Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BI0860

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
09-04-2009
Datum publicatie
14-04-2009
Zaaknummer
AWB 08 / 1190
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep tegen verlening vergunning voor evenement, dat inmiddels heeft plaatsgevonden. Beroep wordt slechts nog gehandhaafd omdat verkeerde plaatsaanduiding in de vergunning staat. Gebleken is echter dat evenement niet op de in de vergunning aangeduide locatie heeft plaatsgevonden en ook in de toekomst niet aldaar zal plaatshebben. Nu ook geen sprake is van (een) schade(belang) wordt het beroep wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector bestuursrecht, enkelvoudige kamer

Procedurenummer: AWB 08 / 1190

Uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

inzake

[eiser] te [woonplaats], eiser,

tegen

het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Maasgouw, verweerder.

1. Procesverloop

1.1. Bij besluit van 17 maart 2008 heeft verweerder vergunning, respectievelijk ontheffingen verleend aan Stunt Movie Production ten behoeve van een stuntshow op zaterdag 29 maart 2008 op het parkeerterrein bij dagstrand "de Kis" te Stevensweert.

1.2. Hiertegen is bij schrijven van 26 maart 2008 door eiser bezwaar gemaakt bij verweerder.

1.3. Bij het bestreden besluit van 17 juni 2008, verzonden op 19 juni 2008, is besloten tot het niet ontvankelijk verklaren van het bezwaar van eiser wegens het ontbreken van een rechtstreeks, persoonlijk belang.

1.4. Tegen dit besluit van 17 juni 2008 is door eiser bij schrijven van 18 juli 2008, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 22 juli 2008, beroep ingesteld.

1.5. De rechtbank heeft ambtshalve besloten om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:52 van de Awb. Hiervan zijn partijen bij brieven van 24 juli 2008 in kennis gesteld.

1.6. De door verweerder ter uitvoering van artikel 8:42 van de Awb ingezonden stukken en het verweerschrift zijn in afschrift aan eiser gezonden.

1.7. Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank op 1 april 2009, waar eiser is verschenen en waar verweerder zich heeft doen vertegenwoordigen door mr. L. Smeets-Sanders.

2. Overwegingen

2.1. De rechtbank dient te beoordelen of het bestreden besluit van 17 juni 2008 de rechterlijke toets kan doorstaan. Daarbij mag de rechtbank enkel beoordelen of verweerder terecht het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk heeft verklaard en terecht niet is overgegaan tot inhoudelijke behandeling van het bezwaar.

2.2. De rechtbank zal zich echter eerst uitlaten over de ambtshalve te beantwoorden vraag of eiser nog belang heeft bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Daartoe overweegt zij het navolgende.

2.3. Ter zitting heeft verweerder desgevraagd toegelicht dat de vermelding in het primaire besluit van het plaatsvinden van het bewuste evenement op dagstrand “de Kis” te Stevensweert op een misvatting berust en verwarring kan wekken omdat het gehele gebied wel wordt aangeduid als “de Kis”. Het uiteindelijke evenement heeft plaatsgevonden op de parkeerplaats bij de Jachthaven, zijnde op verhard terrein, gelegen op 900 meter van de woning van eiser. Het terrein naast eisers woning is onverhard, ongeschikt om als terrein voor een evenement te dienen en is (mede om die reden) ook niet opgenomen in het evenementenbeleid van verweerders gemeente. De vrees van eiser, dat in de toekomst een evenement naast zijn perceel zou kunnen plaatsvinden, is dan ook ongegrond.

2.4. Eiser heeft de stelling ingenomen dat de vergunning destijds is afgegeven voor het parkeerterrein van het dagstand "De Kis", direct grenzend aan zijn woning en niet voor een geheel andere plek, 900 meter verderop. Nu het terrein, waarvoor het evenement is vergund, verkeerd in de vergunning staat vermeld, is hij van mening dat hij een principieel oordeel hierover kan vragen aan de rechter, mede nu een evenement heeft plaatsgevonden (parkeerterrein Jachthaven) waarvoor formeel-juridisch en naar de letter van het primaire besluit geen vergunning is verleend.

2.5. De rechtbank stelt voorop dat van de aanwezigheid van (voldoende) processueel belang dient te worden uitgegaan als het resultaat dat de indiener van het bezwaar- of beroepschrift met het maken van bezwaar of het indienen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk bereikt kan worden en het realiseren van dat resultaat voor betrokkene feitelijke betekenis niet kan worden ontzegd. Daarbij zij voorts vermeld dat van de rechter geen uitspraak kan worden gevraagd uitsluitend vanwege de principiële betekenis daarvan. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) is in het kader van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de administratieve rechter geroepen tot het beantwoorden van rechtsvragen indien sprake is van een geschil met betrekking tot een besluit van een bestuursorgaan. Indien het geschil niet (langer) bestaat kan van de rechter geen uitspraak worden verwacht uitsluitend met het oog op de principiële betekenis ervan. In dit kader overweegt de rechtbank dat er een te verwaarlozen kans bestaat dat een soortgelijk besluit wederom tot een geschil zal kunnen leiden tussen partijen, nu verweerder het bewuste parkeerterrein naast eisers perceel niet voor ogen had en in de toekomst niet zal vergunnen als terrein waarop (het parkeren ten behoeve van) een evenement zal plaatsvinden.

2.6. Voorts merkt de rechtbank op dat de bewuste evenementenvergunning inmiddels is ‘uitgewerkt’, zodat er geen (proces)belang meer voor eiser aanwezig is bij het verkrijgen van een uitspraak op zijn beroep. Een uitzondering hierop zou gelegen kunnen zijn in het feit dat schade is gelegen als gevolg van de bestuurlijke besluitvorming, echter dit heeft eiser op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt.

2.7 Nu hij slechts heeft gepersisteerd bij (handhaving van) zijn beroep met als enige reden dat in het primaire besluit een verkeerde locatie staat aangeduid en hij om die reden intrekking van de evenementenvergunning wenst, ziet de rechtbank hierin, mede gelet op vorenstaande overwegingen, onvoldoende aanleiding om hem in zijn beroep te ontvangen.

3. Beslissing

De rechtbank Roermond;

gelet op het bepaalde in artikel 8:70 van de Algemene wet bestuurswet;

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gedaan door mr. drs. E.J. Govaers in tegenwoordigheid van M.B.G. Cox-Vorage als griffier en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2009.

Voor eensluidend afschrift:

de griffier,

verzonden op: 9 april 2009

Een belanghebbende en het bestuursorgaan kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Ingevolge artikel 6:5 van de Awb bevat het beroepschrift een of meer grieven tegen de uitspraak en moet een afschrift van de uitspraak bij het beroepschrift worden overgelegd.