Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2008:BD2304

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
21-05-2008
Datum publicatie
26-05-2008
Zaaknummer
04/860608-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Drugslab te Well.

4 jaar gevangenisstraf voor het houden van toezicht en het verrichten van ondersteunende werkzaamheden

gedurende de terugwinning van cocaine uit een maskerend kruidenmengsel.

Vrijspraak witwassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Parketnummer : 04/860608-07

Uitspraak d.d. : 21 mei 2008

TEGENSPRAAK

VONNIS

van de rechtbank Roermond,

meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

naam : [H.]

voornamen : [W.W.J.]

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]

adres : [adres]

plaats : [plaats]

thans gedetineerd in [adres P.I.]

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 11 april 2008 en 15 mei 2008.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat na wijziging van de tenlastelegging terecht ter zake dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2007 tot en met 03 juli 2007 te

Well, in elk geval in de gemeente Bergen (L), en/of Wanssum, in elk geval in de gemeente Meerlo-Wanssum, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid of bewerkt of verwerkt of afgeleverd of verstrekt of vervoerd of aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

(art. 2 Opiumwet)

2.

Hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2007 tot en met 03 juli 2007 te Well, in elk geval in de gemeente Bergen (L) en/of in de gemeente Etten-Leur, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, bestaande uit [J.[de L.] en/of [M.S.] en/of [F.S.] en/of [J.S.] en/of [van der P.] en [V.] en/of een of meer ander(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het (meermalen) (telkens) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, vervoeren, vervaardigen of aanwezig hebben van middelen of een middel als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

(art. 140 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2007 tot en met 03 juli 2007, te

Well, in elk geval in de gemeente Bergen (L) en/of in de gemeente Etten-Leur, althans in Nederland, een voorwerp, te weten (een) hoeveelhe(i)d(en) geld (afkomstig uit de handel in verdovende middelen), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet, en/of van een voorwerp, te weten (een) hoeveelhe(i)d(en) geld (afkomstig uit de handel in verdovende middelen), gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat dat geld - onmiddellijk of

middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

(art. 420bis Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7. Bewijsoverwegingen

7.1 Standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 11 april 2008 gevorderd dat het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

De raadsman heeft ter terechtzitting als verweer gevoerd dat het binnentreden door de politie op 3 juli 2007 in het pand [adres] te Well op onrechtmatige wijze is geschied. De raadsman heeft daartoe onder meer aangevoerd dat de door Essent gehouden warmtemeting geen specifieke informatie heeft opgeleverd zodat de politie alleen op basis van geruchten, inhoudende dat er mogelijk een hennepkwekerij in het pand zou zijn gevestigd, het pand is binnengegaan. De link met de afvaldumpingen in de buurt van het pand is pas gelegd nadat de politie het pand had betreden.

Naar de mening van de raadsman kan niet gezegd worden dat er bij de politie noch afzonderlijk noch in onderling verband bezien, een redelijk vermoeden als bedoeld in artikel 9 van de Opiumwet bestond. De verdachte is pas gaan verklaren nadat de politie hem had geconfronteerd met de verkregen informatie naar aanleiding van de eerdere onrechtmatige binnentreding.

De raadsman is primair van oordeel dat al het bewijsmateriaal wat aldus op onrechtmatige wijze is verkregen van het bewijs dient te worden uitgesloten zodat verdachte van de tenlastegelegde feiten onder 1 en 2 moet worden vrijgesproken.

Subsidiair is de raadsman van oordeel dat een eventuele bewezenverklaring voor deze feiten kan volgen en heeft hij zich dienaangaande gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsman is voorts van oordeel dat verdachte ook van het hem onder 3 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken nu naar de mening van de raadsman geen bewijs is voor de stelling dat op het moment dat verdachte geld ontving voor zijn activiteiten hij wist dat dit geld afkomstig was uit de handel in verdovende middelen.

7.2 Vrijspraakoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte sub 3 is ten laste gelegd.

Verdachte heeft naar eigen zeggen geld verdiend met de werkzaamheden die hij in het pand op [adres] alwaar de cocaïne werd gewassen, heeft verricht. In die zin zou gezegd kunnen worden dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen nu ook gelden afkomstig uit eigen misdrijven vallen onder de delictsomschrijving van artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

De steller van de tenlastelegging heeft echter uitdrukkelijk oog gehad op gelden die afkomstig waren uit drugshandel. Verdachte zelf heeft echter geen aanwijsbare bemoeienis gehad met de handel in harddrugs (wel met de productie), evenmin staat voldoende vast dat het geld dat hij verdiende afkomstig was van de handel in harddrugs door anderen dan hij zelf . In zoverre vallen de gelden die verdachte verdiend heeft niet onder de tenlastelegging.

