Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2008:BG6165

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
03-12-2008
Datum publicatie
08-12-2008
Zaaknummer
04/994823-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Economische politierechter. Frustratie merkenregistratie vee door het gebruiken van merken van een ander bedrijf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Parketnummer : 04/994823-06

uitspraak d.d. : 3 december 2008

TEGENSPRAAK

VONNIS

van de economische politierechter te Roermond,

in de zaak tegen:

naam : [Bedrijf 1]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 november 2008.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

zij in of omstreeks de periode van 15 januari 2006 tot en met 8 maart 2006 te Neeritter, in de gemeente Hunsel, in elk geval in het arrondissement Roermond, als houder, al dan niet opzettelijk, één of meerdere dieren die zij hield, te weten ongeveer 600 varkens (biggen), heeft gemerkt met merken, die blijkens de op het merk vermelde gegevens door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan derden ter beschikking waren gesteld.

art 12 lid 2 sub b Regeling identificatie en registratie van dieren

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de politierechter verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de politierechter

Krachtens de wettelijke bepalingen is de politierechter bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7. Bewezenverklaring

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 20 november 2008 gevorderd dat het ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

De verdediging heeft zich ten aanzien van een bewezenverklaring gerefereerd aan het oordeel van de rechter.

De rechter acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij in de periode van 15 januari 2006 tot en met 8 maart 2006 te Neeritter, in de gemeente Hunsel, als houder, opzettelijk, meerdere dieren die zij hield, te weten ongeveer 600 varkens (biggen), heeft gemerkt met merken, die blijkens de op het merk vermelde gegevens door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan derden ter beschikking waren gesteld.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de politierechter niet bewezen.

Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8. Het bewijs

De overtuiging van de politierechter dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

8.1 De bewijsmiddelen

Voor zover het vonnis is uitgewerkt, staan de door de politierechter gebruikte bewijsmiddelen vermeld in de alsdan aan het vonnis gehechte aanvulling als bedoeld in de artikelen 365a en 365b van het Wetboek van Strafvordering.

9.1. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op het navolgende misdrijf:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 96 in verband met artikel 105 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, opzettelijk begaan door een rechtspersoon.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 6 in verband met de artikelen 1 en 2 van de Wet op de economische delicten en de artikelen 96 en 105 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

10. De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

11. De straffen en/of maatregelen

11.1 De algemene overwegingen

Op grond van de aard van het bewezenverklaarde, alsmede op grond van de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, is de politierechter van oordeel dat aan verdachte na te melden straf behoort te worden opgelegd.

11.2 De bijzondere overwegingen

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 20 november 2008 met betrekking tot de op te leggen hoofdstraf (en bijkomende straf) gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 10.000,--.

De raadsman heeft ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat rekening dient te worden gehouden met het tijdsverloop en dat hij zich voorts refereert aan het oordeel van de rechter.

De economische politierechter heeft bij de strafoplegging meer in het bijzonder rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, alsmede met het belang van een juiste normhandhaving.

Door de overheid zijn regels gesteld, die strekken tot implementatie van Europese regelgeving en tot uitvoering van nationaal beleid dat tot doel heeft om ziektes te weren of de verspreiding van ziekteverwekkers te voorkomen. Ter voorkoming of bestrijding van een besmettelijke ziekte op Nederlands grondgebied of bij uitbraak of verdenking daarvan in Europese lidstaten of elders moeten acuut maatregelen kunnen worden genomen. Dieren kunnen drager zijn van ziekten die onder omstandigheden een risico vormen voor de gezondheid van de mens en de kwaliteit van het voedsel. Door middel van preventieve maatregelen en een goede monitoring moet worden voorkomen dat dieren drager zijn van ziekten die door dieren op de mens kunnen worden overgedragen, de zogenoemde zoönosen. Met het oog op de bescherming van de volksgezondheid, de diergezondheid of het milieu kan het nodig zijn dat snel en nauwkeurig aan de opgelegde regels wordt voldaan. Met de preventieve maatregelen wordt beoogd de insleep van ziekteverwekkers te voorkomen, bijvoorbeeld door het stellen van voorwaarden aan dieren en producten die in Nederland worden gebracht, een plicht tot het reinigen en ontsmetten van vervoermiddelen die worden gebruikt voor het grensoverschrijdende handelsverkeer en het instellen van een afschermplicht. Daarnaast hebben de preventieve maatregelen tot doel de verspreiding van dierziekten te voorkomen.

