Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2008:BD5444

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
25-06-2008
Datum publicatie
25-06-2008
Zaaknummer
851094-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gijzeling Echt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Parketnummer : 04/851094-07

Uitspraak d.d. : 25 juni 2008

TEGENSPRAAK

VONNIS

van de rechtbank Roermond,

meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

naam : [verdachte]

voornamen : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum]

thans gedetineerd in [detentieadres]

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 3 en 11 juni 2008.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat op grond van een nadere omschrijving tenlastelegging en door de rechtbank taalkundig aangepast, terecht ter zake dat:

hij in of omstreeks de periode van 23 november 2007 tot en met 24 november 2007 in de gemeente(n) Echt-Susteren en/of Roermond, in elk geval in het arrondissement Roermond, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, bestaande uit:

- het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, binnendringen in de woning (te Berkelaar, gemeente Echt-Susteren) waar die [slachtoffer 1] zich bevond en/of

- het slaan van althans duwen tegen die [slachtoffer 1] en/of

- het vastpakken en vasthouden van die [slachtoffer 1] en/of

- het tapen althans vastbinden van de handen van die [slachtoffer 1] en/of

- het afplakken van de mond van die [slachtoffer 1] en/of

- het afdekken van het hoofd van die [slachtoffer 1] en/of

- het dwingen van die [slachtoffer 1] om in een auto plaats te nemen en/of

- het in die auto slaan en of bedreigen van die [slachtoffer 1] en/of

- het afplakken van de ogen van die [slachtoffer 1] en/of

- het met die auto overbrengen van die [slachtoffer 1] naar een hotel te Roermond en/of

- het overbrengen van die [slachtoffer 1] naar een kamer van dat hotel en/of

- het vastbinden van de benen van die [slachtoffer 1]

met het oogmerk een ander, te weten [slachtoffer 2], te dwingen iets te doen, te weten het betalen van Euro 20.000,--, in elk geval van een hoeveelheid (los)geld, bestaande uit het tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, telefonisch contact opnemen met die [slachtoffer 2] en tegen die [slachtoffer 2], zeggen dat hij Euro 20.000,--, in elk geval een hoeveelheid (los)geld, moest betalen als hij zijn vriendin ([slachtoffer 1]) terug wou zien en hij niet de

politie en/of vrienden mocht inschakelen en indien hij niet zou betalen zijn vriendin in het kanaal zou worden gegooid en/of zou worden vermoord omdat hij/zij verdachte(n) toch niks te verliezen had(den), in elk geval woorden van

soortgelijke aard of strekking.

(Artikel 282a van het Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7. Bewijsoverwegingen

7.1 Standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 3 juni 2008 gevorderd dat

het ten laste gelegde feit zal worden bewezen verklaard.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van artikel 282a van het Wetboek van Strafrecht nu verdachte niet wist dat de vrijheidsbeneming bedoeld was om daardoor een ander te dwingen iets te doen. Een bewezenverklaring ter zake van artikel 282 van het Wetboek van Strafrecht is wel mogelijk.

7.2 Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

7.2.1 De bewijsmiddelen en standpunten van de rechtbank

- De door verdachte tijdens de terechtzitting van 3 juni 2008 afgelegde verklaring, voor zover van belang voor het bewijs onder meer het volgende inhoudende. Verdachte gaat in de ochtenduren van 23 november 2007 samen met de hem bekende [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] vanuit het asielzoekerscentrum (AZC) te Echt naar een woning. [medeverdachte 1] heeft een sleutel van die woning en opent de deur. In de woning is niemand aanwezig en [medeverdachte 1] gaat naar het bovengedeelte van de woning terwijl verdachte en medeverdachte [medeverdachte 4] beneden blijven. Kort daarna verlaten zij die woning en gaan terug naar het AZC. Omstreeks 17.00 uur die dag gaan ze met de auto van [medeverdachte 1] weer naar die woning. [medeverdachte 1] zegt dat hij nog geld van de vrouw die daar woont krijgt en dat hij door haar zijn baantje als klusjesman bij die vrouw en haar man is kwijtgeraakt. [medeverdachte 4] bestuurt de auto en tijdens het rijden krijgt verdachte van [medeverdachte 1] cocaïne die door hen wordt gesnoven.

