Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BI0806

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
10-04-2009
Datum publicatie
10-04-2009
Zaaknummer
04/620042-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak feiten 1 en 2 (zedenzaken). Tenlastegelegd dat verdachte door (bedreiging met) geweld of een andere feitelijkheid het slachtofer heeft gedwongen tot het ondergaan van het seksueel binnendringen van het lichaam respectievelijk het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen.

Geen sprake van geweld of bedreiging met geweld. Van door een feitelijkheid dwingen tot het dulden van de handelingen kan slechts sprake zijn indien de verdachte, door die feitelijkheid, opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die handelingen tegen haar wil heeft ondergaan. Geen bewijs dat verdachte gebruik heeft gemaakt van fysiek en/of geestelijk overwicht, dat hij in de in de tenlastelegging genoemde hoedanigheden over het slachtoffer had en dat de verdachte daardoor opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer de ontuchtige handelingen tegen haar wil heeft ondergaan.

Ontuchtige handelingen plegen met het slachtoffer dat nog geen zestien jaar oud was. Uit het dossier blijkt niet onomstotelijk dat de tenlastegelegde handelingen zijn gepleegd toen het slachtoffer nog geen 16 jaar oud was.

Bewezenverklaring feit 3: vervaardigen en in bezit hebben van afbeeldingen van seksuele gedragingen en feit 4: telen en aanwezig hebben van hennepplanten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Parketnummer : 04/620042-07

Uitspraak d.d. : 10 april 2009

TEGENSPRAAK

VONNIS

van de rechtbank Roermond,

meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

naam : [Verdachte]

voornamen : [voornamen]

geboren op : [geboortedatum en plaats]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 maart 2009.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1.

hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 03 maart 2006 in het arrondissement(en) Roermond en/of 's-Hertogenbosch door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], bestaande

uit het brengen of steken van zijn tong in de mond van die [slachtoffer]

en/of uit het brengen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer]

en/of uit het brengen van zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer]

en/of uit het brengen van een dildo

en/of een ander speeltje in de vagina van die [slachtoffer]

en/of uit het brengen van de penis in de mond van die [slachtoffer],

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit

het samen met die [slachtoffer] rijden naar (een) afgelegen plek(ken)

en/of het tegen haar wil kussen van die [slachtoffer]

en/of het tegen haar wil wrijven over de benen van die [slachtoffer]

en/of het tegen die [slachtoffer] zeggen dat "zij vriend en vriendin waren en dat het allemaal daarbij hoorde", in elk geval woorden van soortgelijke aard en strekking,

en/of het vastpakken en/of vasthouden van de hand(en) van die [slachtoffer]

en/of het duwen of trekken, in elk geval brengen, van de hand(en) van die [slachtoffer] naar de penis van hem, verdachte, en/of het meermalen, althans eenmaal, tegen die [slachtoffer] zeggen "dat dit niemand mocht weten"

en/of dat zij het tegen niemand mocht zeggen, "dat er anders problemen zouden kunnen komen", in elk geval woorden van soortgelijke aard en strekking,

en/of gezien het feit de moeder van die [slachtoffer] overleden was en zij bij haar vader verbleef en hij, verdachte een heel goede bekende van haar vader was en heel veel bij hen thuis kwam, het misbruik maken van uit (een) feitelijke verhouding(en) voortvloeiend overwicht van hem, verdachte, op die [slachtoffer]

en/of het veelvuldig sms'en en bellen naar die [slachtoffer] en/of het onder zodanige psychische druk brengen van die [slachtoffer], dat die [slachtoffer] de controle over haarzelf kwijt was

en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

(artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht)

