Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2008:BD1588

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
14-05-2008
Datum publicatie
15-05-2008
Zaaknummer
84543 / FA RK 08-151 en 81538 / FA RK 07-1099
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Betreft verzoek van de rvdk om moeder van het gezag over de minderjarige te ontheffen en om BJZ met de voogdij te belasten (zaaknr. 84543/FA RK 08-151). Daarnaast betreft het verzoek van de man, die bij beschikking van deze rb van 12 maart 2008 vervangende toestemming heeft gekregen om de minderjarige te erkennen, om met het gezag te worden belast - artikel 1:274 lid 2 BW (81538/FA RK 07-1099). Man is niet-ontvankelijk verklaard omdat hij op dit moment nog geen als ouder als bedoeld in voornoemd lid is. Geen aanhouding omdat anders gezagsvacuüm zou ontstaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

Zaaknummer: 84543 / FA RK 08-151 en 81538 / FA RK 07-1099

Beschikking van 14 mei 2008

in de zaak met nummer 84543 / FA RK 08-151 op het verzoek van:

De raad voor de kinderbescherming,

gevestigd te 6041CB Roermond, Slachthuisstraat 57.

en in de zaak met nummer 81538 / FA RK 07-1099 op het verzoek van:

[verzoeker],

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen de man,

procureur: mr. A.J.T.M. Oudenhoven;

tegen:

[verweerster],

wonende te [woonplaats], [adres],

p/a het [instantie], [woonplaats], [adres],

hierna te noemen de vrouw dan wel de moeder.

Als belanghebbenden merkt de rechtbank naast de minderjarige [kind], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] aan:

[pleegouder] en [pleegouder],

beiden wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen de pleegouders;

Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,

gevestigd te 6041 CB Roermond, Slachthuisstraat 33.

1. Het verloop van de procedure

1.1. In de zaak met nummer 84543 / FA RK 08-151:

- het verzoekschrift, binnengekomen bij de rechtbank op 1 februari 2008;

In de zaak met nummer 81538 / FA RK 07-1099:

- de uitspraak van de rechtbank van 12 maart 2008;

in beide zaken:

- de mondelinge behandeling, welke heeft plaatsgevonden op 9 april 2008 en bij

welke behandeling zijn verschenen:

- de man, bijgestaan door mr. A.J.T.M. Oudenhoven;

- de vrouw en haar persoonlijk begeleider de heer [naam];

- de pleegouders;

- een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming te Roermond;

- de gezinsvoogdes van de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg.

2. De vaststellingen en overwegingen in beide zaken

2.1. De minderjarige [kind] is op [geboortedatum] te [geboorteplaats] geboren uit de moeder. De moeder heeft het ouderlijk gezag over de minderjarige. Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 11 april 2006 is de minderjarige onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling tot 11 april 2008 loopt. De minderjarige is met machtiging van de kinderrechter uit huis geplaatst, welke machtiging voortduurt. De minderjarige verblijft bij de pleegouders.

2.2. De raad voor de kinderbescherming heeft in de zaak met nummer 84543 / FA RK 08-151 de rechtbank verzocht om de moeder te ontheffen van het ouderlijk gezag over [kind] en om de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg tot voogdes te benoemen.

2.3. De man heeft in de zaak met nummer 81538 / FA RK 07-1099 de rechtbank verzocht om hem vervangende toestemming voor erkenning van [kind] te verlenen en om hem alleen met het gezag over [kind] te belasten.

2.4. Bij beschikking van 12 maart 2008 heeft de rechtbank aan de man toestemming verleend om de minderjarige [kind] te erkennen. De beslissing om de man alleen met het ouderlijk gezag te belasten is aangehouden, teneinde dit verzoek tegelijkertijd met het hiervoor onder 2.2. bedoelde verzoek van de raad voor de kinderbescherming tot ontheffing van de moeder van het ouderlijk gezag, te kunnen behandelen.

2.5 Bij gelegenheid van de mondelinge behandeling op 9 april 2008 heeft de moeder ingestemd met het verzoek om haar te ontheffen van het gezag over [kind] en met de benoeming van de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg tot voogdes.

