Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2008:BD2003

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
25-04-2008
Datum publicatie
20-05-2008
Zaaknummer
08 / 528 BELEI V1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Toewijzing van een verzoek om voorlopige voorziening ten aanzien van een kapvergunning. Niet duidelijk of vergunninghouder ook de aanvrager is. Wettelijke basis onduidelijk. Motivering en inhoudelijke grondslag onduidelijk. Koppeling van kapvergunning met (onherroepelijkheid van) herinrichtingsplannen wordt gemist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank inzake toepassing van artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht.

Procedurenr. : 08 / 528 BELEI V1

Inzake : Dhr.[eiser 1] en mw. [eiser 1 – 2], wonende te [woonplaats], verzoekers,

Tegen : Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente

Roermond, te Roermond, verweerder.

Datum en aanduiding van het bestreden besluit ter zake waarvan een voorlopige voorziening wordt gevraagd:

het besluit van verweerder d.d. 19 maart 2008,

kenmerk: RU/2008/UIT/1288 EC.

Datum van behandeling ter zitting: 16 april 2008.

I. PROCESVERLOOP

Bij het in de aanhef van deze uitspraak genoemde besluit heeft verweerder aan [vergunninghouder] (verder: vergunninghouder) een kapvergunning verleend voor het kappen van 37 bomen aan de [straat] te [plaats].

Tegen dit besluit is door verzoekers bij schrijven van 2 april 2008 een bezwaarschrift op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ingediend bij verweerder. Tevens hebben verzoekers zich tot de rechtbank gewend met het verzoek ter zake een voorlopige voorziening te treffen ex artikel 8:81 van de Awb.

Met toepassing van het bepaalde in artikel 8:26, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de vergunninghouder in de gelegenheid gesteld als partij aan de gedingen deel te nemen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De door verweerder ter uitvoering van artikel 8:83 van de Awb ingezonden stukken zijn in afschrift aan verzoekers en aan vergunninghouder gezonden.

Bij de behandeling van het verzoek ter zitting zijn eisers in persoon verschenen, terwijl verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door P.M.C. Ploum, J. Hannen en H. Schutte.

II. OVERWEGINGEN

Bij besluit van 19 maart 2008 heeft verweerder vergunning ingevolge artikel 142 en 145 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) een kapvergunning verleend voor het kappen van 37 bomen aan de [straat] te [plaats]. Aan deze vergunning is (onder andere) de voorwaarde verbonden dat na gereedkomen van de bouwwerkzaamheden ter compensatie van de door de kap verloren gegane bomen een herplant dient plaats te vinden gelijkwaardig in aantal. Deze herplant dient op vakkundige wijze geplant en in stand gehouden te worden en niet geslaagde herplant moet binnen een jaar na uitval worden vervangen door gelijksoortige beplanting. In het besluit is tevens de bepaling opgenomen dat de vergunning pas van kracht wordt met ingang van de dag na de dag waarop de bezwaartermijn afloopt en dat de vergunning niet van kracht wordt voordat op een verzoek om voorlopige voorziening is beslist.

Tegen dit besluit hebben verzoekers bezwaar gemaakt en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. In bezwaar hebben zij aangevoerd dat de schaduwrijke en stormopvangende bomen moeten plaatsmaken voor verharde parkeerplaatsen met als gevolg meer fijnstof, co2-uitstoot, lawaai, stank, meer zomerhitte en meer stormwind tegen de daken. Voor verzoekers is niet duidelijk waarom deze bomen, die reeds 40 jaar beeldbepalend zijn, vernietigd moeten worden.

Het -voorlopig- oordeel van de voorzieningenrechter

In artikel 8:81 van de Awb is bepaald dat indien tegen een besluit, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voor zover de toetsing aan het in dit artikel neergelegde criterium mee brengt dat een beoordeling van het geschil in de hoofdzaak wordt gegeven, heeft het oordeel van de rechter een voorlopig karakter en is dat niet bindend in die procedure.

De rechter concludeert dat aan de eerste twee in artikel 8:81 van de Awb geformuleerde formele vereisten is voldaan nu verzoekers een bezwaarschrift hebben ingediend tegen het besluit ter zake waarvan de voorlopige voorziening wordt gevraagd en de rechtbank te Roermond bevoegd moet worden geacht om van de (eventuele) hoofdzaak kennis te nemen.

Ten aanzien van de spoedeisendheid overweegt de rechtbank dat in het bestreden besluit is bepaald dat de vergunning van kracht wordt met ingang van de dag na de dag waarop de bezwaartermijn afloopt. Hetgeen kan betekenen dat de bomen reeds gekapt mogen worden en daadwerkelijk ook worden gekapt voordat verzoekers in de gelegenheid zijn een voorlopige voorziening hangende beroep in te dienen. De toezegging van de gemachtigde van verweerder ter zitting dat niet zal worden gekapt voordat de beslissing op bezwaar aan verzoekers kenbaar is gemaakt, maakt dit niet wezenlijk anders. Daarbij overweegt de rechter dat de belangen van verzoekers bij een voorlopig rechtmatigheidsoordeel op dit moment zwaarder wegen dan de belangen van verweerder. Ter zitting is gebleken dat in het geheel nog niet duidelijk is wanneer met herinrichting van het gebied een aanvang zal worden gemaakt. Bovendien werd van de kant van verweerder niet uitgesloten dat de herinrichting op een andere wijze zal plaatsvinden dan nu is gepland.

