Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2008:BG6254

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
05-12-2008
Datum publicatie
08-12-2008
Zaaknummer
04/850609-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen van het verkopen van XTC-pillen en (medeplegen van) het aanwezig hebben van XTC-pillen, op het Solar-festival.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Parketnummer : 04/850609-08

Uitspraak d.d. : 5 december 2008

TEGENSPRAAK

VONNIS

van de rechtbank Roermond,

meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

naam : [verdachte]

voornamen : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

thans gedetineerd in [detentieadres].

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 november 2008.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1.

hij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 8 augustus 2008 tot en met 10 augustus 2008 in de gemeente Roermond, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt een aantal XTC-pillen, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

(art. 2 van de Opiumwet)

2.

hij in of omstreeks de periode van 8 augustus 2008 tot en met 10 augustus 2008 in de gemeente Roermond,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad 35,5 en/of 245 en/of 983, althans een (groot) aantal XTC-pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

(art. 2 van de Opiumwet).

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

7. Bewijsoverwegingen

7.1 Standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 21 november 2008 gevorderd dat het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

Naar zijn mening heeft verdachte de in de tenlastelegging vermelde hoeveelheden pillen opzettelijk aanwezig gehad. Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij pillen heeft verkocht en uitgedeeld. Deze handelingen vallen onder feit 1. De [getuige] heeft bovendien verklaard dat verdachte aan hem en aan anderen vroeg of ze een snoepje wilden. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verdachte en de [medeverdachte] de feiten 1 en 2 in vereniging hebben gepleegd, gelet op het aantreffen van de grote hoeveelheid pillen in de tent waar beide verdachten sliepen en gelet op het sms-je dat [medeverdachte] heeft ontvangen. Voorts is bij verdachte en de [medeverdachte] veel geld aangetroffen, hetgeen op de verkoop van de pillen duidt. Blijkens het onderzoek door het NFI betreffen de aangetroffen pillen MDMA.

De verdediging heeft ter zitting geen verweer gevoerd met betrekking tot de bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten.

Verdachte heeft ter zitting de tenlastegelegde feiten bekend te hebben gepleegd. Daarbij heeft hij aangegeven dat [medeverdachte] meegewerkt heeft bij de verkoop van de XTC-pillen, door mensen naar hem te sturen die snoepjes wilden.

7.2 (Samenvatting van de) bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De hieronder vermelde bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

De genoemde geschriften zijn slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

De vindplaatsvermeldingen, voorkomend in de hieronder opgenomen motivering van de bewezenverklaring, verwijzen naar de doorlopende paginanummering van het in de wettelijke vorm door de Regiopolitie Limburg-Noord, District Midden-Limburg, opgemaakt proces-verbaal, genummerd PL233F/08-004925, gedateerd 6 september 2008 en de daarbij behorende bijlagen (tevens een doorlopend genummerde ‘print van scan 30-09-2008 van origineel’, pagina 1 t/m 114).

Ten aanzien van feit 1:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 21 november 2008;

- de verklaring van [medeverdachte] bij de politie, dat hij de bij hem aangetroffen XTC-pillen van verdachte heeft gekregen en dat hij zelf wel eens XTC-pillen weggeeft ;

- het proces-verbaal bevindingen, betreffende het uitlezen van de onder [medeverdachte] inbeslaggenomen gsm ;

- het Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie in de zaak contra [verdachte] (GL-codes 386.650, 386.649, 386.648, 386.647, 386.646, 386.645, 386.644), d.d. 28 augustus 2008, door

A.J. Poortman-van der Meer als vast gerechtelijk deskundige op ambtsbelofte opgemaakt, weergegeven op pagina 48 en 49;

- het Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie in de zaak contra [medeverdachte] (GL-codes 386.655, 386.656, 386.651), d.d. 28 augustus 2008, door A.J. Poortman-van der Meer als vast gerechtelijk deskundige op ambtsbelofte opgemaakt, weergegeven op pagina 60 en 61.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de XTC-pillen heeft meegenomen naar Roermond en dat hij op het Solarfestival in Roermond XTC-pillen heeft weggegeven en heeft verkocht. De pillen die door de politie zijn aangetroffen en inbeslaggenomen onder hem, in de tent en onder [medeverdachte], waren afkomstig uit die door verdachte meegebrachte partij pillen.