2.6 De man heeft verklaard, dat hij [kind], die inmiddels 6 jaar oud is, jarenlang niet

heeft gezien. Sinds december 2007 heeft de man [kind] viermaal bij de pleegouders mogen bezoeken. Deze contacten zijn goed verlopen en kwamen tot stand nadat hij daarover met de pleegouders een afspraak had gemaakt. De contacten met Bureau Jeugdzorg ervaart de man als matig. Tot op heden heeft de man steeds zelf het initiatief moeten nemen om iets via Bureau Jeugdzorg omtrent [kind] te horen. Wanneer de man voldoende over [kind] wordt geïnformeerd en de contacten tussen de pleegouders, Bureau Jeugdzorg en hemzelf goed verlopen, wordt al zeer aan zijn wensen tegemoet gekomen. De man gaat ermee akkoord dat [kind] zijn hoofdverblijf bij de pleegouders houdt.

2.7 Gelet op het bepaalde in artikel 1:266 BW kan de rechtbank, mits het belang van de kinderen zich daar niet tegen verzet, een ouder van het gezag over een of meer van zijn kinderen ontheffen, op de grond dat hij ongeschikt of onmachtig is zijn plicht tot verzorging en opvoeding te vervullen.

2.8 De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van het verzoekschrift in de ontheffingszaak met (nummer 84543 / FA RK 08-151) en de daarbij gevoegde rapportage, alsmede uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat de moeder ongeschikt of onmachtig is de plicht tot verzorging en opvoeding van de minderjarige [kind] te vervullen en dat het belang van de minderjarige zich niet tegen de ontheffing verzet.

Mitsdien zal de rechtbank het verzoek tot ontheffing toewijzen.

2.9 Op grond van het bepaalde in artikel 1:274 lid 2 BW kan, in geval van ontheffing of ontzetting van een ouder, die het gezag alleen uitoefent, de andere ouder de rechtbank te allen tijde verzoeken met de uitoefening van het gezag te worden belast. Nu de rechtbank de gronden voor ontheffing van de moeder van het gezag over [kind] aanwezig oordeelt en de man met dit gezag wil worden belast, resteert de vraag of het verzoek van de man dan wel het verzoek van de raad van de kinderbescherming voor inwilliging vatbaar is.

Om met het gezag over [kind] te kunnen worden belast dient de man als vader als bedoeld in artikel 1:199 BW te gelden. Zoals hiervoor onder punt 2.4. is aangegeven heeft de rechtbank bij beschikking van 12 maart 2008 aan de man toestemming verleend om [kind] te erkennen. Nu de man evenwel eerst als juridisch vader wordt aangemerkt, nadat de beschikking van 12 maart 2008 in kracht van gewijsde is gegaan en de ambtenaar van de burgerlijke stand vervolgens een akte als bedoeld in artikel 1:203 BW heeft opgemaakt, is de man thans geen ouder als bedoeld in lid 2 van artikel 1:274 BW. Nu de gronden voor ontheffing van de moeder van het gezag over [kind] aanwezig zijn geacht en de beslissing omtrent het door de man verzochte gezag over [kind] naar het oordeel van de rechtbank niet kan worden aangehouden, daar anders een gezagsvacuüm ten aanzien van [kind] zou ontstaan, zal de rechtbank de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, die zich daartoe bereid heeft verklaard, met de voogdij over [kind] belasten.

6. De beslissing

De rechtbank:

in de zaak met nummer 84543 / FA RK 08-151

6.1. ontheft de moeder van het ouderlijk gezag over de minderjarige:

[kind], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum];

6.2. benoemt tot voogdes de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,

gevestigd te 6041 CB Roermond, Slachthuisstraat 33;

6.3. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

in de zaak met nummer 81538 / FA RK 07-1099

6.4. verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek om hem met het gezag over [kind] te belasten.

De beslissing is gegeven door mr. P.C.G. Brants, mr. G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe en mr. R.H.A.M. Beaumont, allen kinderrechter, en ter openbare terechtzitting van 14 mei 2008 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

JvdK

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.