Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2008:BC9696

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
16-04-2008
Datum publicatie
17-04-2008
Zaaknummer
86121 / JE RK 08-457
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De stichting Bureau Jeugdzorg vraagt toestemming voor een medische behandeling: het

plaatsen van buisjes in de oren van de minderjarige. De medische ingreep staat ingepland voor 17 april 2008. Moeder, de met gezag belaste ouder, is niet verschenen op de afspraak met de gezinsvoogdes om haar toestemming te geven en vervolgens is zij met onbekende bestemming vertrokken.

Op grond van de verkregen informatie van de stichting is de kinderrechter van oordeel dat de medische behandeling van de minderjarige noodzakelijk is. Het beginsel van hoor en wederhoor dient voor dit belang te wijken. Dat bij een maatregel het belang van de minderjarige een eerste overweging vormt is verankerd in artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind. Het belang van de minderjarige is niet gediend bij langer uitstel.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 264
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GJ 2008/101

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

Zaak-/rolnummer: 86121 / JE RK 08-457

Beschikking van 16 april 2008 betreffende vervangende toestemming voor medische behandeling

in de zaak van

[betrokkene], geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum], hierna te noemen de minderjarige.

De kinderrechter merkt naast de minderjarige en verzoeker als belanghebbenden aan:

- [belanghebbende],

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

- [belanghebbende],

thans verblijvende in de P.I. Vught.

Het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door de moeder, [belanghebbende].

1. Het verloop van de procedure

1.1. De stichting Bureau Jeugdzorg Limburg heeft de kinderrechter bij verzoekschrift van 15 april 2008 verzocht tot het verlenen van vervangende toestemming voor een medische behandeling voor voornoemde minderjarige nu de moeder met onbekende bestemming is vertrokken.

2. De vaststellingen en overwegingen

2.1. De minderjarige is ondertoezicht gesteld van de stichting en met een machtiging uithuisplaatsing geplaatst in een perspectiefbiedend pleeggezin.

2.2. De vervangende toestemming medische behandeling wordt gevraagd voor het

plaatsen van buisjes in de oren van de minderjarige. De minderjarige heeft veel last van haar oren en hoort niet meer optimaal.

Op 1 april 2008 ontvangt de stichting een toestemmingsverklaring van het St. Laurentiusziekenhuis te Roermond welke door de gezaghebbende ouder moet worden ondertekend. De medische ingreep staat ingepland voor 17 april 2008.

2.3. Moeder, de met gezag belaste ouder, is ondanks haar toezegging daartoe niet verschenen op de afspraak met de gezinsvoogdes om haar toestemming te geven voor de medische behandeling. Nadien is het de gezinsvoogdes niet meer gelukt om telefonisch en per brief met moeder in contact te komen. Moeder is met onbekende bestemming vertrokken van het laatst bij de stichting bekende adres.

2.4. Het verzoek van de stichting tot verlening van vervangende toestemming medische

behandeling is gebaseerd op artikel 1:264 van het Burgerlijk wetboek. Dit artikel bepaalt dat indien een medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaren noodzakelijk is om ernstig gevaar voor diens gezondheid te voorkomen en de ouder die het gezag heeft zijn toestemming daarvoor weigert, deze toestemming op verzoek van de stichting kan worden vervangen door die van de kinderrechter.

2.5. Op grond van de verkregen informatie van de stichting is de kinderrechter van

oordeel dat de medische behandeling van de minderjarige noodzakelijk is om ernstig gevaar voor diens gezondheid te voorkomen. Het beginsel van hoor en wederhoor dient voor dit belang te wijken. Dat bij een maatregel het belang van de minderjarige een eerste overweging vormt is verankerd in artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van het kind.

Het belang van de minderjarige is niet gediend met langer uitstel.

Het verzoek is derhalve voor toewijzing vatbaar.

3. De beslissing

De kinderrechter

3.1. verleent toestemming voor de verzocht medische behandeling betreffende [betrokkene], geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum];

3.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven door mr. P.C.G. Brants, kinderrechter, en ter openbare terechtzitting van 16 april 2008 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.