De verdachte moet dan ook van het ten last gelegde onder 3 worden vrijgesproken

7.3 Bewijsmiddelen en overwegingen van de rechtbank

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman inhoudende dat de binnentreding op 3 juli 2007 door de politie in het pand [adres] te Well op onrechtmatige wijze heeft plaatsgevonden. De rechtbank overweegt daaromtrent het volgende. Bij de politie is met bronvermelding informatie binnengekomen dat er mogelijk in het pand [adres] te Well een hennepkwekerij zou zijn gevestigd. Het pand ligt buiten de bebouwde kom op een afgelegen plaats en is omgeven door bossages. Nadat een rechercheur het pand van nabij had geobserveerd is er contact gezocht met Essent teneinde een energiemeting te laten plaatsvinden op het adres [adres] te Well. Een energiemeting bleek echter technisch niet mogelijk te zijn waarna besloten werd een warmtemeting te doen. Het warmtebeeld van het pand gaf ten tijde van de meting een onverklaarbaar beeld te zien, temeer nu het pand blijkens de gegevens van de Gemeentelijke Basis Administratie onbewoond zou moeten zijn. Bij de politie was inmiddels ook informatie binnengekomen dat een trimmer in het eerste weekend van juli 2007 in de directe omgeving van het pand door een persoon was weggejaagd.

Op grond van de verkregen informatie en de door de politie geconstateerde verdachte omstandigheden is de politie op 3 juli 2007, na verkregen machtiging, het pand binnen gegaan.

De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat op 3 juli 2007 met betrekking tot het pand [adres] te Well, gelet op de op dat moment beschikbare informatie in onderling verband en samenhang bezien met de geconstateerde verdachte omstandigheden rondom voormeld pand, een redelijk vermoeden bestond dat er in het pand gehandeld werd in de van de Opiumwet. Het binnentreden is dan ook rechtmatig geschied en het na deze rechtmatige binnentreding verkregen bewijs kan worden gebruikt.

De overtuiging van de rechtbank dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en de omstandigheden die zijn vervat in de volgende bewijsmiddelen.

De hieronder vermelde bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit, waarop zij in het bijzonder betrekking hebben. De genoemde geschriften zijn slechts gebruikt in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

7.3.1 (Samenvatting van de) bewijsmiddelen en standpunten van de rechtbank

Gelet op de bekennende verklaringen van verdachte bij de politie en ter terechtzitting van 11 april 2008, de processen-verbaal van bevindingen van de regiopolitie Limburg-Noord , het NFI-rapport , de verklaringen van medeverdachten [de L.] en [van der P.] , acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.’

7.4 Bewezenverklaring

Op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het sub 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 01 januari 2007 tot en met 03 juli 2007 te

Well tezamen en in vereniging met anderen meermalen telkens opzettelijk heeft bewerkt of verwerkt een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij in de periode van 01 januari 2007 tot en met 03 juli 2007 te Well, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, bestaande uit [J.[de L.] en [J.S.] en [van der P.] en [V.] en anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het meermalen telkens opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en het bewerken, verwerken en afleveren, vervoeren of aanwezig hebben van een middel als bedoeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen.

Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

8. Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het ten laste van verdachte bewezenverklaarde levert op de navolgende misdrijven:

Feit 1:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B gegeven verbod, meermalen gepleegd

Het misdrijf sub 1 is strafbaar gesteld bij artikel 10, vierde lid, van de Opiumwet, junctis de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Feit 2:

Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Het misdrijf is strafbaar gesteld bij artikel 140, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

9. De strafbaarheid van verdachte

De verdachte is strafbaar voor het bewezenverklaarde nu niet is gebleken van enige omstandigheid die verdachtes strafbaarheid opheft.

10. De straffen en/of maatregelen

10.1 De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij gelegenheid van de terechtzitting op 11 april 2008 met betrekking tot de op te leggen straf gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van vier jaar met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

10.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de gevorderde straf aangevoerd dat verdachte binnen de criminele organisatie gedurende een korte tijd een ondergeschikte rol heeft vervuld. Verdachte moet ook als first offender worden aangemerkt. Daarnaast heeft verdachte volledige openheid van zaken gegeven. Verdachte zal zijn verdere leven de gevolgen van deze zaak blijven ondervinden. Gelet op de leeftijd van de echtgenote van verdachte zal een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf ook niet bijdragen aan het in vervulling doen gaan van een geuite kinderwens.