Althans indien terzake het vorenstaande onder 1 geen veroordeling zou volgen:

hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met mei 2003 in het arrondissement Roermond met [slachtoffer], geboren [geboortedatum], die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], bestaande uit het brengen of steken van zijn tong in de mond van die [slachtoffer]

en/of uit het brengen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer]

en/of uit het brengen van de penis in de mond van die [slachtoffer]

en/of uit het ontuchtig voelen aan of betasten van de vagina van die [slachtoffer]

en/of uit het ontuchtig kussen van die [slachtoffer]

en/of uit het ontuchtig door die [slachtoffer] doen vastpakken van en/of wrijven over de penis van verdachte

en/of uit het doen aftrekken van verdachte door die [slachtoffer];

(artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht)

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 03 maart 2006 in de/het arrondissement(en) Roermond en/of 's-Hertogenbosch door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het ontuchtig voelen aan of betasten van de vagina van die [slachtoffer]

en/of uit het ontuchtig kussen van die [slachtoffer]

en/of uit het ontuchtig door die [slachtoffer] doen vastpakken van en/of wrijven over de penis van verdachte

en/of uit het doen aftrekken van verdachte door die [slachtoffer]

en/of uit het likken aan de borst(en) van die [slachtoffer]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit

het samen met die [slachtoffer] rijden naar (een) afgelegen (donkere) plek(ken)

en/of het tegen haar wil kussen van die [slachtoffer]

en/of het tegen die [slachtoffer] zeggen dat "zij vriend en vriendin waren en dat het allemaal daarbij hoorde"

en/of het vastpakken en.of vasthouden van de hand(en) van die [slachtoffer]

en/of het brengen van de hand(en) van die [slachtoffer] naar de penis van hem, verdachte,

en/of het meermalen, althans eenmaal, tegen die [slachtoffer] zeggen "dat dit niemand mocht weten"

en/of "dat zij het tegen niemand mocht zeggen, dat er anders problemen zouden kunnen komen", in elk woorden van soortgelijke aard en strekking,

en/of gezien het feit de moeder van die [slachtoffer] overleden was en zij bij haar vader verbleef en hij, verdachte een heel goede bekende van haar vader was en heel veel bij hen thuis kwam, het misbruik maken van uit (een) feitelijke verhouding(en) voortvloeiend overwicht van hem, verdachte, op die [slachtoffer]

en/of het veelvuldig sms'en en bellen naar die [slachtoffer]

en/of het onder zodanige psychische druk brengen van die [slachtoffer] dat die [slachtoffer] de controle over haarzelf kwijt was;

(artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht)

Althans indien terzake het vorenstaande onder 2 geen veroordeling zou volgen:

hij in de periode 1 januari 2003 tot en met mei 2003 in het arrondissement Roermond met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het ontuchtig voelen aan of betasten van de vagina van die [slachtoffer]

en/of uit het ontuchtig kussen van die [slachtoffer]

en/of uit het ontuchtig door die [slachtoffer] doen vastpakken van

en/of wrijven over de penis van verdachte

en/of uit het doen aftrekken van verdachte door die [slachtoffer];

(artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht)

3.

hij in of omstreeks de maand(en) november 2004 en/of december 2004, in elk geval in de periode van 22 november 2004 tot en met 27 februari 2007, in de gemeente Roermond, in elk geval in Nederland, één of meer afbeelding(en) en/of een of meer gegevensdrager(s), bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde

afbeelding(en) (telkens) [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], zijnde een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, te weten een of meer harde schijf/schijven en/of een camera, althans memorystick, met onder meer de navolgende afbeeldingen:

-SC00586.jpg

Een meisje zit geknield met ontbloot onderlijf en ontblote borsten voor een volwassen man en houdt zijn erecte penis in haar mond;

en/of

-kareldmp/14 C-02

een foto met de afbeelding van een naakte man die zijn penis vasthoudt en voor die man een jonge vrouw, geknield op een tegelvloer, die haar trui boven haar borsten heeft en die in de richting van de penis van die man kijkt;

en/of

een foto met de afbeelding van een naakte man die zijn penis vasthoudt en voor die man een jonge vrouw, geknield op een tegelvloer en slechts gekleed in een witte trui met lange mouwen, die de penis van die man in haar mond heeft;

