Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BH7755

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
24-03-2009
Datum publicatie
25-03-2009
Zaaknummer
227950 \ CV EXPL 08-4813
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verschuldigdheid aanvullende premie voor een autoverzekering op grond van het ontbreken van de roymentsverklaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector kanton

Zaaknummer: 227950 \ CV EXPL 08-4813

Vonnis van de kantonrechter te Roermond d.d. 24 maart 2009

in de zaak van:

de naamloze vennootschap Unigarant N.V., gevestigd te Hoogeveen,

eiseres,

gemachtigde: de LAVG Breda,

tegen:

[gedaagde], wonende te [woonplaats] aan het [adres],

gedaagde,

procederende in persoon.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Dit blijkt uit het navolgende:

- de inleidende dagvaarding;

- de akte vermindering eis van 18 november 2008

- de conclusie van antwoord met producties;

- de conclusie van repliek met producties;

- de conclusie van dupliek.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

2.1. Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan: Gedaagde heeft op 13 april 2007 een nieuwe personenauto gekocht bij een automobielbedrijf. Via het automobielbedrijf werd de autoverzekering afgesloten bij Ford Nederland. De auto van gedaagde werd via Ford Nederland bij eiseres verzekerd. Bij factuur van 13 april 2007 heeft eiseres over de periode 13 april 2007 tot 13 april 2008 een bedrag van EUR 782,50 in rekening gebracht, welk bedrag door gedaagde aan eiseres is betaald. Op 24 september 2007 heeft eiseres aan gedaagde een acceptgiro doen toekomen van EUR 1.209,49 vanwege aanvullende premie over de periode 13 april 2007 tot 13 april 2008, omdat eiseres de royementsverklaring nimmer van gedaagde heeft ontvangen.

3. Het geschil

3.1. Eiseres heeft op gronden als omschreven in de dagvaarding gevorderd, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van gedaagde tot betaling aan eiseres van de bedragen en rente als in de dagvaarding vermeld, kosten rechtens. Bij akte van 18 november 2008 heeft eiseres haar vordering verminderd met een bedrag van EUR 1.000,00, zijnde dit bedrag na dagvaarding betaald.

Gedaagde heeft verweer gevoerd.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De stellingen van eiseres

4.1. Eiseres vordert betaling van het resterende bedrag van EUR 707,73. Bij het afsluiten van een nieuwe autoverzekering kan het aantal schadevrije jaren worden overgenomen door de nieuwe verzekeraar, mits de verzekeraar de originele royementsverklaring van de vorige verzekeringsmaatschappij van verzekerde ontvangt. Nu eiseres deze verklaring nimmer van gedaagde heeft ontvangen heeft zij de inschalingtrede aangepast en een aanvullende premie in rekening gebracht. Gedaagde heeft op de aanmaningen van eiseres niet gereageerd en uiteindelijk is de vordering uit handen gegeven aan een incassobureau.

4.2. Tenslotte stelt eiseres dat mocht gedaagde inderdaad in bezit zijn van een originele royementsverklaring met het juiste aantal schadevrije jaren, het dan mogelijk is om deze alsnog naar eiseres te zenden. Eiseres zal dan nagaan of het aantal schadevrije jaren op deze verklaring overeenkomt met het aantal dat door gedaagde is opgegeven, zodat er alsnog een aanpassing kan plaatsvinden.

5. Het verweer van gedaagde

5.1. Gedaagde stelt dat hij de aanmaningen van eiseres wel heeft ontvangen maar als gevolg van persoonlijke omstandigheden daar minder aandacht aan heeft geschonken en in de veronderstelling verkeerde dat een en ander op een vergissing bij eiseres berustte nu hij er zeker van was dat hij in mei 2007 de premie aan eiseres had overgemaakt. Verder stelt gedaagde dat achteraf bleek dat zijn oude autoverzekering, welke via het automobielbedrijf waar hij zijn auto had gekocht zou zijn opgezegd, nog doorliep en uiteindelijk opnieuw is opgezegd per 19 juli 2007.