Dat betekent, zo is de rechter van oordeel, dat daarmee ook niet vaststaat op welke termijn welke bomen eventueel moeten worden gekapt en evenmin of een aantal bomen gespaard kan blijven.

De rechter ziet dan ook geen beletselen het verzoek om een voorlopige voorziening in behandeling te nemen.

Verweerder verwijst in zijn beslissing naar de aanvraag door De Grontmij B.V. namens [vergunninghouder] gedaan voor het kappen van 37 bomen aan de [straat] te [plaats] in verband met de herinrichting van de Groene Kruisstraat, Merumerkerkweg, Dorpstraat en de Putkamp. Deze aanvraag zit echter niet bij de door verweerder ingezonden stukken. In het dossier bevindt wel een gewijzigde aanvraag van 12 maart 2008 gedaan namens ing. M.J.G. Hornman-Voesten van De Grontmij B.V.. Het betreft een aanvraag van Nieuwe Borg Projectmanagement. Het is de rechter op basis van de stukken dan ook niet duidelijk waarom de vergunning aan [vergunninghouder] is verleend.

Genoemde aanvraag van 12 maart 2008 ziet op de kap van 37 bomen aan de Merumerkerkweg, Groene Kruisstraat, Dorpstraat en Putkamp in Herten. De vergunning is echter afgegeven voor het kappen van 37 bomen aan de [straat] te [plaats].

In genoemde aanvraag wordt gesteld dat er herplant van 25 stuks bomen van diverse soorten, als vermeld op de bijlage, zal plaatsvinden. Bedoelde bijlage bevindt zich (anders dan de bijlage die aangeeft welke bomen dienen te worden gekapt) niet bij de stukken, zodat voor de rechter onduidelijk is waar bomen worden herplant en of de te verwijderen bomen worden herplant of dat er nieuwe aanplant komt. Onduidelijk is of hiermee wordt voldaan aan de herplantingsvoorwaarde verbonden aan de kapvergunning.

Volgens verweerder liggen de artikelen 142 en 148 van de APV ten grondslag aan het besluit. De door verweerder genoemde artikelen komen echter niet overeen met de nummering van de artikelen in de thans geldende APV.

Uit het bestreden besluit blijkt niet of verweerder de vergunning heeft verleend omdat er geen weigeringsgronden zijn en verweerder derhalve geen reden had om de vergunning te weigeren óf dat er wel sprake was van weigeringsgronden, maar dat verweerder na afweging van alle betrokken belangen er voor heeft gekozen geen gebruik te maken van zijn bevoegdheid om de vergunning te weigeren.

Daarnaast is het bij gebrek aan informatie in het dossier over de beoogde herinrichting voor de rechter onmogelijk te beoordelen of het voor de herinrichting daadwerkelijk noodzakelijk is alle bomen te kappen waarvoor de kapvergunning is verleend. Dit klemt des te meer nu op zitting duidelijk is geworden dat niet duidelijk is wanneer de herinrichtingsplannen zullen worden gerealiseerd en de projectleider naar zeggen van de gemachtigde van verweerder geen haast heeft de plannen te realiseren.

Nu in de kapvergunning niet als voorwaarde is opgenomen dat de vergunning pas van kracht wordt op het moment dat de herinrichtingsplannen onherroepelijk zijn, is het mogelijk dat op voorhand bomen worden gekapt, waarvan nadien komt vast te staan dat dit voor de realisatie van het project niet strikt noodzakelijk zou zijn. Door deze handelwijze heeft verweerder geen blijk gegeven de belangen van verzoekers bij het behoud van de bomen in overweging te hebben genomen.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, concludeert de rechter dat aan het bestreden besluit zodanig gebreken kleven dat hij hierin aanleiding ziet tot het treffen van een voorlopige voorziening zoals vermeld in rubriek III. Van proceskosten aan de zijde van verzoekers is de rechter niet gebleken.

III. BESLISSING

De voorzieningenrechter van de rechtbank Roermond;

gelet op het bepaalde in artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht;

wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;

schorst het bestreden besluit van 19 maart 2008 tot zes weken na de beslissing op bezwaar;

bepaalt dat verweerder aan verzoekers het door deze gestorte griffierecht ten bedrage van € 145,- volledig vergoedt.

Aldus gedaan door mr. A.W.P. Letschert in tegenwoordigheid van mr. N.F.M. Roelofs als griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2008

Voor eensluidend afschrift:

de wnd. griffier:

verzonden op:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.