Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BH1314

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
28-01-2009
Datum publicatie
29-01-2009
Zaaknummer
04/660175-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-Handelen in strijd met artikel 14 en 31 van de Wet wapens en munitie. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte welbewust zonder consent een loop van een vuurwapen uit Amerika naar zijn adres heeft laten sturen en deze loop vervolgens aan een derde heeft overgedragen.

-Handelen in strijd met artikel 13 van de Wet wapens en munitie. Het wapen is weliswaar qua afmeting kleiner dan het bestaande vuurwapen, maar het wapen vertoont qua vorm wel gelijkenis met het bestaande vuurwapen terwijl het voorts een zodanige afmeting heeft dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is.

-Handelen in strijd met artikel 6 van de Wet wapens en munitie. Verdachte heeft zijn vuurwapen niet bewaard in een deugdelijk afgesloten en voor onbevoegden niet gemakkelijk bereikbare bergplaats.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Parketnummer : 04/660175-05

Uitspraak d.d. : 28 januari 2009

TEGENSPRAAK

VONNIS

van de rechtbank Roermond,

meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

naam : [verdachte]

voornamen : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 januari 2009.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2005 tot en met 23 oktober 2005 in de gemeente Venlo, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, zonder consent een onderdeel en/of hulpstuk dat specifiek bestemd was/waren voor een wapen van de categorie II en/of III en van wezenlijke aard was, te weten een loop (serienummer V2202648, kaliber .223 met afsluiter type AR-15 met twee kamer verkleiners .22), heeft doen binnenkomen.

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(artikel 14 Wet wapens en munitie).

2.

hij op of omstreeks 24 oktober 2005 in de gemeente Venlo voorhanden heeft gehad (een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten:

a

een nabootsing van een vuurwapen, te weten een (speelgoed)pistool (merk Colt, type Automatic, calibre 25, serienummer 199809), dat door zijn vorm en/of afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen, te weten

een pistool (merk Colt, type 1908 Pocket Hammerless) (blz 2034 van het proces-verbaal), en/of

b.

een nabootsing van een vuurwapen, te weten een (speelgoed)geweer (merk Well, type D-94 electric airpistol), dat door zijn vorm en/of afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen, te weten een (enkelloops) geweer (merk Colt, type AR-15-A3 Tactical Carbine H-Bar), (blz 2034 van het proces-verbaal) en/of

c.

een nabootsing van een vuurwapen, te weten een pistool in de vorm van een aansteker (merk Modern Angel Macot), dat door zijn vorm en/of afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen, te weten een (zak)pistool (merk Derringer) (blz 2034 van het proces-verbaal).

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(artikel 13 Wet wapens en munitie).

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2005 tot en met 23 oktober 2005 in de gemeente Venlo een onderdeel en/of hulpstuk dat specifiek bestemd was voor een wapen van de categorie III en van wezenlijke aard was, te weten een loop (serienummer V2202648, kaliber .223 met afsluiter type AR-15 met twee kamer verkleiners.22) heeft overgedragen aan [medeverdachte].

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(artikel 31 Wet wapens en munitie).

4.

hij op of omstreeks 24 oktober 2005 in de gemeente Venlo heeft gehandeld in strijd met een krachtens artikel 6 van de Wet wapens en munitie vastgesteld voorschrift verbonden aan een ingevolge die wet verleend(e) verlof tot het voorhanden van (vuur)wapens en/of munitie (WM4) verlof nr: 1310, hierin bestaande dat hij, verdachte, een (vuur)wapen, te weten een pistool (merk Les Baer, type Ultimate Master, serie nummer SAS4045, kaliber .38auto) niet heeft bewaard in een afzonderlijke, deugdelijk afgesloten en voor onbevoegden niet gemakkelijk bereikbare bergplaats, te weten een goed af te sluiten verankerde stalen kast.

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(artikel 6 Wet wapens en munitie).

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de redelijke termijn van twee jaren ruim is overschreden. Dit terwijl de zaak van verdachte geen lange bewerking heeft gehad en de zaak al lang geleden klaar was voor een behandeling ter zitting. Voorts hebben de feiten een relatief geringe ernst en heeft verdachte een blanco strafblad.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het weliswaar langer heeft geduurd dan wenselijk voor de zaak ter zitting wordt behandeld, maar dat dit niet tot gevolg dient te hebben dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk wordt verklaard. Het heeft een tijd geduurd voor het dossier bij het openbaar ministerie aan kwam en daarna zijn nog een aantal aanvullende processen-verbaal noodzakelijk geweest. De zaak was begin 2007 klaar en zou in oktober 2007 op zitting hebben gestaan, hetgeen echter niet is gelukt vanwege de zittingscapaciteit van de rechtbank. Verdachte is in juni 2007 een transactie aangeboden van een werkstaf van 60 uren, welk aanbod hij niet heeft aanvaard. Vervolgens is de zaak wederom op zitting gepland, aldus de officier van justitie.

