Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2009:BH0330

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
20-01-2009
Datum publicatie
21-01-2009
Zaaknummer
226240 \ CV EXPL 08-4351
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In de nacht na de operatie door de dierenarts komt de hond van gedaagde te overlijden. Gedaagde wordt veroordeeld in de kosten van de operatie.

Het resultaat van de behandeling door eiser is echter niet van doorslaggevende betekenis voor het al of niet verschuldigd zijn van de aan de behandeling verbonden kosten. Doorslaggevend is enkel of eiser aan zijn inspanningsverplichting heeft voldaan. De kantonrechter is van oordeel dat gedaagde geen feiten of omstandigheden aandraagt waaruit zou kunnen blijken dat eiser tekort is geschoten in zijn inspanningsverplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector kanton

Zaaknummer: 226240 \ CV EXPL 08-4351

Vonnis van de kantonrechter te Roermond d.d. 20 januari 2009

in de zaak van:

[eiser], wonende te [woonplaats],

eiser,

gemachtigde: dw. W.H.M. van Eijsden,

tegen:

[gedaagde], wonende te [adres],

gedaagde,

procederende in persoon.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Dit blijkt uit het navolgende:

- de inleidende dagvaarding met producties;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

2.1. Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan:

Gedaagde heeft zijn hond [D] op 26 september 2007 naar de kliniek van eiser gebracht.

Eiser heeft op die dag de hond geopereerd en daarbij de ontstoken baarmoeder verwijderd.

Die avond heeft gedaagde de hond in de kliniek van eiser weer opgehaald en mee naar huis genomen. Gedaagde heeft toen een deelbetaling aan eiser van EUR 70,00 gedaan.

In de nacht van 26 op 27 september 2007 is de hond [D] overleden.

Op 27 september 2007 heeft gedaagde de overleden hond naar de kliniek van eiser gebracht.

3. Het geschil

3.1. Eiser heeft op gronden als omschreven in de dagvaarding gevorderd, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van gedaagde tot betaling aan eiser van de bedragen en rente als in de dagvaarding vermeld, kosten rechtens.

Gedaagde heeft verweer gevoerd.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. Gedaagde stelt dat hij zijn zieke hond op 27 september 2007 naar de praktijk van eiser heeft gebracht. Gedaagde stelt dat hem toen werd medegedeeld dat de hond te ziek was om te worden geopereerd. Op de vraag van gedaagde of hij er over na moest denken om de hond uit zijn lijden te verlossen was volgens gedaagde de reactie dat dit niet nodig was en dat het een routine ingreep betrof. [D] zou over een week weer de “oude” zijn.

Volgens gedaagde werd hij een half uur later door eiser gebeld met de mededeling dat er een plekje was om de hond te opereren. Dezelfde avond heeft gedaagde zijn hond nog opgehaald. Eiser zei toen nog dat [D] er weer helemaal “bovenop” zou komen. Gedaagde stelt dat hem werd uitgelegd hoe hij precies de hond moest verzorgen en hij kreeg medicatie voor de hond mee, waarmee de volgende ochtend moest worden begonnen. Toen gedaagde de hond mee kreeg reageerde die volgens hem nauwelijks op zijn aanwezigheid en stond de hond niet op. De hond is toen op een kar gelegd en naar de auto gereden. Thuisgekomen moest gedaagde zijn hond dragen omdat ze niet overeind kwam. [D] wilde niet drinken en kon niet op haar achterpoten staan. Ze wilde wel naar buiten om uitgelaten te worden maar kon niet overeind komen. Gedaagde stelt toen maar papier onder de hond te hebben gelegd, voor het geval zij haar behoefte moest doen. De vriendin van gedaagde is op de bank bij de hond blijven slapen. De volgende ochtend om 07.00 uur was [D] dood. De hond is toen weer naar de kliniek van eiser gebracht.

Uit het verweer van gedaagde concludeert de kantonrechter dat gedaagde van mening is dat eiser toerekenbaar te kort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen als dierenarts.

