Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2008:BD4808

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
28-05-2008
Datum publicatie
19-06-2008
Zaaknummer
77879 / FA RK 07-98
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot adoptie afgewezen. Door raad voor de kinderbescherming gedaan verzoek tot benoeming bijzondere curator afgewezen. Met gezag belaste perso(o)n(en) verke(e)r(t)(en) in de onmogelijkheid om het gezag uit te oefenen, derhalve benoeming van verzoekster tot adoptie tot voogdes.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 228
Burgerlijk Wetboek Boek 1 253q
Burgerlijk Wetboek Boek 1 253r
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2008/479
FJR 2008, 101
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

Zaaknummer: 77879 / FA RK 07-98

Beschikking van 28 mei 2008 betreffende adoptie

in de zaak van:

[verzoekster tot adoptie],

hierna ook te noemen [verzoekster tot adoptie],

wonende te [woonplaats], [adres],

procureur: mr. F.A. Dronkers,

advocaat: mr. M. Verheij, en

De raad voor de kinderbescherming,

gevestigd te 6041CB Roermond, Slachthuisstraat 57.

Als belanghebbenden merkt de rechtbank – naast de betreffende minderjarige [kind], geboren te [geboorteplaats] (Indonesië) op [geboortedatum] – aan:

[echtgenoot van verzoekster tot adoptie],

hierna ook te noemen [echtgenoot van verzoekster tot adoptie] ofwel de echtgenoot van verzoekster tot adoptie, wonende te [woonplaats], [adres];

en

[de "juridische moeder"],

hierna ook te noemen [de "juridische moeder"],

wonende te [woonplaats], [adres].

1. Het verdere verloop van de procedure

1.1. De uitspraak van deze rechtbank van 19 december 2007.

1.2. De brief van de griffier van 19 december 2007.

1.3. De brief van deurwaarderskantoor Van den Heuvel c.s. d.d. 3 januari 2008.

1.4. Het proces-verbaal van het getuigenverhoor van [de ex-echtgenoot van de " juridische moeder"] op 31 januari 2008.

1.5. Op 9 april 2008 heeft de nadere mondelinge behandeling met gesloten deuren plaatsgevonden. De griffier heeft daarvan een afzonderlijk procesverbaal opgemaakt.

Bij deze behandeling zijn verschenen:

- [verzoekster];

- [echtgenoot van verzoekster];

- twee vertegenwoordigers van de raad voor de kinderbescherming,

- [de broer van de “juridische moeder” ].

2. De vaststellingen en overwegingen

2.1. Het verzoekschrift van [verzoekster] strekt ertoe dat de rechtbank in het kennelijk belang van [kind] de reeds bestaande banden tussen [kind] en [verzoekster] zal bevestigen door de adoptie uit te spreken en zal bepalen dat de geslachtsnaam van [kind], [verzoekster] zal luiden.

[verzoekster] heeft – kort samengevat – gesteld dat haar ex-echtgenoot [de broer van de “juridische moeder” ] in 1999 [kind] vanuit Indonesië heeft meegenomen naar Nederland. Daaraan voorafgaand is er in Indonesië mede door toedoen van de moeder van [de broer van de “juridische moeder” ] – [naam moeder van de ex-echtgenoot] – een geboorteakte opgemaakt, waarin in strijd met de waarheid [de "juridische moeder"] als moeder van [kind] staat vermeld. Bij aankomst in Nederland heeft [verzoekster] van [de "juridische moeder"] vernomen, dat deze laatste niet betrokken is geweest bij de hele gang van zaken rondom de geboorteakte en dat zij daarvan niets weet. Sinds haar komst naar Nederland verblijft [kind] bij [verzoekster].

2.2. [de "juridische moeder"] heeft ter terechtzitting van 8 maart 2007 verklaard, dat zij destijds niet betrokken is geweest bij de hele gang van zaken rondom de overkomst van [kind] vanuit Indonesië naar Nederland en ook niet bij het opmaken van de geboorteakte. [kind] is niet haar biologisch kind.

2.3. In het op 22 november 2007 binnengekomen rapport van 21 november 2007 heeft de raad voor de kinderbescherming geadviseerd om het door [verzoekster] gedane verzoek tot adoptie van [kind] af te wijzen. De raad heeft verder de rechtbank verzocht om een bijzondere curator te benoemen die namens de minderjarige zal zorgen dat de (Indonesische) geboorteakte wordt ingeschreven in de registers van geboorten van de gemeente Den Haag en die vervolgens namens [kind] een verzoekschrift bij de daartoe bevoegde rechtbank zal indienen waarbij verbetering wordt verzocht van de geboorteakte in die zin, dat [de "juridische moeder"] daarin wordt doorgehaald als moeder van [kind] en dat de biologische moeder van [kind] in plaats daarvan in de geboorteakte zal worden vermeld. Ten slotte heeft de raad de rechtbank verzocht om [verzoekster] te belasten met de tijdelijke voogdij over [kind].

