Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BI0763

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
10-04-2009
Datum publicatie
10-04-2009
Zaaknummer
04/620190-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor het in het bezit hebben van twee kinderpornografische

webcamfilms. De rechtbank acht op grond van zowel het relaas van de verbalisant als de eigen waarneming ter

terechtzitting wettig en overtuigend bewezen dat de jongens die betrokken zijn bij beide webcamfilms kennelijk nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Parketnummer : 04/620190-06

Uitspraak d.d. : 10 april 2009

TEGENSPRAAK

VONNIS

van de rechtbank Roermond,

meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

naam : [naam]

voornamen : [voornamen]

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres]

plaats : [plaats]

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 maart 2009.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

hij op of omstreeks 11 januari 2007 in de gemeente [plaats], in elk geval in Nederland, één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (twee films) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, te weten een harde schijf met onder meer de navolgende afbeelding(en) en/of film(s) in de map Mijn Documenten\Mijn muziek:

- een webcamfilm genaamd: [bestandsnaam]

Een geklede jongen in de leeftijd van 14-17 jaar oud trekt zijn sweatshirt uit waardoor zijn bovenlichaam naakt is. Vervolgens opent de jongen zijn broek en trekt deze naar beneden. Na enkele minuten gaat de jongen met de hand in zijn onderbroek. Hierop trekt de jongen zijn onderbroek omlaag waarop hij zijn stijve penis begint af te trekken. Aan het einde van de film ejaculeert de jongen ogenschijnlijk,

- een webcamfilm genaamd: [bestandsnaam]

Een naakte jongen in de leeftijd van 10-14 jaar oud gaat op een stoel voor de webcam zitten. Zijn penis is stijf. De jongen staat op en zet de webcam zodanig dat deze gericht staat op zijn penis. De jongen begint aan zijn penis te trekken en draait zich vervolgens met zijn blote billen naar de camera. Nadat de jongen is gaan zitten, duwt hij zijn vinger in zijn anus. Na enige tijd gaat de jongen staan en duwt een schaar in zijn anus. Ook stopt de jongen een flessenhals in zijn mond.

(telkens) in bezit heeft gehad.

(artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

7. Bewijsoverwegingen

7.1 Standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 27 maart 2009 gevorderd dat het ten laste gelegde feit bewezen zal worden verklaard.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat zijn cliënt dient te worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde feit. De raadsman heeft ter onderbouwing de navolgende verweren gevoerd.

De raadsman heeft met betrekking tot beide ten laste gelegde webcamfilms aangevoerd dat het bewijs van de kennelijke minderjarigheid van de jongens die bij deze webcamfilms zijn betrokken alleen bestaat uit het relaas van een verbalisant van het Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD). Dit relaas houdt in dat de verbalisant tot de conclusie is gekomen dat de jongens die in beide films seksuele handelingen verrichten, kennelijk nog niet de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt. De raadsman is van mening dat dergelijke conclusies - zonder dat deze nader zijn onderbouwd door het noemen van specifieke criteria en/of uiterlijke kenmerken - geen bewijs zijn van de kennelijke minderjarigheid van de jongens. Dit geldt naar de mening van de raadsman in het bijzonder voor het bewijs van de kennelijke minderjarigheid van de jongen die betrokken is bij de webcamfilm genaamd [bestandsnaam], aangezien de raadsman na het zien van deze webcamfilm niet kan inschatten of deze jongen al dan niet kennelijk minderjarig is.

Met betrekking tot de webcamfilm genaamd [bestandsnaam].avi, heeft de raadsman aangevoerd dat - gelet op de slechte beeldkwaliteit van de film - niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de jongen de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen heeft gebruikt.

De raadsman heeft voorts aangevoerd dat zijn cliënt ter zitting heeft verklaard dat de webcamfilm genaamd [Bestandsnaam].avi hem niet bekend voorkomt en dat hij deze film niet heeft bekeken. De raadsman is van mening dat gelet op deze verklaring, niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte de opzet heeft gehad op het voorhanden hebben van deze webcamfilm. Het is immers mogelijk dat dit bestand is meegekomen bij andere (legale) bestanden die hij heeft gedownload. Daarnaast is naar de mening van de raadsman, voordat de film is bekeken, aan de hand van de naam van de film niet duidelijk dat er sprake is van een film als bedoeld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht.

Gelet op het hiervoor overwogene verzoekt de raadsman verdachte vrij te spreken van het aan hem ten laste gelegde feit.