Bij de woning aangekomen, belt [medeverdachte 1] aan en een vrouw opent de deur. [medeverdachte 1] en verdachte gaan naar binnen, [medeverdachte 1] pakt de vrouw en duwt haar tegen de grond. Verdachte moet van [medeverdachte 1] tape uit de door [medeverdachte 1] meegenomen tas pakken, maar omdat dat verdachte niet lukt, pakt [medeverdachte 1] de tape en hij doet de tape om de polsen van de vrouw. Door verdachte en [medeverdachte 1] wordt de vrouw achter in de auto van de vrouw gelegd, iedereen stapt in en ze rijden weg. [medeverdachte 1] rijdt de auto, verdachte zit bij de vrouw achter in de auto en [medeverdachte 4] zit naast [medeverdachte 1]. Uiteindelijk wordt de vrouw overgeladen in de auto van [medeverdachte 1] en rijden ze met de vrouw naar een hotel. [medeverdachte 1] heeft de sleutel van een hotelkamer en verdachte opent de deur van die kamer. Nadat [medeverdachte 1] de vrouw in het slaapkamergedeelte van die hotelkamer heeft gebracht, zegt hij dat verdachte daar de komende nacht moet blijven. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] gaan even weg en verdachte geeft de vrouw, op haar verzoek, water. Verdachte ziet dat de polsen van de vrouw zijn getapet. [medeverdachte 1] heeft die nacht de vrouw nog op bed gelegd en verdachte heeft gehoord dat de vrouw met de telefoon die [medeverdachte 1] haar gaf, heeft getelefoneerd. Verdachte is voortdurend bij de vrouw in de hotelkamer gebleven tot het moment dat de politie kwam.

- De verklaringen die de medeverdachte [medeverdachte 1] op 24 en 25 november 2007 tegenover de politie heeft afgelegd, onder meer inhoudende dat hij op vrijdag 23 november 2007 naar het huis van mevrouw [slachtoffer 1] in Berkelaar gaat. Mevrouw [slachtoffer 1] doet de deur open waarna hij naar binnen gaat, haar vastpakt en tape over haar mond plakt. Hierna doet hij de capuchon van zijn jas over haar hoofd, wordt zij in de laadbak van haar auto gezet waarna hij haar naar een hotel vlakbij het station in Roermond brengt. Verdachte [verdachte], [medeverdachte 2] en haar kinderen zijn ook in het hotel. Op zaterdag 24 november 2007 belt hij, onder meer vanuit een telefooncel, [slachtoffer 2] en zegt dat deze geld moet brengen. Mevrouw [slachtoffer 1] verblijft in één van de twee met een schuifdeur gescheiden ruimten in een appartement. Overdag zit zij met vastgebonden handen en benen en geblinddoekt op een stoel en ’s nachts ligt zij op bed.

- De verklaringen die aangeefster mevrouw [slachtoffer 1], wonende te Echt, tegenover de politie heeft afgelegd .

