Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2008:BC8614

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
13-02-2008
Datum publicatie
04-04-2008
Zaaknummer
81685 / HA ZA 07 - 690
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Koop van perceel grond van gemeente met verplichting om te bouwen. Bouwvergunningaanvraag geweigerd in verband met stankcirkelproblematiek. Schadevergoedingsvordering op grond van non-conformiteit. Verjaring.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

zaaknummer / rolnummer: 81685 / HA ZA 07-690

Vonnis van 13 februari 2008

in de zaak van

1. [eiser sub 1],

wonende te [woonplaats],

2. [eiseres sub 2],

wonende te [woonplaats],

eisers,

procureur mr. R.F.P.J. Coppus,

tegen

DE PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSOON GEMEENTE VENRAY,

wonende te Venray,

gedaagde,

procureur mr. O.J.H.M. van Eijndhoven.

Partijen zullen hierna [eisende partij] en de gemeente Venray genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 21 november 2007

- het proces-verbaal van comparitie van 18 december 2007.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Bij brief van 10 april 2000 heeft de gemeente Venray aan [eisende partij] een aanbod gedaan om aan hem een kavel ten behoeve van woningbouw te verkopen, groot ca 525 m², kadastraal bekend gemeente Venray, [locatie], gelegen aan [adres] in het bestemmingsplan [woonplaats], tegen een verkoopprijs van fl. 151.134,00 inclusief 17,5% BTW (zijnde een bedrag van EUR 68.5851,62). Op 31 mei 2000 heeft [eisende partij] het aanbod aanvaard.

2.2. Bij besluit van 3 juli 2000 heeft het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Venray besloten om de kavel aan [eisende partij] te verkopen. De kavel is bij notariële akte van 2 oktober 2000 geleverd.

2.3. Op 3 januari 2001 heeft [eisende partij] een schets van het bouwplan voor de welstandsbeoordeling ingediend. Bij brief van 19 april 2001 heeft het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Venray aan [eisende partij] meegedeeld dat zij geen medewerking verleent aan het bouwplan van [eisende partij] vanwege het feit dat diens bouwkavel als gevolg van cumulatie van stankhinder gelegen was binnen een stankcirkel.

2.4. Vanaf 1 juni 2004, de datum van inwerkingtreding van de Stankwet Reconstructie, was het weer mogelijk een bouwplan in te dienen. Dat is [eisende partij] meegedeeld bij brief van de gemeente Venray van 25 juni 2004. Op 8 november 2004 heeft [eisende partij] zijn vergunningaanvraag ingediend. Op 23 februari 2005 is de bouwvergunning verleend. De bouw is inmiddels gerealiseerd.

2.5. Bij brief van 12 juli 2001 heeft de gemeente Venray [eisende partij] verzocht de door hem geleden schade te inventariseren en bij de gemeente Venray in te dienen. Het door [eisende partij] ingediende schadegeval is vervolgens door een onafhankelijk deskundige beoordeeld. Op grond van diens advies heeft de gemeente Venray [eisende partij] bij brief van 9 juli 2002 aangeboden om de kavel terug te kopen tegen de destijds geldende verkoopprijs, vermeerderd met een eenmalige schadeloosstelling van EUR 2000,00 en de wettelijke rente. Bij brief van 17 oktober 2002 heeft de toenmalige gemachtigde van [eisende partij] de gemeente Venray bericht dat [eisende partij] niet akkoord kan gaan met het door de gemeente Venray voorgestelde schadebedrag.

2.6. Bij brief van 26 maart 2003 heeft de gemeente Venray bericht dat zij, op grond van een besluit van 25 maart 2003 van de gemeenteraad, aan [eisende partij] een bedrag van EUR 2.377,00 zal overmaken aan schadeloosstelling en wettelijke rente. Dit bedrag is daadwerkelijk door [eisende partij] ontvangen.

2.7. Bij brief van 10 februari 2006 heeft de gemachtigde van [eisende partij] de gemeente Venray aansprakelijk gesteld voor de schade die [eisende partij], als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van de gemeente Venray, heeft geleden.

2.8. De dagvaarding in deze procedure is ingediend op 20 augustus 2007.

3. Het geschil

3.1. [eisende partij] vordert veroordeling van de gemeente Venray tot betaling van

1. een bedrag van EUR 53.785,42 aan hoofdsom te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening;

2. een bedrag van EUR 1.788,00 ter zake buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening;

3. de kosten van dit geding te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het in deze te wijzen vonnis – en te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening;

4. de nakosten.