De rechtbank overweegt als volgt.

Verdachte is op 24 oktober 2005 door de politie aangehouden, welke datum als aanvang van de redelijke termijn dient te worden aangemerkt.

Ten tijde van de behandeling ter zitting zijn ruim drie jaar verstreken, hetgeen een overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar betreft. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding van de redelijke termijn lang maar niet buitensporig lang is en bovendien heeft het openbaar ministerie gelet op de toelichting van de officier van justitie ter zitting in die tijd niet stilgezeten. Weliswaar heeft het langer geduurd dan wenselijk alvorens de zaak op zitting is behandeld, maar blijkens de jurisprudentie van de Hoge Raad kan een overschrijding van de redelijke termijn enkel in zeer uitzonderlijke omstandigheden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie leiden. Naar het oordeel van de rechtbank kan hetgeen de raadsman heeft aangevoerd niet leiden tot de conclusie dat van dergelijke bijzondere omstandigheden in deze sprake is. Het verweer van de raadsman wordt derhalve verworpen. Wel zal deze overschrijding van de redelijke termijn door de rechtbank gecompenseerd worden in de strafoplegging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn ook overigens geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

7. Bewijsoverwegingen

7.1 Standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 14 januari 2009 gevorderd dat het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

De verdediging heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle feiten. De raadsman heeft daartoe het navolgende aangevoerd.

Met betrekking tot feit 1 en 3: verdachte en [medeverdachte] kwamen op een beurs een Amerikaanse kennis van verdachte tegen. [medeverdachte] had interesse in een bepaalde ‘pijp’. De Amerikaan had wel het adres van verdachte maar niet dat van [medeverdachte]. Hij heeft de pijp derhalve naar het adres van verdachte verzonden. [medeverdachte] had een consent voor deze pijp, dus als de pijp naar zijn adres was verzonden was het geheel legaal geschied. Verdachte was zich van geen kwaad bewust en had niet de intentie om de wet te overtreden.

De betreffende pijp is geen loop zoals ten laste is gelegd. De pijp is immers nog niet geschikt om te worden gebruikt en zou eerst bewerkt moeten worden. Het betreft een onbewerkte pijp en geen loop waarmee je kunt schieten. Het laten invoeren (feit 1) en het overdragen (feit 3) is derhalve niet strafbaar.

Met betrekking tot feit 2: het betreffen miniaturen. Deze zijn door de dochter van verdachte op de kermis gewonnen. De vorm is wellicht gelijk aan de originele wapens, maar de afmeting daarvan is niet gelijk.

Met betrekking tot feit 4: verdachte was thuis toen het wapen in zijn huis werd aangetroffen. Blijkens de nieuwste Circulaire wapens en munitie van 2005, is een persoon die voor de inwerkingtreding van die circulaire op 1 augustus 2005 reeds in het bezit was van een vergunning op grond van de Wet wapens en munitie, tot 1 augustus 2006 niet verplicht om wapens op te bergen in een wapenkast of wapenkluis. Verdachte was derhalve niet verplicht om zijn wapen in een wapenkast op te bergen.

Gelet op de voormelde omstandigheden en het feit dat een overschrijding van de redelijke termijn heeft plaatsgevonden, dient verdachte naar de mening van de raadsman te worden vrijgesproken.

7.2 Vrijspraakoverwegingen van de rechtbank

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hieronder opgenomen overweging, verwijzen naar de doorlopende paginanummering van het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van de Politie Limburg-Noord, regionale recherche, ‘65-vuur’, d.d. 15 mei 2006, met bijlagen (tevens een doorlopend genummerde ‘print van scan 31-05-2006 van origineel’, pagina 1 t/m 2318).

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte sub 2 onder c is ten laste gelegd.

Blijkens artikel 13, eerste lid, juncto artikel 2, eerste lid, onder categorie I, sub 7° van de Wet wapens en munitie is het verboden voorwerpen voorhanden te hebben die zodanig op een wapen gelijken, dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn.

Artikel 3 van de Regeling wapens en munitie bepaalt voorts dat als voorwerpen van categorie I, onder 7°, die zodanig op een wapen gelijken dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn, onder andere worden aangewezen (onder a): voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens.

De rechtbank is van oordeel dat het voorwerp zoals vermeld in de tenlastelegging sub 2 onder c, te weten een aansteker in de vorm van een pistool, niet is aan te merken als een voorwerp van categorie I onder 7°.

