Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROE:2008:BC6763

Instantie
Rechtbank Roermond
Datum uitspraak
27-02-2008
Datum publicatie
17-03-2008
Zaaknummer
84417 / FA RK 08-102
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bijstandsnorm en levensstandaard in Zwitserland.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROERMOND

Sector civielrecht

Zaaknummer: 84417 / FA RK 08-102

Beschikking van 27 februari 2008 betreffende voorlopige voorzieningen

in de zaak van:

[vrouw],

wonende te [adres],

hierna te noemen de vrouw,

procureur: mr. M.M. Setiaman;

tegen:

[man],

wonende te [woonplaats], (Zwitserland) [adres],

hierna te noemen de man,

procureur: mr. E.V.T.E. van der Woning,

hierna ook te noemen de echtgenoten.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Bij de rechtbank is een verzoek tot echtscheiding aanhangig.

1.2. De vrouw heeft gevraagd voor de duur van het geding een beslissing te geven over:

- het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning;

- een uitkering tot levensonderhoud (partnerbijdrage);

- de gemeenschappelijke lasten.

1.3. De man heeft een verweerschrift bij de rechtbank ingediend.

Voor wat het verweer betreft verwijst de rechtbank naar de inhoud van dit verweerschrift.

1.4. Op 12 februari 2008 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De griffier heeft van de inhoud daarvan aantekening gehouden.

Bij deze behandeling zijn verschenen:

- de vrouw, bijgestaan door mr. A.J.T.M. oudenhoven;

- de raadsvrouw van de man, mr. E.V.T.E. van der Woning.

2. De vaststellingen en overwegingen

2.1. Het gebruik van de echtelijke woning.

De vrouw heeft verzocht om bij uitsluiting van de man gerechtigd te zijn tot het gebruik van de echtelijke woning. De man heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht het verzoek van de vrouw nu de man zich heeft gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, niet ongegrond of onrechtmatig, zodat het verzoek voor toewijzing vatbaar is.

2.2. De vrouw heeft verzocht te verstaan dat de man de hypotheekrente van de echtelijke woning voor zijn rekening neemt. De man heeft gesteld dat hij niet in staat is de gehele hypotheekrente van de echtelijk woning te betalen. De man heeft zich wel bereid verklaard de helft van de hypotheekrente en aflossing te voldoen. De man heeft voorts gesteld dat het verzoek van de vrouw niet kan worden toegewezen, nu de limitatieve opsomming van Artikel 821 RV daartoe geen ruimte biedt.

De rechtbank is het met de man eens dat artikel 821 RV de rechter geen mogelijkheid biedt het verzoek van de vrouw te honoreren. De rechtbank overweegt dat indien de echtgenoten overeenstemming hebben over een dergelijk verzoek een verstaansbepaling, zoals de vrouw verzoekt, in het dictum kan worden opgenomen. Nu er echter geen overeenstemming is over de betaling van de hypotheekrente, zal de rechtbank het verzoek van de vrouw afwijzen.

Nu de man zich bereid heeft verklaart de helft van de hypotheeklasten en aflossing van de echtelijke woning te betalen, zal de rechtbank daarmee bij het bepalen van de draagkracht van de man rekening houden.

2.3. Met betrekking tot de verzochte uitkering voor levensonderhoud overweegt de rechtbank het volgende.

2.3.1. De behoefte van de vrouw.

De rechtbank relateert de behoefte van de vrouw aan het netto gezinsinkomen tijdens het huwelijk.

Het netto-inkomen van de vrouw tijdens het huwelijk becijfert de rechtbank op EUR 328,83 per week, zijnde EUR 1.424,93, exclusief 5% vakantiegeld. Het netto-inkomen van de man bedroeg EUR 1.500,00, exclusief 5% vakantiegeld.

Het totale gezinsinkomen bedroeg EUR 3.071,00 netto per maand (incl. 5 % vakantiegeld) . Aangezien de splitsing van één huishouden in twee huishoudens extra kosten met zich meebrengt acht de rechtbank het redelijk de behoefte van de vrouw op 60% van het resterende bedrag te bepalen, derhalve op EUR 1.842,60 netto per maand. Daarop komt het eigen inkomen van de vrouw van EUR 292,37 per week, zijnde EUR 1.330,29 (incl. 5% vakantiegeld) per maand in mindering, zodat de aanvullende behoefte van de vrouw EUR 512,00 netto per maand bedraagt, dat is EUR 768,00 bruto per maand.

2.3.2. De draagkracht

De rechtbank hanteert voor de berekening van de draagkracht een omrekenkoers van EUR 1,00 = CHF 1,60.

