Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BH7620

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
23-03-2009
Datum publicatie
24-03-2009
Zaaknummer
91278 / KG ZA 09-6
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Nakoming licentie- en onderhoudsovereenkomst, tekortkoming niet voldoende aannemelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2009/38
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 91278 / KG ZA 09-6

Vonnis in kort geding van 23 maart 2009

in de zaak van

de GEMEENTE VENRAY,

gevestigd te Venray,

eiseres,

advocaat mr. H.J.J.M. van der Bruggen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CENTRIC IT SOLUTIONS B.V.,

gevestigd te Gouda,

gedaagde,

advocaat mr. H. Struik.

Partijen zullen hierna de gemeente Venray en Centric genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 18

- de brief van 9 maart 2009 van de gemeente Venray met producties 19 tot en met 22

- de fax van 13 maart 2009 van de gemeente Venray met productie 23

- de fax van 13 maart 2009 van Centric met producties 1 tot en met 6

- de fax van 13 maart 2009 van Centric met producties 7 en 8

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van de gemeente Venray

- de pleitnota van Centric.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De gemeente Venray heeft een aantal jaren geleden een aanbesteding uitgeschreven voor de levering en onderhoud van een nieuw belasting - en kadastraal software-pakket. Centric werd de uiteindelijke "winnaar" van deze aanbestedingsprocedure.

2.2. Partijen zijn twee overeenkomsten met elkaar aangegaan, een licentieovereenkomst en een onderhoudsovereenkomst, beiden getekend op 13 juli 2006. Tevens is een implementatieplan opgesteld, welk implementatieplan ook reeds in de aanbestedingsprocedure aan de gemeente Venray was overgelegd. Vervolgens heeft Centric conform afspraak programmatuur, genaamd GHS4all, geleverd en geïnstalleerd en in de loop van 2006 heeft een conversie naar GHS4all plaatsgevonden. In januari 2007 heeft de gemeente Venray GHS4all feitelijk in gebruik genomen.

2.3. De bedoeling is dat de gemeente Venray door middel van GHS4all op geautomatiseerde wijze het proces van (WOZ)beschikkingen, aanslagen en invorderingen kan uitvoeren. GHS4all dient daarbij gegevens te halen uit andere systemen, waaronder het systeem van basisregistratie van de ingezetenen van de gemeente Venray (het BRS-systeem) en Geotax.

2.4. De gemeente Venray heeft haar betalingsverplichtingen uit hoofde van de licentie- overeenkomst jegens Centric opgeschort. Centric heeft haar verplichtingen uit hoofde van de onderhoudsovereenkomst met ingang van 11 november 2008 opgeschort.

3. Het geschil

3.1. De gemeente Venray vordert samengevat - veroordeling van Centric tot nakoming van de Licentieovereenkomst tot levering van het softwarepakket GHS4all in dier voege dat de koppelingen tussen enerzijds GHS4all en anderzijds BRS en Geotax volledig functioneren, alsmede tot nakoming van de onderhoudsovereenkomst, een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van Centric in de proceskosten.

3.2. Centric voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De gemeente Venray stelt dat Centric is tekortgeschoten in de nakoming van de licentie- en onderhoudsovereenkomst. De koppeling tussen GHS4all enerzijds en BRS en Geotax anderzijds zou niet goed werken, waardoor vele handmatige controles noodzakelijk zouden zijn met alle extra kosten van dien. De gemeente Venray stelt dat afgesproken zou zijn dat het BRS systeem leidend zou zijn en dat Centric haar in de aanbestedingsprocedure zou hebben verzekerd dat zij de koppeling tussen het BRS systeem en GHS4all tot stand kon brengen. De gemeente Venray stelt dat Centric met ingang van 1 november 2007 in verzuim verkeert, zowel voor wat betreft de nakoming van de licentieovereenkomst als voor wat betreft de nakoming van de onderhoudsovereenkomst, vanwege de samenhang tussen beide overeenkomsten.

