Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2008:BG3544

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
01-10-2008
Datum publicatie
06-11-2008
Zaaknummer
87115 / FA RK 08-760
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming tot het verrichten van noodzakelijke onderzoeken en behandelingen (inclusief medicatie) bij ernstige gedragsproblematiek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

Zaaknummer: 87115 / FA RK 08-760

Beschikking van 1 oktober 2008 betreffende ouderlijke verantwoordelijkheden

in de zaak van:

[de moeder],

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen [de moeder],

procureur: mr. drs. I. Ligtelijn;

tegen:

[de vader],

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen [de vader].

Als belanghebbenden merkt de rechtbank tevens aan:

1. [kind 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1998],

2. [kind 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1999].

[de moeder] en [de vader] hierna ook te noemen de moeder, respectievelijk de vader en tezamen de ouders.

1. Het ontstaan en verloop van de procedure

1.1. [de moeder] heeft op 4 juni 2008 bij de rechtbank een verzoekschrift ingediend ex artikel 1:253a BW, waarin zij heeft verzocht te bepalen dat [de vader] toestemming dient te verlenen aan nader onderzoek naar mogelijke aanwezigheid van ADHD of andere gedragsproblemen bij [kind 1] en [kind 2] uit te voeren door de Riagg, althans vervangende toestemming te verlenen voor het verrichten van nader onderzoek door de Riagg.

De rechtbank verwijst naar de inhoud van het verzoekschrift.

1.2. [de vader] heeft geen verweerschrift bij de rechtbank ingediend.

1.3. Op 31 juli 2008 heeft de mondelinge behandeling met gesloten deuren plaatsgevonden. De griffier heeft daarvan aantekening gehouden.

Bij deze behandeling zijn verschenen:

- de moeder, bijgestaan door mr. I. Ligtelijn;

- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming te Roermond.

1.4. De vader – ofschoon behoorlijk opgeroepen – is niet verschenen.

2. De vaststellingen en overwegingen

2.1. Bij beschikking van deze rechtbank van 13 september 2001 is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken. De beide kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij moeder. De ouders hebben gezamenlijk het gezag over de minderjarigen.

Bij beschikking van deze rechtbank van 29 september 2004 is het verzoek van moeder om toewijzing aan haar van het eenhoofdig gezag af gewezen.In die beschikking is tevens een voorlopige omgangsregeling vastgesteld tussen de minderjarigen en hun vader; bij beschikking van deze rechtbank van 30 maart 2005 is de omgangsregeling definitief vastgesteld.

2.2. Moeder heeft gesteld dat partijen inmiddels al diverse procedures tegen elkaar hebben gevoerd. De omgangsregeling is heel onregelmatig verlopen en heeft in het verleden herhaaldelijk tot problemen geleid. Vader heeft sedert geruime tijd in het geheel geen contact meer met zijn kinderen. De betaling van de kinderalimentatie vormt eveneens een probleem.

In het kader van een onderzoek van de Riagg is gebleken, dat de kinderen behandeling en medicatie nodig hebben. Vader heeft geweigerd toestemming te verlenen voor zowel noodzakelijk medisch onderzoek van de beide kinderen als voor medicatie.

Moeder heeft ter zitting haar aanvankelijk verzoek in die zin gewijzigd, dat zij de rechtbank thans verzoekt om vervangende toestemming te verlenen voor alle medische beslissingen ten aanzien van de beide kinderen.

[kind 2] is inmiddels opgenomen bij de Mutsaersstichting.

[kind 1] zit momenteel in België op school zonder toestemming van zijn vader. [kind 1] is in Nederland van school gestuurd en mag daar in verband met zijn gedragsproblemen pas terugkeren als duidelijk is wat hem mankeert en als hij daarvoor medicatie krijgt voorgeschreven. Vader trekt zich van al deze problemen niets aan, maar weigert desgevraagd ook zijn medewerking. Ook de Riagg heeft vader gevraagd om zijn medewerking. Vader heeft die echter expliciet geweigerd.

Vader heeft alleen mondeling zijn toestemming gegeven voor behandeling van [kind 2].

[kind 2] heeft PDD-NOS. [kind 2] heeft bovendien een hechtingsstoornis, is zwakbegaafd en erg ongelukkig. [kind 2] is ernstig beschadigd in het vertrouwen in anderen, met name doordat vader het ten opzichte van hem steeds laat afweten.

De voortdurende tegenwerking van vader, waar de belangen van zijn kinderen in het geding zijn is voor moeder reden om opnieuw een wijziging van de gezagsvoorziening te gaan vragen.

Het Bureau Jeugdzorg heeft al te kennen gegeven dat het om een ondertoezichtstelling zal gaan verzoeken, indien vader in zijn weigerachtige houding blijft volharden, waar de belangen van zijn kinderen in het geding zijn.

2.3. Uit de brief van de Riagg Roermond d.d. 29 november 2007 aan het Bureau Jeugdzorg Roermond blijkt dat zowel [kind 2] als [kind 1] door de huisarts zijn verwezen naar de Riagg. De Riagg heeft echter geen onderzoek kunnen starten omdat vader expliciet geweigerd heeft om toestemming voor de onderzoeken te geven.

Uit de brief van psycho-pedagogisch consulente Vandeweert van het gemeenschapsonderwijs CLB Genk-Maasland ,vestiging Maaseik van 2 juli 2008 blijkt, dat ten aanzien van [kind 1] verder onderzoek en begeleiding geadviseerd wordt.

Uit de brief van 3 juli 2008 van drs. J. Hermans, kinder- en jeugdpsychiater, blijkt dat bij [kind 1] ADHD is gediagnosticeerd, dat behandeling – te weten medicatie, ouderbegeleiding en overleg met school – nodig is en dat verder onderzoek geïndiceerd is.

Moeder heeft onweersproken gesteld dat onderzoek en behandeling van de kinderen wordt bemoeilijkt dan wel niet mogelijk is, doordat vader weigert daarvoor zijn toestemming te geven.

De rechtbank is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan, dat te aanzien van de beide kinderen [kind 2] en [kind 1], in verband met hun ernstige gedragsproblematiek, medisch dan wel psychologisch onderzoek en behandeling noodzakelijk zijn, mogelijk gepaard gaande met toediening van voorgeschreven medicatie. De rechtbank is tevens van oordeel dat het in het belang van de beide kinderen is, dat met een reeds geadviseerde noodzakelijke behandeling (inclusief voorgeschreven medicatie) van de beide kinderen zo spoedig mogelijk gestart dient te worden.

Doordat de vader van de beide kinderen weigerachtig is en blijft zijn toestemming tot de hierboven bedoelde noodzakelijke medische en/of psychologische onderzoeken en behandelingen te geven en de rechtbank van oordeel is dat deze noodzakelijk zijn om ernstig gevaar voor hun gezondheid te voorkomen, zal de rechtbank, op verzoek van de moeder van de kinderen, de hiertoe vereiste toestemming van de vader van de kinderen vervangen door die van de rechtbank.

De rechtbank zal dan ook beslissen zoals hierna is bepaald.

3. De beslissing

De rechtbank:

3.1. verleent, in de plaats van de toestemming van de vader, vervangende toestemming tot het verrichten van, wegens hun ernstige gedragsproblematiek, uit medisch en/of psychologisch oogpunt noodzakelijke onderzoeken en behandelingen (inclusief voorgeschreven medicatie) van de minderjarigen:

1. [kind 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1998];

2. [kind 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1999];

3.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

3.3. wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.H.A.M. Beaumont, kinderrechter en ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2008 uitgesproken, in tegenwoordigheid van de griffier.

nr

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.