5.2. Gedaagde stelt dat hij naar aanleiding van de dagvaarding op 13 oktober 2008 telefonisch contact heeft opgenomen met eiseres en dat hem toen pas is gebleken dat de vordering betrekking had op aanvulling van de premie vanwege het ontbreken van de bonus/malus verklaring. In datzelfde telefoongesprek werd hem te kennen gegeven dat eiseres de zaak uit handen had gegeven en niets meer met hem wilde oplossen en dat de autoverzekering inmiddels was beëindigd in verband met wanbetaling.

5.3. Gedaagde stelt verder dat hij vervolgens onmiddellijk contact heeft opgenomen met zijn verzekeringstussenpersoon van AXA Nederland en zijn auto aldaar direct heeft verzekerd. Gedaagde stelt tevens uitleg te hebben gevraagd omtrent de verstrekking van de bonus/malus verklaring. Achteraf is gedaagde gebleken dat deze verklaring bij de nieuwe polis van AXA zat. Als productie 4 legt gedaagde de bonus/malus verklaring over welke op 23 juli 2007 is afgegeven door AXA Schade N.V. Gedaagde stelt inmiddels de zaak in handen van zijn rechtsbijstand verzekeraar te hebben gegeven en vraagt de zaak even aan te houden, zodat deze nog kan reageren.

6. De beoordeling van het geschil

6.1. Eiseres vordert betaling van een aanvullende premienota op grond van het feit dat gedaagde de bonus/malus verklaring van de vorige verzekeraar niet heeft overgelegd. Eiseres stelt voorts dat, mocht gedaagde inderdaad in bezit zijn van een originele royementsverklaring met het juiste aantal schadevrije jaren, het dan mogelijk is om deze alsnog naar eiseres te zenden. Eiseres zal dan nagaan of het aantal schadevrije jaren op deze verklaring overeenkomt met het aantal dat door gedaagde is opgegeven, zodat er alsnog een aanpassing kan plaatsvinden.

6.2. Als productie 4 brengt gedaagde de bonus/malus verklaring in geding. Uit deze verklaring blijkt dat op 13 april 2007 op gedaagde een bonus/malusklasse zou worden toegepast van 22 schadevrije jaren. Hoewel uit de stukken niet blijkt op grond van welke klasse eiseres gedaagde op 13 april 2007 heeft ingeschaald is in elk geval wel aannemelijk dat de klasse van 22 schadevrije jaren recht geeft op een aanzienlijke – en naar alle waarschijnlijkheid wel de maximale - premiekorting.

6.3. Eiseres geeft aan dat een verrekening achteraf tot de mogelijkheden behoort. De kantonrechter is van oordeel dat er in het onderhavige geval in redelijkheid aanleiding is om tot een dergelijke correctie achteraf te besluiten. Bij deze beoordeling neemt de kantonrechter dan eveneens in overweging dat eiseres de dekking vroegtijdig heeft doen eindigen, dat gedaagde nog een nabetaling van EUR 1.000,00 heeft verricht en dat gedaagde niet geheel vrijuit gaat nu het toch op zijn weg had gelegen om actie te ondernemen op de aanmaningen van eiseres en het niet op dagvaarding had mogen laten aankomen. De persoonlijke situatie van gedaagde kan eiseres toch moeilijk worden kwalijk genomen.

6.4. Al het vorenstaande in onderling verband en samenhang bezien geeft de kantonrechter aanleiding om ex aequo et bono de verminderde vordering af te wijzen en de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

6.5. Het bij dupliek gedane aanhoudingsverzoek zal worden verworpen nu gedaagde voldoende gelegenheid tot het voeren van verweer is geboden.

7. De beslissing

7.1. Wijst de vordering af.

7.2. Compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.F. van Dooren, kantonrechter, en ter openbare civiele terechtzitting op 24 maart 2009 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.