR 802,09 en

- aan buitengerechtelijke kosten een bedrag van EUR 357,00.

1.3. Gedaagde heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om uiterlijk op de zitting (als in de dagvaarding vermeld) te antwoorden en heeft ook niet om uitstel verzocht.

2. Het oordeel van de kantonrechter

2.1. Nu gedaagde niet is verschenen blijft de vordering onweersproken en mag de rechter op grond van artikel 3:322 BW niet ambtshalve het middel van verjaring toepassen.

2.2. Nu eiseres geen enkele motivering geeft op grond waarvan zij zoveel tijd heeft laten verstrijken alvorens haar vordering in rechte op te eisen had het in elk geval in het kader van de op grond van artikel 111 Rv op eiseres rustende stelplicht, op de weg van eiseres gelegen om gemotiveerd aan te geven waarom zoveel tijd is verlopen alvorens gedaagde is aangesproken. Nu zij dit niet heeft gedaan, in elk geval hiervan niets is gesteld noch gebleken, en eerst thans gedaagde in rechte aanspreekt maakt eiseres daarmede oneigenlijk gebruik van het procesrecht door eveneens rente te berekenen over het openstaande factuurbedrag vanaf de factuurdatum welke wat betreft de langst verschuldigde premie naar de kantonrechter aanneemt ligt in februari 1999. De gevorderde rente zal daarom op grond van oneigenlijk gebruik van procesrecht worden afgewezen.

2.3. De onweersproken vordering van eiseres komt de kantonrechter overigens niet onrechtmatig en/of ongegrond voor zodat deze voor het overige bij verstek moet worden toegewezen.

3. De beslissing

3.1. Veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van EUR 1.760,34, te vermeerderen met de wettelijke rente over EUR 1.403,34 vanaf 3 maart 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

3.2. Veroordeelt gedaagde voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eiseres gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van EUR 481,48, waarin begrepen een bedrag van EUR 175,00 als salaris voor de gemachtigde van eiseres.

3.3. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

3.4. Ontzegt aan eiseres het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns, kantonrechter, en ter openbare civiele terechtzitting op 28 april 2009 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.