Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2008:BD4722

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
18-06-2008
Datum publicatie
19-06-2008
Zaaknummer
87044 / KG ZA 08 - 126
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Zorginstelling met locatie voor groep mensen met verstandelijke beperkingen heeft vanwege haar zorgtaak spoedeisend belang bij vordering tot ontruiming van op die locatie gekraakte panden, hoewel er langer dan 1 jaar sprake is van leegstand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 87044 / KG ZA 08-126

Vonnis in kort geding van 18 juni 2008

in de zaak van

de stichting

STICHTING DICHTERBIJ,

gevestigd te Venlo,

eiseres,

procureur mr. H.J.J.M. van der Bruggen,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. O.J.H.M. van Eijndhoven,

2. Allen die zonder recht of titel verblijven in de opstallen aangegeven met de nummers 2, 3, 8 en het algemene dienstengebouw (in rood omcirkeld) op de bij de dagvaarding gevoegde kaart (productie 1) dan wel in andere opstallen en aanhorigheden en terreinen aan de Siebengewaldseweg nummer 15 te (6595 NX) Ottersum,

van wie naam en woonplaats niet bekend zijn en niet kunnen worden achterhaald,

gedaagden,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna de Stichting (eiseres), [gedaagde sub 1] (gedaagde sub 1) en gedaagden dan wel de krakers (gedaagden gezamenlijk) genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding.

- de mondelinge behandeling

- het tegen de niet-verschenen gedaagden verleende verstek

- de pleitnota van de Stichting

- de pleitnota van [gedaagde sub 1].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De Stichting is een door de overheid toegelaten zorginstelling voor het geven van ondersteuning, begeleiding en verzorging van mensen met een verstandelijke beperking. De Stichting verleent zorg op een groot aantal locaties, waaronder de locatie in Ottersum (gemeente Gennep) aan de Siebengewaldseweg 15. De Stichting is eigenaresse van dit perceel met alle opstallen. Op de locatie zijn ongeveer 220 cliënten van de Stichting permanent gehuisvest, terwijl 50 tot 100 cliënten van andere locaties er voor dagbesteding aanwezig zijn.

2.2. Op de locatie is ook de Zorgcentrale van de Stichting gevestigd. De Stichting biedt vanuit de Zorgcentrale bewaking en zorgverlening op maat gericht op ondersteuning van cliënten in hun wens zelfstandig te kunnen wonen en in het maatschappelijk bestel te kunnen functioneren.

2.3. Sinds 1998 is een aantal paviljoens op het terrein afgekeurd voor gebruik in de gezondheidszorg. Deze gebouwen zijn nog niet gesloopt onder meer vanwege het ontbreken van de vereiste toestemming en financiën.

2.4. In de nacht van 31 mei 2008 op 1 juni 2008 zijn de panden met de nummers 2, 3 en 8 en het algemene dienstengebouw (rood omcirkeld op een aan de dagvaarding gehechte tekening) door gedaagden ([gedaagde sub 1] en onbekende anderen) gekraakt. De krakers zijn bij deurwaardersexploot van 3 juni 2008 en bij aangetekende brief van diezelfde datum gesommeerd om de betrokken opstallen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk op 5 juni 2008 te 16.00 uur te verlaten. Aan die sommatie is geen gehoor gegeven.

3. Het geschil

3.1. De Stichting vordert samengevat - :

a. gedaagden te veroordelen om de panden te Gennep aan de Siebengewaldseweg 15 te Ottersum, de paviljoens 2, 3 en 8 en het algemeen Dienstengebouw, alsmede alle verdere gebouwen, opstallen, aanhorigheden en terreinen die in gebruik zijn genomen, binnen 48 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis te ontruimen en ontruimd te houden, zulks met machtiging aan de Stichting om die ontruiming zelf te doen uitvoeren, zonodig met behulp van de sterke arm van justitie en politie,

b. met bepaling dat het te dezen te wijzen vonnis binnen de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn van één jaar ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in bedoelde onroerende zaak of enige daartoe behorende opstal bevindt of daarbinnen treedt telkens wanneer zich dat voordoet,

c. een en ander op verbeurte van een dwangsom van EUR 1.000,= voor iedere dag dat gedaagden met nakoming van het vonnis in gebreke blijven, waartoe gedaagden hoofdelijk verschuldigd worden verklaard,

d. gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een voorschot van EUR 5.000,= aan de Stichting als voorschot op de schade,

e. gedaagden te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2. De Stichting heeft aan haar vorderingen onder meer ten grondslag gelegd dat haar cliënten en medewerkers de aanwezigheid van de krakers als bedreigend ervaren, althans zich niet meer veilig voelen op het terrein: zij voelen zich door de aanwezigheid van de krakers beperkt in hun bewegingsvrijheid en durven zich niet meer vrijelijk over het terrein te bewegen. Dit klemt temeer omdat de groep cliënten deels gevormd wordt door zeer kwetsbare en makkelijk te beïnvloeden mensen die mede op grond van hun verblijf niet als zelfstandig weerbaar zijn aan te merken en die afhankelijk zijn van een overzichtelijke, volledig gestructureerde en vooral ook rustige leefomgeving zoals deze op de locatie Ottersum wordt geboden. Verder is er volgens de Stichting sprake van verval van de dekking van de opstalverzekering. Tenslotte is er sprake van legionella- en brandgevaar in de gekraakte panden.