Blijkens het proces-verbaal bevindingen daaromtrent vertoont het voorwerp immers enkel gelijkenis voor wat betreft de vorm, niet voor wat betreft de afmeting. Voorts heeft het voorwerp blijkens de foto een grootte van slechts ongeveer 6 bij 8 centimeter. Op de bijgevoegde ‘uitgebreide verklarende woordenlijst’ wordt niet vermeld wat de afmetingen zijn van het zakpistool merk Derringer waarmee het voorwerp sprekende gelijkenis zou vertonen, maar aangenomen mag worden dat een echt zakpistool groter is dan 6 bij 8 centimeter.

De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat het wapen dermate klein is dat niet zonder meer gezegd kan worden dat dit wapen voor bedreiging of afdreiging geschikt is. Verdachte wordt derhalve van dit onderdeel van het onder 2 ten laste gelegde vrijgesproken.

7.3 Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De hieronder vermelde bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De genoemde geschriften zijn slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hieronder opgenomen motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering van het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van de Politie Limburg-Noord, regionale recherche, ‘65-vuur’, d.d. 15 mei 2006, met bijlagen (tevens een doorlopend genummerde ‘print van scan 31-05-2006 van origineel’, pagina 1 t/m 2318).

Ten aanzien van feit 1 en 3:

Bij de medeverdachte [medeverdachte] is tijdens een doorzoeking van zijn huis onder andere aangetroffen een loop. Deze loop is in beslag genomen en heeft het beslagnummer P3301-01 gekregen .

Blijkens het proces-verbaal d.d. 5 december 2005 betreft de omschrijving van deze bij [medeverdachte] aangetroffen loop: een loop voorzien van het serienummer V2202648, kaliber .223 met afsluiter type AR-15 met twee kamer verkleiners .22.

Voorts vermeldt de verbalisant dat de loop in ieder geval kan worden aangemerkt als een onderdeel waarop de Wet wapens en munitie van toepassing is, omdat deze onontbeerlijk is voor het functioneren als wapen.

In het proces-verbaal bevindingen d.d. 6 februari 2006 staat bovendien met betrekking tot het beslagnummer P3301-01 dat dit voorwerp een onderdeel is in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

[medeverdachte] heeft hieromtrent verklaard dat verdachte via een kennis van hem uit Amerika deze .22 upper heeft laten komen, en dat hij die van verdachte heeft gekocht . Voorts heeft hij over de levering van de tweeëntwintiger verklaard dat verdachte op een beurs in Duitsland aan een Amerikaan geld heeft betaald voor een loop. Die Amerikaan zou dan als hij weer terug was in Amerika, die loop opsturen. Uiteindelijk is dat ook gebeurd. Toen verdachte die loop heeft gekregen, heeft hij die in de winkel van [medeverdachte] afgegeven.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat de Amerikaan waarover [medeverdachte] het heeft [naam Amerikaan] is.

In het dossier bevindt zich een uitdraai van emailverkeer tussen verdachte en [naam Amerikaan]. Op 4 oktober 2005 heeft verdachte aan [naam Amerikaan] een email gestuurd met de vraag hoe het met zijn .22 gaat. [naam Amerikaan] heeft vervolgens op 12 oktober 2005 geantwoord dat hij de .22 naar verdachte zal laten verzenden . Op diezelfde dag heeft [naam Amerikaan] verdachte gemaild met de vraag of het door hem weergegeven adres klopt, waarbij het adres van verdachte is vermeld. Voorts heeft [naam Amerikaan] in die mail gevraagd of de verzendwijze “uninsured as machineparts” correct was .

Op 20 oktober 2005 heeft verdachte [naam Amerikaan] gemaild dat de .22 bij hem is aangekomen .

Voorts bevinden zich in het dossier tapgesprekken tussen verdachte en [medeverdachte].

Blijkens het telefoongesprek tussen verdachte en [medeverdachte] op 13 oktober 2005 hebben verdachte en [medeverdachte] gesproken over het mailtje uit Amerika. Verdachte heeft aan [medeverdachte] gevraagd of het goed verzonden was. [medeverdachte] heeft daar op geantwoord dat ze zo de minste kans op gezeik hebben en dat als ze er iets opzetten van gunparts of pistol of rifle, ze dan van voor tot achter alles openmaken.

[medeverdachte] heeft over dit gesprek verklaard dat dit gaat over de tweeëntwintiger. Door iets anders op de doos te zetten als wat erin zit, heb je geen consent nodig. Verdachte weet van hem dat als hij op de verpakking geen guns of rifles zet, je geen controle hebt en de kans groot is dat het goed gaat.

Voorts hebben verdachte en [medeverdachte] tijdens een telefoongesprek op 19 oktober 2005 gesproken over een zwarte loop .