7.2 Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de navolgende bewijsmiddelen.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de webcamfilms genaamd [bestandsnaam] en [bestandsnaam], die op 11 januari 2007 op zijn computer zijn aangetroffen, door hem zijn gedownload. Verdachte heeft tevens verklaard dat hij de gebruiker is van de computer die in beslag is genomen en is onderzocht. Ten overstaan van de politie heeft verdachte verklaard dat hij wel eens webcamfilms heeft gedownload. Verdachte verklaart dat hij de meeste webcamfilms direct heeft verwijderd, maar dat het kan zijn dat hij een enkele webcamfilm heeft bewaard in een standaard Windows map. Verdachte verklaart met betrekking tot de websites waarop hij heeft gekeken dat hij van derden links heeft gekregen naar websites met webcam-materiaal. Op die websites stond dat het legaal was om webcamfilms te bekijken van personen die tussen de twaalf en zestien jaar oud waren.

Blijkens een proces-verbaal van het KLPD , heeft verbalisant [naam] op 3 november 2006 een proces-verbaal ontvangen van de regiopolitie Friesland. Dit proces-verbaal had betrekking op een verdachte genaamd [naam]. Verdachte [naam] is medio december 2005 aangehouden in verband met het bezit van kinderpornografisch beeldmateriaal. Uit onderzoek van de computer van [naam] bleek dat hij kinderpornografisch materiaal heeft uitgewisseld met het e-mail adres [emailadres], zijnde het e-mailadres dat in gebruik was bij verdachte. Blijkens een uittreksel van de Gemeentelijke Basisadmistratie (GBA) zijn zowel verdachte als zijn ouders woonachtig op het adres [adres] te [plaats].

Naar aanleiding van deze informatie heeft er op 11 januari 2007 een doorzoeking ter inbeslagname plaatsgevonden op het adres [adres] te [plaats]. Blijkens de bijgevoegde lijst van aangetroffen goederen is tijdens deze doorzoeking (onder andere) een computer aangetroffen. Deze computer is gemerkt ([code]) en vervolgens in beslag genomen.

Verbalisant [naam] relateert dat de harde schijf uit de computer ([code]) is gehaald en dat van deze harde schijf een image back-up is gemaakt. De bestanden van deze harde schijf zijn vervolgens geëxporteerd en op een DVD met nummer [bestandsnaam] geschreven. Deze DVD is daarna overgedragen om de bestanden te beoordelen en te beschrijven.

Blijkens het proces-verbaal van analyse van de beeldbestanden is vervolgens de DVD met nummer [bestandsnaam] onderzocht door verbalisant [naam], op mogelijke aanwezigheid van kinderpornografisch beeldmateriaal. [naam] is werkzaam bij het Team Bestrijding Kinderpornografie van het KLPD. Er zijn twee filmfragmenten en één foto aangetroffen in de map “temporary internet files”. Deze bestanden waren kinderpornografisch van aard waren. Daarnaast zijn er twee kinderpornografische webcamfilms aangetroffen in de map “Mijn Documenten\Mijn muziek”. Deze webcamfilms worden vervolgens nader omschreven.

De film [bestandsnaam] wordt als volgt omschreven :

Met een webcam opgenomen film. Duur: 17:37 minuten, zonder geluid. De film begint met een geklede jongen in de leeftijd van 14-17 jaar oud zittend voor de webcam. Na ongeveer acht en een halve minuut trekt de jongen zijn sweatshirt uit waardoor zijn bovenlichaam naakt is. Vervolgens opent de jongen zijn broek en trekt deze naar beneden. Na enkele minuten gaat de jongen met de hand in zijn onderbroek. Hierop trekt de jongen zijn onderbroek omlaag waarop hij zijn stijve penis begint af te trekken. Aan het einde van de film ejaculeert de jongen ogenschijnlijk.

De film [bestandsnaam] wordt als volgt omschreven :

Met een webcam opgenomen film. Duur 27.37 minuten, zonder geluid. De film begint met een naakte jongen in de leeftijd van 10-14 jaar oud, die staat voor een webcam. De jongen gaat op een stoel voor de webcam zitten. Zijn penis is stijf. Dan staat de jongen op en zet de webcam zodanig dat deze gericht staat op zijn penis. De jongen begint aan zijn penis te trekken en draait zich vervolgens met zijn blote billen naar de camera. Nadat de jongen weer is gaan zitten duwt hij zijn vinger in zijn anus. Na enige tijd gaat de jongen staan en duwt een schaar in zijn anus.

