Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2008:BG6946

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
09-12-2008
Datum publicatie
15-12-2008
Zaaknummer
89974 / KG ZA 08 - 236
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Nakoming arrest gerechtshof, verdeling nalatenschap, erven, informatieplicht, dwangsom.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 89974 / KG ZA 08-236

Vonnis in kort geding van 9 december 2008

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. H.M.J. Offermans,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

advocaat mr. drs. A. van der Toorn

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

advocaat mr. Th.J.J. Dierichs.

gedaagden,

Partijen zullen hierna [eiseres], [gedaagden] dan wel [gedaagde sub 1] en/of [gedaagde sub 2] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiseres]

- de pleitnota van [gedaagde sub 1]

- de pleitnota van [gedaagde sub 2]

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 25 november 2008, waaruit een eiswijziging blijkt.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseres] is de zus van [gedaagden]. Partijen hebben nog een zus, genaamd [M.]. De vader van voornoemde personen (hierna: vader) is op 15 oktober 2001 overleden. Partijen zijn ieder voor ¼ deel gerechtigd in de nalatenschap van vader. Daartoe behoort het campingbedrijf [H.], gelegen te [vestigingsplaats], België. [gedaagden] hebben voor en na het overlijden van vader de camping (mede)geëxploiteerd.

2.2. Partijen hebben reeds eerder tegen elkaar geprocedeerd omtrent de verdeling van de nalatenschap in een procedure van [eiseres] tegen [M.], [gedaagden]. Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft in die procedure bij uitspraak van 29 april 2008, aangevuld en verbeterd bij uitspraak van 29 juli 2008, onder meer het volgende bepaald:

"verleent [eiseres] machtiging tot onderhandse verkoop en levering van het kampeerbedrijf "camping [H.]" (…) voor de waarde daarvan in het economische verkeer (going concern) vast te stellen door een door haar aan te wijzen ter plaatse bekende taxateur ervaren in de waardering van recreatieondernemingen, danwel - indien de onderhandse verkoop niet binnen zes maanden na bieding is geëffectueerd - door dit kampeerbedrijf o.a. in het openbaar te verkopen aan de meestbiedende ten overstaan van een bevoegde notaris met inachtneming van het Belgische recht ter zake.

Veroordeelt ieder afzonderlijk van [gedaagden] binnen twee weken na betekening van dit arrest op eerste schriftelijke verzoek van [eiseres] alle nodige medewerking te verlenen aan de taxatie, verkoop en levering van het kampeerbedrijf "camping [H.] (…)ieder op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 1.000,00 voor iedere dag dat ieder van hen in gebreke blijft aan deze veroordeling of een gedeelte daarvan te voldoen, met een maximum van EUR 180.000,00 per persoon.

Veroordeelt [gedaagden] binnen drie maanden na afloop van ieder boekjaar, voor het eerst ten aanzien van het boekjaar 2004, een per de ultimo van dat boekjaar uit de exploitatie van kampeerbedrijf "camping [H.]" op de beheerrekening(en) resulterend batig saldo af te storten naar de boedelrekening met nummer 15.03.00.557, ieder op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 10.000,00 per boekjaar waarover ieder van [gedaagden] hiermee veertien dagen na betekening van het te dezen te wijzen arrest in gebreke blijven, met een maximum van EUR 50.000,00 per persoon."

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert - na wijziging van eis - samengevat:

a. veroordeling van [gedaagden] om aan [eiseres] te verstrekken: de originele campingvergunning van de Vereniging [JRS], alsmede afschriften van alle bankrekeningen die door [gedaagden] voor de exploitatie van de camping in de boekjaren 2004 tot en met 2007 zijn gebruikt;

b. veroordeling van [gedaagden] om het batig saldo van de boekjaren 2004 tot en met 2007 naar de boedelrekening bij de Rabobank onder nummer 15.03.00.557 over te boeken;

c. de dwangsommen die het Gerechtshof in de arresten van 29 april 2008 en

29 juli 2008 heeft opgelegd te wijzigen in die zin dat aan de dwangsommen geen maximum wordt verbonden en dat de dwangsommen ad EUR 1.000,00 per dag doorlopen totdat [gedaagden] volledig aan de veroordelingen hebben voldaan en dat de wettelijke rente verschuldigd is over de dwangsommen;

d. althans een zodanige voorziening als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren;

e. veroordeling van [gedaagden] in de proceskosten.

3.2. [gedaagden] voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De voorzieningenrechter is van oordeel dat reeds uit de aard van de vordering volgt dat er sprake is van een spoedeisend belang. [eiseres] stelt dat [gedaagden] weigeren volledig uitvoering te geven aan het arrest van het Hof van 29 april 2008, zoals aangevuld en verbeterd op 29 juli 2008. [eiseres] stelt dat [gedaagden] ondanks herhaalde verzoeken van haar nog niet alle informatie, welke volgens haar noodzakelijk is voor de taxatie en de verkoop van de camping, aan haar hebben verstrekt. [gedaagden] stellen dat zij wel voldoen aan de arresten en dat [eiseres] misbruikt maakt van de arresten van het Hof door een eigen, in haar voordeel uitvallende, interpretatie te geven aan de arresten, welke veel verder reikt dan het Hof zou hebben bedoeld. De voorzieningenrechter overweegt op dat punt dat [eiseres] zich dient te realiseren dat de vragen die zij opwerpt in de processtukken (en waaraan niet op alle punten een vordering is gekoppeld) niet allemaal relevant zijn in het kader van de taxatie en de verkoop van de camping. Het proberen af te dwingen van antwoorden kost thans daarom alleen maar tijd. Het is in het belang van alle partijen dat spoedig conform de uitspraak van het Hof een taxatie wordt opgemaakt en dat een verkoop op korte termijn tegen een zo hoog mogelijke prijs wordt nagestreefd. [gedaagden] hebben tijdens de mondelinge behandeling overigens aangegeven te streven naar een snelle verkoop. Wat daarvan ook zij, vast staat dat [gedaagden] niet in cassatie zijn gegaan tegen voornoemde arresten van het Hof en zij zullen dan ook de noodzakelijke medewerking moeten verlenen aan de uitvoering van de arresten.