[medeverdachte] heeft verklaard dat dit gesprek gaat over de tweeëntwintiger die bij hem is gevonden. Verdachte heeft de loop in Amerika besteld. Het wapen is bij verdachte aangekomen en verdachte heeft het aan hem geleverd.

Verdachte heeft verklaard naar aanleiding van de twee hierboven omschreven tapgesprekken en het emailverkeer dat [medeverdachte] over zijn wapen klaagde en dat verdachte hem heeft gezegd dat hij wel iemand wist die fatsoenlijke lopen had. [medeverdachte] vertelde hem dat als hij het ding uit Amerika liet komen, hij de oude loop zou vernietigen en de nieuwe gewoon op het legale wapen zou plaatsen. Hij vertelde verdachte hoe hij het beste de loop zonder consent en probleemloos en zo goedkoop mogelijk uit Amerika kon laten komen. De loop is een paar dagen voor de de inval/aanhouding in Nederland bij verdachte aangekomen en hij heeft hem bij [medeverdachte] op de snijtafel gelegd. Hij had de loop in Amerika bij een bevriende schutter besteld.

Dat verdachte geen consent had om de loop binnen het grondgebied van Nederland te laten invoeren, blijkt uit de omstandigheid dat bij bevraging bij de Centrale Dienst voor in- en uitvoer van de Douane te Groningen is gebleken dat aan verdachte voor de betreffende loop geen consent tot binnenkomen is afgegeven .

De rechtbank is van oordeel dat gelet op vorenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte de loop door [naam Amerikaan] uit Amerika naar zijn adres in Blerick (Nederland) heeft laten sturen (feit 1). Vervolgens heeft verdachte de loop overgedragen aan [medeverdachte] (feit 3).

Ter terechtzitting heeft de verdediging ten eerste gesteld dat het voorwerp een soort pijp betreft, die eerst bewerkt moet worden. Het betreft geen loop waarmee je kunt schieten.

De rechtbank is van oordeel dat deze stelling geen steun vindt in de stukken van het dossier. In de vermelde tapgesprekken en de verklaringen daaromtrent van verdachte en [medeverdachte], spreken zij telkens over een loop. Ook in het proces-verbaal van bevindingen wordt deze omschreven als een loop en wordt tevens vermeld dat het een onderdeel is waarop de Wet wapens en munitie van toepassing is, omdat deze onontbeerlijk is voor het functioneren als wapen.

Dat aan de loop eventueel nog bewerkingen nodig zouden zijn, zoals door verdachte ter terechtzitting is aangevoerd, doet naar het oordeel van de rechtbank aan het vorenstaande niet af.

Voorts heeft verdachte ter zitting verklaard dat de loop per ongeluk bij hem terecht is gekomen. Volgens de raadsman was verdachte zich van geen kwaad bewust en had hij niet de intentie om de wet te overtreden.

Dit verweer vindt naar het oordeel van de rechtbank geen steun in de feiten. Blijkens voormelde tapgesprekken en het mailverkeer heeft verdachte welbewust gehandeld in strijd met de wet. Zo heeft hij met [medeverdachte] overlegd hoe hij de loop kon laten invoeren zonder consent en heeft hij aan [naam Amerikaan] zijn eigen adres opgegeven.

Ten aanzien van feit 2:

Bij de doorzoeking van de woning van verdachte op de [adres] te Venlo d.d. 24 oktober 2005 zijn onder andere twee nabootsingen van vuurwapens aangetroffen. Deze voorwerpen zijn in beslag genomen en hebben de beslagnummers GE01-01 en GE01-02 gekregen .

Blijkens het proces-verbaal van bevindingen betreft het wapen met beslagnummer GE01-02 een kunststof speelgoed pistool merk Colt, type Automatic, calibre25, voorzien van het serienummer 199809. Dit wapen is een nabootsing van een pistool, dat voor wat betreft vorm en afmeting een sprekende gelijkenis vertoont met een bestaand vuurwapen, namelijk een pistool van het merk Colt, type 1908, Pocket Hammerless.

Ook uit bijlage 1 en 2 van het proces-verbaal van bevindingen is de rechtbank gebleken dat het inbeslaggenomen wapen qua vorm en afmeting gelijkenis vertoont met het bestaande vuurwapen.

Het wapen met beslagnummer GE01-01 betreft een imitatiegeweer merk Well, type D-94, electric airpistol. Dit wapen is blijkens het proces-verbaal van bevindingen een nabootsing van een enkelloops militair geweer dat voor wat betreft vorm een sprekende gelijkenis vertoont met een bestaand vuurwapen, namelijk een Colt, type AR-15-A3, Tactical Carbine H-Bar.