Blijkens de door de man overgelegde financiële gegevens bedraagt zijn inkomen EUR 3.560,00 (CHF 5.696,75) netto per maand. Tevens houdt de rechtbank rekening met 5% vakantietoeslag. In totaal berekent de rechtbank het inkomen dan ook op EUR 3.738,00 netto per maand.

2.4. De rechtbank houdt rekening met de bijstandsnorm voor een alleenstaande, exclusief de woonkostencomponent, en een draagkrachtpercentage van 70.

2.4.1. Bijstandsnorm en levensstandaard in Zwitserland.

De man heeft gesteld dat de levensstandaard in Zwitserland 50% hoger is dan in Nederland en dat daarom de bijstandsnorm met EUR 400,00 verhoogd dient te worden. De vrouw heeft erkend dat de levensstandaard in Zwitserland hoger is dan in Nederland, doch niet zo hoog als door de man is gesteld.

De rechtbank zal bij het bepalen van het verschil in levensstandaard de Cost of Living Survey – Woldwide Ranking 2007 van Mercer Human Resouce Consulting hanteren.

Hieruit volgt dat de kosten voor levensonderhoud en wonen in Zwitserland (Geneve) ongeveer 20% (109,8/92,2) duurder is dan in Nederland (Amsterdam). De rechtbank zal daarom zijdens de man rekening houden met een extra last van EUR 176,00 onder aftrek van het bedrag van de woonlasten die in deze verhoogde bijstandsnorm is verdisconteerd zijnde EUR 40,00. In totaal derhalve EUR 136,00.

2.4.2. Woonlasten van de man.

Ten aanzien van de door de man opgevoerde woonlasten heeft de vrouw gesteld dat die onredelijk hoog zijn. De vrouw is dan ook van oordeel dat de woonlast gekort dient te worden. De vrouw stelt voorts dat in de door de man opgevoerde woonlast ook energie- en nevenkosten zijn opgenomen, die niet meegenomen dienen te worden bij het bepalen van de woonlast van de man.

De man heeft gesteld dat de opgevoerde woonlast in Zwitserland een gebruikelijke woonlast is voor het appartement dat hij heeft betrokken.

De rechtbank stelt vast dat in de door de man opgevoerde woonlasten de energie- en nevenkosten niet zijn opgenomen. Verder is de rechtbank van oordeel dat de woonlast van de man niet onredelijk is.

2.4.3. De schulden.

De rechtbank houdt geen rekening met de afbetaling op de schulden die de man in Zwitserland is aangegaan nu de man de noodzaak tot het aangaan van die schulden niet heeft aangetoond en die schulden geen voorrang genieten boven een onderhoudsbijdrage. De rechtbank houdt wel rekening met de aflossing op de schuld van de Nederlandse Visa-Card, door de man gesteld op EUR 187,00

2.5. De rechtbank neemt de volgende niet of niet langer bestreden maandelijkse lasten van de man in aanmerking:

• EUR 1.000,00 kale woninghuur

• EUR 360,00 helft hypotheekrente en aflossing van de echtelijke woning

• EUR 95,00 forfait overige eigenaarslasten

• EUR 192,16 premie Ziektekostenverzekering

• EUR 187,00 aflossing van een schuld ter hoogte van EUR 6.327,88 aan Visa Card

2.6. Op grond van voormelde financiële gegevens, becijfert de rechtbank draagkracht bij de man tot betaling van een partnerbijdrage van EUR 789,00 per maand, waarbij de rechtbank geen rekening heeft gehouden met een fiscaal voordeel. De man heeft onweersproken gesteld dat hij in Zwitserland geen fiscaal voordeel geniet ten aanzien van een partnerbijdrage. Dit bedrag gaat de aanvullende behoefte van de vrouw van € 768,00 te boven, zodat de rechtbank de partnerbijdrage zal bepalen op EUR 768,00 per maand. De rechtbank zal die bijdrage bepalen met ingang van datum van deze beschikking.

2.7. Aangezien de omstandigheden van de echtgenoten zulks vergen, treft de rechtbank voor de duur van het geding de hierna te melden voorlopige voorzieningen.

3. De beslissing

De rechtbank:

3.1. bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting zal zijn gerechtigd tot het gebruik van de echtelijke woning: [adres echtelijke woning], met al hetgeen daartoe behoort.

beveelt voor zoveel nodig dat de man deze woning dient te verlaten en deze verder niet betreden mag;

3.2. bepaalt het bedrag dat de man als bijdrage voor levensonderhoud aan de vrouw moet betalen op EUR 768,00 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen;

3.3. verklaart deze beschikking voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

3.4. wijst het meer of anders gevraagde af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.M. Wassenberg en ter zitting van 27 februari 2008 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

JvD