en/of

een foto met de afbeelding van een naakte man en een jonge vrouw, slechts gekleed in een witte trui en die trui tot net boven haar borsten omhoog heeft, die de penis en/of balzak van die man vasthoudt ;

en/of

een foto met de afbeelding van een naakte man die zijn penis vasthoudt en voor die man een jonge vrouw, geknield op een tegelvloer en slechts gekleed in een witte trui met lange mouwen en die trui tot net boven haar borsten omhoog

heeft, die de penis van die man in haar mond heeft en die haar linkerhand ter hoogte van de balzak van die man heeft;

en/of

een foto met de afbeelding van een naakte man en een jonge vrouw, die haar trui tot net boven haar borsten omhoog heeft en die de penis en/of balzak van die man vasthoudt;

heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad;

(artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht)

4.

hij in of omstreeks de periode van mei 2006 tot en met 27 februari 2007 in de gemeente Roermond

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of afgeleverd en/of aanwezig heeft gehad een groot aantal hennepplanten, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

(artikel 3 van de Opiumwet)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

7. Bewijsoverwegingen

7.1 Standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 27 maart 2009 gevorderd dat het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde. De seksuele handelingen die hebben plaatsgevonden waren zonder dwang en volledig vrijwillig. Voorts vond een en ander pas plaats nadat het vermeende slachtoffer 16 jaar was geworden. Ook de foto’s van feit 3 zijn gemaakt met toestemming van het vermeende slachtoffer en al vrij snel daarna door verdachte gewist.

7.2 Vrijspraakoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair en 2 subsidiair is ten laste gelegd.

De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Onder 1 primair en 2 primair is tenlastegelegd dat verdachte door (bedreiging met) geweld of een andere feitelijkheid het slachtoffer heeft gedwongen tot het ondergaan van het seksueel binnendringen van het lichaam respectievelijk het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen. Noch uit de aangifte van het slachtoffer noch uit de verklaring van verdachte blijkt dat er sprake is geweest van geweld of bedreiging met geweld.

Voor de beoordeling van de tenlastegelegde feiten is derhalve van belang of er sprake is geweest van andere feitelijkheden dan geweld of bedreiging met geweld. De Nota naar aanleiding van het eindverslag (Kamerstukken II, 1989-1990, 20 930, nr. 8, blz. 8) bij de Wet tot wijziging van de artikelen 242 e.v. Sr (Stb.1991, 519) houdt ten aanzien van de vraag wanneer er sprake kan zijn dat iemand door een feitelijkheid wordt gedwongen in: “Het gaat er (..) om dat de feitelijkheid zo bedreigend moet zijn dat wanneer zij niet wordt gebezigd, het slachtoffer niet zou hebben gehandeld of nagelaten, althans niet op het ogenblik waarop en in de omstandigheden waarin hij (zij) thans gehandeld heeft of niet gehandeld heeft. Er moet dus een relatie zijn tot het middel en het handelen of nalaten. Als een feitelijkheid zeer bedreigend is voor het slachtoffer zal zij geen weerstand meer kunnen bieden.” Van door een feitelijkheid dwingen tot het dulden van de handelingen kan derhalve slechts sprake zijn indien de verdachte, door die feitelijkheid, opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die handelingen tegen haar wil heeft ondergaan.

Uit de zich in het dossier bevindende verklaringen kan niet worden afgeleid dat verdachte gebruik heeft gemaakt van fysiek en/of geestelijk overwicht, dat hij in de in de tenlastelegging genoemde hoedanigheden over het slachtoffer had en dat de verdachte daardoor opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer de ontuchtige handelingen tegen haar wil heeft ondergaan. De verdachte moet dan ook van de onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde onderdelen worden vrijgesproken.