De rechtbank is van oordeel dat blijkens bijlage 3 en 4 van het proces-verbaal van bevindingen het wapen weliswaar qua afmeting kleiner is dan het bestaande vuurwapen, maar dat dit verschil niet erg groot is en het inbeslaggenomen wapen bovendien nog dermate groot is dat het wel geschikt is voor bedreiging of afdreiging.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat feit 2 onder a en b wettig en overtuigend bewezen is.

Ten aanzien van feit 4:

Blijkens het proces-verbaal van doorzoeking van de rechter-commissaris is tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte op de [adres] te Venlo d.d. 24 oktober 2005 in een tas op de slaapkamer een vuurwapen aangetroffen. Het betreft een pistool Les Baer, met wapennummer SAS4045, caliber .38auto.

Het vuurwapen is in beslag genomen en heeft het beslagnummer A2301-01 gekregen.

Dit wapen staat op het verlof tot voorhanden hebben van (vuur)wapens en/of munitie van verdachte .

Op het verlof staan voorts de daarop betrekking hebbende voorschriften vermeld. Het voorschrift onder 3 bepaalt dat het wapen en de bijbehorende munitie moeten worden bewaard in een afzonderlijke, deugdelijke afgesloten en voor onbevoegden niet gemakkelijk bereikbare bergplaats. Als deugdelijk wordt beschouwd een goed af te sluiten verankerde stalen kast.

In het proces-verbaal met betrekking tot wapens en munitie concludeert de verbalisant [verbalisant] dat het wapen, zijnde een vuurwapen, merk Les Baer, HPS custom, 2011 sas 4045 niet conform de voorschriften is opgeborgen.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij onder andere de 38 super in huis had, welke op zijn vergunning staat. Zijn 38 super lag op de slaapkamer in de schiettas. Deze hoort in de kluis te liggen, aldus verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van voormelde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het wapen niet conform de voorschriften heeft bewaard in een afzonderlijke, deugdelijk afgesloten en voor onbevoegden niet gemakkelijk bereikbare bergplaats, te weten een goed af te sluiten verankerde stalen kast.

De stelling van verdachte ter zitting dat hij het wapen niet hoeft op te bergen als hij thuis is, vindt geen steun in deze (of andere) voorschriften.

Ook het verweer van de verdediging dat blijkens de nieuwste Circulaire wapens en munitie van 2005 verdachte tot 1 augustus 2006 niet verplicht was om zijn wapen in een wapenkast of wapenkluis op te bergen, kan naar het oordeel van de rechtbank geen doel treffen.

Het is weliswaar juist dat verdachte op grond van voormelde regeling onder 8.3 ten tijde van het aantreffen van het wapen niet verplicht was om deze op te bergen in een speciaal voor de opslag van wapens vervaardigde wapenkast of wapenkluis, maar verdachte diende wel op grond van het hiervoor omschreven voorschrift 3 het wapen te bewaren in een afzonderlijke, deugdelijke afgesloten en voor onbevoegden niet gemakkelijk bereikbare bergplaats.

Nu het wapen is aangetroffen in een tas in de slaapkamer, heeft verdachte niet aan dit voorschrift voldaan.

7.4 Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het sub 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 september 2005 tot en met 23 oktober 2005 in de gemeente Venlo tezamen en in vereniging met een ander, zonder consent een onderdeel dat specifiek bestemd was voor een wapen van de categorie III en van wezenlijke aard was, te weten een loop (serienummer V2202648, kaliber .223 met afsluiter type AR-15 met twee kamer verkleiners .22), heeft doen binnenkomen;

2.

hij op 24 oktober 2005 in de gemeente Venlo voorhanden heeft gehad wapens van categorie I onder 7°, te weten:

a

een nabootsing van een vuurwapen, te weten een (speelgoed)pistool (merk Colt,

type Automatic, calibre 25, serienummer 199809), dat door zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met (een) vuurwapen, te weten een pistool (merk Colt, type 1908 Pocket Hammerless), en

b.

een nabootsing van een vuurwapen, te weten een (speelgoed)geweer (merk Well,

type D-94 electric airpistol), dat door zijn vorm een sprekende gelijkenis vertoonde met (een) vuurwapen, te weten een (enkelloops) geweer (merk Colt, type AR-15-A3 Tactical Carbine H-Bar);

3.

hij in de periode van 1 september 2005 tot en met 23 oktober 2005 in de gemeente Venlo een onderdeel dat specifiek bestemd was voor een wapen van de categorie III en van wezenlijke aard was, te weten een loop (serienummer V2202648, kaliber .223 met afsluiter type AR-15 met twee kamer verkleiners.22) heeft overgedragen aan [medeverdachte];

4.

