Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BH0511

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
23-01-2009
Datum publicatie
26-01-2009
Zaaknummer
91020 / KG ZA 08-285
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Geschil omtrent ter beschikking gestelde auto's door werkgever aan voormalig bestuurder, eigendomsrecht, afgifte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0089
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 91020 / KG ZA 08-285

Vonnis in kort geding van 23 januari 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MAXWELL HOLDING B.V.,

gevestigd te Panningen, gemeente Helden,

eiseres,

advocaat mr. W.J. Loorbach,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. E. Baghery Ziabari.

Partijen zullen hierna Maxwell en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- het faxbericht van mr. Loorbach van 14 januari 2009, met bijbehorende producties

- het faxbericht van mr. Baghery van 14 januari 2009, met bijbehorende producties

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Maxwell

- de pleitnota van [gedaagde].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Maxwell is een beheervennootschap die het familiekapitaal van de familie [gedaagde] beheert. [gedaagde] is samen met zijn broer en zus de tweede generatie aandeelhouders binnen Maxwell. [gedaagde] is in de periode 1981 tot 1 april 2008 bestuurder geweest van Maxwell.

2.2. Maxwell heeft twee auto's ter beschikking gesteld, te weten een Lexus LS 430 met kenteken [...] en een Peugeot 307 SW met kenteken [...].

3. Het geschil

3.1. Maxwell vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot afgifte van de Lexus en de Peugeot, alsmede alle bij de voertuigen behorende zaken waaronder (doch niet uitsluitend) autosleutels, kentekenbewijzen en tankpassen, een en ander op straffe van een dwangsom en vermeerderd met rente en kosten.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Maxwell stelt dat zij in het kader van de arbeidsrelatie tussen haar en [gedaagde] voornoemde Lexus en Peugeot aan [gedaagde] ter beschikking heeft gesteld. Na het beëindigen van deze arbeidsrelatie per 1 april 2008 heeft Maxwell [gedaagde] verzocht een keuze te maken tussen het overnemen van de voertuigen tegen betaling van een bedrag, danwel het retourneren van de voertuigen, maar [gedaagde] weigert een dergelijke keuze te maken. Maxwell stelt dat zij recht heeft op en belang heeft bij herstel van haar eigendomsrechten met betrekking tot de beide voertuigen. Vanwege oplopende kosten (verzekering, brandstof, onderhoud etc.) en verantwoordelijkheden jegens de fiscus acht Maxwell het niet langer verantwoord de situatie te laten voortduren en vordert Maxwell thans onder meer afgifte van beide voertuigen.

4.2. [gedaagde] heeft niet betwist dat Maxwell hem een Lexus ter beschikking heeft gesteld en dat hij deze auto op enig moment moet teruggeven, danwel tegen betaling moet overnemen. [gedaagde] beroept zich echter op een opschortingsrecht, omdat hij nog recht zou hebben op uitbetaling van 40 niet opgenomen vakantiedagen en een aantal overuren. Gezien het feit dat de Lexus volledig is afgeschreven, de verstreken tijd na het beëindigen van de arbeidsrelatie en het feit dat hij in principe bereid is de gebruikskosten van de Lexus te betalen betwist [gedaagde] dat Maxwell een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen.

4.3. [gedaagde] betwist echter dat Maxwell de Peugeot aan hem ter beschikking heeft gesteld. Hij stelt dat de Peugeot onderdeel is van de arbeidsvoorwaarden die gelden tussen zijn ex echtgenote en de Nationale handelsacademie BV, een van de werkmaatschappijen van Maxwell. Daartoe legt hij over een kopie van de belastingaangifte van zijn ex-echtgenote van 2005, waaruit blijkt dat de Peugeot bij haar inkomen werd bijgeteld. [gedaagde] stelt dat hij de bijtelling in 2006 weliswaar voor zijn rekening heeft genomen, maar dit zou in het kader van de echtscheiding zijn gebeurd.

4.4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Maxwell gelet op de aard van de vordering voldoende spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen.

4.5. Voor wat betreft de Lexus is de voorzieningenrechter van oordeel dat deze dient te worden geretourneerd aan Maxwell. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Als onweersproken staat vast dat de Lexus in eigendom toebehoort aan Maxwell. Het beroep op een opschortingsrecht dient naar het oordeel van de voorzieningenrechter te worden gepasseerd, omdat Maxwell betwist dat [gedaagde] nog recht zou hebben op uitbetaling van overuren en vakantiedagen en - nog los van de vraag of door een dergelijke vordering het eigendomsrecht kan beperken - in onderhavige kort gedingprocedure geen plaats is om nader onderzoek te doen naar de vraag of het beroep op het opschortingsrecht gerechtvaardigd is. Tevens acht de voorzieningenrechter van belang dat [gedaagde] door Maxwell ruimschoots de tijd is gegund om zich te beraden of hij deze auto wilde overnemen of niet. Nu [gedaagde] de Lexus zonder recht onder zich houdt zal de vordering tot afgifte van de Lexus, inclusief de bij dit voertuig behorende zaken, worden toegewezen. De gevorderde dwangsom dient naar het oordeel van de voorzieningenrechter te worden beperkt tot een maximum van EUR 10.000,00.

4.6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Maxwell - gelet op het verweer van [gedaagde] - onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de Peugeot aan [gedaagde] ter beschikking is gesteld. De voorzieningenrechter gaat voorbij aan de stellingen van Maxwell dat de ex echtgenote reeds sinds 2000 arbeidsongeschikt is en het om die niet in de rede ligt om haar een auto ter beschikking te stellen en aan de stelling dat er per 1 januari 2006 enkele fiscale wijzigingen zijn doorgevoerd die zouden kunnen verklaren waarom de bijtelling in 2005 bij de ex echtgenote werd ingehouden en in 2006 bij [gedaagde]. Deze stellingen worden immers door [gedaagde] gemotiveerd betwist en zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter enkel aannames en conclusies. In deze procedure is geen plaats voor een nader feitenonderzoek omtrent de vraag aan wie Maxwell de Peugeot ter beschikking heeft gesteld. De vordering tot afgifte van de Peugeot zal dan ook worden afgewezen.

4.7. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

4.8. Maxwell heeft een vergoeding gevorderd voor kosten, die na deze uitspraak zullen ontstaan, de zogenaamde nakosten. Voor de verkrijging van deze kosten zal Maxwell de procedure moeten volgen als bedoeld in artikel 237, lid 4, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en daarom wordt deze vordering afgewezen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt [gedaagde] tot afgifte binnen twee dagen na betekening van dit vonnis van de Lexus LS430 met het kenteken [...], alsmede alle bij dit voertuig behorende zaken, waaronder, doch niet uitsluitend, autosleutels, kentekenbewijzen en tankpassen,

5.2. bepaalt dat [gedaagde] voor iedere dag dat hij in strijd handelt met het onder 5.1 bepaalde, aan Maxwell een dwangsom verbeurt van EUR 500,00, tot een maximum van EUR 10.000,00,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Kluin en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2009.?

SR