Onder 1 subsidiair en 2 subsidiair is tenlastegelegd dat verdachte ontuchtige handelingen heeft gepleegd met het slachtoffer [slachtoffer], toen zij nog geen zestien jaar oud was. Uit het dossier blijkt niet onomstotelijk dat de tenlastegelegde handelingen zijn gepleegd toen het slachtoffer nog geen 16 jaar oud was. Gelet op de gerezen twijfel ten aanzien van de leeftijd van het slachtoffer ten tijde van de seksuele contacten tussen haar en verdachte acht de rechtbank dan ook onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig dat het slachtoffer ten tijde van de in de tenlastelegging vermelde handelingen nog geen zestien jaar oud was, zodat verdachte ook van het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

7.3 Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen. De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

7.3.1 (Samenvatting van de) bewijsmiddelen

Ten aanzien van feit 3 :

[slachtoffer], die geboren is op [geboortedatum], verklaart dat verdachte en zij seksuele handelingen hebben verricht, waarbij verdachte met een digitale camera foto’s heeft gemaakt, bij hem thuis in Roermond, [adres]. De eerste foto is gemaakt toen zij 16 jaar oud was. Zij zat toen in het eerste jaar van haar opleiding. Ten tijde van haar aangifte op 24 november 2006 zat zij in het derde jaar van die opleiding en heeft geen jaar gedoubleerd.

De verbalisant H.S.M. Princen onderzoekt de gegevens op de PC van verdachte. Bij een datarecovery wordt een verwijderde digitale foto aangetroffen, waarop een volwassen man en een jonge vrouw seksueel contact hebben. De foto is aangetroffen op de tweede harde schijf in de computer. De foto is genaamd _SC00586.jpg. De foto is bewerkt op 9 december 2004 om 16.33 uur en op de harde schijf geplaatst op 22 september 2005 te 13.39 uur. Op de foto zit een meisje geknield met ontbloot onderlijf en ontblote borsten voor een volwassen man en houdt zijn penis, in erectie, in haar mond.

In een digitale camera bevindt zich een memory stick. Na de uitvoering van een datarecovery procedure worden 42 verwijderde foto’s weer zichtbaar. Hierbij zijn vijf foto’s, waarop een man en een jonge vrouw erotische handelingen bij elkaar uitvoeren. De foto’s zijn, gerelateerd aan de datum- en tijdinstelling van de camera, gemaakt op 22 november 2004 tussen 17.48 uur en 17.52 uur.

- Op de eerste foto staat een afbeelding van een naakte man die zijn penis vasthoudt en voor die man zit een jonge vrouw, geknield op een tegelvloer, die haar trui boven haar borsten heeft en die in de richting van de penis van die man kijkt.

- Op de tweede foto staat een afbeelding van een naakte man die zijn penis vasthoudt en voor die man zit een jonge vrouw, geknield op een tegelvloer en slechts gekleed in een witte trui met lange mouwen, die de penis van die man in haar mond heeft.

- Op de derde foto staat de afbeelding van een naakte man en een jonge vrouw, die slechts gekleed is in een witte trui en die de trui tot net boven haar borsten omhoog heeft. De vrouw houdt de penis en/of de balzak van die man vast.

- Op de vierde foto staat de afbeelding van een naakte man die zijn penis vasthoudt en voor die man zit een jonge vrouw, geknield op een tegelvloer, welke vrouw slechts gekleed is in een witte trui met lange mouwen en die de trui tot net boven haar borsten omhoog heeft. De vrouw heeft de penis van die man in haar mond en zij heeft haar linkerhand ter hoogte van de balzak van die man.

- Op de vijfde foto staat de afbeelding van een naakte man en een jonge vrouw, die haar trui tot net boven haar borsten omhoog heeft en die de penis en/of balzak van die man vasthoudt.

Verdachte verklaart dat hij in zijn woning in de gemeente Roermond afbeeldingen heeft gemaakt van seksuele handelingen met [slachtoffer] en deze heeft opgeslagen op een memorykaart van een digitale camera en op de harde schijf van zijn computer.