hij op 24 oktober 2005 in de gemeente Venlo heeft gehandeld in strijd met een krachtens artikel 6 van de Wet wapens en munitie vastgesteld voorschrift verbonden aan een ingevolge die wet verleend verlof tot het voorhanden van (vuur)wapens en/of munitie (WM4) verlof nr: 1310, hierin bestaande dat hij, verdachte, een (vuur)wapen, te weten een pistool (merk Les

Baer, type Ultimate Master, serie nummer SAS4045, kaliber .38auto) niet heeft bewaard in een afzonderlijke, deugdelijk afgesloten en voor onbevoegden niet gemakkelijk bereikbare bergplaats, te weten een goed af te sluiten verankerde stalen kast.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8. Kwalificatie

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende misdrijven:

T.a.v. feit 1:

handelen in strijd met artikel 14, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Het misdrijf sub 1 is strafbaar gesteld bij artikel 55, derde lid onder a, van de Wet wapens en munitie.

T.a.v. feit 2:

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Het misdrijf sub 2 is strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid, van de Wet wapens en munitie juncto artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 3:

handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Het misdrijf sub 3 is strafbaar gesteld bij artikel 55, derde lid, van de Wet wapens en munitie.

T.a.v. feit 4:

handelen in strijd met een krachtens artikel 6 van de Wet wapens en munitie vastgesteld voorschrift.

De overtreding sub 4 is strafbaar gesteld bij artikel 54 van de Wet wapens en munitie.

9. De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10. De straffen en/of maatregelen

10.1 De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 14 januari 2009 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte ter zake van de feiten 1, 2 en 3 zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis en voor feit 4 tot een geldboete van € 100,00 subsidiair 2 dagen hechtenis.

10.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat indien verdachte zou worden veroordeeld voor de ten laste gelegde feiten, hem de komende jaren geen verlof tot het voorhanden hebben van wapens zal worden verleend waardoor hem zijn hobby ontnomen wordt, hetgeen niet de bedoeling kan zijn.

10.3 De overwegingen van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een viertal feiten, allen betreffende het overtreden van de Wet wapens en munitie.

De rechtbank rekent het verdachte die zichzelf deskundig acht op het gebied van wapens en munitie zwaar aan dat hij de wet- en regelgeving daaromtrent heeft genegeerd en in samenwerking met [medeverdachte] zelfs doelbewust heeft gezocht naar manieren om straffeloos de regels te overtreden.

De rechtbank zal bij de strafmaat rekening houden met deze omstandigheid.

Anderzijds houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte -ondanks zijn jarenlange omgang met wapens- niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld.

Ter zitting heeft de officier van justitie aangegeven dat de medeverdachte [medeverdachte] een transactieaanbod heeft aanvaard van een werkstraf voor de duur van 100 uren. Verdachte is een transactie aangeboden van een werkstraf voor de duur van 60 uren.

De rechtbank overweegt dat de rol van verdachte in het geheel weliswaar kleiner is dan de rol van [medeverdachte], maar dat deze niet -zoals verdachte heeft gesteld- dermate kleiner is dat zijn straf veel lager dient uit te vallen.

Bovendien heeft [medeverdachte] afstand gedaan van alle inbeslaggenomen wapens. Dit terwijl verdachte een deel van zijn wapens heeft terug gekregen teneinde ze te kunnen verkopen aan zijn broer, waaruit de rechtbank afleidt dat de financiële schade voor verdachte beperkt is gebleven.

De rechtbank is op grond van voormelde omstandigheden van oordeel dat voor de feiten 1, 2 en 3 in beginsel een werkstraf van langere duur dan geëist passend zou zijn.

Nu echter de afdoening van de zaak meer dan drie jaar heeft geduurd, hetgeen een schending betreft van de redelijke termijn, zoals overwogen onder 5, zal de rechtbank conform de eis van de officier van justitie een werkstraf opleggen voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis.

Voor de overtreding zoals ten laste gelegd onder 4 acht de rechtbank een geldboete van € 100,00 subsidiair 2 dagen hechtenis passend.