Zij verklaart dat zij op vrijdag 23 november 2007 in de woning te Echt is, als er omstreeks 16.15 uur wordt aangebeld. Zij opent de deur, ziet de haar bekende [medeverdachte 1] voor de deur staan die vervolgens naar binnen stormt. Hij pakt haar bij de bovenarmen en duwt haar naar achteren. Op dat moment ziet zij nog twee mannen naar binnen komen. Zij probeert zich te verweren maar zij valt achterover op haar rug terwijl [medeverdachte 1] haar nog vasthoudt. Zij voelt een stoot op de linkerzijde van haar gezicht. Zij voelt dat zij haar benen niet meer kan bewegen en zij ziet en voelt dat haar beide handen met tape bij elkaar worden gebonden. Vervolgens wordt tape op haar mond aangebracht. Dan wordt zij omhooggetrokken en krijgt zij iets over haar hoofd. Vervolgens merkt zij dat zij in een auto ligt met haar hoofd op iemands schoot. Daarna gaat de auto rijden en op een gegeven moment stopt deze. Zij hoort portieren open- en dichtslaan. Zij hoort niets meer en probeert overeind te komen. Zij hoort iemand de auto inkomen en voelt dat zij een klap tegen het hoofd krijgt. Zij hoort [medeverdachte 1] tegen haar zeggen dat zij dat niet meer moet proberen anders schiet hij meteen een gat in haar hoofd. Vervolgens voelt zij dat zij wordt neergeduwd en iets over haar hoofd wordt gelegd. Hierna wordt een stuk tape over haar ogen en een extra stuk tape over haar mond geplakt. Vervolgens wordt er weer met de auto gereden. Nadat er gestopt is, wordt zij de auto uitgeduwd en zij voelt dat er rechts en links naast haar iemand staat en dat zij wordt vastgepakt. Zij wordt vooruit getrokken en zij hoort dat een deur wordt geopend. Omdat daarna de eerder aanwezige straatgeluiden wegvallen, begrijpt zij dat zij in een gebouw is. Op een gegeven moment zegt [medeverdachte 1] dat zij stil moet zijn en ze wordt op een stoel gezet. Hierna merkt ze dat haar enkels bij elkaar worden gebonden. Aan het praten, merkt ze dat er drie personen zijn. Zij mag de nacht op het bed doorbrengen en zij merkt dat er iemand op de kamer is en blijft. De volgende dag zegt [medeverdachte 1] tegen haar dat zij [slachtoffer 2], haar partner, moet bellen en dat zij tegen hem moet zeggen dat zij ontvoerd is en dat [slachtoffer 2] vandaag € 20.000,00 moet klaarleggen. Op het moment dat zij [slachtoffer 2] belt, raakt [medeverdachte 1] in paniek, neemt de telefoon af en gaat weg. Korte tijd later komt [medeverdachte 1] terug en zegt dat hij [slachtoffer 2] heeft gesproken. [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij de stem van [slachtoffer 1] wilde horen. [medeverdachte 1] belt [slachtoffer 2] en houdt de telefoon bij het oor van [slachtoffer 1]. Aangeefster spreekt even met [slachtoffer 2] en [medeverdachte 1] neemt het gesprek over. [medeverdachte 1] gaat weg en komt even later terug. Kort daarna hoort zij roepen: “Politie, politie” en komt een man naast haar staan die zegt dat hij van de politie is. Ze wordt dan losgemaakt.

- Het proces-verbaal inhoudende dat de politie na de melding van de vermissing van [slachtoffer 1], verder aangeduid als mevrouw [slachtoffer 1] vanuit het pand [adres] Berkelaar, gemeente Echt-Susteren, naar dat pand gaat en daar onder meer de vriend van mevrouw [slachtoffer 1], genaamd [slachtoffer 2] aantreft.

Verder bevat dat proces-verbaal het overzicht met zaaksrelevante telefoongesprekken en de inhoud van het telefoongesprek dat medeverdachte [medeverdachte 1] op 24 november 2007 te 13.37 uur voert met [slachtoffer 2].

In dat gesprek zegt [medeverdachte 1] dat ze de vriendin van [slachtoffer 2] hebben en dat [slachtoffer 2], wil hij zijn vriendin terugzien, € 20.000 moet betalen. [medeverdachte 1] dreigt dat als [slachtoffer 2] niet betaalt of de politie of vrienden belt, hij mevrouw [slachtoffer 1] in het kanaal gooit omdat hij toch niets te verliezen heeft.

7.2.3. het verweer van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het bestanddeel om door de vrijheidsbeneming de partner van mevrouw [slachtoffer 1] te dwingen geld af te geven aan medeverdachte [medeverdachte 1], aangezien verdachte niet wist dat zulks de bedoeling was van deze medeverdachte.

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Verdachte heeft tijdens de terechtzitting van 3 juni 2008 verklaard dat [medeverdachte 1] tegen hem heeft gezegd dat zij naar de woning van een vrouw gingen van wie hij nog geld tegoed had en dat hij door toedoen van die vrouw zijn baantje als klusjesman is kwijtgeraakt.

De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte op het moment dat hij met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] naar de woning van mevrouw [slachtoffer 1] ging, wist dat [medeverdachte 1] daar heen ging om geld te innen. Als dan [medeverdachte 1], nadat mevrouw [slachtoffer 1] de huisdeur heeft geopend meteen naar binnengaat, mevrouw [slachtoffer 1] vastpakt, tape om haar polsen en op haar mond doet, mevrouw, samen met verdachte, in het achterste gedeelte van haar auto plaatst en daarna met die auto wegrijdt, weet verdachte naar het oordeel van de rechtbank dat de bedoeling van de vrijheidsbeneming van mevrouw [slachtoffer 1] bedoeld is om geld te krijgen. Daarbij komt nog dat de rechtbank het wel heel ongeloofwaardig acht dat verdachte ongeveer 24 uur bij een mede door zijn oom en neef ontvoerde en vastgebonden vrouw als bewaker in de kamer verblijft, terwijl hij geen enkel idee zou hebben over de bedoeling, terwijl mede ook in die hotelkamer in aanwezigheid van verdachte mevrouw [slachtoffer 1] onder dwang een emotioneel telefoongesprek voert. Dat hij wellicht niet op de hoogte is geweest van de exacte details, bijvoorbeeld het precieze bedrag, doet daar niets aan af.