Ten aanzien van feit 4 :

Op 27 februari 2007 betreedt de verbalisant W.J.M. Nakken de woning aan het [adres] te Roermond. In de kelder van de woning ziet hij een niet in werking zijnde, maar gebruiksklare inrichting voor de teelt van hennep c.q. landbouwproducten. Op de vloer ziet hij een plastic vuilniszak met daarin afval van plantresten van de hem bekende soort cannabis Sativa L staan. Aan de specifieke lancetvormige groene bladeren en aan de voor de hennepplant specifieke geur herkent hij de plant als een hennepplant. De resten zijn van het vrouwelijke geslacht. In de ruimte zijn 84 gebruikte plantenpotten aanwezig, waarin zich wortels van hennepplanten bevinden. Ten behoeve van monsterneming, onderzoek en weging draagt de verbalisant de plastic vuilniszak met ongeveer 2 kilo afval van hennepplanten over aan het Drugs Overlast team Roermond.

Bij onderzoek door middel van de beoordeling van de uiterlijke kenmerken van een monster uit de hoeveelheid gedroogde plantenresten met een nettogewicht van 2240 gram van het materiaal en gebruikmaking van de Narcotic-Identification-Test wordt een indicatie verkregen dat het materiaal hennep bevat.

Verdachte verklaart dat hij in de periode van mei 2006 tot en met 27 februari 2007, tezamen met een ander, in zijn woning aan het [adres] te Roermond een hennepplantage heeft gehad. In mei/juni 2006 heeft hij samen met die ander, nadat zij daarover een afspraak hadden gemaakt, een plantage ingericht in de kelder van zijn woning. De eerste keer heeft hij er 80 planten neergezet en de tweede keer ook 80. De tweede keer hebben de planten er 8 weken gestaan, waarna de ander, die regelmatig kwam controleren, de planten heeft meegenomen en hem volgens afspraak € 2.650,-- heeft betaald.

7.4 Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

3.

hij in de maanden november 2004 en/of december 2004, in de gemeente Roermond, afbeeldingen en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen telkens [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], zijnde een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, te weten een harde schijf en een memorystick, met onder meer de navolgende afbeeldingen:

-SC00586.jpg

een meisje zit geknield met ontbloot onderlijf en ontblote borsten voor een volwassen man en houdt zijn erecte penis in haar mond;

en

-kareldmp/14 C-02

een foto met de afbeelding van een naakte man die zijn penis vasthoudt en voor die man een jonge vrouw, geknield op een tegelvloer, die haar trui boven haar borsten heeft en die in de richting van de penis van die man kijkt;

en

een foto met de afbeelding van een naakte man die zijn penis vasthoudt en voor die man een jonge vrouw, geknield op een tegelvloer en slechts gekleed in een witte trui met lange mouwen, die de penis van die man in haar mond heeft;

en

een foto met de afbeelding van een naakte man en een jonge vrouw, slechts gekleed in een witte trui en die trui tot net boven haar borsten omhoog heeft, die de penis en/of balzak van die man vasthoudt ;

en

een foto met de afbeelding van een naakte man die zijn penis vasthoudt en voor die man een jonge vrouw, geknield op een tegelvloer en slechts gekleed in een witte trui met lange mouwen en die trui tot net boven haar borsten omhoog

heeft, die de penis van die man in haar mond heeft en die haar linkerhand ter hoogte van de balzak van die man heeft;

en

een foto met de afbeelding van een naakte man en een jonge vrouw, die haar trui tot net boven haar borsten omhoog heeft en die de penis en/of balzak van die man vasthoudt;

heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad;

4.

hij in de periode van mei 2006 tot en met 27 februari 2007 in de gemeente Roermond tezamen en in vereniging met een ander, meermalen, telkens opzettelijk heeft geteeld en aanwezig heeft gehad ongeveer 80 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde en kwalificatie.

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende strafbare misdrijven:

Ten aanzien van feit 3:

een afbeelding of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding, van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen of in bezit hebben, meermalen gepleegd.

De misdrijven zijn strafbaar gesteld bij artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 4:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 11 van de Opiumwet.