4.2. Centric betwist het voorgaande en stelt dat de oorzaak van de problemen niet wordt veroorzaakt door de door haar geleverde standaard programmatuur, maar door de reeds door de gemeente Venray gehanteerde systemen (waaronder het BRS systeem). Centric stelt dat zij de gemeente Venray er uitdrukkelijk op heeft gewezen dat de gemeente Venray een standaard-pakket kocht en dat dit kon betekenen dat de gemeente Venray haar systeem en werkwijzen daaraan zou moeten aanpassen. Met andere woorden, de door Centric geleverde programmatuur zou volgens Centric leidend zijn. Daarbij verwijst Centric naar diverse passages in het implementatieplan dat volgens haar onderdeel uitmaakt van de overeenkomst. Bovendien stelt Centric dat de gemeente Venray overeenkomstig artikel 6 van de Licentieovereenkomst onmiddellijk nadat de programmatuur was geïnstalleerd een acceptatietest had moeten uitvoeren. Daarna had de gemeente Venray door moeten geven welke "Gebreken" in de zin van artikel 6.3 van de licentieovereenkomst de programmatuur nog zou vertonen. Doordat de gemeente Venray dit heeft nagelaten heeft zij haar onderzoeksplicht verzaakt en de door haar gestelde problemen te laat aan Centric kenbaar gemaakt. Daarnaast wordt de gemeente Venray op grond van artikel 6.11 geacht de programmatuur onvoorwaardelijk te hebben geaccepteerd. Verder stelt Centric dat de gemeente Venray er ten onrechte vanuit gaat dat de uitspraken die Centric heeft gedaan in het kader van de aanbestedingsprocedure onderdeel zijn van de overeenkomst. In dat kader stelt Centric dat de verbintenissen tussen partijen slechts voortvloeien uit de overeenkomsten die op 13 juli 2006 zijn gesloten, waarvan het Implementatieplan onderdeel uitmaakt. Centric stelt dat bij haar sinds mei 2008 geen klacht meer bekend is omtrent enig onderdeel van GHS4all en is dan ook van mening dat de vorderingen dienen te worden afgewezen. Temeer ook omdat het petitum volgens Centric te vaag zou zijn en toewijzing van de vorderingen zou leiden tot executiegeschillen.

4.3. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de gemeente Venray voldoende spoedeisend belang heeft bij de door haar gevorderde voorzieningen. Echter, de vorderingen dienen te worden afgewezen, omdat naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet met voldoende zekerheid kan worden geconcludeerd dat Centric is tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens de gemeente Venray. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

4.4. De gemeente Venray heeft betoogd dat tussen partijen was afgesproken dat haar bestaande systemen (BRS) leidend zouden zijn. Zij stelt daartoe dat Centric haar in de aanbestedingsprocedure heeft voorgespiegeld dat de koppeling tussen haar systemen en de door Centric te leveren programmatuur geen probleem zou zijn. Nu het voorgaande, zoals de gemeente Venray zelf stelt, zo belangrijk was voor de gemeente Venray had het naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook op de weg van de gemeente Venray gelegen om deze "harde" voorwaarde uitdrukkelijk in de overeenkomsten/het implementatieplan tussen partijen terug te laten komen. Dit is niet gebeurd. Centric heeft gemotiveerd betwist dat haar programmatuur zou moeten worden aangepast aan de reeds bestaande systemen van de gemeente Venray.

4.5. Tussen partijen is niet in geschil dat het Implementatieplan onderdeel uitmaakt van de tussen partijen gemaakte afspraken en dat dit plan reeds aan de gemeente Venray was overgelegd ten tijde van de aanbestedingsprocedure. In dat Implementatieplan staat vermeld dat de gemeente Venray zich bewust is dat zij een "standaard systeem" heeft aangeschaft en dat de gemeente Venray zich zal moeten conformeren aan de werkwijze van de standaard applicatie (par. 3.1.). Naar het oordeel van de rechtbank kan dat betekenen dat indien de door de gemeente Venray geschetste problemen veroorzaakt worden door andere programmatuur dan GHS4all en het probleem niet kan worden opgelost binnen de architectuur van GHS4all, de gemeente Venray ervoor zorg zal moeten dragen dat die andere programmatuur dient te worden aangepast. Dat zou naar het oordeel van de voorzieningenrechter betekenen dat Centric niet tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens de gemeente Venray. Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vragen wat de exacte oorzaken van de door de gemeente Venray geschetste problemen zijn en voor wiens rekening en risico de noodzakelijke aanpassingen zouden moeten plaatsvinden. Nu in deze kort gedingprocedure geen plaats is voor een nader onderzoek naar het antwoord op die vragen, kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat Centric is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenissen. De voorzieningenrechter kan daardoor ook niet beoordelen wie een gerechtvaardigd beroep doet op een opschortingsrecht. Alleen al om die reden dienen de gevorderde voorzieningen te worden afgewezen. Hierbij laat de rechtbank in het midden het antwoord op de vraag of de gemeente Venray tijdig heeft geklaagd, of alleen "Gebreken" zoals gedefinieerd in de licentieovereenkomst een tekortkoming zouden kunnen opleveren en of de gemeente Venray conform de afspraken omtrent acceptatietest had moeten handelen.

4.6. De gemeente Venray zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Centric worden begroot op:

- vast recht EUR 262,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.078,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Gemeente Venray in de proceskosten, aan de zijde van Centric tot op heden begroot op EUR 1.078,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.T.J.F. Verhappen en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2009.?

SR