Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2008:BD3260

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
03-06-2008
Datum publicatie
05-06-2008
Zaaknummer
04/850281-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak sexueel misbruik van meisjes, jonger dan 12 jaar

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Parketnummer : 04/850281-05

Uitspraak d.d. : 3 juni 2008

TEGENSPRAAK

VONNIS

van de rechtbank Roermond,

meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

naam : [verdachte]

voornamen : [voornamen ]

geboren op : [geboortedatum en plaats]

adres : [adres]

plaats : [Woonplaats]

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 mei 2008.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1.

hij (meermalen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot 23 januari 2005 in de gemeente Roermond en/of te Linne, gemeente Maasbracht, in elk geval in het arrondissement Roermond, (telkens) met [meisje 1] [achternaam meisje 1 en 2] [geboortedatum meisje 1], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [meisje 1] [achternaam meisje 1 en 2], hebbende verdachte (telkens) zijn penis geduwd of gebracht in de vagina en/of de anus en/of de mond van die [meisje 1] [achternaam meisje 1 en 2];

(Artikel 244 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij (meermalen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot 23 januari 2005 in de gemeente Roermond en/of te Linne, gemeente Maasbracht, in elk geval in het arrondissement Roermond, (telkens) met [meisje 2] [achternaam meisje 1 en 2] (geboren op 21 november 1996), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [meisje 2] [achternaam meisje 1 en 2], hebbende verdachte (telkens) zijn penis en/of vinger(s) geduwd of gebracht in de vagina van die [meisje 2] [achternaam meisje 1 en 2] en/of zijn penis en/of tong geduwd of gebracht in de mond van die [meisje 2] [achternaam meisje 1 en 2];

(Artikel 244 Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7. Bewijsoverwegingen

7.1 Standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 20 mei 2008 gevorderd dat de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 en 2 ten laste gelegde.

7.2 Vrijspraakoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Naar aanleiding van door de school uitgesproken zorgen is door het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) contact opgenomen met de ouders van [meisje 2] en [meisje 1] [achternaam meisje 1 en 2]. Uit de verklaring van de juf van [meisje 2] komt naar voren dat [meisje 2] vertelde dat vader vaak moeder sloeg, dat [meisje 2] zelf een angstige en ongezonde indruk maakte en dat zij zag dat [meisje 2] onder de blauwe plekken zat. Ook vertelde [meisje 2] aan de juf dat vader in het bijzijn van de dochters onder de dekens met zijn piemel speelde.

Tijdens het gesprek met het AMK op 31 januari 2005 vertelt de moeder van de beide meisjes dat haar kinderen haar de zondag ervoor, 23 januari 2005, verteld hebben seksueel misbruikt te zijn door verdachte. Dit is aanleiding geweest voor nader onderzoek door de politie. Nadat moeder een eerder gemaakte afspraak niet was nagekomen heeft op 24 februari 2005 een informatief gesprek plaatsgevonden tussen de moeder en de politie.

Op 2 maart 2005 werden [meisje 2] en [meisje 1] [achternaam meisje 1 en 2] gehoord in een verhoorstudio, naar aanleiding waarvan de moeder op 3 maart 2005 aangifte heeft gedaan tegen verdachte.

Volgens het rapport van de deskundige prof. dr. Bullens volgt de verklaring van [meisje 1] [achternaam meisje 1 en 2] niet geheel een logische structuur, imponeert weinig gedetailleerd en is niet geheel consistent. De deskundige geeft voorts aan dat [meisje 1] nauwelijks (intieme) details geeft en dat door de manier van vertellen een groot aantal aspecten onduidelijk blijft.

Ten aanzien van de verklaring van [meisje 2] [achternaam meisje 1 en 2] staat in het rapport dat deze eveneens enkele inconsistenties en onduidelijkheden bevat.

Uit de rapportage komt voorts naar voren dat geen sprake was van een spontane disclosure bij de meisjes, maar dat hun verklaringen mogelijk het gevolg zijn van suggestieve vraagstelling. Bovendien is niet duidelijk in hoeverre de beide slachtoffertjes onderling hebben gesproken over het voorgevallene en elkaar wellicht hebben beïnvloed.

Het rapport van de prof. dr. Bullens vermeldt voorts dat mogelijk sprake is van pedagogische en affectieve verwaarlozing van de beide meisjes. Soms ontstaan er volgens het rapport verhalen met betrekking tot seksueel misbruik bij kinderen die op een dergelijke wijze zijn verwaarloosd.

Hoewel beide meisjes consistent verdachte aanwijzen als de schuldige, is het tevens opvallend dat de moeder pas stappen tegen verdachte onderneemt, nadat het AMK een onderzoek heeft ingesteld naar de thuissituatie en het mogelijk seksueel laakbare gedrag van vader. Ook heeft het relatief lang geduurd voordat de meisjes gehoord zijn in de verhoorstudio (van 23 januari 2005 tot 2 maart 2005) gedurende welke tijd de meisjes met elkaar hebben kunnen praten over het hierboven genoemde.

Hoewel het niet onaannemelijk is dat beide meisjes nare ervaringen hebben opgedaan, waaronder seksueel misbruik, acht de rechtbank het gelet op voornoemde omstandigheden in combinatie met de hierboven genoemde bevindingen van prof. dr. Bullens niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte hierbij betrokken is geweest.

De verdachte moet van het ten laste gelegde worden vrijgesproken.

8. Vordering van de benadeelde partij

[moeder] e/v [achternaam meisje 1 en 2], wonende [adres en woonplaats moeder], heeft als wettelijk vertegenwoordiger van [meisje 1] [achternaam meisje 1 en 2] en [meisje 2] [achternaam meisje 1 en 2] een vordering benadeelde partij ingediend met betrekking tot de als gevolg van de hiervoor onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten geleden immateriële schade.

Aangezien aan de vordering een feitencomplex ten grondslag ligt waarvoor verdachte niet zal worden veroordeeld, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering te worden verklaard.

Aangezien de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering zal worden verklaard, zal de verdachte niet worden veroordeeld in de kosten die door de benadeelde partij zijn gemaakt.

De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van het geding door de verdachte ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart de benadeelde partij [moeder], als wettelijk vertegenwoordiger van

[meisje 1] [achternaam meisje 1 en 2] en [meisje 2] [achternaam meisje 1 en 2], niet-ontvankelijk;

veroordeelt de benadeelde partij [moeder], als wettelijk vertegenwoordiger van [meisje 1] [achternaam meisje 1 en 2] en [meisje 2] [achternaam meisje 1 en 2], in de kosten van het geding door de verdachte ten behoeve van zijn verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.

Vonnis gewezen door mrs. M.J.A.G. van Baal, A.J.M. Huisman-Kreijn en

E.B.A. Ferwerda, rechters, van wie mr. M.J.A.G. van Baal voorzitter, in

tegenwoordigheid van mr. J. Schreurs-van de Langemheen als griffier en

uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 3 juni 2008 .

typ: JLAN