3.3. [gedaagde sub 1] voert verweer. Het verweer van [gedaagde sub 1] tegen de vordering komt zakelijk weergegeven op het volgende neer. Zij stelt dat de panden al meer dan één jaar leeg staan en dat het huisrecht thans prevaleert boven het eigendomsrecht. Indien er sprake is van een onrechtmatige daad zal er volgens [gedaagde sub 1] een belangenafweging dienen plaats te vinden tussen het gestelde belang van de eigenaar van de ruimten bij een ontruiming en de belangen van de gebruiker bij het hebben van een dak boven het hoofd. Blijkens vaste jurisprudentie is een dergelijke vordering tot ontruiming in kort geding slechts toewijsbaar, indien de eigenaar daarbij een spoedeisend belang heeft. Een dergelijk belang wordt niet aangenomen indien ontruiming tot leegstand zal leiden. [gedaagde sub 1] stelt dat de panden zijn gekraakt enerzijds om een dak boven het hoofd te hebben en anderzijds om projecten van de stichting eARTh Awareness te kunnen realiseren. Deze stichting heeft ten doel het bewerkstelligen van aandacht en bewustzijn voor de aarde. De stichting wil dit bereiken door het samenbrengen van kunst, wetenschap en cultuur, het oprichten van een Educatie & Onderzoek Centrum naar duurzame ecologische leefwijze, het organiseren van bijeenkomsten en het geven van voorlichting, alsmede het optreden als gesprekspartner van overheden voor het bewerkstelligen van faciliteiten om de doelstellingen te realiseren. Met dit voorgenomen gebruik lopen de krakers reeds vooruit op de door de gemeente gewenste bestemming van het terrein nadat de Stichting het terrein in 2012 zal hebben verlaten.

3.4. Aan de zijde van de Stichting bestaat volgens [gedaagde sub 1] geen enkel belang bij de gevraagde voorziening, laat staan een spoedeisend belang. Van overlast is geen sprake, daar zowel de cliënten en de medewerkers van de Stichting enerzijds en de krakers anderzijds ieder op een apart gedeelte van het meer dan 60 ha grote terrein verblijven. De stelling van de Stichting dat de dekking van de opstalverzekering zou komen te vervallen is niet onderbouwd en er is geen sprake van legionella- en/of brandgevaar, zoals door de Stichting is gesteld.

4. De beoordeling

4.1. De Stichting vordert in dit kort geding, kort weergegeven, ontruiming door gedaagden van de gekraakte gebouwen binnen twee dagen na de betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis, met bepaling dat het vonnis binnen één jaar nadien ook zal kunnen worden ten uitvoer gelegd tegen anderen. Zij stelt hiertoe een spoedeisend belang te hebben, nu haar cliënten en medewerkers te kennen hebben gegeven dat zij zich door de aanwezigheid van krakers onveilig voelen.

4.2. [gedaagde sub 1] heeft niet weersproken dat de panden door haar (en de overige gedaagden) zonder recht of titel in gebruik zijn genomen. Hiermee is het onrechtmatige karakter van de bezetting van die panden gegeven. [gedaagde sub 1] heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van omstandigheden die het onrechtmatige karakter er aan ontnemen of anderszins maken dat niet van gedaagden kan worden gevergd dat zij de betrokken panden ontruimen. Het woonbelang van gedaagden vormt naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen zwaarwichtige factor: gesteld noch gebleken is dat de krakers juist op Gennep en omstreken zijn aangewezen voor hun woonbehoefte. Zij staan ook niet, zo mag uit de uitlatingen van de Stichting worden opgemaakt, als woningzoekende in de gemeente Gennep ingeschreven. Door de Stichting is verder onweersproken gesteld dat er in de gemeente Gennep geen sprake is van woningnood.

4.3. Het kunnen realiseren van de doelstellingen van de stichting eARTh Awareness levert naar het oordeel van de voorzieningenrechter evenmin een voldoende zwaarwegende factor op; het bestaan van de stichting is niet aangetoond en gesteld noch gebleken is dat de stichting voor het bereiken van haar doelstelling gevestigd dient te zijn in de regio Gennep.

