Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2008:BD1373

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
07-05-2008
Datum publicatie
13-05-2008
Zaaknummer
85266 / FA RK 08-333
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De raad voor de kinderbescherming verzoekt tot benoeming van een voogd over de minderjarige van een ondertoezichtgestelde minderjarige moeder. De raad voor de kinderbescherming adviseert de voogdij op te dragen aan de Stichting Bureau Jeugdzorg.

Moeder verblijft met een machtiging tot uithuisplaatsing in het Moeder&Kindhuis.

De rechtbank zal de voogdij opdragen aan opa. Opa moet voldoende in staat worden geacht de voogdij op zich te nemen en in het belang van de minderjarige te handelen. Daarnaast is er voldoende zicht op de interactie tussen moeder en kind vanwege het verblijf van moeder in het Moeder&Kindhuis en is er toezicht van de gezinsvoogdes op de ontwikkeling van moeder in het kader van de ondertoezichtstelling van moeder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

Zaaknummer: 85266 / FA RK 08-333

Beschikking van 7 mei 2008 betreffende gezag

in de zaak van:

de raad voor de kinderbescherming Gelderland, vestiging Zutphen

kantoorhoudende te 7201 ES Zutphen, Houtwal 16.

Als belanghebbenden merkt de rechtbank naast de minderjarige:

[kind], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]

aan:

[belanghebbende],

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen de moeder,

procureur: mr. J. Kerouache;

en

[belanghebbende],

wonende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen: de opa (mz).

1. Het verloop van de procedure

1.1. Op 12 maart 2008 is bij deze rechtbank ingekomen een verzoek tot voorziening in de voogdij van de raad voor de kinderbescherming te Zutphen.

1.2. [belanghebbende] heeft een verweerschrift bij de rechtbank ingediend.

Voor wat het verweer betreft verwijst de rechtbank naar de inhoud van dit verweerschrift. Voorts bevat het verweerschrift een tegenverzoek tot voorziening in de voogdij.

1.3. Op 10 april 2008 heeft de mondelinge behandeling met gesloten deuren plaatsgevonden. De griffier heeft van de inhoud daarvan aantekening gehouden.

Bij deze behandeling zijn verschenen:

- moeder, bijgestaan door mr. J. Kerouache;

- opa (mz) en zijn partner [partner van],

- [naam], gezinsvoogdes van moeder,

- [naam], vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming te Roermond.

2. De vaststellingen en overwegingen

2.1. De raad voor de kinderbescherming verzoekt tot benoeming van een voogd over [kind], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], kind van de minderjarige [belanghebbende], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], beiden wonende te [gemeente].

2.2. De raad voor de kinderbescherming adviseert de voogdij op te dragen aan de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, locatie Venlo. De raad gaat daarbij voorbij aan de wens van moeder om opa (mz) te belasten met de voogdij. Blijkens de raad kan moeder zich moeilijk conformeren aan een ander met autoriteit en heeft zij in relatie met opa opstandig en zelfbepalend gedrag laten zien. De vraag is of opa in staat zal zijn werkelijk afstand te nemen van moeder en een adequate beslissing te nemen over [kind], ook als dit ten koste gaat van de relatie met moeder. De raad voor de kinderbescherming vreest dat bij het inwilligen van de wens van moeder om opa met de voogdij te belasten, de belangen van [kind] ernstig zullen worden verwaarloosd.

2.3. Bij brief van 26 februari 2008 heeft de Stichting Bureau Jeugdzorg, locatie Venlo zich bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden.

2.4. Moeder heeft gevraagd de voogdij op te dragen aan opa, nu hij goed in staat is voor de belangen van [kind] op te komen. Opa heeft thans nog het gezag over moeder en hij heeft reeds laten zien dit gezag goed te kunnen uitoefenen. Ook toen het niet goed bleek te gaan met moeder heeft hij zich gemeld bij het Bureau Jeugdzorg en stond hij achter de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing van moeder. Opa heeft de belangen van moeder en haar toen nog ongeboren kind altijd in acht genomen.

2.5. Opa heeft zich ter zitting bereid verklaard de voogdij te aanvaarden.

2.6. Gelet op de inhoud van de gedingstukken, alsmede het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank vast dat moeder is behept met een behoorlijke persoonlijke problematiek. Sinds haar twaalfde levensjaar liet moeder seksueel ontremd gedrag zien, was er sprake van middelengebruik en omgang met verkeerde vrienden. Voorts is er onduidelijkheid over de omstandigheid onder welke moeder zwanger is geraakt. Vast staat voorts dat opa het Bureau Jeugdzorg heeft ingeschakeld toen bleek dat moeder zwanger was en drugs gebruikte. Opa heeft de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van moeder steeds gesteund.

Sinds de geboorte van [kind] gaat het echter goed met moeder en laat de relatie tussen moeder en opa een positieve lijn zien. De positieve ontwikkeling wordt onderkend door de gezinsvoogdes die haar vertrouwen uitspreekt in moeder. Door het moederschap is moeder gemotiveerd de positieve lijn door te zetten. Moeder is vanwege die positieve ontwikkeling inmiddels geplaatst in een meer open setting van het Moeder&Kindhuis. Begeleiding blijft evenwel nodig vanwege haar persoonlijke problematiek. Moeder heeft kenbaar gemaakt het traject in het Moeder&Kindhuis af te maken.

2.7. De rechtbank zal, alles overziende, de voogdij opdragen aan opa en niet aan de stichting Bureau Jeugdzorg zoals verzocht door de raad.

Opa moet voldoende in staat worden geacht de voogdij over [kind] op zich te nemen en in het belang van [kind] te handelen. De rechtbank overweegt daartoe dat opa tijdens de zwangerschap van moeder als gezaghebbende ouder verantwoord heeft gehandeld en dat moeder sinds de geboorte van [kind] in [geboortedatum] een bestendige positieve ontwikkeling doormaakt. De huidge relatie en het contact tussen moeder en kind enerzijds en opa anderzijds is goed te noemen. Opa heeft bijna dagelijks contact met moeder en is goed op de hoogte van de ontwikkeling van [kind]. Daarnaast is er voldoende zicht op de interactie tussen moeder en kind vanwege het verblijf van moeder in het Moeder&Kindhuis en is er toezicht van de gezinsvoogdes op de ontwikkeling van moeder in het kader van de ondertoezichtstelling van moeder.

3. De beslissing

De rechtbank:

3.1. benoemt tot voogd over de minderjarige [kind], geboren te [gemeente] op [geboortedatum] en wonende te [woonplaats], [adres]:

[opa (mz)], wonende te [woonplaats], [adres];

3.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.C.G. Brants, kinderrechter en ter openbare terechtzitting van 7 mei 2008 uitgesproken, in tegenwoordigheid van de griffier.

DT

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.