9. De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10. De straffen en/of maatregelen

10.1 De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 27 maart 2009 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van 18 maanden, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

10.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat volstaan kan worden met de oplegging van een (deels) voorwaardelijke werkstraf.

10.3 De overwegingen van de rechtbank

Verdachte heeft foto’s gemaakt van seksuele gedragingen, waarbij een minderjarig meisje betrokken was en deze foto’s opgeslagen in zijn computer. Blijkens de wetsgeschiedenis (MvA 27 745, p. 5) gaat het bij de strafbaarstelling van kinderporno gaat het anders dan bij ontucht niet alleen om het voorkomen van schade aan het kind dat bij de vervaardiging van kinderporno betrokken is geweest als gevolg van die vervaardiging, maar ook om het voorkomen van schade aan dat kind en kinderen in het algemeen door het in omloop brengen van dat beeldmateriaal. De instemming van een 16- of 17-jarige met de vervaardiging en de verspreiding van kinderporno neemt de schadelijke effecten ervan niet weg. Niet zelden worden zij naderhand, soms vele jaren later, via internet, dvd, mobiele telefoon of op andere wijze geconfronteerd met afbeeldingen waarop seksuele handelingen zichtbaar zijn waar zij bij betrokken zijn geweest. De voortdurende onzekerheid dat de van hen gemaakte afbeeldingen ooit zullen worden gepubliceerd, kan tot psychische schade leiden.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het telen van hennepplanten, waarbij hij slechts oog heeft gehad voor zijn persoonlijk gewin en zich niet heeft bekommerd om de schade die hiervan het gevolg kan zijn.

Uit het uittreksel uit het Justitieel Documentatie Register blijkt dat verdachte niet eerder soortgelijke feiten heeft gepleegd.

Uit het over verdachte op 25 februari 2009 door de Reclassering Nederland te Roermond uitgebracht voorlichtingsrapport en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen blijkt dat verdachte spijt heeft van zijn handelen en dat de recidivekans gering is.

Gelet op de ernst van de door verdachte gepleegde feiten en de straffen die in vergelijkbare zaken wordt opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat volstaan kan worden met de oplegging van een aanzienlijke geldboete. Bij de vaststelling van de geldboete heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van verdachte in een mate waarin dat nodig wordt geacht met het oog op een passende bestraffing van verdachte. Verdachte wordt door die vaststelling in diens inkomen en vermogen niet onevenredig getroffen.

10.4 Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomene, te weten

1 Harddisk, MAXTOR,

1 SONY geheugenkaart,

dient te worden onttrokken aan het verkeer.

Genoemde voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer aangezien met betrekking tot dan wel met behulp van die voorwerpen het onder 3 bewezen verklaarde feit is begaan, terwijl die voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

10.5 De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer], [adres], heeft een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten geleden immateriële schade.

[slachtoffer] voornoemd heeft de immateriële schade op een bedrag van € 6.000,-- gesteld en wil die schade vergoed krijgen.

Aangezien aan de vordering deels een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, is de vordering naar het oordeel van de rechtbank niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding en zal de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering dienen te worden verklaard en zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Aangezien de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard, zal de verdachte niet worden veroordeeld in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt.

Niet gebleken is dat verdachte (extra) kosten heeft gemaakt ten aanzien van de civiele vordering. De benadeelde partij zal dan ook niet worden veroordeeld in de kosten die door de verdachte zijn gemaakt.

11. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 23, 24, 24c, 36b, 36c, 55, 57, 91, 240b;

Opiumwet art. 3, 11.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 3 en 4 ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een geldboete van € 2.500,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 35 dagen;

verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

1 harddisk, Maxtor,

1 geheugenkaart, Sony;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer], [adres], niet ontvankelijk in haar vordering, bepaalt dat de benadeelde partij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Vonnis gewezen door mrs. M.J.A.G. van Baal, V.P. van Deventer en A.K. Kleine,

rechters, van wie mr. V.P. van Deventer voorzitter, in tegenwoordigheid van

P.J.T. Frijns als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de

rechtbank op 10 april 2009.