4.4. Aan de andere kant acht de voorzieningenrechter aan de zijde van de Stichting wel een voldoende serieus belang bij spoedige ontruiming aanwezig. De cliënten van de Stichting die permanent op de locatie Ottersum verblijven bestaat uit een groep van 220 mensen met verstandelijke beperkingen. Het is een feit van algemene bekendheid dat verstandelijk beperkten een kwetsbare groep vormen. Volgens de medisch directeur/ geneesheer directeur van de Stichting, [....], vormt reeds de aanwezigheid van personen, die geen functie hebben in de ontwikkeling en ondersteuning van cliënten, een bedreiging voor het welbevinden van de specifieke groep cliënten die op de locatie te Otterum verblijft. Daarbij is ook het belang van onveiligheidsgevoelens bij de medewerkers en de zorgen van de naasten van de cliënten van de Stichting alsmede van de Cliëntenraad reëel te achten. Reeds op die grond heeft de Stichting naar het oordeel van de voorzieningenrechter een belang tot ontruiming. En hoewel tot dit moment nog niet is gebleken van structurele overlast en/of hinderlijke gedragingen van de zijde van gedaagden, wordt controle op de aanwezigheid van onbevoegden op het terrein door de aanwezigheid van zich anoniem houdende krakers (zoals op [gedaagde sub 1] na alle krakers/bezetters dat verkiezen te doen) bemoeilijkt, zodat de kans dat er ook personen op het terrein komen die wél voor dergelijke overlast/hinder zouden kunnen gaan zorgen dan ook geenszins denkbeeldig is.

4.5. Door de krakers is uitdrukkelijk gewezen op de stelling van de Stichting dat zij in het verleden zelf leegstaande ruimten op het terrein heeft verhuurd en dat door de Stichting zelfs anti-kraak voorzieningen zijn overwogen. Naar het oordeel van de rechter kan dit de krakers echter niet baten. Door de Stichting is weliswaar aangevoerd dat zij enkele jaren geleden woonruimte op het terrein heeft verhuurd aan derden (met name woonruimte in de voormalige verpleegstersflat), maar door de Stichting is daarbij tevens - onweersproken -gesteld dat zij het verhuren van woonruimte op het terrein heeft beëindigd vanwege de problemen voor en met haar cliënten die de verhuur met zich meebracht. Die problemen waren, zo begrijpt de rechter de stellingen van de Stichting, ook de reden om niet te kiezen voor anti-kraak voorzieningen.

4.6. Reeds vorenbedoeld belang van de Stichting kan naar het oordeel van de rechter voldoende spoedeisend worden geacht om onmiddellijke ontruiming te bewerkstelligen. Op grond van het vorenstaande behoeven de overige door de Stichting gestelde gronden geen nadere bespreking en beslissing.

4.7. De vordering onder a., b. en c. zal daarom worden toegewezen met dien verstande dat de mede gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie wordt afgewezen omdat zij strikt genomen overbodig is. Artikel 556, eerste lid, Rv schrijft al voor dat de gedwongen ontruiming geschiedt door een deurwaarder. De deurwaarder behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm in te roepen. Die bevoegdheid ontleent hij rechtstreeks aan artikel 557 Rv, waarin artikel 444 Rv van overeenkomstige toepassing wordt verklaard.

4.8. Door gedaagden is aangevoerd dat de gevorderde termijn waarbinnen zij tot ontruiming zouden moeten overgaan te kort is en dat deze gesteld zou moeten worden op bijvoorbeeld 2 maanden. De voorzieningenrechter acht een termijn van 4 dagen om de panden te ontruimen passend en zal de vordering aldus toewijzen.

4.9. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en aan een maximum worden verbonden.

4.10. Het gevorderde onder d. dient naar het oordeel van de voorzieningenrechter afgewezen te worden. Door de Stichting is niet aannemelijk gemaakt dat er door gedaagden schade is veroorzaakt en zo daar al van uitgegaan zou moeten worden, staat de hoogte van de schade geenszins vast. Bovendien is gesteld noch gebleken dat de Stichting een spoedeisend belang heeft bij betaling van het gevorderde voorschot op een eventuele schadevergoeding.

4.11. [gedaagde sub 1] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Stichting worden begroot op:

- dagvaarding EUR 143,60

- vast recht 254,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 816,00

Totaal EUR 1.213,60

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt gedaagden om de panden, staande en gelegen te Gennep aan de Siebengewaldseweg nummer 15 te Ottersum, de paviljoens 2, 3, 8 en het algemeen dienstengebouw, alsmede alle verdere gebouwen die in gebruik zijn genomen, binnen 96 uur na betekening van dit vonnis te verlaten en te ontruimen en verlaten en ontruimd te houden, met medeneming van alle daarin aanwezige personen en goederen voorzover deze goederen niet in eigendom aan de Stichting toebehoren,

5.2. bepaalt dat dit vonnis binnen de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn van één jaar ook ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in bedoelde onroerende zaak of enige daartoe behorende opstal bevindt of daarbinnen treedt telkens wanneer zich dat voordoet,

5.3. een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 1.000,= voor iedere dag, of gedeelte daarvan, dat gedaagden, althans één of meer van hen, met nakoming van het vonnis in gebreke blijven, waartoe gedaagden ieder hoofdelijk verschuldigd worden verklaard,

5.4. bepaalt het bedrag waarboven geen dwangsommen meer zullen worden verbeurd op EUR 25.000,=,

5.5. veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van de Stichting tot op heden begroot op EUR 1.213,60,

5.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.T.J.F. Verhappen en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2008.?