Met betrekking tot het verweer van de raadsman - inhoudende dat op grond van de enkele conclusie van verbalisant [naam] niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de bij de webcamfilms betrokken jongens kennelijk nog niet de leeftijd van achttien jaren hebben bereikt - overweegt de rechtbank als volgt.

Het relaas van verbalisant [naam] houdt in dat de verbalisant de door haar bekeken webcamfilms heeft aangemerkt als kinderpornografie in de zin van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. Dit relaas houdt niet in op grond van welke criteria en/of uiterlijke kenmerken de verbalisant tot die bevindingen is gekomen. De rechtbank heeft naar aanleiding van het verweer van de raadsman ter terechtzitting in aanwezigheid van verdachte, raadsman en officier van justitie, fragmenten van beide webcamfilms bekeken. Op grond van haar eigen waarneming is de rechtbank - evenals de raadsman - van oordeel dat de jongen die is betrokken bij de webcamfilm genaamd [Bestandsnaam].avi kennelijk nog niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt. Met betrekking tot de jongen die bij de webcamfilm genaamd [bestandsnaam] is betrokken, is de rechtbank van oordeel dat de jongen in deze film kennelijk ook nog niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt. Dit blijkt naar het oordeel van de rechtbank in het bijzonder uit zijn jeugdige gezichtskenmerken en de bouw van zijn postuur. De rechtbank is daarom van oordeel dat op grond van zowel het relaas van verbalisant [naam] als de eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat op beide webcamfilms jongens seksuele handelingen verrichten die kennelijk nog niet de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt.

Voorts overweegt de rechtbank op grond van haar eigen waarneming, dat de omschrijvingen van de seksuele handelingen en gebruikte voorwerpen zoals die zijn omschreven in het relaas verbalisant [naam], overeenkomen met de ter terechtzitting waargenomen fragmenten van beide webcamfilms. Dit geldt echter niet voor de handeling uit de webcamfilm genaamd [bestandsnaam], die betrekking heeft op het in de mond nemen van een flessenhals, aangezien de rechtbank het voorwerp dat de jongen in zijn mond neemt niet herkent als zijnde een flessenhals.

Met betrekking tot het verweer van de raadsman - inhoudende dat verdachte niet het opzet heeft gehad op het voorhanden hebben van de webcamfilm genaamd [bestandsnaam] - overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij webcamfilms heeft gedownload, waarvan hij de meeste direct heeft verwijderd. Het is mogelijk dat hij een enkel bestand heeft opgeslagen in een standaard Windows map. Met betrekking tot de websites waarop verdachte heeft gekeken, verklaart verdachte dat hij van derden links heeft gekregen naar websites met webcam-materiaal. Op die websites stond dat het legaal was om webcamfilms te bekijken van personen die tussen de twaalf en zestien jaar oud waren. Deze verklaring vindt steun in het feit dat de twee ten laste gelegde webcamfilms op de computer van verdachte zijn aangetroffen in de standaard Windows map “Mijn Documenten\Mijn muziek”. Daarnaast is er kinderpornografisch beeldmateriaal aangetroffen in de map “temporary internet files” en is de politie bij verdachte terecht gekomen omdat hij kinderpornografisch beeldmateriaal had uitgewisseld met [naam]. Dit betekent dat verdachte inderdaad op websites is geweest waar kinderpornografisch materiaal kan worden bekeken en/of gedownload. Gelet op het feit dat verdachte dus bewust op websites is geweest alwaar kinderpornografisch beeldmateriaal kan worden bekeken en/of gedownload, heeft hij door het downloaden van een bestand met een onduidelijke naam van dergelijke websites en het vervolgens niet openen van dit bestand willens en wetens bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij kinderpornografisch beeldmateriaal voorhanden zou hebben.

7.3 Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 11 januari 2007 in de gemeente [plaats], een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen (twee films) telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, te weten een harde schijf met onder meer de navolgende films in de map Mijn Documenten\Mijn muziek:

- een webcamfilm genaamd: [bestandsnaam]

Een geklede jongen in de leeftijd van 14-17 jaar oud trekt zijn sweatshirt uit waardoor zijn bovenlichaam naakt is. Vervolgens opent de jongen zijn broek en trekt deze naar beneden. Na enkele minuten gaat de jongen met de hand in zijn onderbroek. Hierop trekt de jongen zijn onderbroek omlaag waarop hij zijn stijve penis begint af te trekken. Aan het einde van de film ejaculeert de jongen ogenschijnlijk,

- een webcamfilm genaamd: [bestandsnaam]

Een naakte jongen in de leeftijd van 10-14 jaar oud gaat op een stoel voor de webcam zitten. Zijn penis is stijf. De jongen staat op en zet de webcam zodanig dat deze gericht staat op zijn penis. De jongen begint aan zijn penis te trekken en draait zich vervolgens met zijn blote billen naar de camera. Nadat de jongen is gaan zitten, duwt hij zijn vinger in zijn anus. Na enige tijd gaat de jongen staan en duwt een schaar in zijn anus,

telkens in bezit heeft gehad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op het navolgende misdrijf:

een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht.