2.4. De vertegenwoordigers van de raad voor de kinderbescherming hebben ter terechtzitting van 9 april 2008 volhard bij de inhoud van het rapport en het daaraan verbonden advies van 21 november 2007. Het belang van het nakomen van de wettelijke verplichtingen en richtlijnen betreffende adoptie dient niet te wijken voor de positieve ontwikkeling van [kind]. Dit betekent dat de raad in de onderhavige procedure niet anders dan een negatief advies over de adoptie kan uitbrengen. De raad is verder van mening dat hij geen positief advies kan geven vanuit het oogpunt van zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid ten opzichte van andere buitenlandse adoptiefkinderen. De raad is echter ook van mening dat in het belang van [kind] haar verblijf in het gezin van [verzoekster] gecontinueerd en gegarandeerd dient te worden, maar dat dit niet dient te worden gerealiseerd door middel van adoptie maar door middel van een wijziging in de huidige gezagssituatie. [de "juridische moeder"] heeft momenteel als juridische moeder het gezag over [kind], terwijl vaststaat dat zij niet de biologische moeder van [kind] is. Omdat de biologische moeder van [kind] niet bekend is en [de "juridische moeder"] te kennen heeft gegeven niets met [kind] te maken te willen hebben, is er sprake van een gezagsvacuüm, waarin volgens de raad kan worden voorzien door benoeming van [verzoekster] tot tijdelijk voogdes op grond van het bepaalde in artikel 1:253q lid 3 jo. 1:253r BW.

In het belang van de toekomstige ontwikkelingen en identiteitsvorming van [kind] dient haar basis, te weten de gegevens van haar daadwerkelijke biologische ouders doch in ieder geval de gegevens van haar biologische moeder, geformaliseerd te worden in haar geboorteakte. Nu het de rechtbank onmogelijk is gebleken om de identiteit van de biologische moeder van [kind] te achterhalen, adviseert de raad de rechtbank om een bijzondere curator te benoemen, teneinde te trachten om met hulp van deze bijzondere curator alsnog te trachten, de verblijfplaats van de biologische moeder in Indonesië te achterhalen.

2.5. [verzoekster] heeft ter terechtzitting van 9 april 2008 volhard bij haar verzoek om de adoptie van [kind] uit te spreken. Volgens haar is dat in het belang van [kind]. Dat belang van [kind] is niet gediend met het benoemen van [verzoekster] tot tijdelijk voogdes. Omdat de kans dat de biologische moeder van [kind] nog achterhaald wordt praktisch nihil is, acht [verzoekster] het belang van [kind] het meest gediend met het uitspreken van de adoptie.

2.6. De rechtbank overweegt als volgt.

Naar Indonesisch recht ontstaan de familierechtelijke betrekkingen tussen moeder en kind door geboorte. Gelet op de in het kader van de adoptieprocedure overgelegde geboorteakte is op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Indonesië) een kind van het vrouwelijk geslacht, genaamd [kind], geboren. Vaststaat dat in de betreffende akte [de "juridische moeder"] ten onrechte als moeder is vermeld. Op basis van de inhoud van de processtukken en met name de inhoud van de processen-verbaal van getuigenverhoor is de rechtbank van oordeel, dat als biologische moeder van [kind] de in de stukken als moeder [naam] aangeduide persoon dient te worden aangemerkt, wier verblijfplaats thans onbekend is. Nu vaststaat dat [de "juridische moeder"] niet de biologische moeder van [kind] is en dat zij niets met [kind] te maken wil hebben, terwijl moeder [naam] feitelijk in de onmogelijkheid verkeert om het gezag over [kind] uit te oefenen, is op grond van het bepaalde in artikel 1:253r lid 2 BW het gezag over [kind] geschorst. Nu er sprake is van iemand die met het – weliswaar geschorste – gezag over [kind] belast is, staat dit, gelet op het bepaalde in artikel 1:228 eerste lid, aanhef en sub g BW, aanstonds in de weg aan de adoptie van [kind], nog daargelaten de hiervoor door de raad genoemde redenen om het adoptieverzoek af te wijzen en het feit dat naar Indonesisch recht de ouder(s) van de te adopteren persoon moet(en) instemmen met de adoptie. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat het door [verzoekster] verzochte dient te worden afgewezen.

Het verzoek van de raad voor de kinderbescherming om een bijzondere curator te benoemen, die onder meer dient zorg te dragen voor inschrijving van de geboorteakte van [kind] in de Nederlandse registers van geboorten in Den Haag zal de rechtbank afwijzen, nu vaststaat dat de geboorteakte van [kind] in strijd met de waarheid is opgemaakt.

Nu [de "juridische moeder"] niets met [kind] te maken wil hebben en moeder [naam] feitelijk in de onmogelijkheid verkeert om het gezag over [kind] uit te oefenen, is op grond van het bepaalde in artikel 1:253r lid 1 BW het bepaalde in artikel 1:253q BW van overeenkomstige toepassing. Gelet op lid 2 van laatstgenoemd artikel zal de rechtbank [verzoekster] tot voogdes over [kind] benoemen, omdat dit naar het oordeel van de rechtbank het meest in het belang van [kind] moet worden geacht.

3. De beslissing

De rechtbank:

3.1. wijst af al het door [verzoekster tot adoptie] verzochte;

3.2. wijst af het door de raad voor de kinderbescherming gedane verzoek tot benoeming van een bijzonder curator;

3.3. benoemt [verzoekster tot adoptie] tot voogdes over [kind], geboren te [geboorteplaats] (Indonesië) op [geboortedatum].

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.M. Wassenberg, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en mr. R.H.A.M. Beaumont, allen kinderrechter en ter openbare terechtzitting van 28 mei 2008 uitgesproken, in tegenwoordigheid van de griffier.

Type: JvdK

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.