De raadsman bepleit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maximaal 3 jaar met daarnaast een eventuele voorwaardelijke straf.

10.3 De overwegingen van de rechtbank

Verdachte heeft zich in 2007 samen met anderen in georganiseerd verband bezig gehouden met het terugwinnen van met kruiden vermengde cocaïne. Deze kruiden vermengd met cocaïne werden met behulp van jerrycans vanuit Columbia Nederland ingevoerd. Uit de in het pand/schuur [adres] te Well aangetroffen en onderzochte hoeveelheden chemicaliën en de in deze zaak afgelegde bekennende verklaringen blijkt dat er gedurende twee productieprocessen tientallen kilo’s cocaïne zijn teruggewonnen.

Verdachte heeft bij al deze activiteiten een faciliterende c.q. coördinerende rol gespeeld. Hij droeg onder meer zorg voor de bewaking van het pand en deed de inkoop van grondstoffen. Waar nodig gaf verdachte ook uitvoeringsopdrachten aan anderen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte, mede gelet op hetgeen hij daar zelf over heeft verklaard, een zwaardere rol vervuld dan enkel die van “boodschappenjongen” en heeft hij aan hoger geplaatsten binnen de organisatie verantwoording afgelegd over de gebruikte hoeveelheden grondstoffen, de kwaliteit van de teruggewonnen cocaïne en het aantal geproduceerde hoeveelheden kilo’s cocaïne in relatie tot de verbruikte grondstoffen. Daarnaast was verdachte belast met de dagelijkse verzorging en ondersteuning van de daarvoor speciaal door de organisatie aangetrokken personen (vermoedelijk Colombianen) die zich intensief met terugwinnen van de cocaïne in het pand [adres] hebben beziggehouden.

Harddrugs als de onderhavige leveren, eenmaal in handen van gebruikers, grote gevaren op voor de gezondheid van die gebruikers. In het bijzonder geldt dit voor personen in uitgaanscentra, waar jongeren in een uitgelaten stemming extra kwetsbaar zijn en niet zelden op georganiseerde wijze worden aangespoord tot het gebruik van dergelijke middelen, waarvan de consequenties voor de gezondheid onder omstandigheden ernstig kunnen zijn en op langere termijn niet te overzien.

Het is ook een feit van algemene bekendheid dat gebruikers hun verslaving vaak door diefstal of ander crimineel handelen trachten te bekostigen, waardoor aan de samenleving ernstige schade wordt berokkend;

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank ten gunste van verdachte rekening met de omstandigheid dat verdachte volgens het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister nog niet eerder ter zake soortgelijke feiten is veroordeeld.

De rechtbank is van oordeel dat met het oog op een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of lagere straf dan de hierna vermelde onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.

De rechtbank houdt rekening zal in verband met de gegeven vrijspraak voor feit 3 maar zal niettemin de straf opleggen die door de officier van justitie is gevorderd, nu de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, mede gelet op de persoon van verdachte, onvoldoende in de eis van de officier van justitie tot uitdrukking komen.

10.4 Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

27-018625 20 2.00 STK Bankafschrift

op naam van Laurier

27-018625 21 1.00 STK Telefoonkaart

houder simkaart Telfort 06-19889561 Puk 22023299

27-018625 22 6.00 STK Kaart

visite met een geschreven tel. nr. 06-54973907

27-018625 25 1.00 STK Sticker

sticker van firma Chempur

27-018625 26 1.00 STK Rekening

rekening magnetron

27-018625 27 1.00 STK Etiketten

Aquasil

27-018625 28 1.00 STK Papier

notitie met tel.nrs. 0344-641608 en 06-22959577

27-018625 29 1.00 STK Papier

blad telefoongids met [adres]

27-018625 33 1.00 STK Blocknote

Brandbier met notities

27-018625 39 70.00 STK Bescheiden

bonnetjes

27-018625 40 1.00 STK Bescheiden

overschrijvingsbewijs Kangoo

27-018625 45 1.00 STK Bescheiden

zie bijgevoegde lijst XTC-lab Well;

dienen te worden verbeurdverklaard. Genoemde voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring aangezien met behulp van die voorwerpen het feit is begaan c.q. voorbereid. De rechtbank beschouwt deze voorwerpen als een gezamenlijkheid van voorwerpen.