De regels over diergezondheid bevatten voorts verplichtingen met betrekking tot de identificatie en registratie van dieren. Met het oog op het doen van snel en efficiënt onderzoek naar de aanwezigheid van ziekteverwekkers en het voorkomen van dierziekten zoönosen en ziekteverschijnselen kan het nodig zijn om snel te weten waar een dier vandaan komt, zodat tijdig maatregelen kunnen worden genomen ter voorkoming van verdere verspreiding van een ziekte. Hierbij moet gedacht worden aan onderzoeken op veehouderijen en andere ruimten waar dieren aanwezig zijn.

Dieren zijn een belangrijke economische factor. Ze worden gefokt, verzorgd, gevoederd, getransporteerd, verhandeld en geslacht. Wanneer de gestelde regels niet worden nageleefd, kan dit ernstige gevolgen hebben voor het vertrouwen dat mensen in voedsel mogen stellen. Voorts kan aan de Nederlandse handel in dieren en dierproducten naar het buitenland ernstig nadeel worden toegebracht.

De houder van dieren is als eerste verantwoordelijk voor zijn dieren. De preventie van dierziekten vindt dan ook voor een belangrijk deel plaats door middel van maatregelen op het vlak van de bedrijfsvoering, waarbij gedacht kan worden aan beperkingen aan het bijeenbrengen van dieren op het bedrijf, het reinigen en ontsmetten van voertuigen en het juist identificeren en registreren.

Verdachte kan door de grote hoeveelheden dieren waarvan zij gedurende enige tijd houdster is, een belangrijke rol spelen bij de verspreiding van ziekteverwekkers en ook bij het voorkomen van dierziekten en zoönosen en ziekteverschijnselen. Het is van het grootste belang dat door verdachte de gestelde regels zorgvuldig worden nageleefd. Van verdachte mag worden verwacht dat de medewerkers doordrongen zijn van het grote belang van de naleving van de regels en dat het bedrijf de nodige maatregelen treft voor een consciëntieuze uitvoering van de wettelijke bepalingen. Door het niet zorgvuldig naleven van de regels met betrekking tot de identificatie en registratie van dieren heeft verdachte de volksgezondheid en de diergezondheid in potentie op ernstige wijze in gevaar gebracht. Het bewust niet gebruik maken van juiste merken vormt niet alleen een groot risico voor het eigen bedrijf, maar ook voor de gehele sector, voor de voedselveiligheid en de uitstraling daarvan naar het buitenland.

Bij de strafbepaling houdt de economische politierechter in het voordeel van verdachte rekening met de omstandigheid dat zij blijkens de uittreksels uit het Algemeen Documentatieregister niet eerder - vóór het plegen van dit feit - is veroordeeld.

Gelet op het risico voor de volksgezondheid die van het handelen van verdachte is uitgegaan, is de economische politierechter van oordeel dat aan verdachte een geldboete van aanzienlijke omvang moet worden opgelegd.

De raadsman heeft aangevoerd dat bij de strafbepaling rekening dient te worden gehouden met het lange tijdsverloop sedert het plegen van de feiten. Met betrekking tot de hoogte van de geldboete is de economische politierechter van oordeel dat een geldboete van € 11.000,-- een juiste bestraffing zou vormen. Gelet op het tijdsverloop tussen de feiten en de berechting zal echter worden volstaan met een geldboete ter hoogte van de vordering van de officier van justitie. De economische politierechter tekent hierbij aan dat ook de officier van justitie het tijdsverloop reeds in de vordering heeft meegewogen.

Gelet op de samenhang van het bewezenverklaarde feit met een van de bij [Bedrijf 3] ten laste gelegde feiten, welke bedrijven uiteindelijk op dezelfde natuurlijke personen zijn terug te voeren, en gezien de hoogte van het gevorderde bedrag, acht de economische politierechter aangewezen dat een deel van het bedrag voorwaardelijk wordt opgelegd.

Bij de vaststelling van deze geldboete heeft de economische politierechter rekening gehouden met de draagkracht van verdachte in een mate waarin dat nodig wordt geacht met het oog op een passende bestraffing. Verdachte wordt door die vaststelling in haar vermogenspositie niet onevenredig getroffen.

12. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 14a, 14b, 14c, 23, 24, 51, 63, 91;

Wet op de economische delicten art. 1, 2, 6;

Gezondheids- en welzijnswet voor dieren art. 96, 105;

Regeling identificatie en registratie van dieren art. 12 (oud).

BESLISSING

De economische politierechter:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde het hiervoor vermelde strafbare feit oplevert en verklaart verdachte terzake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een geldboete van € 10.000,--;

bepaalt dat van deze straf een bedrag, groot € 5.000,--, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Vonnis gewezen door de economische politierechter mr. C.M.W. Nobis, in tegenwoordigheid van P.J.T. Frijns als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 3 december 2008.