Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2008:BG2154

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
29-10-2008
Datum publicatie
31-10-2008
Zaaknummer
88323 / FA RK 08-1074
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Hoofdverblijf, omgangsregeling te bepalen in onderling overleg tussen moeder en minderjarige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

Zaaknummer: 88323 / FA RK 08-1074

Beschikking van 29 oktober 2008 betreffende ouderlijke verantwoordelijkheden

in de zaak van:

[de vader],

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen [de vader],

advocaat: mr. S.J.M.P. Hoppers;

tegen:

[de moeder],

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen [de moeder],

advocaat: mr. I. Ligtelijn-Huisman.

Als belanghebbende merkt de rechtbank tevens aan:

[het kind], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1994].

[de vader] en [de moeder] hierna ook te noemen respectievelijk de vader, de moeder en tezamen de ouders.

1. Het verloop van de procedure

1.1. [de vader] heeft op 1 augustus 2008 bij de rechtbank een verzoekschrift ingediend tot wijziging hoofdverblijfplaats, in dier voege dat hij heeft verzocht te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige [het kind] bij vader is.

De rechtbank verwijst naar de inhoud van het verzoekschrift.

1.2. [de moeder] heeft een verweerschrift ingediend en verzocht om het verzoek van [de vader] toe te wijzen.

[de moeder] heeft verzocht om een omgangsregeling tussen [het kind] en haar vast te stellen in dier voege dat [het kind] iedere week van zondag tot en met dinsdagmorgen naar school bij haar is en voorts in onderling overleg tussen moeder en [het kind].

En voorts iedere eerste helft van de schoolvakanties en alle eerste feestdagen, zoals nieuwjaarsdag, eerste kerstdag, eerste paasdag, eerste pinksterdag en moederdag.

1.3. Op 25 september 2008 heeft de mondelinge behandeling met gesloten deuren plaatsgevonden. De griffier heeft van de inhoud daarvan aantekening gehouden.

Bij deze behandeling zijn verschenen:

- de ouders, bijgestaan door hun advocaten;

- twee vertegenwoordigers van de raad voor de kinderbescherming te Roermond.

1.4. Op 30 september 2008 is de minderjarige [het kind], die ouder is dan twaalf jaar, door de kinderrechter gehoord.

2. De vaststellingen en overwegingen

2.1. Bij beschikking van 20 december 2006 van deze rechtbank is de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken.

Daarbij is bepaald dat de hoofdverblijfplaats van het oudste kind, [kind 1], bij vader is en de hoofdverblijfplaats van de twee jongste kinderen, [het kind] en [kind 3], bij de vrouw.

De ouders hebben gezamenlijk het gezag.

2.1. Vader heeft gesteld dat [het kind] op een gegeven moment te kennen heeft gegeven dat hij feitelijk hoofdverblijf bij vader wenst te hebben.

Vader verzoekt de rechtbank dan ook de hoofdverblijfplaats van [het kind] met ingang van 1 september 2008 te bepalen bij hem. Moeder is het hiermee eens.

Vader heeft gesteld dat [het kind] wel omgang met moeder wil. Vader is van mening dat er geen vaste omgangsregeling hoeft te worden vastgelegd. Vader laat [het kind] er volstrekt vrij in als hij naar moeder wil. Zolang als [het kind] bij moeder heeft gewoond, hebben de ouders ook nooit een vaste omgangsregeling gehad voor [het kind]. De ouders hebben immers in het verleden afgesproken dat beiden de kinderen vrij laten in de omgang met de andere ouder.

Moeder heeft een omgangsregeling verzocht van zondag tot dinsdagmorgen. Vader heeft gesteld dat moeder op maandag niet thuis is en geen opvang heeft voor het jongste kind, [kind 3]. [het kind] moet dan de boodschappen doen, op het jongere broertje passen en eten koken. Vader is het daarmee niet eens.

2.2. Moeder heeft gesteld dat het contact tussen haar en vader zeer slecht is. Er is geen

communicatie meer met elkaar. Na de echtscheiding zijn [het kind] en [kind 3] bij moeder blijven wonen. Het oudste kind, [kind 1], woont bij vader.

[het kind] voelde zich schuldig naar vader als hij bij moeder verbleef en omgekeerd ook. Moeder respecteert de keuze van [het kind] om bij vader te gaan wonen.

Moeder wil wel graag dat er een duidelijke omgangsregeling wordt vastgesteld.

Moeder wil graag een basisstructuur vastgelegd zien. De omgangsregeling zoals moeder die verzoekt, wordt thans in de praktijk ook uitgevoerd.

Moeder wil graag dat [het kind] bij haar blijft overnachten.

Moeder heeft gesteld dat dit ook de keuze van [het kind] zelf is.

2.3. Gelet op het verhandelde ter zitting en de gehouden verhoren stelt de rechtbank vast dat het voor zowel de ouders als [het kind] een vanzelfsprekendheid is dat hij contact onderhoudt met moeder. Vader staat een vrijelijk contact tussen moeder en [het kind] voor.

Gezien de uitlatingen van [het kind] ter gelegenheid van het minderjarigenverhoor is de rechtbank gebleken dat [het kind] de wijze van het contact met moeder graag zelf wil invullen.

De rechtbank zal de wens van [het kind] in deze, mede gezien zijn leeftijd, volgen en afzien van het vastleggen van een concreet omschreven omgangsregeling zoals verzocht door moeder.

De rechtbank gaat er van uit dat er regelmatig contact tussen moeder en [het kind] zal plaatsvinden, een en ander in overleg tussen moeder en [het kind] te bepalen.

De rechtbank zal derhalve beslissen zoals hierna is bepaald.

3. De beslissing

De rechtbank:

2.2. wijzigt de beschikking van 20 december 2006;

2.3. bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige [het kind], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1994], bij vader is;

2.4. handhaaft de beschikking van 20 december 2006 voor het overige;

3.4. bepaalt dat de omgang van [het kind] met moeder in onderling overleg tussen moeder en [het kind] plaatsvindt;

3.5. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

3.6. wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.C.G. Brants, kinderrechter en ter openbare terechtzitting van 29 oktober 2008 uitgesproken, in tegenwoordigheid van de griffier.

nr

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.