Voorts heeft hij verklaard dat hij tegen [medeverdachte] had gezegd dat als hij mensen vond die snoepjes wilden, hij ze naar hem moest sturen. [medeverdachte] heeft dat ook gedaan, aldus verdachte ter zitting.

Blijkens het proces-verbaal van bevindingen betreffende het uitlezen van de onder [medeverdachte] inbeslaggenomen gsm, heeft [medeverdachte] op 10 augustus 2008 een sms-bericht ontvangen met onder andere de tekst “hey mister snoepie ik heb een klant voor je”.

De [medeverdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij de bij hem aangetroffen 35,5 XTC-pillen van verdachte heeft gekregen en dat hij zelf ook pillen heeft weggegeven.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte] XTC-pillen heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt, soortgelijk en met dezelfde werking als de aangetroffen pillen. Ook de onder beide verdachten aangetroffen lege gripzakjes dragen bij aan die overtuiging.

Ten aanzien van feit 2:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 21 november 2008;

- de verklaring van de [medeverdachte] bij de politie, dat hij de bij hem aangetroffen pillen heeft gekregen van verdachte ;

- de kennisgeving van inbeslagneming, opgemaakt en ondertekend door de [verbalisant], relaterende de inbeslagneming op 10 augustus 2008 onder [verdachte] van 245 XTC-pillen (GL-code 386.650), weergegeven op pagina 13 en 14;

- de kennisgeving van inbeslagneming, opgemaakt en ondertekend door de [verbalisant], relaterende de inbeslagneming op 11 augustus 2008 onder [verdachte] van in totaal 983 XTC-pillen (GL-codes 386.649, 386.648, 386.647, 386.646, 386.645, 386.644), weergegeven op pagina 15 t/m 18;

- de kennisgeving van inbeslagneming, opgemaakt en ondertekend door de [verbalisant], relaterende de inbeslagneming op 10 augustus 2008 onder verdachte [medeverdachte] van in totaal 35,5 XTC-pillen (GL-codes 386.655, 386.656 en 386.651), weergegeven op pagina 2 t/m 4;

- het Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie in de zaak contra [verdachte] (GL-codes 386.650, 386.649, 386.648, 386.647, 386.646, 386.645, 386.644), d.d. 28 augustus 2008, door

A.J. Poortman-van der Meer als vast gerechtelijk deskundige op ambtsbelofte opgemaakt, weergegeven op pagina 48 en 49; - het Deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie in de zaak contra [medeverdachte] (GL-codes 386.655, 386.656, 386.651), d.d. 28 augustus 2008, door A.J. Poortman-van der Meer als vast gerechtelijk deskundige op ambtsbelofte opgemaakt, weergegeven op pagina 60 en 61.

Gelet op vorenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de 245 bij hem aangetroffen en de 983 in de tent aangetroffen XTC-pillen alleen aanwezig heeft gehad. Van enige betrokkenheid danwel wetenschap te dien aanzien van [medeverdachte], anders dan het aantreffen in hun gezamenlijke tent, is de rechtbank niet gebleken.

Nu de [medeverdachte] heeft verklaard dat hij de bij hem aangetroffen 35,5 pillen heeft gekregen van verdachte, hetgeen verdachte bevestigt, en zij samen actief zijn geweest om de pillen op het Solarfestival aan de man te brengen, acht de rechtbank ten aanzien van die 35,5 pillen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze in de periode van 8 augustus 2008 t/m 10 augustus 2008 tezamen en in vereniging met [medeverdachte] aanwezig heeft gehad.