4.2. Eiser stelt dat hij alles in het werk heeft gesteld om de operatie toch direct uit te kunnen voeren en hierover overleg heeft gehad met gedaagde. Aan gedaagde is bij het brengen van de hond naar de kliniek medegedeeld dat hieraan kosten zijn verbonden. Gedaagde heeft volgens eiser op basis van volledige en juiste gegevens uitdrukkelijk ingestemd met de operatie van de hond. Bij het ophalen van de hond is duidelijk uitgelegd wat de nazorg is bij een dergelijke operatie en waar de eigenaar speciaal op moet letten en is er op gewezen dat dag en nacht een dierenarts bereikbaar is via de spoedlijn. Eiser wijst erop dat gedaagde geen contact heeft opgenomen met de spoedlijn. Eiser stelt van te voren een inschatting te hebben gemaakt over de eventuele risico’s. Als was gebleken dat opereren te risicovol was geweest was eiser hiertoe niet over gegaan. Eiser stelt dat hij als een goed dierenarts betaamt zijn werk heeft verricht.

Eiser stelt zich op het standpunt dat hij met gedaagde een overeenkomst heeft gesloten waarbij eiser een inspanning heeft geleverd. Het resultaat van deze inspanning ligt van te voren niet vast. Eiser is van mening dat hij aan zijn inspanningsverbintenis heeft voldaan en alles heeft gedaan wat in zijn vermogen lag om de hond beter te maken.

4.3. De kantonrechter stelt vast dat gedaagde niet weerspreekt dat in onderling overleg met eiser tot operatie van de hond [D] is besloten. De kantonrechter is het met eiser eens dat de tussen partijen gesloten overeenkomst een inspanningsverbintenis voor eiser oplevert. Gedaagde kan dan ook geen aanspraak maken op een bepaald resultaat. Beoordeeld dient te worden of eiser aan zijn inspanningsverplichting heeft voldaan.

4.4. De kantonrechter stelt voorop dat het bezoek van gedaagde met zijn hond [D] aan de kliniek uiterst tragisch is afgelopen. Op de eerste plaats tragisch voor gedaagde en zijn familieleden, die hun huisdier zijn kwijtgeraakt. Maar ook tragisch voor eiser, die als dierenarts toch niets liever wil dan het bij zijn kliniek aangeboden dier weer gezond maken. Het resultaat van de behandeling door eiser is echter niet van doorslaggevende betekenis voor het al of niet verschuldigd zijn van de aan de behandeling verbonden kosten. Doorslaggevend is enkel of eiser aan zijn inspanningsverplichting heeft voldaan. De kantonrechter is van oordeel dat gedaagde geen feiten of omstandigheden aandraagt waaruit zou kunnen blijken dat eiser tekort is geschoten in zijn inspanningsverplichting.

4.5. De kantonrechter acht geen termen aanwezig gedaagde toe te laten tot nadere bewijslevering.

4.6. Eiser vordert de overeengekomen rente ad 6% per jaar over het factuurbedrag. Uit de stukken blijkt niet dat de algemene betalingsvoorwaarden vooraf zijn overeengekomen. De wettelijke rente zal daarom worden toegewezen en wel vanaf 16 november 2007.

4.7. Op grond van het vorenstaande is de kantonrechter van oordeel dat de vordering met in acht name van het vorenstaande dient te worden toegewezen en dat gedaagde, als de in het ongelijk gestelde partij, dient te worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

4.8. De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5. De beslissing

5.1. Veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiser te betalen een bedrag van EUR 417,91 vermeerderd met de wettelijke rente over EUR 363,40 vanaf 16 november 2007 tot aan de voldoening.

5.2. Veroordeelt gedaagde in de proceskosten aan de zijde van eiser geval¬len en tot aan dit vonnis begroot op EUR 288,80, waarvan EUR 120,00 als salaris voor de gemachtigde.

5.3. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

5.4. Wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.R. Soutendijk, kantonrechter, en ter openbare civiele terechtzitting op 20 januari 2009 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.