De rechtbank is van oordeel dat er gelet op deze feitelijke gang van zaken sprake is geweest van een bewuste samenwerking en gezamenlijke uitvoering op alle elementen van het ten laste gelegde feit, dus ook op het oogmerk. Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat uitdrukkelijk vooraf gemaakte afspraken niet zijn vereist.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat ook verdachte het opzet op het oogmerk om iemand te dwingen iets te doen, in casu geld af te geven, heeft gehad.

8. Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op het navolgende misdrijf:

medeplegen van gijzeling.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij de artikelen 282a juncto 47 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10. De straffen

10.1 De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 11 juni 2008 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte ter zake van de ten laste gelegde gijzeling zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van zes jaren, met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

10.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat deze naar de mening van de verdediging, gelet op de activiteiten die verdachte tijdens de gijzeling heeft verricht, veel te hoog is.

10.3 De overwegingen van de rechtbank

Ten laste van verdachte is bewezen verklaard een gijzeling, gepleegd door meerdere personen, waarbij mevrouw [slachtoffer 1] op ruwe wijze uit haar woning is gehaald, geruime tijd geblinddoekt in de achterbak van een auto heeft gelegen, waarna mevrouw gedurende bijna 24 uur geblinddoekt en vele uren vastgebonden op een stoel in een hotelkamer heeft doorgebracht. Dit alles met het oogmerk geld af te persen. Verdachte heeft hierbij een actieve rol gespeeld. Hij heeft er rechtstreeks aan meegewerkt dat mevrouw [slachtoffer 1] op ruwe wijze in haar woning is overvallen en ontvoerd en is overgebracht naar een voor mevrouw [slachtoffer 1] onbekende verblijfplaats. Hij heeft haar op die plaats gedurende de gehele gijzeling van bijna 24 uur bewaakt, terwijl ze was vastgebonden en geblinddoekt. Pas door het optreden van de politie is er een eind gekomen aan deze gijzeling.

Mevrouw [slachtoffer 1] heeft in haar aangifte gerelateerd hoe zij die gijzeling heeft ervaren en tijdens de terechtzitting van 3 juni 2008 heeft zij, gebruikmakend van haar spreekrecht, naar voren gebracht welke de psychische gevolgen van de gijzeling voor haar zijn geweest en nog steeds zijn. Zij geeft aan dat zij tijdens de gijzeling doodsangsten heeft uitgestaan nadat een van de verdachten die haar hadden gegijzeld en die zij ook kende, haar had gezegd haar te zullen doden omdat hij toch niets te verliezen had. Mevrouw [slachtoffer 1] geloofde die bedreiging, immers zij kende één van de ontvoerders en had derhalve de gedachte dat hij haar zou doden vanwege haar kennis van zijn identiteit.

Dit soort feiten dient naar het oordeel van de rechtbank te worden bestraft met een forse vrijheidsstraf. De rechtbank zal er bij de strafoplegging rekening mee houden dat het aandeel van verdachte in vergelijking met dat van de medeverdachte en initiatiefnemer [medeverdachte 1] beperkter is geweest. Daarnaast zal de rechtbank rekening houden met de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.

Alle omstandigheden in ogenschouw genomen, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een vrijheidsstraf voor de duur van 4 jaren dient te worden opgelegd.

11. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht: artikelen 10, 27, 47, 282a.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde het hiervoor vermelde strafbare feit oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van vier jaren;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Vonnis gewezen door mrs. J.J.M. Wassenberg, N.J.M. Ruyters en A.R.J. Vos, van wie mr. N.J.M. Ruyters voorzitter, in tegenwoordigheid van J.A.H. Bicker als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 25 juni 2008.

typ: JBIC