9. De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10. De straffen en/of maatregelen

10.1 De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 27 maart 2009 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 150 uren, indien die niet wordt verricht te vervangen door 75 dagen hechtenis. Daarnaast vordert de officier van justitie een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren.

Met betrekking tot de in beslag genomen goederen vordert de officier van justitie dat deze goederen zullen worden onttrokken aan het verkeer.

10.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat - indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt - er rekening mee moet worden gehouden dat er sprake is geweest van een incident dat heeft plaatsgevonden in een fase waarin zijn cliënt zijn seksualiteit aan het ontdekken was. Er is naar de mening van de raadsman derhalve sprake van een eenmalig incident. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat de zaak van zijn cliënt onnodig lang is blijven liggen bij politie en justitie. Gelet op het hiervoor overwogene acht de raadsman - bij een bewezenverklaring - een geheel voorwaardelijke straf passend.

10.3 De overwegingen van de rechtbank

Uit het verhandelde ter terechtzitting en uit het reclasseringsrapport komt het beeld naar voren van een jongeman, die hoewel hij toch al eind twintig is, een veel jongere uitstraling heeft en nog volop bezig is met het ontdekken van zijn eigen identiteit en zijn eigen seksualiteit. Naar het oordeel van de rechtbank moet het bewezenverklaarde in bezit hebben van de kinderporno in dat licht gezien worden, mede omdat het webcamfilms betreft van jongens in de pubertijd die op een vergelijkbare ontdekkingstocht zijn naar hun eigen seksuele beleving.

Anderzijds is het zo dat zelfs als deze webcamfilms geheel vrijwillig door de betrokken jongens gemaakt zijn en er dus van misbruik in engere zin geen sprake is, deze jongens tegen hun eigen jeugdige onnadenkendheid beschermd dienen te worden. Bij de strafbaarstelling van kinderporno gaat het immers niet alleen om het voorkomen van schade aan het kind dat bij de vervaardiging van kinderporno betrokken is geweest als gevolg van die vervaardiging, maar ook om het voorkomen van schade aan dat kind en kinderen in het algemeen door in het in omloop brengen van beeldmateriaal. De instemming van bijvoorbeeld een zestien of zeventien jarige met de vervaardiging en verspreiding van kinderporno neemt de schadelijke effecten ervan niet weg. (MvA. 27745, nr. 299b, pag. 5)

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte blijkens het uittreksel uit het algemeen Justitiële Documentatieregister niet eerder met politie of justitie in aanraking is geweest. Voorts is de hoeveelheid kinderporno die bij verdachte is aangetroffen zeer gering en kunnen de afgebeelde seksuele handelingen in zijn algemeenheid gekarakteriseerd worden als relatief minder indringend.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst en de aard van het feit, in beginsel een onvoorwaardelijke werkstraf op zijn plaats is. De rechtbank houdt echter ten voordele van verdachte rekening met zijn persoonlijke omstandigheden en het feit dat in de onderhavige zaak de redelijke termijn die volgt uit artikel 6 EVRM is overschreden met een termijn van ongeveer drie maanden. De rechtbank houdt hiermee ten voordele van verdachte bij de strafoplegging rekening.

De rechtbank zal volstaan met het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand. Met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht, en anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

10.4 Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat het in beslag genomene, te weten:

- één harddisk;

- één Cd-rom,

dient te worden onttrokken aan het verkeer.

Genoemde voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer aangezien met behulp van deze voorwerpen het feit is begaan, terwijl die voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

11. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 57, 240b.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde het hiervoor vermelde strafbare feit oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

verklaart ontrokken aan het verkeer:

- één harddisk;

- één Cd-rom.

Vonnis gewezen door mrs. M.J.A.G. van Baal, V.P. van Deventer en A.K. Kleine, rechters van wie mr. M.J.A.G. van Baal, voorzitter, in tegenwoordigheid van

mr. R.P. van der Pijl als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 10 april 2009.

typ: PIJL