7.3 Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het sub 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij meermalen in de periode van 8 augustus 2008 tot en met 10 augustus 2008 in de gemeente Roermond, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt een aantal XTC-pillen, bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij in de periode van 8 augustus 2008 tot en met 10 augustus 2008 in de gemeente Roermond, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad 35,5 XTC-pillen, bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

en

hij in of omstreeks de periode van 8 augustus 2008 tot en met 10 augustus 2008

in de gemeente Roermond, opzettelijk aanwezig heeft gehad 245 en 983 XTC-pillen, bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8. Kwalificatie

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende misdrijven:

T.a.v. feit 1:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

De misdrijven sub 1 zijn strafbaar gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet juncto artikel 47 en artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 2:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

en

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 aanhef en onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Het misdrijf sub 2 is strafbaar gesteld bij artikel 10 van de Opiumwet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

en

bij artikel 10 van de Opiumwet.

9. De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10. De straffen en/of maatregelen

10.1 De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 21 november 2008 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte ter zake van feit 1 en 2 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de tijd van 12 maanden, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde.

De officier van justitie heeft ter onderbouwing van zijn eis aangevoerd dat het ernstige feiten betreffen, gelet op de grote hoeveelheden pillen. Voorts heeft hij bij zijn eis rekening gehouden met het feit dat verdachte niet eerder veroordeeld is voor een soortgelijk feit.

10.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat verdachte het moeilijk vindt om eerlijk te zijn, maar dat hij ter zitting toch naar de waarheid heeft verklaard. Hij heeft nog nooit vastgezeten en hij is erg geschrokken. Hij heeft er veel van geleerd. De eis van de officier van justitie is gebaseerd op de richtlijnen van het openbaar ministerie. De oriëntatiepunten van de rechtbank zijn anders. Indien de oriëntatiepunten worden gevolgd, komt de raadsvrouw, gelet op de hoeveelheid pillen, uit bij de ondergrens van de categorie 3 tot 6 maanden gevangenisstraf.

10.3 De overwegingen van de rechtbank

Verdachte is (met de [medeverdachte]) van zijn woonplaats te Rotterdam naar Roermond gekomen om daar het Solarfestival bij te wonen.

Verdachte heeft vanuit zijn woonplaats een grote hoeveelheid XTC-pillen meegenomen (naar zijn zeggen zonder dat [medeverdachte] dat wist). Gelet op die grote hoeveelheid waren deze pillen kennelijk niet enkel bestemd voor eigen gebruik, doch met name om te verkopen en uit te delen.

De rechtbank is van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten ernstige feiten betreffen, met name gelet op de grote hoeveelheid XTC-pillen die bij verdachte en in de tent is aangetroffen. De rechtbank is immers van oordeel dat harddrugs als de onderhavige, eenmaal in handen van gebruikers, grote gevaren opleveren voor de gezondheid van die gebruikers, terwijl die gebruikers hun verslaving vaak door diefstal of ander crimineel handelen trachten te bekostigen, waardoor aan de samenleving ernstige schade wordt berokkend.

Verdachte heeft er ter terechtzitting blijk van gegeven dat hij de onjuistheid van zijn handelen inziet, dat hij spijt heeft en dat hij veel positieve toekomstplannen heeft. De rechtbank laat dit in zijn voordeel spreken, maar laat in de strafmaat ook meewegen dat dit besef hem had moeten weerhouden.

In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte blijkens het uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister niet eerder ter zake van soortgelijke feiten is veroordeeld.

Ten slotte houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die zijn vermeld in het Voorlichtingsrapport van de Reclassering Nederland, unit Roermond, d.d. 17 november 2008, en het in dat rapport vermelde advies, alsmede met de persoonlijke omstandigheden, zoals die overigens zijn gebleken tijdens het onderzoek ter terechtzitting.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten -met name in verband met de grote hoeveelheid pillen- met het oog op een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lagere straf dan de hierna vermelde vrijheidsstraf. Gelet evenwel op de persoon van verdachte, diens omstandigheden en het ter terechtzitting getoonde inzicht in de onjuistheid van zijn handelen, een verkeerde keuze aldus verdachte, ziet de rechtbank aanleiding een groter gedeelte van deze gevangenisstraf dan gevorderd door de officier van justitie voorwaardelijk op te leggen met reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde. Hiermee wordt de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

10.4 Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten

08-004925 13 Euro

-

7x50 7x20 7x10 10x5 euro en 11.95 euro kleingeld

08-004925 14 18.00 STK Verpakking

gripzakje

08-004925 16 292.00 STK Verpakking

gripzakje

dienen te worden verbeurdverklaard.