10.5 Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat alle hieronder onder het dictum vermelde inbeslaggenomen goederen dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

Genoemde voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer aangezien

zij een gezamenlijkheid van voorwerpen vormen met de voorwerpen waarmee de bewezenverklaarde feiten onder 1, 2 en 3 zijn begaan, terwijl die voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

11. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 9, 22c, 22d, 23, 24, 24c, 27, 36b, 36c, 36d, 57, 62, 91;

Wet wapens en munitie art. 6, 13, 14, 31, 54, 55.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor de feiten 1, 2 en 3 tot een taakstraf, te weten een werkstraf voor de duur van 60 uren, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid;

beveelt dat de tijd door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht en bepaalt dat de aftrek aldus zal geschieden dat tegenover één dag inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis welke verdachte

heeft ondergaan twee uren taakstraf worden gesteld.

beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 30 dagen zal worden toegepast;

verstaat dat de taakstraf uiterlijk 1 jaar nadat dit vonnis onherroepelijk is geworden, zal zijn voltooid;

veroordeelt verdachte voor feit 4 tot een geldboete van € 100,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 2 dagen;

verklaart onttrokken aan het verkeer:

05-006091 5 1.00 STK Wapenonderdelen Kl:groen

A1201

Hamer om verkeerd geladen patronen eruit te halen

05-006091 6 1.00 STK Pistoolholster

Leren A1202

in plastic zak opschrift Leen Verbaa

05-006091 7 2.00 STK Patroonhouder

A1203

Patroonhouderveren

05-006091 9 1.00 STK Tas Kl:ROOD

A2301

Ihoud schietbenodigdheden

05-006091 10 1.00 STK Wapenonderdelen Kl:zwart

A2302

Inhoud lege patroonhouder, holster, riem, doosjes

05-006091 11 1.00 STK Wapenonderdelen Kl:rood

A2303

Inhoud schietbenodigdheden in tas

05-006091 12 1.00 STK Pistoolholster

A2302-01

05-006091 13 1.00 STK Koppeling

A2304

Koppel

05-006091 14 1.00 STK Patroonhouder

A2305

Inhoud 3 scherpe patronen en boekje "les baer"

05-006091 15 1.00 DS Doos

karton A2306

Inhoud 8 hulzen

05-006091 16 1.00 DS Doos Kl:BLAUW

MAGTECH A2307

Inhoud 62 hulzen

05-006091 17 1.00 STK Bakje

A2308

Inhoud: 4 hulzen, 40 patronen .38, schietregister

05-006091 18 1.00 STK Rek Kl:zwart

A2309

Inhoud: 8 patronen

05-006091 20 3.00 STK Patroon

A2311-01

Patronen .38

05-006091 22 3.00 DS Patroonhouder

MAGTECH patronen A2311-05

PATRONEN: 50, 35 EN 46 PATRONEN 9MM

05-006091 26 42.00 STK Patroon

A2311-09

In doos type 22 long rifle

05-006091 35 1.00 DS Speelgoed

COLT 25 Kogeltjes A3201

Ihoud plastic speelgoedkogeltjes

05-006091 36 2000.00 STK Munitie

RAINIER Kogelpunt GA01

In doos met opschrift made in USA

05-006091 37 2000.00 STK Munitie

WINCHESTER Hulzen GA02

In doos 38 mm hulzen

05-006091 38 1500.00 STK Munitie

LUGER patronen GA03

30 dozen met inhoud per doos 50 stuks)

