Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2008:BD3456

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
09-06-2008
Datum publicatie
10-06-2008
Zaaknummer
86598 / KG ZA 08-101
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

personen en familierecht. Kort geding.

Wijziging omgangsregeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 86598 / KG ZA 08-101

Vonnis in kort geding van 9 juni 2008

in de zaak van

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

procureur mr. W.M.J. Saes,

advocaat mr. C.J.P. Liefting te Amstelveen,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. J.A.W.M. Vogels,

advocaat mr. C.C.B. Breij te Schinnen.

Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling op 2 juni 2008.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Bij uitspraak van deze rechtbank van 24 oktober 2007 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Daarbij is de hoofdverblijfplaats van de twee minderjarige kinderen van partijen [kind-1] en [kind-2] bij de man bepaald. Partijen hebben het gezamenlijk gezag over de kinderen. Volgens het in de uitspraak opgenomen convenant van 19 september 2007 is de vrouw voornemens zich per 24 september 2007 in Zuid-Afrika te vestigen. Afgesproken is dat zij te allen tijde recht heeft op (telefonisch) contact met de kinderen en ieder jaar de mogelijkheid zal krijgen de kinderen te bezoeken. Voorts is een informatieplicht van de man opgenomen.

2.2. De vrouw heeft van 23 september 2007 tot 23 november 2007 in Zuid-Afrika gewoond. Daarop is zij naar Nederland teruggekeerd. Sinds haar terugkeer is er omgang tussen de vrouw en de kinderen. Sinds april van dit jaar hebben partijen de volgende regeling afgesproken.

De kinderen zijn wekelijks bij de vrouw op:

- dinsdag na school tot woensdagmorgen, de man brengt de kinderen op woensdag naar

school;

- woensdag na school tot donderdagmorgen, de man brengt de kinderen op donderdag naar

school;

- zaterdagmiddag vanaf ca. 12.00 uur tot zondagmiddag ca. 12.00 uur.

2.3. Op 12 juni 2008 dient de bodemprocedure. Daarin heeft de vrouw ondermeer verzocht de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij haar te bepalen en een omgangsregeling tussen de man en de kinderen te bepalen van een weekend per 14 dagen van vrijdag uit school tot maandag tot school, een in overleg te bepalen extra dag en de helft van de vakanties en feestdagen.

3. Het geschil

3.1. De vrouw vordert samengevat – een omgangsregeling vast te stellen van donderdag (direct) uit school tot maandag (direct) tot school alsmede een regeling voor de schoolvakanties, zulks op verbeurte van een dwangsom van EUR 5.000,= per keer dat de man de regeling niet nakomt. Ter zitting heeft zij subsidiair gevorderd de huidige regeling vast te leggen ter verzekering van nakoming daarvan door de man.

3.2. De vrouw stelt dat zij altijd de zorg voor de kinderen heeft gehad. Na de echtscheiding bleef de vrouw met niets achter, alleen met een enkeltje Durban. Aan haar belangen en rechten en die van de kinderen is volledig voorbij gegaan door de man en de advocaat. Zodra zij kon is zij teruggekeerd uit Durban en heeft zij een woning en een baan geregeld. Bij de gratie van de man mag zij nu de kinderen zien. De man besteedt de kinderen altijd aan derden uit. Hijzelf verblijft of werkt dan elders. De man heeft of maakt geen tijd voor de kinderen terwijl de vrouw ten allen tijde voor ze beschikbaar is. De huidige regeling is te onrustig en de man bepaalt in feite wanneer er wel en geen omgang is.

Deze vrouw wenst om voormelde redenen tot de uitkomst in de bodemprocedure een goede en duidelijke omgangsregeling.

3.3. De man voert verweer. Hij betwist dat de vrouw na de echtscheiding berooid is achtergebleven en noodgedwongen naar Durban is gegaan. Zij heeft dat uit vrije wil gedaan. Na haar terugkeer heeft de man haar alle gelegenheid gegeven de kinderen te zien. Op dit moment geldt er een ruime omgangsregeling, waarop de kinderen heel goed reageren en waaraan de man zijn volledige medewerking verleend.

4. De beoordeling

4.1. In deze procedure is in geschil of sprake is van zodanig recht en belang aan de zijde van de vrouw dat, gelet op de belangen van partijen en die van de kinderen, het treffen van een onmiddellijke voorziening bij voorraad inzake de door de vrouw gevorderde omgangsregeling is vereist en een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. De rechter beantwoordt deze vraag ontkennend.

Er geldt, in ieder geval sinds april 2008, een ruime omgangsregeling tussen de vrouw en de kinderen. De vrouw heeft ter zitting niet weersproken dat deze regeling goed loopt. De vrouw heeft niet aannemelijk gemaakt dat de belangen van de kinderen de door haar gevraagde voorziening vereisen.

Daarbij komt dat in de bodemprocedure, die al op heel korte termijn dient, een geheel ander verzoek voorligt. Het ligt dan op de weg van de bodemrechter om zonodig voorlopig een andere regeling te bepalen.

De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat geen sprake is van een zodanig belang dat het treffen van een onmiddellijke voorziening vereist. De vordering van de vrouw komt dan ook niet voor toewijzing in aanmerking.

4.1.1. Voor een vaststelling van de geldende regeling, ter verzekering van de nakoming daarvan door de man, is evenmin plaats. De voorzieningenrechter acht niet aannemelijk dat de man de huidige regeling niet nakomt. Integendeel, ter zitting is gebleken dat de man alle medewerking aan deze regeling verleent. Ook voor wat betreft dat verzoek ontbreekt dus het vereiste belang.

4.2. Ter zitting is voorts gebleken dat partijen vooralsnog van mening zijn zelf afspraken over de vakanties te kunnen maken, zodat de vrouw ten aanzien van dat onderdeel van de vordering een belang mist.

4.3. De voorzieningenrechter concludeert dan ook dat de vorderingen van de vrouw dienen te worden afgewezen.

4.4. Gelet op de duurzame relatie die tussen partijen heeft bestaan en de aard van deze procedure zullen de kosten van het geding worden gecompenseerd als in het dictum te bepalen.

De beslissing

De voorzieningenrechter

4.5. wijst af de vorderingen van de vrouw;

4.6. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.C.G. Brants en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2008.?