Genoemde voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring aangezien die voorwerpen aan verdachte toebehoren en het eerste voorwerp (nr. 13) geheel of grotendeels door middel van feit 1 is verkregen en de overige twee voorwerpen (de gripzakjes met nr. 14 en 16) tot het begaan van dit misdrijf zijn bestemd.

10.5 Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomene, te weten

08-004925 6 60.39 GR Xtc Kl:oranje

gl-code 386.650

245 pillen met indruk "kroon" met verm. MDMA

08-004925 7 0.72 GR Xtc Kl:oranje

gl-code 386.649

3 pillen met indruk "kroon"

08-004925 8 1.38 GR Xtc Kl:groen

gl-code 386.648

8 pillen met indruk "schoppen"

08-004925 9 17.81 GR Xtc Kl:oranje

gl-code 386.647

71 pillen met indruk "kroon"

08-004925 10 29.30 GR Xtc Kl:oranje

gl-code 386.646

117 pillen met de indruk "kroon"

08-004925 11 43.66 GR Xtc Kl:oranje

gl-code 386.645

175 pillen met indruk "kroon"

08-004925 12 152.94 GR Xtc Kl:oranje

gl-code 386.644

609 pillen met indruk "kroon"

dient te worden onttrokken aan het verkeer.

Genoemde, aan de verdachte toebehorende, voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet, terwijl die voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane misdrijf zijn aangetroffen. Ten aanzien van de verdovende middelen bepaalt de rechtbank overigens dat deze dienen te worden onttrokken aan het verkeer gelet op de imperatieve bewoordingen van artikel 13a van de Opiumwet.

10.6 Teruggave aan verdachte

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat onder meer inbeslaggenomen is:

08-004925 15 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart

MOBIEL

Nu met betrekking tot dit voorwerp niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, dienen dit voorwerp te worden teruggegeven aan degene aan wie deze toebehoren, te weten verdachte.

11. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57, 91,

Opiumwet art, 2, 10, 13a.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het sub 1 en 2 ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 12 maanden;

beveelt dat van deze gevangenisstraf 6 maanden niet zullen worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel gedurende die proeftijd de hierna te melden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende die proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen en voorschriften die hem zullen worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland, arrondissement Roermond,

zolang deze instelling dit noodzakelijk acht, met opdracht aan de Reclassering aan de verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

verklaart verbeurd:

08-004925 13 Euro

-

7x50 7x20 7x10 10x5 euro en 11.95 euro kleingeld

08-004925 14 18.00 STK Verpakking

gripzakje

08-004925 16 292.00 STK Verpakking

gripzakje

verklaart onttrokken aan het verkeer:

08-004925 6 60.39 GR Xtc Kl:oranje

gl-code 386.650

245 pillen met indruk "kroon" met verm. MDMA

08-004925 7 0.72 GR Xtc Kl:oranje

gl-code 386.649

3 pillen met indruk "kroon"

08-004925 8 1.38 GR Xtc Kl:groen

gl-code 386.648

8 pillen met indruk "schoppen"

08-004925 9 17.81 GR Xtc Kl:oranje

gl-code 386.647

71 pillen met indruk "kroon"

08-004925 10 29.30 GR Xtc Kl:oranje

gl-code 386.646

117 pillen met de indruk "kroon"

08-004925 11 43.66 GR Xtc Kl:oranje

gl-code 386.645

175 pillen met indruk "kroon"

08-004925 12 152.94 GR Xtc Kl:oranje

gl-code 386.644

609 pillen met indruk "kroon"

gelast de teruggave aan verdachte van:

08-004925 15 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart

MOBIEL.

Vonnis gewezen door mrs. L.P. Bosma, N.I.B.M. Buljevic en E.J.H.G. van Binnebeke, van wie mr. L.P. Bosma voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I.E.A. van Eijk-Bronkhorst als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank voornoemd op 5 december 2008.

Mr. E.J.H.G. van Binnebeke is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.