4.2. [eiseres] stelt dat de originele campingvergunning aan de kopers overhandigd moet kunnen worden en aan belangstellenden getoond moet kunnen worden en vordert dan ook afgifte van de originele vergunning van de Feitelijke Vereniging [SJR]. [gedaagden] stellen dat zij geen beschikking hebben over een originele vergunning, doch stellen tegelijkertijd dat een (vervangend) origineel pas bij verkoop zou hoeven worden overgelegd. [gedaagden] hebben verder gesteld dat [eiseres] geen belang heeft bij dit onderdeel van de vordering. De voorzieningenrechter zal de verweren van [gedaagden] als onvoldoende gemotiveerd passeren. [gedaagden] hebben immers niet betwist dat er een originele campingvergunning op naam van de Feitelijke Vereniging [SJR] bestaat en betwisten ook niet dat de originele vergunning zal moeten worden overgelegd aan de kopers van de camping. [gedaagden] hebben verder geen feiten en omstandigheden aangevoerd waarom zij de vergunning niet reeds nu zouden kunnen overleggen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat indien niet [gedaagden] maar derden de originele vergunning in het bezit hebben het op de weg van [gedaagden] ligt om deze bij de betreffende derden op te vragen. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat dit onderdeel van de vordering voor toewijzing gereed ligt.

4.3. [eiseres] stelt verder dat zij voor de taxatie de afschriften van alle bankrekeningen die door [gedaagden] voor de exploitatie van de camping in de boekjaren 2004 tot en met 2007 zijn gebruikt nodig heeft. [gedaagden] hebben gesteld dat met betrekking tot inzage in de bedrijfsrekeningen in het kader van de beheersovereenkomst rekening en verantwoording kan worden gevraagd in een aparte procedure. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de gevorderde voorziening ook in kort geding kan worden gevraagd en dat derhalve geen aparte procedure behoeft te worden gevolgd. Daarnaast stellen [gedaagden] dat inzage in de bedrijfsrekeningen niet noodzakelijk is in het kader van een taxatie. Ook aan dit verweer wordt voorbijgegaan omdat het naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende in artikel 3:173 BW dat [eiseres] (en [M.]) van [gedaagden] jaarlijkse rekening en verantwoording omtrent het gevoerde beleid kunnen verlangen. Derhalve zullen [gedaagden] de bankafschriften over de boekjaren 2004 tot en met 2007 aan [eiseres] dienen over te leggen. De vordering onder punt 3.1a zal dan ook volledig worden toegewezen.

4.4. Voor wat betreft de vordering tot het overmaken van het batig saldo op de boedelrekening overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Het Hof heeft [gedaagden] reeds veroordeeld om het batig saldo resulterend uit de exploitatie van kampeerbedrijf "camping [H.]" en staande op de beheerrekening(en) vanaf het boekjaar 2004 naar de boedelrekening bij de Rabobank onder nummer 15.03.00.557 over te boeken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiseres] dan ook geen belang bij een herhaalde toewijzing van deze vordering. Zij kan een overboeking van een eventueel batig saldo reeds afdwingen op grond van genoemde arresten van het Hof. Voor wat betreft het geschil tussen partijen over de inhoud van het begrip "batig saldo" is de voorzieningenrechter van oordeel dat deze procedure zich niet leent voor een nader onderzoek op dat punt. Onderdeel 3.1b van de vordering zal dan ook worden afgewezen.

4.5. Verder vordert [eiseres] wijziging van de door het Hof opgelegde dwangsommen. De voorzieningenrechter is daartoe niet bevoegd. De rechter die de dwangsom heeft opgelegd is daartoe bevoegd, doch

enkel alleen op vordering van de veroordeelde en indien aan de overige eisen van artikel 611d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is voldaan. De vordering onder 3.1c ligt dan ook voor afwijzing gereed.

4.6. De vordering onder 3.1d is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende bepaald en concreet, zodat deze eveneens zal worden afgewezen.

4.7. In verband met de relatie tussen partijen en het feit dat partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld is de voorzieningenrechter van oordeel dat de proceskosten dienen te worden gecompenseerd.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt [gedaagden] om aan [eiseres] te verstrekken: de originele campingvergunning van de Vereniging [JRS], alsmede afschriften van de bank van alle bankrekeningen die door [gedaagden] voor de exploitatie van de camping in de boekjaren 2004 tot en met 2007 zijn gebruikt,

5.2. wijst af het anders of meer gevorderde

5.3. compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.R.A. Timmermans-Vermeer en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2008.?

SR