10.5 Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomene, te weten:

27-018625 15 1.00 STK Revolver

ME RANGER

Cal.380 9mm Knal

27-018625 16 1.00 STK Revolver

DERRINGER

Cal 6mm

27-018625 17 1.00 STK Pistoolholster

27-018625 18 150.00 STK Patroon

SP-KNALL 9MM 17/.380

Verpakt in 3 doosjes a 50 patronen

dient te worden onttrokken aan het verkeer. Genoemde, aan de verdachte toebehorende, voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet, terwijl die voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane misdrijf zijn aangetroffen.

10.6 Teruggave

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat onder meer inbeslaggenomen zijn:

27-018625 23 1.00 STK Papier

notitie met naam [T. v. D.]

27-018625 24 1.00 STK Foto

foto van vrouw met kind

27-018625 30 1.00 STK Enveloppe

envelop Rabobank W. v.d. Berg

27-018625 32 1.00 STK Blocknote

Brandbier met notities

27-018625 34 1.00 STK Enveloppe

envelop met paspoort [H.]

27-018625 35 1.00 STK Enveloppe

envelop met belastingbrief [van de B.]

27-018625 36 1.00 STK Bescheiden

bon van Electrovakman (JVC)

27-018625 37 1.00 STK Bescheiden

bon van Electrovakman op naam [H.]

27-018625 38 1.00 STK Garantiebewijs

Navman

27-018625 41 1.00 STK Navigator

tom-tom

Nu met betrekking tot deze voorwerpen niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, dienen deze voorwerpen te worden teruggegeven aan degene(n) aan wie deze toebehoren zoals hierna in het dictum genoemd.

11. Toepasselijke wetsartikelen

Na te melden beslissing is gegrond op de artikelen:

10, 24, 27, 33, 33a, 36b, 36d, 47, 57, 91 en 140 van het Wetboek van strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het sub 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

verstaat dat het aldus bewezenverklaarde de hiervoor vermelde strafbare feiten oplevert en verklaart verdachte ter zake strafbaar;

veroordeelt verdachte voor het hiervoor bewezenverklaarde tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de tijd van vier jaar;

beveelt dat de tijd door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

verklaart verbeurd:

27-018625 20 2.00 STK Bankafschrift

op naam van Laurier

27-018625 21 1.00 STK Telefoonkaart

houder simkaart Telfort 06-19889561 Puk 22023299

27-018625 22 6.00 STK Kaart

visite met een geschreven tel. nr. 06-54973907

27-018625 25 1.00 STK Sticker

sticker van firma Chempur

27-018625 26 1.00 STK Rekening

rekening magnetron

27-018625 27 1.00 STK Etiketten

Aquasil

27-018625 28 1.00 STK Papier

notitie met tel.nrs. 0344-641608 en 06-22959577

27-018625 29 1.00 STK Papier

blad telefoongids met [adres]

27-018625 33 1.00 STK Blocknote

Brandbier met notities

27-018625 39 70.00 STK Bescheiden

bonnetjes

27-018625 40 1.00 STK Bescheiden

overschrijvingsbewijs Kangoo

27-018625 45 1.00 STK Bescheiden

zie bijgevoegde lijst XTC-lab Well;

verklaart onttrokken aan het verkeer:

27-018625 15 1.00 STK Revolver

ME RANGER

Cal.380 9mm Knal

27-018625 16 1.00 STK Revolver

DERRINGER

Cal 6mm

27-018625 17 1.00 STK Pistoolholster

27-018625 18 150.00 STK Patroon

SP-KNALL 9MM 17/.380

Verpakt in 3 doosjes a 50 patronen;

gelast de teruggave aan verdachte van:

27-018625 23 1.00 STK Papier

notitie met naam [T. v. D.]

27-018625 24 1.00 STK Foto

foto van vrouw met kind

27-018625 32 1.00 STK Blocknote

Brandbier met notities

27-018625 34 1.00 STK Enveloppe

envelop met paspoort [H.]

27-018625 35 1.00 STK Enveloppe

envelop met belastingbrief [van de B.]

27-018625 36 1.00 STK Bescheiden

bon van Electrovakman (JVC)

27-018625 37 1.00 STK Bescheiden

bon van Electrovakman op naam [H.]

27-018625 38 1.00 STK Garantiebewijs

Navman

27-018625 41 1.00 STK Navigator

tom-tom;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n) van het inbeslaggenomen nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

27-018625 30 1.00 STK Enveloppe

envelop Rabobank W. v.d. [B.]

Vonnis gewezen door mrs. L.J.A. Crompvoets, M.J.A.G. van Baal en D.C.M. Bomans, rechters, van wie mr. M.J.A.G. van Baal voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.C.M. Müller als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 21 mei 2008.