Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2008:BD2276

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
21-05-2008
Datum publicatie
26-05-2008
Zaaknummer
04/660112-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Drugslab te Well. Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij productie amfetamine en terugwinnen cocaïne. Vrijspraak witwassen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Parketnummer : 04/660112-07

Uitspraak d.d. : 21 mei 2008

TEGENSPRAAK

VONNIS

van de rechtbank Roermond, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen:

naam : [M.S.]

[verdachte]

1. Het onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

van 11 april 2008 en 15 mei 2008.

2. De tenlastelegging

De verdachte staat terecht ter zake dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 01 januari 2006 tot en met 31 augustus 2006

te Well, in elk geval in de gemeente Bergen (L), althans in Nederland, tezamen

en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans

eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of

afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad een

hoeveelheid van een materiaal bevattende MDA en/of MDMA (3,4

methyleendioxymethamfetamine) en/of N-ethyl MDA en/of amfetamine en/of

tenamfetamime en/of brolamfetamine, in elk geval (telkens) (een) middel(en)

als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen

krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(art. 2 juncto 10 van de Opiumwet)

2.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 3 juli 2007 in de

gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, een

hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een

middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I;

(art. 2 Opiumwet)

3.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 3 juli 2007 in de

gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens)

opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht een

hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel

als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I

(art. 2 Opiumwet)

4.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 3 juli 2007 te

Well, in elk geval in de gemeente Bergen (L) en/of te Wanssum, in elk geval in

de gemeente Meerlo-Wanssum en/of in de gemeente Asten, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen,

althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid of bewerkt of verwerkt of

afgeleverd of verstrekt of vervoerd of aanwezig heeft gehad een hoeveelheid

van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als

bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

(art. 2 Opiumwet)

5.

zij in of omstreeks de periode van 01 januari 2006 tot en met 30 juni 2006 te

Well, in elk geval in de gemeente Bergen (L) en/of in de gemeente Asten, in

elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een

samenwerkingsverband van natuurlijke personen, bestaande uit [De L.]

en/of [V.] en/of [F.S.] en/of [J.S.] en/of [van der P.] en/of [H.] en/of een of meer ander(en), welke organisatie tot

oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het (meermalen) (telkens)

opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of

het bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, vervoeren,

vervaardigen of aanwezig hebben van middelen of een middel als bedoeld op de

bij de Opiumwet behorende lijst I;

(art. 140 Wetboek van Strafrecht)

6.

zij in of omstreeks de periode van 1 juli 2006 tot en met 3 juli 2007 te Well,

in elk geval in de gemeente Bergen (L) en/of in de gemeente Asten, in elk

geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een

samenwerkingsverband van natuurlijke personen, bestaande uit [De L.]

en/of [V.] en/of [F.S.] en/of [J.S.] en/of [van der P.] en/of [H.] en/of een of meer ander(en), welke organisatie tot

oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde

en/of vijfde lid en/of artikel 10a, eerste lid, van de Opiumwet namelijk het (meermalen) (telkens) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland

brengen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, vervoeren,

vervaardigen en/of aanwezig hebben van middelen of een middel als bedoeld op

de bij de Opiumwet behorende lijst I;

(art. 11a Opiumwet)

7.

zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 3 juli 2007, te

Well, in elk geval in de gemeente Bergen (L) en/of in de gemeente Asten,

althans in Nederland, een voorwerp, te weten (een) hoeveelhe(i)d(en) geld

(afkomstig uit de handel in verdovende middelen), heeft verworven of

voorhanden heeft gehad, of heeft overgedragen of heeft omgezet,

en/of van een voorwerp, te weten (een) hoeveelhe(i)d(en) geld (afkomstig uit

de handel in verdovende middelen), gebruik heeft gemaakt,

terwijl zij wist dat dat geld - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit

enig misdrijf;

(art. 420bis Wetboek van Strafrecht)

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten of misslagen voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.

3. De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

4. De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

5. De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De officier van justitie kan dus in de vervolging worden ontvangen.

6. Schorsing der vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

7. Bewijsoverwegingen

7.1 Standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 11 april 2008 gevorderd dat

de verdachte ten aanzien van het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken en dat het onder 1, 5, 6 en 7 ten laste gelegde zal worden bewezen verklaard.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken.

7.2 Vrijspraakoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 is ten laste gelegd.

Ten aanzien van deze vrijspraken overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank acht voor feit 1 onvoldoende bewijs voorhanden. Behalve de eigen verklaring van verdachte dat zij wel eens in de loods van haar zoon [J.S.] in Weert is geweest bevat het dossier slechts één belastende verklaring van de medeverdachte [van der P.]. De rechtbank acht dit onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen.

De verdachte moet van dit feit van het ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Met betrekking tot feit 3 is de rechtbank van oordeel dat in het dossier onvoldoende bewijs voorhanden is dat de cocaïne bestemd was voor de uitvoer.

Ten aanzien van de feiten 2 (invoer van cocaïne) 4 (productie van cocaïne) 5 en 6 (deelname criminele organisatie) is uit het onderzoek ter terechtzitting niet gebleken dat verdachte direct betrokken is geweest bij de invoer en productie van cocaïne. Ook bewijs voor de feitelijke betrokkenheid van verdachte bij de criminele (drugs)organisatie ontbreekt.

De verdachte moet van deze onderdelen van het ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 7 overweegt de rechtbank het volgende.

Weliswaar ligt voor de hand dat medeverdachte en echtgenoot [V.] in ieder geval met de productie van amfetamine inkomsten heeft gegenereerd en dat het voorts onwaarschijnlijk is dat verdachte niets geweten zou hebben van de drugsactiviteiten van haar echtgenoot. Deze algemene ervaringsregel is naar het oordeel van de rechtbank echter onvoldoende om het onderhavige witwassen bewezen te achten.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het sub 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

heft op het geschorste bevel tot voorlopig hechtenis.

Vonnis gewezen door mrs. L.J.A. Crompvoets, M.J.A.G. van Baal en D.C.M. Bomans, rechters, van wie mr. M.J.A.G. van Baal voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.C.M. Müller als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 21 mei 2008.