05-006091 39 2800.00 STK Patroon

GB01

Kogelpunten part.no.74004 description 355/124

05-006091 40 79.00 STK Munitie

Patroon GB02-01

In doos .38 patronen Briefje 115gr Hp kop

05-006091 41 100.00 STK Patroon

.38 Super GB02-02

In doos

05-006091 42 458.00 STK Munitie

Kogelpunt GB03-01

In blauw bakje

05-006091 43 195.00 STK Patroon

38mm Super GB03-02

In blaud bakje

05-006091 44B 137.00 STK Huls

GB03-03

In blauw bakje

05-006091 45 230.00 GR Kruit

SYNTHESIA no.7 Lovex GB04-01

Smokeless powder in zwarte flacon

05-006091 46 1.00 STK Hoedenpen

SYNTHESIA no.7 Lovex GB04-02

Gebruikte slaghoedjes in zwarte flacon

05-006091 47 750.00 STK Munitie

HORNADY Kogelpunt GB05-01

In doos

05-006091 48 1.00 STK Wapenonderdelen Kl:blauw

DILLON PRECISIO scotsdale GB06-01

Patronenvuller

05-006091 49 1.00 STK Weegschaal Kl:blauw

DILLON PRECISIO GB07-01

Voorzien van het nr. Haus 7530-00

05-006091 50 380.00 STK Huls

WHISKAS 38mm GB08-01

In doos

05-006091 51 125.00 STK Munitie

RAINIER BALLIST Kogelpunt GB09-01

In doos

05-006091 52 11.00 STK Patroon

CASE CARD 9mm GB10-01

In doos kleur rood

05-006091 53 100.00 STK Slagletter

PISTOL PRIMERS pmc small GB11-01

05-006091 54 1.00 STK Schaal Kl:BLAUW

GD01-01

CV Dillon precision cartridge case vibratory

05-006091 55 1125.00 STK Huls

38 mm GD01-02

Blik Maggie met hulzen

05-006091 56 1007.00 STK Huls

38 mm GD01-03

Blik met opschrift Maggie

05-006091 57 290.00 STK Patroon

WINCHESTER 38mm GD01-04

In doos

05-006091 58 5000.00 STK Metaal

MAC primers GD01-05

05-006091 59 1.00 DS Wapenonderdelen

RCBS MARK GD01-06

Inhoud: diverse wapenonderdelen in doos

05-006091 60 1.00 STK Wapenonderdelen

GD01-07

Inhoud wapenonderdelen en olie in Tas

05-006091 61 1.00 STK Wapenonderdelen

GD01-07-01

Met diverse wapenonderdelen stangetjes en veren

05-006091 62 1.00 BLK Olie

cleaning GD01-07-02

05-006091 63 1.00 STK Zak

GD01-07-03

Inhoud veertjes met geel kaartje

05-006091 64 1.00 STK Wapenonderdelen

GD01-07-04

Met onderdelen stangetjes schroefjes veertjes etc

05-006091 65 1.00 STK Wapenonderdelen

GD01-07-05

Inhoud ringetjes, stang, wapenonderdeel

05-006091 66 1.00 STK Wapenonderdelen

plastic GD01-07-06

Inhoud zwart stangetje en 2 schroefjes

05-006091 67 1.00 STK Wapenonderdelen

GD01-07-07

Inhoud 9 diverse wapenonderdelen

05-006091 68 2.00 STK Patroonhouder Kl:zwart

GD01-07-08

Stoffen patroontashouder

05-006091 69 2.00 STK Patroonhouder Kl:bruin

leder GD01-07-09

Patroonhoudertasjes Leather Goods Holster

05-006091 70 3.00 STK Wapenonderdelen

RCBS MARK INDUS plastic GD01-07-10

In doos zwarte onderdelen met schroefdraad

05-006091 71 1.00 STK Wapenonderdelen

GD01-07-11

1 onderdeel plus 3 inbusschroeven

05-006091 72 2.00 STK Metaal Kl:zwart

kolfplaten GD01-07-12

Twee zwarte kolfplaten

05-006091 73 1.00 STK Gereedschap

GD01-07-13

05-006091 74 4.00 STK Wapenonderdelen Kl:koper

GD01-07-14

Koperkleurige verm. Wapen onderdelen

05-006091 75 1.00 STK Revolver

HKS 586 pat A20212 GD01-07-15

Snellader voor revolver

05-006091 76 90.00 STK Munitie

38 mm GD01-08

05-006091 77 16.00 STK Poeder

GC01-01

Flacons gunpowdre diverse merken

05-006091 78 500.00 STK Huls

PALLOTTOLE 9mm GC01-02

05-006091 79 1000.00 STK Slagwapen

FEDERAL SMALL SLAGHOED GC01-03

Tien doosjes á 100 stuks

05-006091 80 1000.00 STK Slagwapen

FEDERAL SMALL slaghoed GC01-04

Tien doosjes á 100 stuks

05-006091 81 1.00 DS Huls

CASE GARD 45-44 Mag GC01-05

05-006091 82 1.00 DS Huls

44 magnum GC01-06

Doos met 46 patroonhulzen

05-006091 83 6.00 STK Wapenonderdelen

GC01-07

Inhoud diverse onderdelen in zak

05-006091 84 4.00 STK Patroon

DOMINO GC01-08

In doos

05-006091 85 1.00 STK Wapenonderdelen

SERENDIPITY SL C-More GC01-09

05-006091 87 6.00 STK Munitie

38MM GH01-01

Losse munitie 6 patronen van .38mm

05-006091 88 2.00 STK Kijker

GH01-02

05-006091 89 135.00 STK Huls

-

In paarse zak

05-006091 90 500.00 STK Wapenonderdelen

MAGTECH slaghoedje GI01-01

In doos

05-006091 91 1.00 STK Wapenonderdelen

CV 500 DILLON GI01-02

Case vibratory cleaner

05-006091 92 1.00 STK Wapen

MILITAIR GEWEER Speelgoed GE01-01

Militair geweer

05-006091 93 1.00 STK Wapen

COLT speelgoed GE01-02

Colt

05-006091 94 1.00 STK Aansteker

MINI-AANSTEKER Speelgoed GE01-03

Speelgoed mini-aansteker

Vonnis gewezen door mrs. M.J.A.G. van Baal, J.H.M. Delnooz-Engels en

M.J.H. van den Hombergh, rechters, van wie mr. M.J.A.G. van Baal voorzitter, in

tegenwoordigheid van mr. I.E.A. van Eijk-Bronkhorst als griffier en

uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 28 januari 2009.