3.2. De gemeente Venray voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Als meest verstrekkende verweer heeft de gemeente Venray aangevoerd dat de rechtsvordering van [eisende partij] verjaard is. Daartoe heeft de gemeente Venray gesteld dat zij uit de dagvaarding afleidt dat [eisende partij] een beroep doet op non-conformiteit van de geleverde onroerende zaak. Een rechtsvordering gegrond op het feit dat de afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt, verjaart overeenkomstig het bepaalde in artikel 7:23, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) door verloop van twee jaren na de gedane kennisgeving als bedoeld in artikel 7:23, eerste lid, van het BW. Die termijn is in de opvatting van de gemeente Venray gaan lopen met de brief van 19 april 2001, toen door de gemeente Venray aan [eisende partij] is meegedeeld dat het realiseren van het bouwplan op de door [eisende partij] en aan haar geleverde bouwkavel in verband met de zogenaamde stankhinderproblematiek niet mogelijk was.

4.2. Ter comparitiezitting heeft [eisende partij] tegen het verweer van de gemeente Venray het volgende aangevoerd. De in artikel 7.23, tweede lid, BW genoemde termijn is gaan lopen op 19 april 2001. De brieven van [eisende partij] aan de gemeente Venray van 25 maart 2003, 1 november 2003 en 3 december 2003, die als bijlagen bij de dagvaarding zijn bijgevoegd, moeten als een stuitingshandeling worden aangemerkt, waarna telkens opnieuw de verjaringstermijn is gaan lopen. Erkend wordt dat de termijn van artikel 7:23, tweede lid, BW verstreken was, toen de gemeente Venray bij brief van 10 februari 2006 is gevraagd, om de geleden schade te vergoeden. Het beroep van de gemeente Venray op verjaring is echter in strijd met de redelijkheid en billijkheid, nu de gemeente Venray steeds heeft aangegeven dat zij de geleden schade zou vergoeden. Gelet op het door haar houding gewekte vertrouwen heeft zij het recht om zich op verjaring te beroepen verwerkt. Bovendien heeft de gemeente Venray zich voorafgaand aan deze procedure nimmer op verjaring beroepen.

4.3. De rechtbank is van oordeel dat het beroep van de gemeente Venray op verjaring van de rechtsvordering slaagt. Niet betwist is dat de vordering is gebaseerd op non-conformiteit van de geleverde onroerende zaak. Voorts is weliswaar in artikel 7:23, eerste lid, van het BW sprake van een kennisgeving die gedaan wordt door de koper en is in het onderhavige geval de kennisgeving van non-conformiteit gedaan door de verkoper, maar nu partijen het erover eens zijn dat de brief van de gemeente Venray van 19 april 2001 als beginpunt van de verjaringstermijn heeft te gelden, wordt deze datum als vaststaand aangenomen. Erkend is verder door [eisende partij] dat de verjaringstermijn van artikel 7:23, tweede lid, vóór het instellen van de onderhavige rechtsvordering is verstreken.

Het standpunt van de gemeente Venray in de jaren 2001/2002 dat zij de als gevolg van “de problematiek van de stankcirkels” geleden schade van daarvoor in aanmerking komende personen wilde vergoeden, brengt niet met zich dat zij daarmee haar recht om zich - jaren later - op verjaring te beroepen, heeft verwerkt. De gemeente Venray heeft in 2001/2002 daadwerkelijk een procedure om tot schadevaststelling te komen in het leven geroepen, en vast staat dat zij in het kader van die procedure ook tot vaststelling en uitkering van een schadebedrag (in elk geval jegens [eisende partij]) is overgegaan. Gesteld noch gebleken is dat zij daarna nog rechtens te honoreren vertrouwen bij [eisende partij] heeft gewekt dat zij tot nadere schadevergoeding over zou gaan. Het ligt voorts niet op de weg van de gemeente Venray om [eisende partij] te waarschuwen dat een verjaringstermijn dreigt te verlopen. Daar komt bij dat [eisende partij] zich in een eerder stadium van de schadevergoedingskwestie door een professioneel rechtsbijstandverlener heeft laten bijstaan. Voorts zijn er geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit afgeleid kan worden dat het instellen van de onderhavige rechtsvordering, dan wel stuiting van de verjaringstermijn als opgenomen in artikel 7:23, tweede lid, BW, niet tijdig mogelijk is geweest. Derhalve kan niet geoordeeld worden dat een beroep op verjaring in casu naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Het beroep van de gemeente Venray op verjaring treft derhalve doel.

4.4. De rechtbank is verder van oordeel dat geen van de andere punten die partijen ter onderbouwing van of als verweer tegen de vordering over en weer hebben ingebracht, nog bespreking behoeft.

4.5. Uit bovenstaande overwegingen vloeit voort dat de vorderingen worden afgewezen.

4.6. [eisende partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de gemeente Venray worden begroot op:

- vast recht 1.220,00

- salaris procureur 1.788,00 (2,0 punten × tarief EUR 894,00)

Totaal EUR 3.008,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente Venray tot op heden begroot op EUR 3.008,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.E. Derks en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2008.?